Dinsdag 09/08/2022

Blazend in de wind

Kranten en tijdschriften struikelden deze week haast over elkaar om het grote nieuws te melden: in een autobiografie die volgens de auteur speciaal geschreven was om voor eens en altijd de waarheid te vertellen, zegt Bob plechtig dat hij nooit de icoon van de protestgeneratie van de sixties heeft willen zijn. Om Dylan in zijn eigen woorden van antwoord te dienen: 'You liar!'

His Bobness schrijft het nu zelf in zijn autobiografie, en hij herhaalt het in interviews die dit boek begeleiden: in de jaren zestig wilde hij absoluut geen icoon zijn van de protestgeneratie van die tijd, maar hij werd het tegen wil en dank. "Het enige wat ik deed was liedjes zingen (...). Ik had weinig of niets gemeen met de groep mensen wier gedachtegoed ik geacht werd te vertegenwoordigen." Hij wilde nooit een "hogepriester van het protest" zijn, noch een "rebel die tegen alle heilige huisjes schopte". Integendeel, naar eigen zeggen "fantaseerde" Dylan "over een eenvoudig bestaan met een nine-to-five-baantje." Wel wel.

Laten we beginnen met die nine-to-five-job waar de nu 63-jarige Dylan van zou gedroomd hebben toen hij twintig was. Dat is tenminste wat hij nu zegt. Laten we dus eens kijken wat hij toen deed.

Volg even mee. Dylan was erg jong (° 1941) toen in maart 1962 zijn debuut-lp Bob Dylan verscheen. Al in mei 1963 is nummer twee er, The Freewheelin' Bob Dylan, met zijn 'Blowin' in the Wind', zijn absolute lijflied. Lp drie volgt razendsnel: op 10 februari 1964 ligt het al even onverslijtbare The Times they are a-changin' in de rekken, en - nu wordt het ritme pas echt crazy - reeds in augustus 1964 is nummer vier klaar, Another Side of Bob Dylan. De term 'onthaasting' zou pas vijfendertig jaar later uitgevonden worden, maar toch: in de lente van 1965 heeft Dylan nummer vijf al klaar, Bringing it all Back Home, met het bepaald legendarische 'Mr. Tambourine Man'. Al in augustus van datzelfde jaar 1965 verrast hij met het Highway 61 Revisited, met het nauwelijks minder bekende 'Like a Rolling Stone'. In 1966 levert Dylan 'maar' één album af. Blonde on Blonde is wel een dubbel-lp. En vervolgens verongelukt Bob Dylan met veel te hoge snelheid met zijn motor, de enige manier om deze dolle rit door zijn eigen leven (even) te stoppen.

Dylan die ervan droomde nine to five te moeten werken? Zelfs de piepjonge Bob was niet alleen onwaarschijnlijk getalenteerd, maar vooral oneindig productiever en ijveriger dan de grootste stielbedervers onder ons. Dit zijn de feiten: in amper vier jaar tijd - van april 1962 tot mei 1966 - leverde hij zéven lp's af, bovendien allemaal werkstukken die de tand des tijds hebben doorstaan. Intussen gaf hij tientallen, neen, ettelijke honderden concerten, met veel steengoede erbij, en zelfs een paar legendarische. In de golden sixties was Dylan de overtreffende trap van zichzelf: een workaholic, maar dan een op speed.

Dylan die trager wilde leven, het is net zo waar als zijn uitleg over de Dylan die nooit een icoon van de protestgeneratie was, die het bovendien beu was - ook dat zegt hij nu - dat men voortdurend allerlei verborgen politieke boodschappen achter zijn songs zocht. Waar haalt hij het? Alleen analfabeten moesten op zoek naar 'verborgen' politieke boodschappen. De anderen hoefden gewoon zijn teksten te lezen om van de ene politieke sneer over de andere maatschappelijke kwestie te struikelen.

Neem zijn debuut-lp Bob Dylan: nog iets te veel een brave folkplaat, met slechts twee eigen nummers van Dylan. Nochtans had hij al tal van eigen teksten klaarliggen. De platenmaatschappij hield echter niet zo van Dylans eigen werk, ook al oogstte de jonge muzikant er nochtans veel succes mee in de hippe, lefty folkcafés van Greenwich die hij toen frequenteerde. Zo haalde bijvoorbeeld het nummer 'Talkin' John Birch Paranoid Blues' het vinyl niet. Dat lied gaat over de rechtse, elitaire en anticommunistische 'John Birch Society', met verzen die misschien wel grappig, maar zeker niet overdreven subtiel zijn. "Now we all agree with Hitler's view / Although he killed six millions Jews / It don't matter too much that he was a Fascist / At least you can't say he was a Communist." Hoe blind moet je zijn om hier naar de boodschap te moeten 'zoeken'?

Vanaf zijn tweede lp is 'protest' een vast ingrediënt. 'Masters of War' is zelfs een wat rudimentaire, half-pamflettaire antioorlogstekst, bovendien gezongen met een dermate nasale stem gezongen dat kleine kinderen ervan wegkruipen. Het apocalyptische 'A Hard Rain's A-Gonna Fall' is veel aangrijpender, misschien wel een van de beste antioorlogssongs ooit, maar zonder discussie een antioorlogssong. En zo zijn er tientallen voorbeelden. Dylan apolitiek: het wordt graag opgepikt in een tijd die niet veel moet hebben van het engagement van de jaren zestig. En het klinkt goed voor goedgelovigen die voetstoots aannemen dat iemand die zegt dat hij in zijn biografie de waarheid en niets dan de waarheid wil vertellen, dat inderdaad ook doet. Het spoort met deze apolitieke tijdgeest, maar niet met de waarheid.

Veel van Dylans beste protestnummers gaan trouwens niet over de Grote Thema's, zoals oorlog of atoombommen of de Duitsers. De man haalde zijn inspiratie vaak uit kleine krantenberichten: een zwarte nanny die door een stinkrijke, dronken zoon van zuidelijke planters wordt gedood, en het rijkeluisjochie dat er zo goed als ongestraft van afkomt. Wel, dankzij Dylans bijtende 'The lonesome death of Hatty Carroll' is die William Zanzinger tot levenslang veroordeeld, en zelfs far beyond: binnen vijftig jaar ligt hij nog altijd op de brandstapel, telkens iemand de juiste Dylan-cd in zijn player duwt.

Oké, Dylan was niet alleen een 'protestzanger'. Hij was veel meer dan dat, en ook van jongs af aan. Hij zingt in 1962 'Blowin' in the Wind', en alle hippies huilen mee, maar het nummer daarna heeft hij het al over zijn 'Girl of the North Country'. Niks politiek, gewoon een pretentieloos, en daarom zo mooi cadeau voor zijn liefje van toen.

Maar of Dylan het nu wil of niet, zijn eigen geschiedenis en zijn eigen oeuvre zijn tot hun allerlaatste vezel doordrongen van een hele resem protestsongs. Niet het clichématige werk, zoals Ivan Heylens 'De Werkmens' of Armands 'Ben ik te min' - je kunt ze gezellig meebrullen, daar niet van - maar oneindig poëtischer, scherper, vileiner ook. En, niet te vergeten, songs ook die hij nooit heeft afgezworen. In 1995 mocht Dylan van MTV opdraven in de legendarische Unplugged-serie. Op twaalf beschikbare nummers zaten er twee tussen die als hardcore protest te omschrijven vallen: het welbekende 'The Times', en 'With God on Our Side'. Hij zat misschien wel verveeld met zijn protestimago, maar als met de klassiekers van vroeger ook bij de jongere generaties applaus te verdienen valt, en royalties, dan protesteert de ex-protestzanger ineens niet meer.

Goed, Dylan is al lang niet meer dezelfde Bob als in de jaren zestig, en maar goed ook. Hij is gaan zingen voor Johannes Paulus II, en op dat pudieke moment was de seksuele revolutie van de sixties (de sexties, grommen fatsoensrakkers) inderdaad ver weg. Maar wat voor zin heeft het je eigen geschiedenis te gaan herschrijven, te gaan ontkennen wat je ooit was. Ja maar, zeggen zij die ieder woord van Dylan geloven - wat verstandige mensen gelukkig nooit doen, zelfs al zijn ze Dylan-fan - 'hij werd misschien wel opgevoerd als een icoon, hij wilde dat nooit zijn'. Neen? Wat deed hij dan op het podium bij al die marsen van de Civil Rights Movement, samen met oer-folkies als Peter, Paul & Mary, of met zeer leftish-georiënteerde politieke zangers als Pete Seeger en zijn toenmalige vlam Joan Baez? En allemaal maar zingen van The answer, my friend, als was het het gebed van de protestgeneratie, woorden van een Nieuw maar Hoger gezag, tot ons gebracht door een jonge profeet, net als Jesaja en Jeremias een jood, en vandaag net zo jammerend en klagend en smekend om zijn onprettige lot: 'ze noemden mij een icoon dat ik niet wilde zijn.'

In de openingszin van 'All Along the Watchtower', nog zo'n legendarisch Dylan-ding, zingt onze man luid en krachtig: 'There must be some way out of there' - om een strofe verder zelf te antwoorden: 'So let us not talk not falsely now, the hour is getting late.' Dat Dylan op zijn oude dag zijn eigen verzen eens herleest, en de beste ervan op zichzelf toepast. Of hij wil of niet, samen met Che Guevara is hij een van de iconen van de jaren zestig. Che is dood, verstild, een gezicht op een poster. Dylan laat nog van zich horen. En zijn muziek klinkt beter, luider en ook eerlijker dan de taal van zijn boeken. Oké: wie schrijft, die blijft. Maar wie zingt, die wordt pas gehoord.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234