Donderdag 07/07/2022

ReizenBonaire

Bonaire, paradijs zonder blabla

Overal in Bonaire kun je zomaar langs de weg stoppen voor een mooi strand.  Beeld Sofie Goossens
Overal in Bonaire kun je zomaar langs de weg stoppen voor een mooi strand.Beeld Sofie Goossens

Met wat goede wil hoor je in de naam ‘Bonaire’ dat er iets goeds in de lucht hangt. En dat is ook zo. Het is een Caribisch eiland dat met kleur en zon strooit, waar het leven simpel is en zeeschildpadden naar je knipogen.

Sofie Goossens

Ik heb zes kilo aan handbagage bij. Dat is het. Een bikini, wat T-shirts en slippers: meer heeft een mens niet nodig op een eiland waar niets te doen is. Althans, dat is toch wat er in de wandelgangen wordt gefluisterd over Bonaire, dat je er niet veel kunt doen. Eerlijk gezegd is dat ook wat ik zoek. Ik wil chillen. Simpel chillen, zonder ballast en tralala. En eilanden zijn daar perfect voor. Weggedreven van het vasteland, weggedreven van nieuwsberichten, met slechte wifi en onbestaande verbindingen naar alles wat eventjes de pot op kan. Ja, dat wil ik. De zon die opkomt en de zon die ondergaat. En wat zwemmen tussendoor.

Blijkt dat ik slecht ben in nietsdoen op reis. Alleen al de naam van het bubblegumroze luchthaventje waar we zo meteen gaan landen, maakt me excited: Flamingo Airport. Ik recht mijn rug en krijg die blik in mijn ogen, als van een ongedurig kind dat een pretpark binnenloopt, nieuwsgierig naar wat er te beleven valt. Maar ik hou me koppig voor dat dat dus niet veel is.

Zeeschildpadden

Het is niet de eerste keer dat ik de Nederlandse Antillen bezoek, ik was al eens in Curaçao en Aruba. Broertje Bonaire ligt in de buurt, maar wordt vaak over het hoofd gezien. Het is een beetje een stil water, met diepe gronden. Letterlijk, want het eiland is eigenlijk één groot brok koraal dat uit de diepte van de oceaan gerezen is, en nu met de neus boven water drijft. En al dat koraal en de bijhorende visjes trekt een bepaald type mens aan: de duiker. Dat ben ikzelf niet, en omdat ik wil ontspannen, zal ik hier ook geen lessen nemen over hoe ik zuurstofflessen op mijn rug moet hijsen, te water moet gaan met een schredesprong of mijn oren moet klaren. Maar ik heb wel een snorkel bij. Het geweldige aan Bonaire is namelijk dat je vanaf het strand het water in kunt wandelen en dan al van alles ziet. Perfect voor als je een beetje lui bent, eigenlijk. Dus op een zonnige ochtend sta ik met mijn snorkel boven aan de trappen van ‘1.000 steps Beach’, een legendarisch strandje op het eiland. Meteen moet ik al gaan zitten, omdat het uitzicht zo mooi is. Ik zoek een woord voor de kleur van het water, die zo typisch is voor deze plek op aard. Blauw, en alle variaties daarop, klinken oneerbiedig. Uiteindelijk kom ik uit bij het woord ‘smurf’. Of dat eerbiediger is, weet ik niet, maar de zee lijkt op versgeperst smurfensap. Daar beneden klinkt het geluid van zonnebaders en duikers die over gebroken glas trappelen. Het zijn de duizenden stukjes koraal en schelpen waaruit de stranden hier meestal bestaan. Waterschoenen zijn dus een must, want die witte fossieltjes bijten venijnig in je weke voetzolen.

Had ik geluk of niet, maar al na enkele meters in het water zie ik twee zeeschildpadden boven het rif zweven, en ik vind het wonderlijk. Ze wiegen en deinen mee met de zachte golfslag en geven af en toe een knauw aan het koraal. De ene schildpad knipoogt naar mij en blijft hier wel een uur lang lunchen. Ik hang als een dode in het water, af en toe beweeg ik bewust een arm of been, zodat de mensen aan wal zeker weten dat er niks mis is. Wanneer ik me terug op mijn handdoek vlij, denk ik alleen maar: Bonaire is fantastisch, Bonaire is beter dan Curaçao en Aruba samen! Ik raak altijd lichtjes in extase van exotische dieren spotten in het wild.

Te veel makamba’s

“Heb je al last gehad van ezels? Soms staan ze hier plots in de tuin en beginnen dan vreselijk luid te balken.” Marianela, de buurvrouw en tevens eigenares van het appartementje waar ik verblijf, komt polsen. Ik verblijf bewust niet in een resort, om de kosten te drukken, en omdat ik het graag lokaal en simpel hou. Er komt zelfs geen warm water uit de douchekop. Maar wie heeft dat nodig op een eiland waar het altijd 30 graden is?

Ik zeg tegen Marianela dat ik nog geen ezel in de tuin gehad heb. Maar dat ik ze wel zie rondzwerven op het eiland. Overal zie je ook waarschuwingsbordjes met ‘overstekende ezels’. Ze zijn door de Spanjaarden ooit naar Bonaire gebracht als lastdier, maar sinds de komst van de auto staan ze hier wat te schilderen in de hitte, arme beesten. Ik heb ermee te doen, en ga de Donkey Sanctuary bezoeken. Het is het levenswerk van een Nederlandse vrouw die ooit één ondervoed ezeltje opving bij haar thuis. Intussen zijn het er 700, en dat wordt natuurlijk moeilijk als je nog rustig je huishouden wilt doen. Een opvangcentrum dus, en het domein is immens. Wanneer de poorten opengaan, komen er ook meteen honderd ezels op je afgelopen. Ze schurken zich tegen de autospiegels aan en steken onbeschaamd hun koppen naar binnen. Ik stap uit, en de dieren blijken heel aaibaar en zien er gezond uit. In tegenstelling tot sommige drommels die je in het wild ziet rondlopen, en dat zijn er helaas nog zo’n stuk of duizend. Maar deze plek is alvast hartverwarmend en gaat er vol tegenaan.

In hoofdstad Kralendijk is het leven altijd kleurrijk. Beeld Sofie Goossens
In hoofdstad Kralendijk is het leven altijd kleurrijk.Beeld Sofie Goossens

Het valt op dat veel initiatieven van Nederlanders komen — niet onlogisch op een eiland dat officieel een stukje tropisch Nederland is en waar onze noorderburen graag naartoe emigreren, de grijzigheid ontvluchtend. In de wijk waar ik verblijf, worden er volop huizen gebouwd en zowat overal zie je bleekhuidjes. De Caraïben met hollandaisesaus. Gezien de goeie vibe op het eiland heb ik de indruk dat er respectvol wordt samengeleefd, al spot ik op een dag een houten bordje met daarop ‘Te veel makamba’s’. Makamba is Papiaments voor Nederlander. Ik ben in Rincon, de oude hoofdstad en het authentieke hart van Bonaire. Enkel Antilianen hier, ze zitten op hun gemak op hun drempels en zeggen allemaal vriendelijk goeiedag. Maar ik zie ook veel leegstand, gesloten koffiebars en verlaten, zongebleekte loterijhuisjes. De ezeldrollen worden hier niet van de trottoirs geveegd en lege bierflesjes blijven liggen. De makamba’s staan te dringen om de panden op te knappen, maar er is blijkbaar weerstand om hen ook het geliefde Rincon te ‘geven’. De nummerplaten op de auto’s, die ik tot nog toe zo leuk vond, met daarop ‘Bonaire - divers paradise’, hangen hier scheef en ietwat misplaatst aan roestige pick-ups. Nee, het is niet omdat je in de supermarkten koeken van Albert Heijn legt, dat je hier ook daadwerkelijk in Nederland bent, dat is een feit.

Op het eiland zwerven zo’n duizend ezels rond. Beeld Sofie Goossens
Op het eiland zwerven zo’n duizend ezels rond.Beeld Sofie Goossens
Het ruigere binnenland van Bonaire  Beeld Sofie Goossens
Het ruigere binnenland van BonaireBeeld Sofie Goossens
De Antiliaanse bevolking: relaxed en goedlachs  Beeld Sofie Goossens
De Antiliaanse bevolking: relaxed en goedlachsBeeld Sofie Goossens

Geen betere plek om de vredespijp te roken dan boven op de heuvels rond Rincon, in restaurant Posada Para Mira. Van kop tot teen gerund door een leuke ­Antiliaanse familie en iederéén komt hier graag, van flamingoroze tot knal­oranje. Je mag ook kreeftenrood zijn met een witte waas van sunblock, zoals mezelve, maakt niet uit. Je kunt hier de typische geitenstoofpotjes eten en zelfs leguaan. Aan die laatste zitten erg veel botjes. Ik prefereer de bakbanaan en een fris mangosapje. Ik verlaat de zaak, maar niet voor ik van de kokkin even in de varkensstal moet gaan kijken naar de nieuwgeboren biggetjes.

Tussen de cactussen

En dan is er nog Kralendijk, het toeristische centrum van Bonaire. Waar je ijsjes kunt eten bij Gio’s, een pannenkoek kunt rollen bij Karels beach bar en gewoon blij wordt van alle pastelkleuren die hier over de gevels zijn gegooid — witte en grijze verf worden hier, denk ik, niet verkocht. Oké, af en toe meert er een cruiseschip aan dat veel te groot lijkt voor het kleine Kralendijk, en dan worden er plots wel erg veel pannenkoeken geplooid bij Karel, maar toch kom ik hier graag. Meer dan gezellig druk wordt het nooit, de hotels blijven kleinschalig en het vakantiegevoel danst in de straten. Het is ook een perfecte uitvalsbasis: van hieruit ben je overal in een halfuur met de auto. En zelfs dat, rondrijden op Bonaire, maakt mij zen. Op het kustweggetje naar het noorden kom ik nauwelijks iemand tegen, enkel de zee glinstert vredig naast me. En terwijl ik de slome bochtjes neem, voel ik het: een dalende hartslag, een vrolijk sputterende verbinding met het thuisfront. Tot ik aan niets meer denk en mijn gedachten uit niet veel ingewikkelders meer bestaan dan ‘de zon schijnt fel in mijn ogen’ en ‘hopelijk rij ik niet in een cactusnaald’. Een bestaand risico, want cactussen all over the place. Vergis je niet, er heerst hier een beendroog steppeklimaat. Weinig wuivende palmbomen dus, maar een overvloed aan deze prikkende kerels. De ‘kadushi’s’ kunnen wel 18 meter lang worden, en eigenlijk is het ruige noorden zo ongeveer helemaal bedekt met een groen stekeltapijt. Wie de ruwste randjes wil opzoeken, rijdt naar het Washington Slagbaai National Park, waar je enkel nog cactusbos, aloëvelden, de berg Brandaris en eenzame snorkelbaaien vindt.

Bonaire neemt zijn natuurbehoud trouwens heel serieus. Lang voor het woord ‘duurzaam’ hip was, werd alles boven en onder water al goed beschermd.

Ik denk terug aan wat er gezegd werd: dat er in Bonaire niet veel te zien is, behalve wegschietende hagedissen. Het is waar dat het eiland klein is, dat je geen grote attracties hebt, geen tempels, vulkanen of tijgers. De schoonheid hier is stil en eenvoudig. De papegaaitjes die tijdens mijn ontbijt in de bomen fruit eten. Marianela die komt zeggen dat ik oregano in de tuin mag knippen als ik kip klaarmaak. De straatnamen die klinken als muziek: ‘Apelsina’ en ‘Hubentut’. De waterwereld, zwijgzaam maar betoverend. Het leukste is, wanneer schoonheid je overvalt, wanneer er geen richtingaanwijzers en bordjes te zien zijn waarop staat waar je zeker heen moet. Zoals wanneer ik naar Sorobon rij, een zwembadblauwe lagune, ondiep als een kinderplonsbad, zo ver je kunt kijken. De weg erheen leidt je recht door een niemandsland, met aan de ene kant de tropische zee en aan de andere kant roze zoutpannen. Wanneer plots een grote groep flamingo’s overvliegt, rem ik en stap uit. Ook de auto voor mij komt tot stilstand in de berm. Ik sta te kijken naar de lucht. Vijftig meter verder staat een man te kijken naar de lucht. We zijn overvallen.

Het ultieme vakantiegevoel vind je aan de baai van Sorobon. Beeld Sofie Goossens
Het ultieme vakantiegevoel vind je aan de baai van Sorobon.Beeld Sofie Goossens

Ook naar Bonaire?

Een vliegticket naar Bonaire kun je boeken bij KLM of TUI Fly en kost ongeveer 600 euro.

Slaapplaatsen vind je in elke prijsklasse op de boekingsplatforms. Van een goedkoper appartement op Airbnb tot een stadshotel in Kralendijk of een luxueuzer strandresort.

Een huurauto is een must, aangezien er geen openbaar vervoer is op het eiland.

De beste reistijd is tussen februari en juni.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234