Zondag 02/10/2022

'België staat weer op de kaart'

'In Le Monde stond onlangs een artikel over 'Le réveil diplomatique de la Belgique'. De drie hoogtepunten van die heropleving zijn de zaak-Pinochet, de houding tegenover Haider en de hernieuwde belangstelling voor Centraal-Afrika. Het feit dat ons land zich onmiskenbaar geprofileerd heeft, maakt dat wanneer Guy Verhofstadt en Louis Michel hun buitenlandse collega's ontmoeten, ze ook bekend zijn. België is opnieuw geduid in diplomatieke middens.' Een gesprek met professor Rik Coolsaet over de buitenlandse politiek van de paars-groene regering.

Ruud Goossens

Het kan de laatste tijd niet op. Het was nog maar pas bekend dat ons land via gerechtelijke weg inzage wilde krijgen in het medische dossier van de Chileense ex-dictator Augusto Pinochet, of premier Verhofstadt en minister van Buitenlandse Zaken Michel zetten zich vooraan in de strijd tegen Jörg Haider. Terecht, vindt Rik Coolsaet. "Het uitgangspunt is onmiskenbaar Europees en democratisch. Je kunt niet accepteren dat iemand die het nazi-verleden banaliseert, nog een politieke rol kan spelen in het Europa dat precies gemaakt is om dit soort aberraties te vermijden. Een politiek van harde quarantaine vind ik daarom correct. Als je zegt dat je die regering moet beoordelen op haar daden, ga je een brug te ver. De banalisering van extreem-rechts kun je niet aanvaarden. Anderzijds vind ik niet dat je de stap moet zetten van zo'n politiek-diplomatieke isoleringspolitiek naar een bestraffing van de Oostenrijkse bevolking. Je moet contact houden met de democraten in Oostenrijk. Anders wordt het 'wij tegen zij'-gevoel waar Haider op teert, nog versterkt."

'De EU heeft Oostenrijk niet nodig', zei Michel op een bepaald moment.

"Met de huidige mechanismen is er in de belangrijkste dossiers van de komende jaren, de uitbreiding en de hervorming van de instellingen, unanimiteit nodig. Op dat vlak kun je dus niet zonder Oostenrijk. Anderzijds moet je je de vraag stellen of het, als gevolg van de uitbreiding en de situatie in Oostenrijk, niet nodig is om meer met gekwalificeerde meerderheden te werken, of Europa niet meer in de richting van een echte politieke unie moet evolueren. Op die manier kun je je beter wapenen tegen aberraties en heb je meteen ook een mechanisme om de rol van de kleine staten te versterken. Als Michel dat bedoelde met zijn uitspraak, gebruikt hij deze crisis om een stap te zetten in de richting die België altijd al uit wilde."

Enkele Vlaamsgezinde professoren, zoals Matthias Storme en Erik Defoort, stuurden vorige week een boze open brief aan Louis Michel. Volgens hen schendt hij het zelfbeschikkingsrecht.

"Die brief was afkomstig van de trollen van het conservatieve Vlaams-nationalisme. Hun motivatie was niet wetenschappelijk maar politiek. Eigenlijk redeneren ze op dezelfde manier als Haider: namelijk in termen van volkeren, van volkerengroepen, van naties. En dan gaan ze dwaze uitspraken doen: zoals 'het Vlaamse volk heeft traditioneel een goede relatie met het Oostenrijkse volk'. De werkelijkheid is iets complexer. Het standpunt van de trollen verraadt ook dat ze niet beseffen waar de Europese eenwording over gaat. Het uitgangspunt is dat de binnenlandse, economische, fiscale aangelegenheden van één land ook belangrijk zijn voor een ander land. Wie wil meespelen in de Unie, moet accepteren dat er geen waterdicht schot meer bestaat tussen binnen- en buitenland."

Waarom reageerde België enkele jaren geleden niet toen Fini in Italië in de regering-Berlusconi werd opgenomen?

"Correctie: België was een van de weinige landen die toen wel gereageerd hebben. Elio Di Rupo weigerde deel te nemen aan vergaderingen waar vertegenwoordigers van de Nationale Alliantie van Fini aanwezig waren. Maar er zijn ook twee grote verschillen met die periode in 1994. Al sinds '84-'85 zie je een toenemende moralisering van de internationele politiek. Normen als mensenrechten en democratisering zijn de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Daarenboven staat de Europese Unie aan de vooravond van een aantal ingrijpende wijzigingen. Er komen minimaal zes, maximaal dertien nieuwe lidstaten bij. In die landen zijn ook uiterst rechtse krachten aanwezig. Het sterke signaal naar Oostenrijk is ook voor de politici daar bestemd: xenofobie wordt niet getolereerd."

Mensenrechten zijn universeel, maar tegenover Turkije of Indonesië reageert België veel minder hard.

"Omdat het geen EU-lidstaten zijn. Europa is een politiek project dat gebaseerd is op de afbouw van de nationale soevereiniteit om zo oorlog te vermijden. De normen die je stelt aan Europese lidstaten en kandidaat-lidstaten, liggen dus een stuk hoger dan die aan Afrikaanse of Aziatische landen. Daarom is het verantwoord sterke politieke druk op Oostenrijk uit te oefenen maar niet op andere landen."

Vindt u de toenemende moralisering van het buitenlands beleid een goede zaak?

"Uiteraard, want macht moet legitiem zijn. Zeker democratische staten moeten in hun internationale relaties rekening houden met waarden die ze ook intern enorm belangrijk vinden. Alleen is dat niet altijd makkelijk. Als je waarden zoals mensenrechten of democratisering in andere landen wilt bevorderen, moet je immers ook rekening houden met machtspolitieke elementen. Die ontzettend moeilijke afweging plaatst je altijd voor contradicties."

De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis waarschuwt in zijn essay De politiek van goede bedoelingen voor die moralisering. 'Wie de slachtoffers centraal stelt, zonder naar de politieke context te kijken, kan wel eens meer slachtoffers maken dan helpen.'

"Het is moeilijk een algemeen, definitief antwoord te geven. Je kunt niet tolereren dat regimes repressief optreden tegen hun eigen bevolking. Maar op basis van welke criteria ga je optreden? Je moet cultureel imperialisme vermijden. Neem het voorbeeld Oeganda. Museveni heeft daar de politieke partijen afgeschaft en bouwt duidelijk geen klassieke democratie naar westers model uit. Maar misschien is er wel een alternatieve weg naar democratie? We moeten er voor zorgen dat de criteria die nu gebruikt worden voor humanitaire interventies duidelijk omschreven worden. De internationale gemeenschap moet tussenbeide kunnen komen als er sprake is van grove en duurzame schendingen van de mensenrechten. In andere gevallen moet men ontzettend voorzichtig zijn, want met humanitaire interventies kun je ook politieke doelstellingen nastreven die niets met mensenrechten te maken hebben."

Achterhuis spreekt in verband met Kosovo van de 'heerschappij van de emoties'. Dan loert het gevaar van manipulatie om de hoek.

"Als het Westen tussenbeide wil komen, dan volstaat het om mensenrechten in te roepen. Daarover wil VN-secretaris-generaal Kofi Annan nu het debat voeren. Waarom zijn we tussenbeide gekomen in Kosovo en niet in Rwanda? Hij wil dat er een soort guideline komt waardoor de internationale gemeenschap coherent kan optreden als de mensenrechten geschonden worden. Maar criteria zijn niet voldoende. De instantie die over een interventie beslist, zal ook democratischer samengesteld moeten zijn dan de huidige Veiligheidsraad. Die beantwoordt immers op geen enkele manier aan een legitieme vertegenwoordiging van de wereldbevolking."

Op het gebied van mensenrechten stellen de politici zich enorme uitdagingen. Op economisch vlak pleegden ze wat u een 'vaandelvlucht' noemt.

"De laatste twee eeuwen zie je een soort cyclische beweging. Op sommige momenten zijn politiek en economie totaal van elkaar losgekoppeld, terwijl de politiek de economie op andere momenten stuurt. Sinds het midden van de jaren zeventig zijn ze weer totaal van elkaar losgekoppeld. De afgelopen twee, drie jaar zie je dat de totale vrijheid van de markten aan banden gelegd moet worden. Door de afwezigheid van politieke sturing gaan de ondernemingen zichzelf sturen en krijg je een merging mania: er worden monopolies gecreëerd om de markten toch nog te beheersen. Tegelijkertijd groeit de kloof tussen rijk en arm enorm snel. Zonder politieke verantwoordelijkheid valt het mechanisme om je maatschappij te stabiliseren weg. In de Verenigde Staten is de verhouding tussen de 10 procent armsten en de 10 procent rijksten één op vierhonderd. Dat is niet houdbaar."

De slinger is doorgeslagen.

"We moeten terug naar meer politieke verantwoordelijkheid. Als ik kijk naar de discussie over de actieve welvaartstaat, als ik uitspraken van Michel Camdessus (de vertrekkende topman van het IMF, RG) zie, dan zie je dat dat intellectuele besef gegroeid is. Het is nu de vraag wanneer het wordt omgezet in politieke daden."

Nog geen jaar geleden werd Oskar Lafontaine, toen Duits minister van Financiën, geliquideerd omdat hij het primaat van de politiek wilde herstellen.

"Net als Keynes in de jaren dertig was Lafontaine te vroeg. Maar het besef dat het zo niet verder kan, is er. Je hebt zwaluwen als Lafontaine, als Camdessus (wat men ook mag beweren), als de geëngageerde economen rond Attac. Je hebt de rapporten van Unctad. En nu is het wachten op de lente. Zal een koerscorrectie van de Amerikaanse markt leiden tot een wereldwijde neerwaartse spiraal of gaat men op tijd beseffen dat je instrumenten nodig hebt om zo'n correctie te beheren?"

Kan ons land een rol spelen in die discussie?

"In de loop van de jaren dertig hebben we een belangrijke rol gespeeld in die ontwikkeling. Nu moet het draagvlak de Europese Unie zijn. Met de euro heb je een potentieel instrument om een gedeelte van de wereldeconomie te reguleren. Alleen zijn er sinds de invoering geen nieuwe stappen gezet zijn voor een mondiale beheersstructuur. Bij de crisissen in '97-'98 zijn er voorstellen geformuleerd, maar toen bleek dat noch de Amerikaanse noch de Europese economie getroffen zouden worden, is heel die discussie weer als een pudding in elkaar gezakt."

Onlangs had u het in Knack over 'de dreigende mislukking van de EU'.

"Je zit met een dilemma: Europa moet uitbreiden, maar die uitbreiding kun je niet verteren met de verouderde institutionele set-up van de Unie. De spelregels moeten aangepast worden. Het probleem is dat de lidstaten het niet eens zijn over de uiteindelijke bedoeling van de Europese Unie. Er zijn twee mogelijkheden. Je zou kunnen gaan naar een verdieping met een clubje van zes of zeven landen en daarmee komen tot een federale opbouw van Europa. Dan sluit je wel een hele groep landen uit. Je kunt ook een verdieping organiseren die nauwere samenwerking toelaat tussen een groep landen, zelfs als andere landen het daar niet mee eens zijn. Het gevaar is dat je dan een soort Europa à la carte krijgt. Verhofstadt is een voorstander van die weg. Je zult enclaves van integratie krijgen, maar het gevaar is dat je dan op de duur geen gemeenschap, geen politieke unie meer hebt."

Wat vindt u ervan dat Centraal-Afrika weer een prioriteit is?

"Michel knoopt aan met het sterke voluntarisme dat ook de periode van Frank Vandenbroucke op Buitenlandse Zaken kenmerkte. Ook toen was er een grote dynamiek. Vandenbroucke startte in 1994 met wat men in diplomatieke kringen een carambolepolitiek noemde. Met bilaterale stoten probeerde hij de internationale gemeenschap te mobiliseren voor Centraal-Afrika. Hij vond dat we daar een morele - geen historische - verantwoordelijkheid hadden. Als het over Sierra Leone gaat, zal niemand naar ons kijken, maar als het over Centraal-Afrika gaat wel. Als wij geen initiatief nemen, gebeurt er niets."

In de kamercommissie Buitenlandse Zaken zei Erik Derycke: 'De realiteit is de meester van de politiek in dat gebied.'

"In het Frans zegt men: Il faut laisser le temps au temps. In sommige situaties zit je inderdaad geblokkeerd. Maar toch heb je de verdomde verantwoordelijkheid om te zien wat je zou kunnen doen en moet je voorbereidingen treffen voor het moment dat er wel iets mogelijk is. Daarom is België nu voorstander van de samenroeping van de humanitaire conferentie voor Kongo. Zo kan er onmiddellijk op de bal gespeeld worden als de toestand rijp is."

Vorige week ging de Afrika-brainstorming van Michel van start, deze week moet er al een 'concept' liggen. Gaat het niet te snel?

"Een concept is geen blauwdruk. Je moet nu geen tot in de puntjes uitgewerkt proces voor de volgende tien jaar hebben. Als je vertrekkende van een centraal concept begint met caramboles, creëer je immers neveneffecten die je op voorhand niet kan inschatten."

De indruk bestaat soms dat Michel niet altijd even doordacht te te werk gaat, dat het iets te veel vanuit de buik komt.

"Buitenlandse politiek wordt doorgaans gevoerd op basis van een aantal reflexen en ad hoc-reacties. Pas nadien vind je meestal de rode draad. Er is natuurlijk een verschil met Erik Derycke die zei dat Centraal-Afrika geen prioriteit was voor de Belgische regering. Als je iets verder teruggaat, zijn de verschillen minder groot. Het engagement van Michel doet me denken aan het strak voluntarisme van Vandenbroucke en Claes."

De heftigheid van onze reactie tegenover Oostenrijk of tegenover Pinochet is toch nieuw.

"Ik weet dat niet. Kijk naar de manier waarop Mark Eyskens in mei 1990 gereageerd heeft op de moordpartij in Lubumbashi of hoe Willy Claes geijverd heeft voor een democratisering in Kongo. De aandacht voor mensenrechten en democratisering is sinds het einde van de Koude Oorlog een rode draad geworden in het buitenlands beleid. Alleen is het kleine draadje nu iets dikker geworden. Natuurlijk heb je in het buitenlandbeleid altijd een aantal niches waarbinnen een minister zich kan profileren. Michel doet dat nu in de dossiers-Haider en -Pinochet. Het resultaat is dat men België op de diplomatieke scène weer ontdekt heeft. Als het dan toch de bedoeling is van de regering om de imago van België in het buitenland te herstellen, dan doet hij dat zeer goed."

Hoe reageren de diplomaten? Verslikken ze zich af en toe in hun koffie?

"In het begin vreesde ik dat de kloof tussen Michel en de administratie vrij groot was. Nu lijkt het beter te gaan. Bovendien is ook intuïtie enorm belangrijk. Als je een ontzettend fijne neus voor nationale en internationale machtsverhoudingen hebt en goed samenwerkt met je departement, ben je een zeer groot minister van Buitenlandse Zaken. Spaak was zo iemand: hij had een ontzettend grote intuïtie, bijzonder veel lef en gaf heel veel vertrouwen aan zijn administratie. Maar was hij een groot intellectueel die precies wist wat er in elk dossier stond? Neen. Hij wist zich ook altijd in het centrum van de macht te positioneren. Voor Michel geldt hetzelfde: dat hij vice-premier is, opent veel mogelijkheden. Potentieel is hij een groot minister."

Wie zijn intuïtie volgt, moet zich wel hoeden voor een uitschuiver.

"Als je niets doet, maak je geen fouten, maar krijg je ook geen plaats in de geschiedenis. Ministers als Spaak en Harmel hebben zich een paar keer boven de rest verheven en hebben risico's genomen. Daardoor zijn ze geslaagd. Anderen die dat niet gedaan hebben, zijn verdwenen in de plooien van de geschiedenisboekjes."

'Als je een fijne neus voor machtsverhoudingen hebt en goed samenwerkt met je departement, ben je een groot minister van Buitenlandse Zaken. Potentieel is Michel dat'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234