Maandag 26/09/2022

Bloot licht is de lampentrend

'Designers van lichtarmaturen zoeken steeds naar twee dingen: enerzijds een manier om direct zicht op een lichtbron te vermijden en het licht te richten, anderzijds een vorm waarin de lichtbron op haar zuiverst kan worden getoond.'

Dat zegt Marc Dubois, directeur van Interieur 98, in de publicatie Licht&Design die wordt uitgegeven ter gelegenheid van deze tentoonstelling over licht (zie ook Het Vrije Leven van vorige week). Paul Rommens van lichtbedrijf Modular ziet één grote tendens op het gebied van lichtarmaturen: "Het streven naar eenvoud in hightecharmaturen en inbouwverlichting. De hightechtoestellen moeten tot op de draad eerlijk zijn wat betreft materie en techniciteit; elk draadje en elk detail van een toestel moeten een functie hebben." Lichtbron én armatuur op hun zuiverst dus. Een goed (ouderwets) voorbeeld hiervan was alleszins de manier waarop Eileen Gray de Linestra-lamp van Osram gebruikte: deze lamp bood de mogelijkheid om in een interieur zonder armatuur doorlopende lichtlijnen te maken. Het Duitse bedrijf ClassiCon heeft Grays lamp nog steeds in productie (zie foto). Vandaag moet een armatuur meer zijn dan alleen maar een object. "Een armatuur moet ook flexibel zijn en vele toepassingsmogelijkheden kunnen bieden", zegt Paul Rommens. "Kan je licht op maat brengen, licht dat volledig beantwoordt aan het lichtplan van een architect voor een bepaalde situatie, dan sta je als lichtproducent sterk." De consument wil vandaag een ander soort lichtcomfort", meent Rommens. "Hij wil, concreet gesteld, het juiste licht op de juiste plaats." Rommens constateert ook een lichte verandering inzake materialen voor armaturen. "Er is meer vraag naar materiaal in het originele kleedje", zegt hij. "Staal blijft staal en wordt niet meer gevernist, aluminium blijft aluminium, hout behoudt zijn originele kleur en tekening." De trend in lichtarmaturen is dus: bloot!

De interessantste lampen kwamen en komen nog steeds uit Italië, meent Marc Dubois. Figuren als Castiglioni, Magistretti, Bellini, en nog vele anderen, hebben daarbij een grote bijdrage geleverd aan het creatief ontwerpen. Ook Italiaanse producenten echter hebben hun steentje bijgedragen: dankzij hen werden al die grensverleggende ontwerpen op de markt gebracht.

"Wie de gigantische productie van lichtarmaturen bestudeert, zal vaststellen dat het toch gaat om een beperkt aantal types", merkt Dubois voorts op. "Vaak hebben lampen een binding met het plafond of de muren. Daarnaast zijn er lampen die gemakkelijk verplaatsbaar zijn in de ruimte, zoals bijvoorbeeld het type van de uplighter en de bureaulamp die in de woning ook als leeslamp gebruikt wordt."

Een voorbeeld bij uitstek van dat laatste is de Tizio van Richard Sapper, een ontwerp dat ondertussen tot de klassiekers van de twintigste eeuw behoort. Maar ontwerpers grijpen soms ook terug naar de 'oervorm' van de lamparmatuur, zoals de succesvolle Contanza-lamp van Paolo Rizzatto voor Luceplan (zie foto).

'Pas laat raken Belgische ontwerpers geïnteresseerd in lichtarmaturen', meent industrieel ontwerpster Christine Smout in haar bijdrage in de publicatie over Licht & Design. 'Dat is wanneer halogeenlampen en compacte fluorescentielampen hun intrede doen als nieuwe lichtbronnen voor de huisverlichting. De Abat-Jour (1995) van Luc Ramael vindt een producent in het Italiaanse Palluccoluce; Echos, een lamp van Jan Van Lierde (nu van het Antwerpse bedrijf Kreon), wordt gelanceerd door Artemide. Vanaf de jaren negentig wagen ook interieurarchitecten Paul Ibens en Claire Bataille zich aan het maken van wandlampen, samen met Vlaanderens internationaalste ontwerper van het moment, Maarten Van Severen. Opvallend op Interieur 96 was de Light Box van Lydia KÅmel en Koen Ooms, een lichtobject dat speciaal ontworpen was voor het T2-lampje van Sylvana. Designer Pol Quadens kennen velen misschien door de stoel die hij ontwierp en die 's werelds lichtste zitmeubel is. Maar Quadens ontwerpt ook lichten, tafellampen en staande lampen. Ook Leo Rombouts ontwikkelde een heel eigen lichtenstijl. Onder de naam Poco Lights (en gecommercialiseerd door het bedrijf Belgo-Chrom) combineert hij het gepatineerde metaal van de lampenstangen met een lampenkapje van fijn porselein.'

Eenzaten die lichtgevende objecten ontwerpen, al dan niet in opdracht van bedrijven, dat is een kenmerk van het Vlaamse lichtontwerperslandschap; het ontstaan van enkele Vlaamse lichtbedrijven die zich enthousiast op het ontwerpen van eigentijdse lichtarmaturen werpen, is een ander kenmerk. Waco, Wever&Ducre (met ontwerper Luc Lemahieu), Delta Light, Elma Obreg, sinds 1990 gefuseerd met Moonlight (verlichting Europees Parlement in Brussel en de verlichting van de perrons voor de HST in het Brusselse Zuidstation, samen met het bedrijf Kreon), en tenslotte Modular Lighting Instruments. De laatste vijftien waren vallen er ook in de ontwikkeling van de lichtbron, met name de elektrische lamp, trends te bespeuren. "Tijdens de tweede energiecrisis in de jaren zeventig was bijvoorbeeld al te merken hoe lampen steeds energiezuiniger werden", zegt Gerard Stoer van Philips Eindhoven, "en dat onder het motto 'meer licht voor minder elektriciteit'. Het is een trend die toen en vandaag het duidelijkst tot uiting komt in de spaarlamp, hoewel elke lichtbron sinds die tijd die bepaalde ontwikkeling heeft doorgemaakt, ook de buitenverlichting en de wegverlichting." Een tweede trend is dat lichtbronnen steeds kleiner worden, met name het lichtgevende gedeelte ervan. "Want een kleinere lichtbron", zegt Gerard Stoer, "betekent dat je met een betrekkelijk klein spiegeltje een scherpere bundel kunt maken. En in de loop van de jaren tachtig is toch die hausse in spotjes ontstaan. Iedereen wilde toen spotjes in huis om bepaalde dingen uit te lichten. Omdat men er zoveel van wilde installeren, moesten die spotjes zo klein mogelijk zijn. Zo'n begrensde, afgebakende lichtbron met een kleine spiegel kon je alleen fabriceren als het licht zelf ook zo klein mogelijk was. En dat idee vind je terug in het halogeenlampje." Voor die tijd waren er ook al halogeenlampen, maar voor heel speciale toepassingen, bijvoorbeeld voor diaprojectoren of als autokoplamp; nu veroverden de halogeenlampen ook het interieur.

De derde trend verkeert momenteel nog in volle ontwikkeling en is voorlopig alleen in de professionele wereld (bijvoorbeeld in boetieks en etalages) te bespeuren. Er komen blijkbaar steeds meer verschillende lichtbronnen op de markt om specifieke objecten en tafereeltjes zo goed mogelijk tot hun recht te laten komen. "Daarbij wordt vooral gezocht naar de kleureigenschappen van het licht", zegt Gerard Stoer. "Je hebt lampen waarvan het licht er wit uitziet, maar die desondanks bepaalde kleuren sterk kunnen benadrukken. De kleur met de voor de mens emotioneelste waarde is rood; nu bestaan er lampen die het rood sterk kunnen benadrukken, bijvoorbeeld in voedsel of kleding. Een zaak die wintersport of jeans aanbiedt, gaat dan weer de kleur blauw in haar product benadrukken. Voor al dit soort aparte toepassingen worden thans nieuwe lichtbronnen ontwikkeld. De stap naar dergelijke lampen voor het interieur wordt op dit ogenblik nog niet gezet. Incidenteel vind je misschien al eens van die metaalhaloïde ontladingslampen in huis, maar verder is dit soort licht enkel te vinden in etalages en winkels."

We mogen er wellicht wel op rekenen dat ook dit licht zijn weg naar het interieur vindt. En wat te denken van de leuke consequenties voor het interieur van de volgende lichtontwikkeling? Een museum in de Verenigde Staten heeft een speciaal lichtconcept, waardoor het in zijn ruimten een constante kleurtemperatuur van het licht kan aanhouden. Men heeft in het lichtsysteem een vaste standaardwaarde geprogrammeerd van zo'n 5500 Kelvin, een lichtwaarde die te vergelijken is met het daglicht dat er bij ons is op een bewolkte middag zonder zon. In het museum verandert het licht dus nooit, ongeacht of het buiten grijs van de mist is of knalrood door het ondergaan van de zon. Daar zorgen sensoren voor; zij meten voortdurend het buiten- en binnenlicht en passen de invloed van het buitenlicht op het binnenlicht binnen altijd weer aan die geconstateerde waarde aan. Hier, in het grijze België, zet dat toch aan het dromen. Altijd zonlicht in huis of dat in het kantoor kunnen suggereren dankzij zo'n sensorensysteem en lichtplan - het valt zeker te overwegen in donkere dagen als deze. In bepaalde kantoren wordt een vergelijkbaar systeem trouwens als toegepast, zij het niet zozeer met het oog op psychisch welbehagen, als wel om de luminantie van computerschermen en het omgevingslicht op elkaar af te stemmen. De hoofdzetel van de Bacob-bank in Brussel heeft bijvoorbeeld een sensorensysteem dat reageert als het buitenlicht te sterk wordt in vergelijking met het binnenlicht en in dat geval automatisch een soort gaasschermen doet neerschuiven voor de ramen.

De U-line van Maarten Van Severen voor Target Lighting bestaat als hanglamp, bureaulamp en wandlamp. (Foto Bart Van Leuven)Contanza (1986), ontwerp van Paolo Rizzatto voor Luceplan. (Foto RV)Brera-lamp van Achille Castiglioni voor Flos. (Foto RV)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234