Dinsdag 27/09/2022

InterviewBiostatisticus Tom Wenseleers

Bioloog Tom Wenseleers: ‘Covid is nog geen griep, laat staan een verkoudheid’

Bioloog Tom Wenseleers: 'De privacywetgeving heeft tijdens de pandemie veel levens gekost.' Beeld Rebecca Fertinel
Bioloog Tom Wenseleers: 'De privacywetgeving heeft tijdens de pandemie veel levens gekost.'Beeld Rebecca Fertinel

Hij zat zelden in de tv-studio’s, maar stond vaak in de krant. Internationale experts volgen zijn werk op de voet. Maak kennis met Tom Wenseleers (48), de bioloog die haast per toeval een epidemie-expert werd. ‘Covid is nog geen griep, laat staan een verkoudheid.’

Joël De Ceulaer

“Noem het maar een uit de hand gelopen hobby”, lacht evolutie­bioloog en bio­statisticus Tom Wenseleers. “Ik ben er een beetje ingerold. Vooral uit nieuwsgierigheid, omdat het een groot probleem was dat iedereen bezighield, en ik wilde weten wat ons te wachten stond. En wat ook mee­speelde: helemaal in het begin belandde de collega van mijn broer op intensieve zorg – een gezonde vrouw van 37 jaar oud. Ik had, via berichtjes, wat contact met haar, terwijl ze daar lag. Dat maakte wel indruk.”

Voor een hobby kan de bijdrage van Wenseleers aan het corona­onderzoek wel tellen: de paper die hij over de zogenaamde Britse variant – nu bekend als alfa – schreef, verscheen in het wetenschappelijke toptijdschrift Science en werd al meer dan 2.000 keer geciteerd. “Het is nu mijn meest geciteerde paper geworden”, zegt hij. “Ik kon aantonen dat die variant oprukte omdat hij besmettelijker was. Het was geen rocket­science, maar vandaag is mijn berekeningsmethode de internationale standaard geworden.

“Ik word af en toe gevraagd door de Wereld­gezondheids­organisatie om mee te vergaderen over de modellen, nu ook met ­monkeypox, en het tijdschrift Nature vroeg me net om input over BA.2.75, de nieuw oprukkende variant in India. Het neemt veel tijd in beslag, terwijl ik eigenlijk met heel andere dingen bezig ben.”

Wat is uw onderzoeks­gebied?

“Dat is redelijk breed. Zo heb ik de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de evolutie van antibiotica­resistentie bij bacteriën. Maar het werk waar ik het bekendst om ben, is dat rond de evolutie van coöperatief gedrag. Ik test samen met mijn collega’s theorieën over de oorsprong van sociale gemeenschappen. Sociaal gedrag kan gebaseerd zijn op genetische verwantschap: je helpt graag familie­leden. Maar ik ontdekte dat ook sociale druk een grote rol kan spelen. Niet alle vormen van coöperatief gedrag zijn vrijwillig.”

De mens is een gedwongen samen­werker?

“Mensen kunnen samenwerken omdat ze gestraft worden als ze dat niet doen. Dat zien we ook bij sociale insecten: altruïsme is voor een stuk gebaseerd op sociale dwang. Bij honing­bijen ontdekte ik dat egoïstische individuen die zelf eitjes leggen ten koste van de groep door de andere werksters in de korf worden aangevallen. Bij de mens speelt sociale bestraffing ook mee. En er is de factor reputatie: wie zich coöperatief opstelt, krijgt een betere reputatie en dat kan op lange termijn voordelig zijn.”

Wanneer begon u corona te bestuderen?

“Ik volgde de cijfers van meet af aan. Ik zag vrij snel dat de reproductie­waarde van het virus heel hoog lag, terwijl de inschattingen van een aantal andere experts over het aantal te verwachten doden heel laag was. Sciensano had berekend dat er in het slechtste geval driehonderd doden zouden kunnen vallen in België. Absurd! Toen ik dat hoorde, dacht ik dat ik als theoretisch bioloog misschien kon helpen bij het opstellen van hun modellen.”

Welke fout maakten ze?

“Ze hadden gewoon de regel van drie gebruikt, op de verkeerde manier: zoveel doden in Wuhan, zoveel inwoners in vergelijking met België, en dus zoveel doden in België. Ik dacht eerst nog dat ze achter de schermen wel beter wisten, en dat ze die voorspelling deden om mensen gerust te stellen. Maar toen ik later verslagen van de Risk Assessment Group zag, besefte ik dat ze het echt zo hadden berekend. Ze hadden een statische reken­som gemaakt, terwijl je voor een epidemie uiteraard een dynamisch model nodig hebt.”

Wat leerden uw modellen?

“Ik zag meteen dat het uit de hand kon lopen. Er waren data over dat cruise­ship: één op de honderd geïnfecteerde passagiers was overleden. Als je dat percentage extrapoleerde naar de wereldbevolking, kwam je aan enorme getallen: misschien tot tegen de 40 miljoen doden, 55.000 voor België. Finaal maakte covid tot dusver naar schatting 22 miljoen doden wereldwijd. In België 32.000. En zonder vaccins was de dodentol minstens twee keer zo hoog geweest. Ik was ook sceptisch toen ik hoorde dat wij beter voorbereid waren dan China. Daar werden nood­hospitalen gebouwd, wij hadden niet eens mond­maskers.”

Hoe staan we er nu voor?

“Ik denk dat het de goede richting uitgaat. Het probleem is nu het grote aantal mensen dat besmet wordt. De sterfte­cijfers en het percentage geïnfecteerden dat op intensieve zorg terechtkomt, gaat drastisch omlaag. Met de omikron­variant BA.1 werd de helft van de Belgische bevolking besmet. Met BA.5 zal dat ongeveer een derde worden: dat is de zomer­golf die sinds ongeveer 1 juli weer aan het dalen is.”

BIO

* geboren op 2 november 1973 in Antwerpen * doctor in de biologie (KU Leuven) * hoogleraar evolutiebiologie en biostatistiek (KU Leuven) * werkt mee aan de Genomic Surveillance Group (UZ Leuven)

Doen we nog genoeg om besmettingen de kop in te drukken?

“Wat ik het liefste zou zien, is dat iedereen een nieuwe booster had gekregen. Dan zouden we goed gewapend zijn voor de herfst. Ik vermoed dat veel dosissen dreigen te vervallen, en die had men beter uitgedeeld aan wie ze wilde. Nu moeten we het in zekere zin hebben van de besmettingen. En hoe minder besmettingen deze zomer, hoe slechter we er zullen voorstaan in de herfst en de winter.”

Bestaat er dan zoiets als groeps­immuniteit?

“Sinds omikron zijn alle golven telkens gekeerd door groeps­immuniteit. Dat is een totaal niet-­controversiële stelling. Zodra een bepaald percentage is besmet, dalen de curves. Als er dan een nieuwe variant opduikt die het immuun­systeem kan omzeilen, is er een nieuwe golf. Het positieve is dat bij elke golf de ernst van de symptomen lijkt af te nemen. En dat het percentage dat sterft of op intensieve zorg terechtkomt, ook telkens kleiner wordt.”

Richten herinfecties cumulatieve schade aan, zodat het risico voor je gezondheid op lange termijn almaar toeneemt, of is dat een mis­verstand?

“Er is bij elke herinfectie weliswaar een kans dat het misgaat, maar soms wordt die cumulatieve schade toch wat te dramatisch voorgesteld. Alle gegevens laten een reductie in ziekte-­ernst zien na herinfectie. De exacte cijfers over landurige neven­schade van covid blijven trouwens ook nog enigszins onduidelijk. In het Verenigd Koninkrijk zou 2 procent van de bevolking met klachten op langere termijn kampen.”

Dat is toch enorm.

“Dat is een enorm cijfer. Maar het gaat om zelf­rapportering, dus daar zit een vertekening op. Ik hou ook niet van de term ‘long covid’, omdat het niet duidelijk is wat men eronder verstaat. Ik zou graag gedifferentieerde cijfers zien. Wie heeft maanden na de infectie zijn geur nog niet terug? Wie heeft symptomen van chronische vermoeidheid? Wie heeft hart- of long­schade? Wie kan niet meer werken? En hoe snel zullen deze problemen eventueel nog verdwijnen? Daar hebben we allemaal nog geen duidelijk zicht op.”

Weten we al welke mensen genetisch bevoordeeld of benadeeld zijn?

“Het risico op ernstige symptomen is afhankelijk van individuele gezondheids­factoren, maar heeft ook een genetische component. Het risico zit dus sterk geconcentreerd bij bepaalde delen van de bevolking. Maar er is meer onderzoek nodig naar die genetische factoren. Het delen van medische data blijft helaas een teer punt. Door de zogenaamde GDPR-regels, die de privacy moeten beschermen, hebben we dikwijls geen data van grote populaties. Daardoor missen we statistische reken­kracht.”

Hoe hinderlijk is dat?

“De privacy­wet­geving heeft al veel levens gekost, daar ben ik van overtuigd. Zonder die bescherming van medische gegevens hadden we sneller gegevens gehad over pakweg de ziekte-­ernst van nieuwe varianten of over wie we prioriteit moeten geven bij vaccinatie. In principe zijn alle data beschikbaar, maar we mogen ze niet bij elkaar leggen om er statistiek op los te laten.”

Klaar voor een boostervaccinatie. 'Iemand van 50 die gevaccineerd is loopt meer risico dan een jongere die niet gevaccineerd is. Daarom vaccineren we van oud naar jong.' Beeld ANP
Klaar voor een boostervaccinatie. 'Iemand van 50 die gevaccineerd is loopt meer risico dan een jongere die niet gevaccineerd is. Daarom vaccineren we van oud naar jong.'Beeld ANP

Maar we kennen de risico­groepen toch?

“We weten veel. Dat er bijvoorbeeld een exponentieel effect is qua leeftijd: iemand van 50 die gevaccineerd is loopt meer risico dan een jongere die niet gevaccineerd is. Daarom vaccineren we van oud naar jong. Maar andere risico­factoren zouden we veel preciezer in kaart kunnen brengen, waardoor we veel gerichter uitnodigingen voor vaccinatie zouden kunnen versturen. Voor wetenschappers die met data werken, is dat een bron van grote frustratie geweest, in de loop van de hele pandemie.”

U hebt zich begin dit jaar min of meer bewust laten besmetten, vlak na uw booster, schreef u op Twitter. Dat was controversieel, want andere experts raden aan om besmetting zo lang mogelijk te vermijden.

“Ik heb daar inderdaad kritiek op gekregen: velen konden niet begrijpen dat ik het als een rationele keuze zag om me min of meer bewust te laten besmetten. Enfin, ik heb de besmetting niet actief opgezocht, maar heb gewoon beslist om geen voorzorgen te nemen toen mijn vrouw en mijn zoontje besmet waren. Ik ben dus niet naar een covid­feestje geweest. Maar het is nogal moeilijk om met een kind van 3,5 aan social distancing te doen. En aangezien ik pas een booster had gekregen, ging ik ervan uit dat ik het beter op dat moment kon krijgen dan later.”

Waarom precies?

“Een nieuwe booster zou ten vroegste voor het najaar zijn. En de kans dat ik voor die tijd besmet zou raken, was heel groot, wist ik ook. Ik maak deel uit van de actieve bevolking en sta voor volle aula’s les te geven. Gegeven de omstandigheden leek besmetting mij toen de optimale keuze. En niemand kan het mij kwalijk nemen, want de keuze was altruïstisch: omdat ik wist dat ik besmet zou worden, heb ik mijzelf geïsoleerd. Als je besmet wordt zonder het te weten, kun je nog veel andere mensen besmetten.”

Komen de nieuwe boosters en de aangepaste vaccins te laat?

“In mijn ogen wel. De aan omikron aangepaste vaccins zijn vrijwel hetzelfde als de originele vaccins. Er is wetenschappelijk gezien werkelijk geen enkele reden om aan te nemen dat de veiligheid zou verschillen. En de effectiviteit van een aangepast vaccin kan alleen maar beter zijn.

“Toch moeten aangepaste vaccins opnieuw allerlei testen doorlopen van het Europees genees­middelen­agentschap. Dat leidt tot vertragingen, terwijl massa­productie niet meer dan drie maanden in beslag neemt. Ik begrijp sommige afwegingen niet. Zo vond ik het ook jammer dat we niet met levend verzwakt virus konden vaccineren.”

Hoe zou dat werken?

“Als je het stukje van het virus dat trans­missie van mens op mens mogelijk maakt wegknipt, dan is het niet meer overdraagbaar. En het belangrijkste: in een dier­model bleek zo’n aangepast virus ook niet meer ziek­makend. Ik heb altijd gevonden dat het beter was om daarmee te vaccineren als je weet dat anders toch bijna de hele wereld­bevolking besmet zou raken met het niet-­verzwakte virus. Dit soort vaccins zouden in principe ook beter zijn bij het blokkeren van trans­missie naar anderen. Maar vaccins waar virus in zit dat nog kan repliceren, is vandaag not done, terwijl het vroeger de standaard was.”

Is men te voorzichtig geworden?

“De wetgeving en de veiligheids­normen zijn steeds strenger geworden, en op zich is dat natuurlijk goed. Maar ik denk dat men andere afwegingen had gemaakt mocht men in het recente verleden nog een stevige pandemie hebben meegemaakt. De schade die dit virus heeft aangericht, is enorm. Omikron heeft dit jaar in België nog 3.500 doden gemaakt, de zomer­golf met BA.5 zal nog iets van een 500 levens kosten. Wereldwijd laten cijfers van over­sterfte zien dat covid dit jaar alleen nog 4,3 miljoen doden maakte.”

Tom Wenseleers: ‘Tegen 2050 verwachten we dat wereldwijd tien miljoen mensen per jaar zullen sterven aan bacteriën waartegen geen antibiotica meer helpen.’ Beeld Rebecca Fertinel
Tom Wenseleers: ‘Tegen 2050 verwachten we dat wereldwijd tien miljoen mensen per jaar zullen sterven aan bacteriën waartegen geen antibiotica meer helpen.’Beeld Rebecca Fertinel

Wat brengt het najaar?

“Alle andere respiratoire virussen hebben een seizoens­patroon. Hoe komt dat tot stand? Doordat mensen in de winter meer binnen­zitten, dat speelt zeker mee – bijvoorbeeld bij griep. Maar wat ook mee­speelt, is dat mensen in de zomer niet besmet worden, waardoor de immuniteit in de populatie daalt, en we in de winter opnieuw vatbaar zijn.

“Die twee factoren spelen samen, dat is nu eenmaal een feit. Dus ik verwacht wel een golf in het najaar, mogelijk met de oprukkende variant BA.2.75, maar de gegevens op dit ogenblik geven aan dat dit geen grote golf zou worden. En dat er minder doden zouden vallen dan bij de BA.5-­golf.”

Gaat het virus ooit nog weg?

“Het gaat niet meer weg, tenzij er vaccins komen die trans­missie blokkeren. En een griep is het nog niet. Griep maakt in ons land gemiddeld 1.000 doden per jaar. Omikron zal dit jaar waarschijnlijk nog zeker vier keer zoveel slacht­offers maken. Wereldwijd zijn er dit jaar nog tien keer meer doden gevallen dan het aantal doden dat influenza maakt op een heel jaar. Dus daar zijn we nog lang niet, laat staan dat het een verkoudheid zou zijn. Over enkele jaren misschien. Maar het is nu een risico geworden dat de meesten aanvaardbaar zullen vinden.”

U hebt zich niet gemengd in de discussies over lucht­kwaliteit en de manier waarop het virus wordt over­gedragen.

“Nee, ik heb mij daar niet in gemengd. Dat het virus door de lucht wordt over­gedragen, was al in het begin redelijk duidelijk. Daar bestaat geen twijfel over. Maar die kennis maakt de bestrijding van het virus niet makkelijker. Ik kan niet inschatten wat het precieze effect zou zijn van betere ventilatie en lucht­reiniging, dat laat ik liever over aan de ingenieurs. Ik weet dat een aantal mensen heel fanatiek zijn wat betreft die lucht­kwaliteit, en ik zie dat het debat opnieuw oplaait, maar nu over ­monkeypox.”

Dat virus zou volgens sommigen ook airborne zijn, zoals dat heet.

“En dat is volledig in strijd met de epidemiologische data. We zien nu dat vooral mensen met wisselende contacten in de homo­gemeenschap met een geschiedenis van seksueel overdraagbare ziekten verantwoordelijk zijn voor de besmettingen met ­monkeypox: 99,4 procent van de infecties doet zich momenteel voor bij mannen. Als het via de lucht zou worden over­gedragen, had het virus al veel meer vrouwen en kinderen besmet.”

Grijpt de wereld deze keer wel op tijd in? In New York en San Francisco is nu de noodtoestand uitgeroepen en de Wereldgezondheidsorganisatie heeft het nog maar sinds enkele dagen over een belangrijk internationaal gezondheidsrisico.

“Monkeypox had twee maanden geleden al een internationale urgentie moeten zijn. Nu zit het al in 78 landen, en kennen we al 18.000 bevestigde gevallen – in de praktijk zijn dat er natuurlijk veel meer. Ik denk dat we in deze fase het probleem alleen nog maar kunnen indijken door te sensibiliseren en risico­groepen te vacccineren. Dat is sowieso iets wat er vroeg of laat moet aankomen.

“Ik ben nog net van een generatie die gevaccineerd werd tegen de pokken. Doordat jonge mensen dat niet meer zijn, worden we vatbaarder voor verwante virussen. Het is maar een kwestie van tijd voor een dodelijkere stam uit Centraal-Afrika zich verspreidt.”

Dan moeten we opnieuw baby’s vaccineren?

“Dat denk ik wel. Als zo’n stam opduikt, komt er wellicht opnieuw een pokken­vaccin bij de geboorte. Wij zouden als land ook sneller kunnen beslissen om het pokken­vaccin van de nieuwste generatie nu al te gebruiken voor ­monkeypox. In de VS is dat al sinds 2019 aanvaard.”

Zo zien monkeypox eruit vanbinnen en vanbuiten. 'De aanpak van ­monkeypox is weer een mooie case­study om te zien hoe snel de wereld zich kan organiseren.' Beeld AP/REUTERS
Zo zien monkeypox eruit vanbinnen en vanbuiten. 'De aanpak van ­monkeypox is weer een mooie case­study om te zien hoe snel de wereld zich kan organiseren.'Beeld AP/REUTERS

Is Europa te voor­zichtig?

“Ik vind het niet altijd nodig om te wachten op de Europese goed­keuring. Verschillende Europese landen hebben beslist om te vaccineren onder informed consent: dan tekent elke gevaccineerde een formulier waarop staat dat hij de voordelen en de risico’s begrijpt. Maar men is bang dat zo’n snelle procedure het vertrouwen bij mensen zou ondermijnen. Nu goed, ook los daarvan is de aanpak van ­monkeypox weer een mooie case­study om te zien hoe snel de wereld zich kan organiseren om dit soort ziekte onder controle te houden.”

Heeft corona ons niet geleerd dat Europese landen daar buiten­gewoon slecht in zijn? Maatregelen werden altijd te laat ingevoerd en te vroeg weer gelost.

“Er zit veel inertie in het systeem, dat is zo. Daarom komen vele beslissingen wat te laat. Maar het is nu gemakkelijk praten. Het was een zeer complex probleem, omdat men met zo veel verschillende factoren rekening moest houden. Het was moeilijk om objectief te bepalen wat de grote prioriteit moest zijn: infecties, opnames, gezonde levens­jaren?”

In het begin: het plat­slaan van de curve, het laag houden van het aantal infecties.

“Dat had misschien gekund vóór de vaccins er waren, daar ben ik het mee eens. Maar met de komst van de vaccins is alles veranderd. Er is geen brede steun van de bevolking meer voor ingrijpende maatregelen. Als je dan toch zou door­duwen, eindig je met een revolutie. We zaten er nu al niet ver af, met betogingen zoals La Boum en een los­geslagen militair met oorlogs­wapens (Jürgen Conings, red.) die achter Marc Van Ranst aan­ging. Vaccins eerder goedkeuren was een optie geweest, maar dan zouden anti­vaxers moord en brand hebben geschreeuwd. Zeer ironisch, want ze laten zichzelf niet prikken.”

Er was onlangs veel te doen over de neus­wissers die in het begin van de pandemie werden gebruikt. Deugden die nu of niet?

“Daar was niets mis mee. Een wisser moet proper zijn, meer niet.”

Maar er zijn toch voorwaarden die stipuleren dat ze steriel moeten zijn?

“Uiteraard werken medici graag met optimale middelen. Maar die wissers hebben in de omstandigheden van toen hun werk goed gedaan. Beter een niet-­gecertificeerde wisser dan geen wisser. Soms is de pers erg inconsequent. Als er geen ideale mond­maskers zijn, klaagt men dat er geen katoenen maskers worden aangeraden. Als er geen ideale wissers zijn, is het ineens een schande dat men gewone wissers gebruikt. Als het maar controverse oplevert. Daaraan heb ik mij wel geërgerd.”

U onderzoekt ook bacteriën die resistent worden tegen antibiotica. Boeken we daar vooruit­gang, of komen er super­bacteriën op ons af?

“Dat is de volgende crisis: meer en meer resistente bacteriën. Tegen 2050 verwachten we dat wereldwijd tien miljoen mensen per jaar zullen sterven aan bacteriën waartegen geen antibiotica meer helpen. Men moet meer investeren in het ontwikkelen van nieuwe antibiotica. Mijn ex-vrouw is bijna gestorven aan MRSA, de ziekenhuis­bacterie: bij het dicht­schroeien van een adertje in de neus was ze besmet geraakt. Ze heeft drie maanden in een artificiële coma gelegen, en is nog altijd een deel van haar gehoor kwijt.”

Tot slot: heeft de pandemie u iets geleerd over sociaal gedrag, wat toch de kern van uw onderzoek is?

“Zeker. Ik heb veel geleerd over coöperatief gedrag en collectieve actie. Omdat het risico van het virus exponentieel steeg met de leeftijd, vroeg ik mij snel af hoelang de solidariteit van jongere mensen zou duren. Niet erg lang, vermoedde ik. Idem dito voor de solidariteit met de zorg­sector: de wapperende lakens. Dat heeft ook maar een paar maanden geduurd. En dat verbaasde mij niet. In die zin was de pandemie ook één groot sociaal experiment.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234