Vrijdag 01/07/2022

Beelden van een eiland

De Nederlander Jacob Roggeveen ontdekte in 1722 Paaseiland, het eiland in de Grote Oceaan dat nog steeds in mysteries is gehuld. Na ruim 275 jaar doet Ronald Van Wijck zijn reis over. Hij ontdekt naast de metershoge Moai-beelden van toen ook het nachtleven van vandaag.

Een paar meter boven mij uit kijkt de grijs-bruine kop landinwaarts. Het eerste Moai-beeld aan de rand van Hanga Roa, de hoofdplaats bij het vliegveld, heeft de tijd slechts met moeite doorstaan. De contouren zijn afgesleten door de stevige zoute zeewind, alsof het beeld gezandstraald is. Het hoofd, dat bijna even groot is als de romp, was afgebroken en is er met behulp van een hijskraan weer opgezet. Het breukvlak is door de lichtere cementkleur duidelijk zichtbaar, alsof de hals is opgesierd met een modern sieraad. Er staan en liggen honderden grijs- en bruingekleurde Moai-beelden verspreid over Paaseiland. De voorouderbeelden rond Hanga Roa worden druk bezocht; met toeristen volgepropte witte busjes rijden af en aan. Eilandbewoners, gekleed in T-shirts met Chicago Bulls- en Miami Dolphins-opdruk, zitten aan de voet van enkele Moai-beelden met plastic tafelzeiltjes vol souvenirs. Tientallen Moai-beeldjes van allerlei formaat liggen over de zeiltjes verspreid. De beeldjes worden op het eiland zelf gemaakt, maar ook van het Chileense vasteland geïmporteerd. Zo vliegen de beeldjes tussen Santiago de Chili en Paaseiland heen en weer, op de heenreis in het vrachtruim, op de terugreis in de handbagage van passagiers. Over de prijs van de beeldjes wordt druk onderhandeld. Vooral Amerikanen, voorzien van strohoeden of baseballpetten, en gekleed in Hawai-hemden slaan hele voorraden in. De Duitse toeristen, wat ingetogener gekleed, interesseren zich meer in de echte beelden; hun handen glijden over het ruwe oppervlak van de statige Moai. Japanners stellen zichzelf op voor de beelden en worden door familieleden druk gefotografeerd. De meeste van de beelden op het kale eiland kijken landinwaarts; alsof ze het moderne Paaseilandse leven goed in de gaten willen houden. Een enkeling heeft de neus richting zee gewend, niet meer om schepen te verwelkomen, maar de Boeings van LanChile die vlak boven het zeewater op de landingsbaan afstormen. Sommige toeristen zijn maar enkele uren op het eiland, tijdens een tussenstop van de Verenigde Staten naar Australië worden ze vliegensvlug langs de beelden gereden.

Het verblijf van Jacob Roggeveen op Paaseiland heeft langer geduurd dan enkele uren. De admiraal vertrekt in 1721 op 62-jarige leeftijd met drie schepen van de West-Indische Compagnie op zoek naar het 'Terra Incognita Australis'. Op weg naar dit onbekende land legt hij op Paaszondag, 5 april 1722, aan bij het meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld; de naam Paaseiland ligt op zijn lippen. Hij treft twee bevolkingsgroepen aan: de Langoren, zo genoemd omdat ze de gewoonte hadden hun oorlellen uit te rekken, en de Kortoren. Maar hij vindt er ook kolossale beelden met grote hoofden, sommige voorzien van een rode hoed of een haarknot. De Kortoren, die werkten als slaven voor de Langoren, bekommerden zich om de stenen basis, de Ahu, waarop de Langoren de uit de vulkaan gehouwde beelden, de Moai, neerzetten.

Na een conflict tussen deze twee bevolkingsgroepen is, nog niet zo lang geleden, een groot aantal beelden door de Kortoren omver getrokken. Met behulp van een door een Japans bedrijf gesponserde hijskraan zijn de omgevallen Moai weer rechtop gezet en gerestaureerd. Rijen beelden staan in blauw plastic verpakt, omgeven door houten stellages. Met een helderblauwe lucht en een enkele wolk op de achtergrond, lijkt het wel of de Moai-beelden in een decor van Fellini zijn terecht gekomen.

Waren het in de negentiende eeuw missionarissen die hun invloed lieten gelden - tot op de dag van vandaag, overigens: in mijn hotel hangt het Heilig Avondmaal aan de muur en liggen er bidprentjes naast de bedden - nu doen de met vliegtuigladingen tegelijk gedropte toeristen dat. Aan de langgerekte Policarpo Toroweg puilen de toeristenwinkeltjes uit. Souvenirs variërend van de Moai-beeldjes tot op plastic boomstammetjes geplakte foto's, strandkleding die zo uit de winkels van Miami Beach afkomstig lijkt, en volgepropte kaartenstandaards voor de deur. De glazen deuren zijn volgeplakt met stickers van creditcardbedrijven die er vooral voor de sier hangen. Met de gettoblaster tussen hen in luisteren enkele jeugdige eilandbewoners naar muziek van de Rolling Stones. Op veel plekken kunnen geel en paarsgekleurde terreinwagens en off-the-road motoren worden gehuurd. Hoewel zeer behendig met paarden, maakt ook de Paaseilandse jeugd dankbaar gebruik van deze vervoermiddelen. Leuk om de blits te maken op weg naar de discotheek, een andere verworvenheid van deze tijd. Sinds in 1986 met behulp van de Amerikanen een internationale luchthaven is aangelegd, die ook als noodlandingsbaan voor een ruimteveer dienst kan doen, is het leven op dit eiland niet zo rustig meer. Ook 's nachts niet. Naast een aantal gestalde paarden, zie ik 's avonds veel gekleurde jeeps op de verlichte parkeerplaats van de Toroko-discotheek.

Stoere gozers met bandana's om het hoofd staan met flessen drank in de hand te swingen met hoogbejaarde Paaseilandse dames, die hun moeder of grootmoeder zouden kunnen zijn. Travestieten met uitpuilende decolletés en slanke tailles lonken naar Franse matrozen die vanaf Tahiti, 4050 kilometer hier vandaan, de bloemetjes buiten komen zetten. Twee homo's liggen ineengestrengeld aan de rand van de dansvloer. Even denk ik in de Amsterdamse discotheek It te zijn beland. Een aangeschoten wulpse dame stelt zich voor als Tina en komt alweer met een nieuwe fles sterke drank aanhollen, die ze met een klap op tafel zet. Bestellingen doe je in de uit golfplaten bestaande discotheek niet per glas, maar per fles. De omloopsnelheid van de drank is hoog; bij het ochtendgloren ligt een van de oma's laveloos met haar zoon op een houten bank; haar mond open en de lege flessen op de grond. De matrozen en travestieten, de primadonna's van de nacht, liggen broederlijk in elkaars armen. Enkele Rambo's zie ik buiten op hun paarden de parkeerplaats verlaten, de schouders omlaaghangend terwijl hun benen greep proberen te krijgen op de paardenbuiken.

We rijden dwars over het eiland; Tina heeft een wit busje met chauffeur gecharterd, met enkele hotelgasten en lokale jongens zijn we op weg naar het strand. Vlees en water in koelboxen en houtskool voor de barbecue achterin. Nog bijkomend van de afgelopen nacht wordt er weinig gesproken, alleen een rimpelige Amerikaanse zestigplusser stelt ons op de hoogte van haar terugkerende vitaliteit - ze heeft nog niet zo lang geleden in Palm Springs een 2000 dollar kostende modderbadkuur ondergaan. Mijn ogen kan ik nog net open houden; rechts in de verte ontwaar ik de Rano Raraku-vulkaan en de steengroeve waar de beelden werden uitgehouwen. Pas nu realiseer ik me de wonderbaarlijke reis die de beelden naar de baai van Anakena, waar we naar op weg zijn, hebben afgelegd. We hebben nog kilometers te gaan, over hobbelige paden, voor we deze baai in het noorden van Paaseiland bereiken. Dat mensenhanden deze beelden, sommige wegen 45.000 kilo en zijn 21 meter hoog, enkele eeuwen geleden over deze afstand hebben vervoerd kan ik me eigenlijk niet voorstellen. De verklaring van de Paaseilanders dat de beelden zelf naar hun staanplaatsen zijn gewandeld, is misschien zo gek nog niet.

Op het strand van Anakena, waar Roggeveen z'n eerste stappen op Paaseiland heeft gezet, schieten rookwolken uit de barbecue omhoog. De Amerikaanse modderbadgaste staat wat verbouwereerd naar het resultaat van haar inspanningen te kijken. Haar rimpels zijn nu minder duidelijk aanwezig onder haar met roet bedekte gezicht. De kippenpoten ontdoen we van het zwart en we laten ons het vlees onder de enkele palmbomen goed smaken. Het is warm, uitgeteld van het nachtleven slapen we onze roes uit op het strand. Ik droom; vanuit het kraaiennest van een van Roggeveens schepen zie ik niet alleen meer de Moai-beelden staan. Jacob en z'n mannen maken een tijdsprong; in het witte hotelbusje navigeert hij vanachter het stuur tussen de Moai-beelden door, met zijn matrozen op weg naar de Toroko-discotheek.

Foto's Global Pictures

* Paaseiland of Rapa Nui, ligt in de Grote Oceaan, op 27°09' zuiderbreedte, grofweg tussen Chili en Australië. Een klein eiland in de vorm van een driehoek, met zijden van 16, 18 en 24 kilometer lang.

* Vanuit Santiago de Chili duurt de vlucht ongeveer vijf uur. LanChile vliegt op dit moment heen op donderdag en zaterdag en terug op maandag en vrijdag. Tarief: vanaf 17.987 frank (446 euro) voor een retourvlucht vanaf Santiago de Chili.

* Superior Tourist Class hotels: Hotu Matua Lodge, een kilometer vanaf de luchthaven, heeft kamers vanaf 90 dollar (3.600 frank) per nacht. Creditcards worden niet geaccepteerd. Het Iorana Hotel ligt iets verder van de luchthaven en heeft een prachtig uitzicht op zee vanuit kamers die ook 3.600 frank kosten. Hier wordt alleen American Express geaccepteerd. Wat eenvoudiger accommodatie vindt u in het Martin y Anita-hostel, dat kamers heeft vanaf 50 dollar (2000 frank) per nacht. Martin heeft een informatiebalie op de luchthaven. U kunt betalen met Chileense valuta of Amerikaanse dollars.

* Neem zoveel mogelijk contant geld mee; de wisselkoers op Paaseiland is erg hoog en creditcards worden slechts her en der geaccepteerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234