Zondag 02/10/2022

Bestrijd enkel de vijand die je kent

Wat beweegt er 'gewone' mensen toe terreurdaden te plegen? Die vraag probeert Louise Richardson te beantwoorden in Wat terroristen willen. Malise Ruthven op zijn beurt maakt een analyse van het begrip fundamentalisme in verscheidene godsdiensten en de weerslag daarvan op onze huidige maatschappij.

door Hans Muys

Veertien jaar was Louise Richardson toen Britse soldaten op Bloody Sunday, nu 25 jaar geleden, een bloedbad aanrichtten onder Republikeinse betogers in het Noord-Ierse Londonderry. En het meisje dat opgroeide op het katholieke Ierse platteland reageerde met zoveel afschuw dat ze "nog diezelfde dag lid was geworden van het IRA als ze mij hadden geaccepteerd". Maar dat gebeurde niet, en als studente in Dublin kwam Richardson tot de conclusie dat zowel de aanhangers als de tegenstanders van het IRA zich schuldig maakten aan zwart-witmythevorming. Toch bleef de vraag waarom 'gewone mensen' terreurdaden plegen haar bezighouden, ook toen ze aan de Amerikaanse Harvarduniversiteit internationale betrekkingen ging doceren. Maar het bleef "een hobby", want het terrorisme was in de jaren negentig slechts een "marginaal vakgebied".

Dat veranderde op 9/11 en sindsdien hebben 'antiterreurexperts' massa's boeken op de wereld losgelaten. Die vielen vaak meer op door bevooroordeeldheid dan door feitenkennis. Daarom mogen we blij zijn dat Richardson haar lange studie van het terrorisme heeft gebundeld.

Dat boek gaat ervan uit dat je de vijand moet kennen om hem te kunnen bestrijden en daartoe een bijdrage wilt leveren. Enerzijds laat de auteur er geen twijfel over bestaan dat "volgens mij niemand het recht heeft om niet-strijdende burgers te doden"; anderzijds klaagt ze de ondoeltreffendheid aan van een antiterreurbeleid "dat is gebaseerd op het idee dat terroristen eendimensionale misdadigers en psychopaten zijn".

Wie ze dan wel zijn, wat hen drijft en waar ze vandaan komen, wordt beschreven in het eerste deel van het boek. Voor Richardson is terrorisme "opzettelijk geweld tegen burgers met een politiek doel", dat wordt gehanteerd door "groepen die snel verandering teweeg willen brengen maar niet over het aantal aanhangers beschikken om de meerderheid te krijgen in democratieën of een levensvatbare militaire campagne op te zetten". Daarna gaat ze terug in de tijd. Eerst naar de oorsprong van dat "oeroude politieke fenomeen", waarvan de eerste exponenten als de (joodse) zeloten en de (moslim) assassijnen actief waren in het Midden-Oosten, dat ook nu nog hét terroristische strijdperk blijft. Vervolgens beschrijft ze de verschillende soorten terroristische groepen die de voorbije tijd actief waren en zijn. Van de sociaal-revolutionairen als de Rote Armee Fraktion tot de maoïsten van het Lichtend Pad en van de radicaal-nationalisten van het IRA en de ETA tot de fundamentalistische moslimgroepen die nu voor zoveel paniek zorgen.

Richardson geeft niet één kant-en-klare oorzaak voor het terrorisme. Wel maakt ze korte metten met een reeks vooroordelen. Nee terroristen zijn niet gek maar weten goed wat ze doen. En nee, religie is vaak een belangrijke maar zeker niet de enige oorzaak, evenmin als ongelijkheid of armoede. Uiteindelijk vat ze de drijfveren samen als "een dodelijke cocktail van persoonlijke frustratie, een groep die terrorisme mogelijk maakt en een ideologie die dat legitimeert", maar daar kom je niet veel verder mee.

Over de motieven die de daders drijven, is Richardson wel kort en duidelijk. Wraak speelt bijna altijd een rol. Ook het verlangen naar roem is een factor. En het uitlokken van een reactie is vaak onderdeel van de planning van terreurdaden. Wat 9/11 zo belangrijk maakte, was niet alleen het aantal slachtoffers maar ook dat die drie motieven allemaal speelden: wraak voor wat de VS volgens Al Qaida aanrichten in de wereld; roem voor de in Amerika gediaboliseerde maar door miljoenen moslims bewonderde Bin Laden en een Amerikaanse (over)reactie die het eigen prestige schaadde en dat van Al Qaida versterkte.

Over die Amerikaanse reactie gaat het tweede deel van het boek. Daarin neemt de auteur de manier waarop George Bush zijn kruistocht tegen het terrorisme ontketende op de korrel. Ze maakt, logisch maar voorspelbaar, brandhout van twee cruciale aspecten: de manier waarop een niet-bestaand verband werd gelegd tussen de daders van de aanslagen en het Saddambewind in Bagdad en de zinloosheid van de 'Lange Oorlog tegen het terrorisme' die eind 2001 begon. Een strijd die overigens niet gewonnen kan worden.

Richardson analyseert niet alleen maar legt de beleidsmakers ook een aantal concrete suggesties voor om het terrorisme doeltreffend te kunnen aanpakken. Ze pleit voor verdedigbare en haalbare doelstellingen, in plaats van een vage 'oorlog tegen de terreur'. Ze waarschuwt dat de eigen waarden niet mogen worden opgeofferd, want "democratische principes zijn geen hinderpaal maar juist het sterkste wapen in ons arsenaal". Ze onderstreept het belang van kennis van de vijand en biedt daartoe zelf een belangrijke bijdrage. En ze breekt een lans voor internationale samenwerking in de strijd tegen het terrorisme.

Wat terroristen willen zou nog nuttiger zijn geweest als het een jaar of zeven geleden was verschenen, maar het blijft ook nu nog een boek waarmee iedereen die dat verschijnsel beter wil begrijpen zijn of haar voordeel kan doen.

Datzelfde kan worden gezegd van een nieuw boek over een ander heet hedendaags hangijzer, dat trouwens vaak wordt gekoppeld aan het terrorisme: het religieus fundamentalisme. Auteur Malise Ruthven staat vooral bekend als islamkenner en besteedt dan ook de nodige aandacht aan de stroming die ons vooral bezighoudt: het moslimfundamentalisme. Maar zoals de ondertitel 'zoektocht naar de betekenis van een woord' al aangeeft, graaft hij dieper. Uitgangspunt is zijn vaststelling dat het eind negentiende eeuw door Friedrich Nietzsche doodverklaarde Opperwezen aan een spectaculaire herrijzenis bezig is binnen vrijwel alle monotheïstische godsdiensten. Dat dat religieuze fundamentalisme "de voornaamste bron van conflicten geworden sinds de Koude Oorlog" is overtrokken. Want het mag dan de rol hebben overgenomen van "oude ideologieën" als het marxistisch-leninisme, het nationaal-socialisme' - en volgens Ruthven merkwaardig genoeg ook het 'anti-kolonialisme' - maar zoals op de Balkan en in Rwanda bleek, zijn er nog heel wat andere redenen om bloed te vergieten.

Wat niet belet dat we moeten leven met de gevolgen van religieus fundamentalisme, een "ideologie" waarbinnen Ruthven naast onderlinge verschillen heel wat "familiegelijkenissen" signaleert. Dat fundamentalisten slechts één waarheid aanvaarden bijvoorbeeld. Of de neiging tot een letterlijke interpretatie van teksten die zij vereren, of die nu Koran of Bijbel heten.

Wat hen ook bindt, is de voedingsbodem van waaruit fundamentalisten ageren sinds de term aan het begin van de twintigste eeuw door Amerikaanse protestanten werd uitgevonden. Zij schreven toen een boek uit protest tegen wat zij beschouwden als de erosie van hun "fundamentele geloofsovertuiging" en dat verzet tegen de moderniteit blijft de rode draad door alle fundamentalistische stromingen. Want pluralisme, diversiteit en multiculturaliteit, typische kenmerken van die moderniteit, zijn onverenigbaar met de enige juiste leer die fundamentalisten aanhangen en moeten bestreden worden.

Voor wie De wrake Gods van Gilles Kepel heeft gelezen voegt Fundamentalisme niet veel nieuws toe. Maar gezien de rol die het fundamentalisme speelt in de wereld en de misvattingen die erover bestaan, werd het toch tijd voor een hedendaagse handleiding. Die is er nu.

Louise Richardson

Wat terroristen willen

Oorspronkelijke titel: What terrorists want

Vertaald door Jérôme Gommers en Arie van der Ent

Contact, Amsterdam/Antwerpen, 352 p., 34,90 euro

Malise Ruthven

Fundamentalisme

Oorspronkelijke titel: Fundamentalism, the Search for Meaning

Vertaald door Albert Witteveen

Ambo, Amsterdam, 188 p., 18,95 euro

Richardson maakt korte metten met een aantal vooroordelen. Nee, terroristen zijn niet gek en nee, religie is zeker niet de enige oorzaak

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234