Woensdag 10/08/2022

Brussels gat in de Wetstraat

Met zeventien zullen ze zijn, de Nederlandstalige politici in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. En met twee ministers en een staatssecretaris. Dat is bitter weinig om een grootstad behoorlijk te besturen. Daarom volgt hier, met enig mededogen, het rapport van Jos Chabert (CD&V), Guy Vanhengel (VLD) en Pascal Smet (SP.A). door fIlip Rogiers

Brussel heeft sinds vorige zomer een strand aan het kanaal. Met een beetje fantasie, zo opperde Pascal Smet (SP.A), waan je je op dat strand in de nabijheid van de torens rond het Noordstation in New York. Smet droomde bij zijn entree in de politiek ook al van een openluchtzwembad. Moet kunnen, voor een stad van 1 miljoen inwoners. Kan niet, in een stad waar negentien gemeenten allemaal hun eigen overdekt zwembad hebben, dat ze amper kunnen onderhouden.

Dat is Brussel. Brussel is van iedereen en daarom van niemand. Het is van de negentien, het is van de Franse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, het is van België en van Europa. Iedereen vindt dat hij er alles moet kunnen, niemand krijgt er ooit iets naar behoren gedaan. De stad krijgt de problemen van iedereen over zich heen, maar niemand voelt zich ooit echt honderd procent verantwoordelijk. Want hoe zat dat nu ook alweer met die rookpluim uit de oude cokesfabriek Marly in Vilvoorde? Hebt u toen ook ontdekt dat Brussel zowaar een provinciegouverneur heeft? Toen Marly brandde, wist zij heel precies te zeggen wat zij vooral níét had moeten doen en wat alle anderen hadden nagelaten te doen. Dat is dus Brussel.

Brussel is een stad van veel rijken (25.000 eurocraten en straks komen er nog 10.000 bij) en pendelaars die gebruikmaken van de openbare voorzieningen maar amper geld in het Brussels laatje brengen. En het is de stad van zeer armen. In Brussel smeken de bedrijven om goede arbeidskrachten en is toch 20 procent van de inwoners werkloos. Brussel heeft een tweetalig statuut, maar in een van die twee talen kom je op sommige spoeddiensten handen en voeten te kort om uit te leggen wat er schort. Bovendien worden er in Brussel nog tientallen andere talen gesproken. Ook dat is Brussel. De Nederlandstalige Brusselse politici werken in een veelvoudig keurslijf. Er is de Franstalige meerderheid, de complexiteit van de instellingen, de negentien burgemeesters die allemaal hun zegje willen, de desinteresse en onwetendheid in de eigen partij, en het Vlaams Blok dat opstoomt naar de 40 procent. Om die laatste reden was de Brusselse regering de enige van de zes regeringen in dit land waar CD&V in 1999 rustig kon blijven zitten. Jos Chabert, recordhouder ministerportefeuilles, is daardoor veroordeeld tot Brussel, en omgekeerd.

Toch waait er de jongste vijf jaar een nieuwe wind door de stad. Er is in versneld tempo geïnvesteerd in de wijken, in het leefmilieu (waterzuivering), in de veiligheid en de netheid, de Brusselse dienst voor arbeidsbemiddeling BGDA heeft wat ademruimte gekregen, er is een actief woonbeleid gevoerd met fiscale en andere stimuli om jeugd en middenklasse naar de stad te lokken enzovoort.

Er bewoog dus wel iets, al was deze regering veel minder dan de vorige regeringen onder Charles Picqué (PS), die nu op een comeback aast, een toonbeeld van stabiliteit. Dat heeft alles te maken met de ongemeen scherpe concurrentiestrijd tussen PS en MR. MR-chef Louis Michel dwong vorige maand Brussels minister-president Daniël Ducarme tot ontslag, omdat gevreesd werd dat de PS zijn fiscaal dossier (hij 'vergat' jarenlang belastingen te betalen) in de campagne op de Grote Markt zou gooien. Brussel kreeg daarmee in vijf jaar tijd zijn vierde voorzitterswissel (zie tijdsbalk). De Vlaamse excellenties stonden erbij en keken er naar. En probeerden ondertussen voort te werken. Maar ook tussen de Vlaamse partijen in de hoofdstad is de geldingsdrang toegenomen. Vooral dan na de federale verkiezingen van 18 mei 2003, vooral dan op het hoofdkwartier van de SP.A. In zeven van de acht kantons haalde het kartel met Spirit niet meer dan de socialisten in 1999 op hun eentje. SP.A-voorzitter Steve Stevaert stuurde daarom Pascal 'Splinterbom' Smet naar Brussel, en ouwe getrouwe Robert Delathouwer moest 'vrijwillig' een stapje opzij zetten. Smet kreeg als staatssecretaris mobiliteit, ambtenarenzaken, brandbestrijding en dringende medische hulp in zijn portefeuille en werd daarmee de facto een soort schaduwminister voor Chabert, als minister bevoegd voor min of meer dezelfde materies, plus openbare werken.

Maar Smet kleurde vanaf de eerste dag al buiten de lijntjes. Maakte abstractie van het Brusselse labyrint zoals het is, en spuide wilde ideeën over wat een moderne groot- en hoofdstad zou moeten zijn, si on le laisse faire. Het moest en zou ook in Brussel minder over 'postjes en structuren' en meer over 'de mensen' moeten gaan. Wellicht heeft welhaast elke Brusselse politicus in het verleden ooit al eens op gelijkaardige ideetjes gekauwd. Het verschil tussen Smet en de anderen is natuurlijk dat wie in Brussel aan politiek doet, de taaiheid van de structuren kent. Smet heeft de goesting en de verdienste dat hij de kussens opschudt, maar voorlopig zitten in zijn kartons vooral veel eerste aanzetten. Zo begint hij bescheiden met een poging om in het hele gewest een coherent parkeerbeleid op poten te zetten. Nu heeft elke gemeente zijn eigen (wan)beleid, negentien keer zeer verschillende regels, waar niemand zich aan houdt. En als we straks gipsen aapjes zien bungelen op de grote kruispunten van de hoofdstad, moeten we ook aan Smet denken: hij wil de chauffeurs namelijk leren dat Brussel géén jungle is. Dat valt nog te bezien. Smet zal wellicht snel merken dat in Brussel gewoon normaal al gek genoeg is.

Ook Guy Vanhengel, die in 2000 Annemie Neyts opvolgde en bevoegd is voor financiën, begroting, openbaar ambt, externe betrekkingen en het Nederlandstalig onderwijs, baande zich de afgelopen jaren manmoedig een weg door oerwoud Brussel. En ook hij deed een verdienstelijke poging om de onmaakbaarheid van de stad voor 'de mensen' te lijf te gaan. Zo kreeg hij het voor elkaar dat ook in Brussel het kijk- en luistergeld werd afgeschaft, al moest dat dan deels gecompenseerd worden in de gewestbelasting. Hij maakte wonen in Brussel fiscaal aantrekkelijker en, dankzij zijn 'vrienden' in de Vlaamse regering, waar hij tijdens deze regeerperiode zelf kortstondig deel van uitmaakte, heeft hij 'leuke' want voor de mensen zichtbare hefbomen in handen. Hij kon geld pompen in een onthaal- en promotiebeleid voor Brussel. Als Brussel de jongste jaren iets van zijn wat kwalijk odeur verloren is bij Vlamingen te velde, dan is dat mede dank zij Vanhengel. Jos Chabert heeft, sinds CD&V uit de Vlaamse en federale regeringen verdween, minder machtige rugdekking. En van zijn eigen partij kreeg hij weliswaar nog eens het lijsttrekkerschap, maar meteen ook een vergiftigd geschenk: het Vlaams kartel met N-VA, wat moeilijk te verteren moet zijn voor een man die meer Nederlandstalige Brusselaar in hart en nieren is dan een Vlaming in Brussel. En toch is Chabert de man die de Wetstraat verlicht. Letterlijk dan, want de 102 lantaarnpalen die dankzij hem in die straat zullen opduiken, vormen het sluitstuk van een heraanleg die deze autostrade in de stad voortaan ook leefbaar moet maken voor fietsers en rolstoelgebruikers. Hij is er fier op, maar kwam toch vooral in het nieuws met malheuren: een gat in de Wetstraat, brand aan het viaduct in Oudergem en de cokesfabriek Marly. Op zulke momenten houden zijn jongere collega's zich liever gedeisd. Chabert lijkt soms wat uitgeblust, maar nu en dan staat hij als grootstedeling nog altijd scherp. Vanuit Vlaanderen is het niet moeilijk om hem te 'pakken' op een al te grote compromisgezindheid ten aanzien van de Franstaligen, maar de man heeft wel oog voor Brussel zoals het is. Zo wil hij naar het voorbeeld van Marseille dat er een forum komt waar, bij eventuele racistische rellen, religieuze leiders van diverse gezindten gezamenlijk de gemoederen kunnen bedaren. Hoopvol Brussel, zo noemt hij het zelf.

Want ja, Brussel blijft met zijn concentratie van grootstedelijke problemen een tijdbom. En oplossingen zoals die in en voor Antwerpen of Luik uitgedokterd worden, vergen in de hoofdstad met al zijn politieke spelers meer puzzelwerk en dus kostbare tijd. Het Vlaams Blok walst daar met zijn eenvoudige boodschappen 'voor de mensen' makkelijk overheen. Johan Demol verzwijgt voor zijn Franstalige kiezers dat zijn partij van Brussel de hoofdstad van een onafhankelijk Vlaanderen wil maken. Sinds de jongste verkiezingen beseffen de Franstalige partijen dat het Blok in Brussel niet alleen een Vlaams probleem is. Best mogelijk dat op 13 juni het gat in de Wetstraat hier geslagen wordt. VUB-politicoloog Kris Deschouwer zei het vorig jaar al: "Een blokkering in Brussel (door het Blok, FR) zou voor het land veel erger zijn dan Philip Dewinter die burgemeester van Antwerpen wordt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234