Maandag 08/08/2022

Borstkankerpreventie blijft zeer moeilijk

Volgens recente onheilstijdingen in de Britse pers zouden beha's het ontstaan van borstkanker bevorderen. Een hardnekkige stadslegende, of moeten we weer massaal onze beha's gaan verbranden? Een onderzoek naar de zin in de onzin omtrent borstkanker.

Brussel / Van onze medewerkster

Mieke Strynckx

De heisa omtrent beha's en borstkanker in de Britse zondagskranten begon toen de resultaten van een kleinschalig onderzoek werden gepubliceerd. Twee dokters onderzochten honderd premenopauzale vrouwen met cystes, en vonden een verband tussen het dragen van een beha en pijn in de borsten. De vrouwen moesten zes maanden lang bijhouden wanneer ze pijn in hun borsten voelden. Drie maanden moesten ze een beha dragen, en drie maanden moesten ze het zonder stellen. De onderzoekers stelden vast dat er een weliswaar klein, maar toch statistisch significant verschil was: in de behaloze maanden waren er 7 procent minder dagen waarop de vrouwen pijn voelden. Het onderzoek werd in de pers meteen gelinkt aan een andere, Franse studie, waaruit gebleken was dat vrouwen die maandelijks pijn hebben in hun borsten twee keer zo vaak borstkanker ontwikkelden. Pijn zou dus volgens deze studie een belangrijke risicofactor zijn voor borstkanker. Komt daarbij nog dat in culturen waar vrouwen geen beha's dragen borstkanker beduidend minder vaak voorkomt, en de mythe is geboren.

Dat het een broodje aap betreft, werd al meteen bevestigd door de Britse dokters zelf die het onderzoek uitvoerden. "Wat we wilden onderzoeken," zei dr. Cawthorn, chirurg in het Frenchay-ziekenhuis in Bristol, "was of het dragen van beha's de vorming van cystes zou bevorderen, en dat bleek niet het geval. Interessant, vonden we, want die link wordt vaak gesuggereerd. De vrouwen in ons onderzoek hadden in hun behaloze maanden nog steeds evenveel cystes, alleen hadden ze een klein beetje minder vaak pijn. Heel veel vrouwen hebben af en toe wel eens pijn in de borsten. Als die pijn niet ontstaat doordat de beha slecht past, kan het misschien goed zijn om geen beha te dragen. Maar de suggestie dat beha's tot borstkanker kunnen leiden, is overdreven alarmerend, op sensatielust gebaseerd, en is absoluut niet gebleken uit ons onderzoek."

Maar wat dan met die Franse studie? Is pijn in de borsten een risicofactor voor borstkanker? En als beha's pijn veroorzaken, kunnen ze dan toch niet een heel klein beetje schadelijk zijn? "Er zijn nogal wat studies die een verband leggen tussen pijn en borstkanker," zegt dr. Cawthorn, "maar ze zijn allemaal op hoogst dubieuze wetenschappelijke gronden gebaseerd."

"Ik zou mijn beha toch maar nog niet verbranden, als ik u was, bevestigt professor Sacré van de dienst senologie (pathologie van de borst) van het AZ Jette, zeker niet als u een zware boezem hebt. Beha's zijn nuttig. Er is geen enkel bewijs, zelfs geen aanwijzing, dat beha's de vorming van borstkanker zouden kunnen bevorderen."

Blijft het feit dat tegenwoordig zowat één op de tien vrouwen borstkanker krijgt. "Er is inderdaad een stijging waar te nemen," zegt dr. Haelterman van het Nationaal Kankerregister, "maar er zijn een heleboel factoren die de cijfers beïnvloeden. Sinds 1996 hebben we een nieuw registratiesysteem, waardoor er meer gevallen worden opgetekend, en de cijfers dus automatisch stijgen. Door allerlei opsporingscampagnes vervroegt ook de diagnose, waardoor de gegevens vroeger in de statistieken terechtkomen. Normaal gezien zouden de cijfers in een periode van tien jaar weer moeten stabiliseren."

Toch bevestigt Dr. Bart Neyns, oncoloog in het AZ van Jette, dat hij in zijn praktijk het aantal borstkankers ziet toenemen. "En daar bestaat eigenlijk geen sluitende verklaring voor. Vanuit epidemiologisch onderzoek zijn er een paar verklaringen die steek houden. Vrouwen worden tijdens hun vruchtbare periode blootgesteld aan hoge oestrogeengehaltes. In het algemeen duurt de vruchtbare periode tegenwoordig langer dan vroeger. Dat zou een verklaring kunnen zijn. Er zijn ook minder zwangerschappen dan vroeger, waardoor die oestrogeenstroom minder vaak wordt onderbroken. Pilgebruik zou, al is daar in wetenschappelijk opzicht nog geen eensgezindheid over, ook een rol kunnen spelen. En het gebruik van hormonenpreparaten tijdens en na de menopauze."

"Westerse vrouwen worden gemiddeld ook zwaarder, en zwaarlijvigheid is een risicofactor voor borstkanker", zegt dr. Haelterman.

"Plus het feit dat vrouwen hier op steeds latere leeftijd hun eerste kind krijgen, ook al een risicofactor. Kanker is bovendien een ouderdomsziekte. Hoe ouder een mens wordt, hoe meer kans hij loopt kanker te krijgen. Daar zit dus ook een deel van de verklaring. Maar al die zaken hebben maar een heel beperkte invloed", stelt dr. Neyns. "In het algemeen weten we nog altijd niet waardoor borstkanker precies ontstaat. De enige factor waarvan we echt weten dat hij duidelijk een invloed heeft, is familiale voorbestemdheid. In families waar borstkanker vaak voorkomt, hebben vrouwen tegen hun tachtigste zowat 80 procent kans om zelf ook borstkanker te ontwikkelen."

Dat er nog maar zo weinig bekend is over het ontstaan van borstkanker, maakt preventie ook zeer moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk. "Volgens de standaardrichtlijnen," aldus dr. Neyns, zouden vrouwen vanaf hun vijftigste twee keer per jaar een mammografie moeten laten uitvoeren, en vanaf hun twintigste regelmatig zelf hun borsten moeten onderzoeken. Vrouwen bij wie borstkanker in de familie voorkomt, moeten speciale maatregelen nemen. Zich vroeger en regelmatiger laten onderzoeken, en ik zou toch ook aanraden een ander voorbehoedsmiddel dan de pil te gebruiken, het nieuwe spiraaltje Mirena bijvoorbeeld, of condooms, waarmee je meteen ook tegen seksueel overdraagbare ziekten beschermd bent."

Dr. Neyns vindt, in tegenstelling tot de Orde der Geneesheren, de gratis mammografie die de overheid wil invoeren, een zeer zinvolle maatregel. "In het algemeen is men in Europa nogal afwachtend inzake kankerbestrijding, om niet te zeggen laks. In de Verenigde Staten zijn er ook maatregelen voor de vroegtijdige opsporing van dikkedarmkanker, en van poliepjes allerhande. Hier vindt men dat niet nodig. Waarom? Dat moet u aan de bevoegde personen vragen."

"Ach," zegt Dr. Vander Steichel van de Vereniging voor Kankerbestrijding, "u moet weten dat in de VS de patiënten veel meer druk uitoefenen op het beleid. Er zijn eigenlijk maar twee tests waarvan de efficiëntie voor opsporing afdoende bewezen is: de mammografie en het baarmoederhalsuitstrijkje. Bij alle andere tests, voor het opsporen van prostaatkanker, dikkedarmkanker enz, hebben we nog grote vraagtekens. Ook in de VS is daarover nog steeds een debat aan de gang, maar door de druk van de publieke opinie worden die omstreden tests toch al via nationale campagnes uitgevoerd. Die tests hebben wel zin voor mensen met een erfelijk risico, maar dat is slechts een kleine groep. Zolang er dus niet meer duidelijkheid is over de efficiëntie van die tests, heeft het weinig zin ze voor een nationale opsporingscampagne te gebruiken."

Professor Sacré plaatst dan weer andere vraagtekens bij de nationale kankerbestrijding. "Het probleem is niet dat er te weinig maatregelen worden uitgevaardigd, maar wel dat we het verkeerde publiek bereiken. Die gratis mammografie bijvoorbeeld. Een mammografie wordt terugbetaald door het ziekenfonds, dat is niet zo duur. Ik betwijfel of de prijs nu werkelijk het argument is waarmee we vrouwen massaal tot een onderzoek zullen bewegen. Het is een karikaturaal voorbeeld, maar ik denk dat voor een boerin de koeien die moeten worden gemolken veel dringender zijn dan te gaan zoeken naar knobbeltjes in haar borsten of naar het ziekenhuis te gaan hollen voor een gratis mammografie."

"Wie we precies bereiken, is inderdaad een probleem", bevestigt dr. Vander Steichel van de vereniging voor kankerbestrijding. "Maar precies daarover zou de gratis mammografie ons meer gegevens moeten verstrekken: er wordt nu immers een ander coderingsnummer voor het Riziv gegeven aan tests die kanker vroegtijdig moeten opsporen, dan aan tests die worden voorgeschreven om een vermoeden van diagnose te bevestigen. Daardoor zullen we in de toekomst kunnen zien wie we werkelijk met die opsporingsmaatregel bereiken."

Professor Sacré blijft echter somber. "Vooraleer preventiecampagnes werkelijk effectief zijn, moet er toch vooral een mentaliteitswijziging komen bij de bevolking. En hoe kun je mensen die sowieso niet geïnteresseerd zijn ertoe bewegen zich regelmatig preventief te laten onderzoeken? Ik vrees dat we daarin nog jaren werk voor de boeg hebben."

Professor Sacré: 'Vooraleer preventiecampagnes echt effectief zijn, moet er een mentaliteits-wijziging komen bij de bevolking'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234