Woensdag 06/07/2022

'Bijnadoodervaring blijft medisch onverklaarbaar'

geneeskunde

grootschalig onderzoek naar bijnadoodervaringen kan controverse niet oplossen

Klassieke medisch-wetenschappelijke verklaringen voor bijnadoodervaringen kwamen grosso modo hierop neer: het fenomeen zou te wijten zijn aan een zuurstoftekort in de hersenen, aan medicatie of aan angst voor de dood. Een grootschalige studie ging na of die het fenomeen ook echt wel volledig kunnen verklaren. Dat blijkt niet het geval, schrijft het Britse medische blad the Lancet vandaag.

Brussel / Eigen berichtgeving

Nathalie Carpentier

Bijnadoodervaringen blijven de gemoederen verhitten. Zopas nam de artsenkrant de KU Leuven nog zwaar op de korrel (DM 14/12), omdat die een doctoraat had uitgereikt aan een criminologe voor een proefschrift over bijnadoodervaringen. Vandaag brengt ook the Lancet een uitgebreide studie over het fenomeen. Geloof of scepsis tegenover de ervaring doet er voor hoofdonderzoeker professor Pim van Lommel van het Nederlandse Rijnstate Hospitaal uit Arnhem niet toe. "Ik ben zelf cardioloog. Veel mensen die na een hartstilstand gereanimeerd zijn, melden een bijnadoodervaring. Het doet er niet toe of ik erin geloof of niet. Deze studie zoekt een verklaring voor die ervaringen."

Van Lommel bestudeerde 344 patiënten die na een hartstilstand gereanimeerd waren. In tegenstelling tot eerder onderzoek, waarbij patiënten soms pas vijf jaar na hun bijnadoodervaring werden ondervraagd, interviewden Van Lommel en zijn team de patiënten enkele dagen tot maanden na de reanimatie. Zes procent van hen zei een oppervlakkige bijnadoodervaring te hebben meegemaakt, aldus Van Lommel. "Ze hadden het gevoel dat ze dood waren. Ze voelden geen pijn meer en waren gelukkig." Bij 12 procent ging de ervaring dieper. "Ze konden niet alleen zichzelf zien liggen, maar zagen ook het licht en de tunnel. Ze ontmoetten ook overleden familieleden." Niemand omschreef die bijnadoodervaring als beangstigend. De rest van de hartpatiënten (82 procent) had die ervaring niet.

De onderzoekers interviewden de patiënten na twee en acht jaar opnieuw. De meesten konden "hun ervaring bijna exact navertellen". Ook waren patiënten duidelijk veranderd, schrijft Van Lommel. De meesten die geen bijnadoodervaring hadden, geloofden niet in leven na de dood. Bij de andere groep patiënten was dat wel het geval. "Ze waren niet bang voor de dood en geloofden sterk in leven na de dood."

De klassiek geopperde medische, farmacologische of psychologische oorzaken geven geen sluitende verklaring voor het fenomeen, besluit Van Lommel. "Waarom had 18 procent wel een bijnadoodervaring en 82 procent van hen niet? Dat blijft onduidelijk. Ze zijn nochtans allemaal klinisch dood geweest. Een verklaring voor het fenomeen hebben we niet. We kunnen alleen zeggen dat de oorzaken die tot nu naar voren zijn geschoven niet kloppen." Toekomstige studies moeten zich richten op verifieerbare aspecten van het fenomeen, want die zijn er wel degelijk, stelt van Lommel. "Subjectieve gegevens kun je uiteraard niet aantonen. Je kunt niet bewijzen dat een schilderij mooi is of dat iemand zich verdrietig voelt. Uit nabijedoodervaringen moet je ook aspecten oplichten die te verifiëren zijn." Daarmee doelt Van Lommel onder meer op volgend verhaal van een verpleegster. "Een patiënt wordt in diep comateuze toestand binnengebracht. De man krijgt beademing en moet daarvoor een buisje in de keel krijgen. De verpleegster ziet dat de man een kunstgebit heeft en haalt het eruit. De man wordt anderhalf uur lang behandeld, maar blijft in coma. Wanneer de verpleegster een week later zijn kamer binnenstapt, spreekt de patiënt haar aan: 'Jij bent de verpleegster die weet waar mijn kunstgebit ligt.'"

De conclusies van zijn onderzoek zijn volgens Van Lommel duidelijk. "Het bewustzijn kan blijkbaar los functioneren van de hersenen. Hoe is het anders mogelijk dat je tijdens een periode waarin de hersenen niet meer werken en een vlak EEG vertonen toch volledig bij bewustzijn kunt zijn? Iedereen gaat ervan uit dat het bewustzijn een product is van de hersenen. Dat idee is nooit bewezen. Tijdens zo'n ervaring kan iemand herinneringen uit zijn hele leven zien voorbijflitsen. Waar zit die herinnering dan als de hersenen op dat ogenblik niet functioneren?" Dat hij zich met dit soort onderzoek op glad ijs begeeft, betwist Van Lommel. "Dit soort studies is altijd wat bedreigend. Maar met alle gegevens heb je wel een indirect bewijs dat die ervaringen reëel zijn." Niet iedereen deelt die mening. In een commentaarstuk in the Lancet schrijft Christopher French dat niemand eigenlijk precies weet wanneer patiënten hun ervaring juist hadden. Tijdens die vlakke EEG of terwijl ze naar die toestand evolueerden? French schuift "valse herinneringen" naar voren als mogelijke verklaring.

Kritiek die hoofdredacteur Peter Backx van de artsenkrant bijtreedt. Hoewel hij zich gisteren laatdunkend uitliet over dergelijk onderzoek, heeft hij echter minder moeite met de studie in the Lancet. "Het hangt ervan af hoe je het onderwerp behandelt. Ik heb niets tegen onderzoek naar bijnadoodervaringen. Je mag alleen uit een gebrek aan wetenschappelijke bewijzen niet de conclusie trekken dat er dan een transcendentale dimensie aan vastzit. Dat vind ik bij de haren getrokken. Ik ben er honderd procent zeker van dat we ooit een wetenschappelijke verklaring zullen vinden."

'Blijkbaar kan het bewustzijn los functioneren van de hersenen', besluit de onderzoeker

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234