Vrijdag 01/07/2022

België, een gelukkig toeval

Bloemlezing honderdvijftig jaar Franstalige Belgische po�zie

Un triple hourra! Driewerf hoera! Enfin. Er is een omvangrijke Belgisch-Franstalige bloemlezing in de boekhandel. Een Nederlandse dichter kwam op het voortreffelijke idee en een Nederlandse uitgeverij gaf het boek prachtig vorm. De titel Ceci n'est pas une poésie toont al aan dat men over grenzen kan, mag en moet springen. Dichters zijn er vaak lenig in, bovenal Belgische dichters.

Benno Barnard, Paul Dirkx & Werner Lambersy

Ceci n'est pas une poésie

Een Belgisch-Franstalige Anthologie belge francophone

Atlas, Amsterdam, 610 p., 49,95 euro.

Neem nu België een eeuw terug. Emile Verhaeren was een Franssprekende Vlaming die werkelijk gek was op zijn land maar genoeg internationalist was om tot buiten de grenzen bewondering af te dwingen. Zijn werk werd gelezen in Londen en Berlijn, hijzelf woonde vanaf 1899 in Parijs - in ballingschap opdat de heimwee naar zijn land hem beter zou inspireren. Verhaeren werd tot in Moskou op straat herkend, merkt Benno Barnard op in het voorwoord van Ceci n'est pas une poésie. Wat gebeurde er intussen met ons en met ons land? Verhaeren staat niet eens bij de 111 genomineerden voor De grootste Belg aller tijden. En wie van de Vlamingen kijkt er naar de Franstalige uitzending Les grands belges - chaque mardi sur La Une? In de Franse beginlijst vind je wel zijn naam. Wij Belgen, wie zijn wij? Mijn grootmoeder las nog geestdriftig Emile Verhaeren en hield ervan. Mijn moeder kon nog prachtige zinnen uit het hoofd citeren. Ikzelf ken amper zijn naam en beheers de Franse taal te slecht om ook de andere poëzie - in het Frans maar wel uit eigen land - behoorlijk te lezen. Gelukkig overschouwt men in deze bloemlezing honderdvijftig jaar Franstalige poëzie en brengt men de gedichten met een poëtische Nederlandse vertaling. Een keur aan Nederlandstalige dichters werd aangesproken om de Vlaamse, Waalse en Brusselse dichters met Franse pen te vertalen. Dichters als Geert van Istendael, Koen Stassijns en Hilde Keteleer werkten enthousiast mee aan deze uitgave, waarin ook vertalingen te lezen zijn van Stefaan van den Bremt, Leonard Nolens, Rob Schouten, Bernard Dewulf... De gedichten zijn vaak verrassend sterk in beide landstalen. Aan het einde van het boek staat als aanvulling een zo letterlijk mogelijke vertaling "ten behoeve van de geïnteresseerde lezer die weinig of geen Frans kent". Er zullen er niet weinig zijn die af en toe deze bladzijden openslaan, Nederlanders én Vlamingen. Het Belgische Frans is trouwens niet altijd die taal die de Fransen spreken, ook daarom is de woordelijke vertaling een welkom supplement.

Le gel durcit les eaux; le vent blêmit les nues.

A l'orient du pré, dans le sol rêche

Est là qui monte et grelotte, la bêche

Lamentable et nue.

Zinnen uit een onvolprezen gedicht van Emile Verhaeren. En Stefaan van den Bremt vertaalde indrukwekkend:

Vorst stremt water. Wind die wolken bleekt.

Aan de oostkant van de weide,

in het stugge land,

Staat nog een naakte spade neergeplant

Die bibberend de vlakte breekt.

Aan het einde van het boek proberen romanisten met het Nederlands zo dicht mogelijk tegen het Frans aan te leunen en dan lees je: "De vorst laat het water bevriezen; de wind laat de wolken verbleken.// Ten oosten van de wei, in de stugge grond, / verheft zich de rillende spade, / jammerlijk en naakt."

De jonge Verhaeren zal op de straat in Sint-Amands aan de Schelde wel wat Vlaams hebben gesproken, later in Gent bij de jezuïeten leerde hij deftig Frans, en nog later schreef hij grootse Franstalige poëzie over de Vlaamse landschappen, luchten en vrouwen. Er staan in de bundel prachtige verzen van hem. Net zo van de iets jongere Maurice Maeterlinck, een schrijver-dichter-essayist uit Gent uit het katholieke Franstalige milieu. Hij won in 1911 de Nobelprijs voor Literatuur. Maeterlinck was zeker geen Waal. Was hij daarom een Vlaming? Noem hem maar een beroemde Belg. Hij geraakte tenminste in het beginlijstje van De grootste Belg aller tijden. Ook in de Waalse pendant vind je hem.

Ceci n'est pas une poésie vangt aan met een gedicht van de romancier Charles De Coster (1827-1879). De Coster is eveneens een literator die moeilijk past binnen de enge taalgrenzen van vandaag. Zijn moeder sprak Frans, zijn vader Vlaams en hij liep als jongeling school in Brussel. Zo herbergt de bloemlezing opvallend veel 'onzuivere' poëten, dichters die moeilijk te reduceren zijn tot de actuele gemeenschapsgrenzen. Iemand als Max Elskamp (1862-1931) was van vaderskant Vlaams en van moederskant Waals en Frans. Bovendien fantaseerde hij over een Scandinavische afkomst en vluchtte voor de Eerste Wereldoorlog naar Nederland. Wie van de Vlamingen kent zijn poëzie? Of wie weet wie Michel de Ghelderode (1893-1970) is? Zijn beide ouders waren Vlaams maar hij werd in het Frans opgevoed. Hij schreef in de jaren twintig Franse stukken voor het Vlaamsch Volkstoneel, die meteen vertaald en opgevoerd werden. Zijn theaterteksten werden over heel de wereld gespeeld en uitgegeven door de Franse uitgeverij Gallimard. Beschouwen we hem als landgenoot?

De fraai gebonden anthologie met stofomslag kreeg en frivolité drie zijden leeslintjes mee: zwart, geel en rood. Paul Dirkx, literatuursocioloog, gaat in een ernstige inleiding uitvoerig in op een heikele kwestie die al bestond voor het landje België officieel vorm kreeg. Existe-t-il une littérature belge? Existe-t-il une littérature belge de langue française? Is de poëtische taal niet uitermate een taal die zich onttrekt aan landsgrenzen? Moet een wezenlijke taal, of het nu Vlaams of Frans is, het slijk van de aarde ontstijgen; een natgeregend strand, een Ardense heuvel, het stugge land of die ene stad? Ceci n'est pas un pays. Bestaat er een Franstalige Belgische poëzie? De vraag wordt nog altijd gesteld. Nee, menen historici en politici. Nee, zeggen de leraars en de leerlingen praten het hen na. Non!

Natuurlijk wel. Er is een poésie belge de Belgique. Lees Ceci n'est pas une poésie. Geen tekst ontsnapt geheel aan zijn context. Ook dichters blijven gebed in zichzelf, in hun taal, ook in hun land. Naast de Waalse schrijvers zijn er vandaag nog altijd Vlaamse en Brusselse schrijvers die in het Frans dichten. Ze horen op de een of andere manier bij elkaar omdat ze allemaal Belgische poëten zijn. Er is iets dat onderhuids meespeelt - ach, dat land, die geschiedenis, die godsdienst, die voorouders. Dat is en dat blijft, ook al werden en worden de dichters eveneens beïnvloed door poëtische modes die door de tijd heen ook België aandoen. Zo lees je in het boek Belgische symbolisten, avant-gardisten, individualisten, en misschien niet toevallig heel wat surrealisten. André Blavier (1922-2001) bijvoorbeeld, een Queneau-kenner en nog niet lang dood, is de man achter de magistrale anthologie: Les fous littéraires met drieduizend Franse en Belgische schrijfmaniakken. De surrealistische schilder en schrijver Christian Dotremont (1922-1979) richtte mee de bewegingen Surréalisme révolutionnaire en Cobra op. De beroemdste, Henri Michaux (1899-1984) heeft evenwel heel zijn leven geprobeerd België te ontvluchten. Hij reisde eerst de wereld rond en vestigde zich dan in Parijs. Iedereen die zijn Belgische afkomst in herinnering bracht, daagde hij voor het gerecht. Il y a un Belge dans la salle? Dat hij opstaat! Les Belges, ils existent vraiment? Van alle dichters is een beknopte biografie opgenomen. Wie zijn ze? Werner Lambersy (1941), een dichter en medesamensteller van de bundel, komt uit een Antwerps Nederlandstalig milieu. Zijn vader was tijdens de oorlog collaborateur en hij besloot in het Frans te dichten. Hij woont en werkt in Parijs. De Franstalige dichter Frans de Haes (1948) is de zoon van de Vlaamse dichter Jos de Haes. Hij bestudeerde Belgische auteurs en vertaalde Nederlandse dichters in het Frans. Iemand als Daniel De Bruycker (1953) werd geboren in Brussel, groeide op in een Vlaams gezin en week later uit naar Parijs. Cliff William (1940) studeerde eerst in Louvain-la-Neuve, bereisde daarna half de aardkloot, en schrijft nu op een zolderkamer in hartje Brussel aangrijpende poëzie:

celui qui en tâtant s'avance dans la salle

et reprend et repousse une souffle

catarrheux

et trébuche et se cogne et comme un

roi s'installe

avec force jurons sur son siège crasseux

En Hilde Keteleer vertaalde in het rolrondere Vlaams:

hij die al tastende in de kamer rondsjokt

en met een raspend geluid naar adem zoekt

en struikelt en zich stoot en plaatsneemt

als een vorst

op zijn vuile stoel en geweldig vloekt

Wat betekenen 'roots' als je in België woont? André Miguel is het pseudoniem van André Van Vlemmeren. Anne Rothschild werd in New York geboren en werkt in Parijs, ze heeft zowel de Belgische als de Zwitserse nationaliteit. Landgenoten als Jacques Brel, Eugène Sacvitzkaya, Thierry De Cordier, Andrée Sodenkamp... Dit is België. Onze geschiedenis, onze koningen, onze ouders en onze talen zijn een allegaartje, een mengelmoes, un brassage et un pot-pourri. Overschat de invloed van een land niet, maar onderschat het evenmin. Al kijken Belgische literatoren vaak naar Parijs of Amsterdam, iets in onze blik is Belgisch en het sluipt in onze taal. Soms is dat le mal du pays of wat men heimwee noemt, dat lees je al bij Verhaeren. O, wat een mooi boek! Ah, quel beau livre!

Ann Meskens

Frilosité

(...)

Nous avons tous un quai

où l'on resté à moisir,

un pas dans l'océan et l'autre dans le sable,

gagné par la peur d'être soi,

rassuré d'être encore cet autre,

cet élégant, ce nu, ce veau

qui commente sa vie

à fond de cale du cerveau.

Frilosité, voilà ce qui dit l'âme humaine

et jamais je n'ai échappé

à ce remords qui fait,

de l'attraction terrestre,

l'excuse d'oublier la mer.

Carl Norac (1960)

Huivering

(...)

We hebben allen een kade

waarop we zijn blijven rondhangen,

één voet in de oceaan, de andere in het zand,

gegrepen door de angst onszelf te zijn,

gerustgesteld ook die ander te zijn,

die elegante, die naakte, die luilak

die zijn leven verklaart

in het loosgat van de hersenen.

Huivering, dat zegt de mensenziel

en nooit ben ik ontsnapt aan de wroeging

die de aantrekkingskracht der aarde

als excuus gebruikt

om de zee te vergeten.

Vertaling Hilde Keteleer

Al kijken Belgische literatoren vaak naar Parijs of Amsterdam, iets in onze blik is Belgisch en het sluipt in onze taal

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234