Woensdag 06/07/2022

Chet Baker

Met al die tegenslagen is het een wonder dat Baker tegen het einde van zijn leven nog enkele van zijn beste opnamen maakte

Held met weke inborst

Elke vrijdag schrijft jazzmedewerker Didier Wijnants over de muzikant die aan bod komt in de spaaractie 'First Class Jazz'

Er is een beroemde foto met Chet Baker en Miles Davis. Je kunt er levens in lezen. Miles zit wijdbeens met trompet en sigaret in de hand en kijkt strak in de lens van de fotograaf. Baker maakt zich naast hem klein en kijkt schuchter opzij, midden in de donkere ogen van de man die later nog de 'Prince of Darkness' zou worden genoemd. We schrijven op dat moment 1953 en Chet Baker had net voor de eerste keer de prestigieuze Down Beat Poll gewonnen als beste jazztrompettist. Baker was een bescheiden jongen, alleraardigst en toen de absolute lieveling van het publiek. In de poll liet hij genieën zoals Louis Armstrong, Dizzy Gillespie en Clifford Brown achter zich. En Miles natuurlijk, die heeft het zijn hele leven niet kunnen verkroppen dat mindere goden vaak meer succes hadden dan hij, zeker als het kinderen van een blank nest waren.

Succes stijgt makkelijk naar het hoofd - daarin waren de omhooggevallen idolen van toen niet anders dan die van nu - maar de drieëntwintigjarige Chet Baker had er geen last van. Hij zou later zelf zeggen: "Ik denk dat ik nog niet half zo goed was als Dizzy of Kenny Dorham of Clifford Brown, dus voor mij had het niet zoveel betekenis dat ik al die polls won. Ik wist dat het een tijdelijke zaak was die vanzelf zou overgaan." Het ging ook over, gewoon omdat Baker als kunstenaar niet gemaakt was om in het centrum van de belangstelling te staan. En als dat niet volstond, waren er ook nog de drugs om de persoonlijke chaos compleet te maken.

Eerst de muziek, want daar draait het toch om. Baker was op technisch vlak inderdaad niet eens zo'n geweldig trompettist. Om te beginnen had hij nooit heel hard gestudeerd op zijn instrument. Hij was ermee begonnen op zijn dertiende, later heeft hij wat lessen gevolgd, maar hij is altijd vooral een intuïtieve speler en een gevoelsmuzikant gebleven. Dat is overigens een kenmerk dat hij deelt met de popgeneratie. Muziek kwam voor Chet Baker recht uit het hart. Dat was vanaf het begin zo. Hij speelde zacht en melodieus, helemaal haaks op de bebop, de jazzstijl die de jaren veertig beheerst had. Geen wonder dat hij door het jazzestablishment tegen wil en dank ingedeeld werd bij de zogenaamde West Coast Jazz of Cool Jazz, een belachelijke verzamelterm waarmee een fictief schisma in de jazzwereld werd gevestigd. Maar Baker werd daar niet nerveus van, zoals hij zich ook niet stoorde aan de smalende opmerkingen toen hij vanaf 1954 zijn zangtalent ging etaleren. Hij zong met een uiterst zachte stem en een fluwelen timbre: onschuldig, dromerig, romantisch. De foto's van William Claxton en Cecco Maino onderstreepten dat imago perfect. Zo kon je het een klein decennium voor de Beatles meemaken dat jonge dames voor hun idool in katzwijm vielen.

Dan de drugs. Jazeker, ook Chet Baker liep tegen dat beroepsrisico aan, en nog wel tamelijk bewust. Zijn weke inborst had een verschrikkelijke deuk gekregen toen zijn vriend Dick Twardzik tijdens een tournee in Parijs aan een overdosis overleed. Toen is hij zelf begonnen om te weten wat het is. Heroïne, intraveneus maar met mate. Hij is eigenlijk nooit een zware verslaafde geweest, maar als drugsgebruiker liep hij wel voortdurend domweg in de handen van politie en gerecht. Zijn leven en carrière lijken het chaotische parcours van een onhandige kluns. Diezelfde lieve kluns was in 1968 het slachtoffer van een bende junkies die zijn gezicht en zijn gebit helemaal in de vernieling timmerden.

Met al die tegenslagen en onvrijwillige dwaasheden mag het een klein wonder heten dat Chet Baker tegen het einde van zijn leven nog enkele van zijn beste opnamen gemaakt heeft, zoals 'Blues for a Reason' (met de onsterfelijke Warne Marsh), 'Diane' (met Paul Bley), 'Chet Baker in Tokyo' en enkele platen met Philip Catherine. Al had hij op dat moment zijn uiterlijk niet meer mee. Op de hoes van zijn laatste opname (My Favorite Songs: The Last Great Concert Vol. 1) staat hij in het groot geportretteerd: glimlachend maar met ingevallen mond, rimpelend gelaat en ongeschoren kin.

Helden horen als helden te sterven: zelfmoord, een overdosis, een vliegtuigcrash, een snelle Porsche tegen overstekend blik, er zijn mogelijkheden genoeg. Maar zo was Chet Baker niet. Hij werd wel eens de James Dean van de jazz genoemd, maar behalve een zekere uiterlijke gelijkenis is elke overeenkomst zoek. Nee, op 13 mei 1988 (een vrijdag) om drie uur 's ochtends viel Chet Baker van twee hoog uit het raam van zijn hotelkamer in Amsterdam, raakte een betonnen paaltje en was op slag dood. In zijn hotelkamer lag heroïne en cocaïne en in zijn bloed zaten sporen van heroïne. Maar het was een heel bescheiden dosis. Hoe Baker uit zijn raam gesukkeld is, is eigenlijk nooit definitief uitgeklaard omdat er geen getuigen waren. Maar de meest gangbare hypothese is dat het gewoon een stom ongeluk was. Zo stierf de schuchtere Chet Baker een domme dood na een onmogelijk bewogen leven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234