Maandag 03/10/2022

Computerbedrijf Apple is dertig jaar

Van tienernerd tot frivole dertiger

Windowsgebruikers zijn boeren, Macs zijn fantastisch en Steve Jobs is God. Welkom bij het vandaag dertig jaar oude Amerikaanse computerbedrijf Apple en zijn parochie van ardente fans. Die moeten toch even slikken nu iedereen met een iPod rondloopt en de computers van 'hun' bedrijf uitgroeien tot chichiproducten. Een beknopte geschiedenis van Apple aan de hand van vier quotes door God de Vader Steve Jobs zelf.

'De computerindustrie is dood. Microsoft domineert, en innoveert niet. Het is afgelopen. Apple heeft verloren'

(Wired Magazine, februari 1996)

De pot op met design. De allereerste computer die Apple maakte, toen nog in de garage van de ouders van oprichter Steve Jobs, was een printplaat met alle chips en circuits erop, waarrond de gebruiker zelf een behuizing moest maken. De meeste van die tweehonderd Apple I-computers kwamen dan ook terecht in een houten kistje.

Dat was in 1976, vlak nadat Jobs en diens studiegenoot Steve Wozniak hun universitaire studies hadden opgegeven en tijdens een kort verblijf bij computerspellenmaker Atari het spelletje Breakout hadden ontworpen. Jobs kreeg een lokale computerwinkel zo ver dat hij vijftig computers wilde voorbestellen tegen 500 dollar per stuk. Jobs verkocht onder meer zijn Volkswagenbusje om de onderdelen te kunnen inslaan en begon samen met Wozniak en een andere compagnon, Ronald Wayne, het toestel in elkaar te solderen. Uiteindelijk werden er tweehonderd Apple I-computers gemaakt, met een richtprijs van 666,66 dollar.

'We maakten de knoppen op het scherm zo mooi dat je eraan wilt likken'

(Fortune, 24 januari 2000)

Toen het kersverse bedrijf in 1977 de Apple II maakte, had het nog geen echte concurrentie. In de vroege jaren tachtig, met de Apple III, doemde die wel op. IBM bracht in 1981 de 'personal computer' op de markt en kreeg die vrij snel gelanceerd bij een breed publiek door ook andere fabrikanten toe te laten om pc's te maken. Zowel IBM als die andere computermakers (zoals Compaq en Hewlett-Packard) lieten ook de besturingssoftware van hun toestellen over aan een ander bedrijf: het toen nog piepjonge Microsoft, dat speciaal voor pc's zijn MS-DOS (Microsoft Disc Operating System) maakte.

Jobs en Wozniak, die bleven geloven in een bedrijfsmodel waarin één fabrikant - zij dus - zowel de software als de hardware maakt, moesten dus iets nieuws verzinnen om hun computers toch nog aan de man te brengen. Tijdens een studietrip naar het nabijgelegen bedrijfje Xerox PARC, dat wel dingen uitvond maar ze niet op de markt bracht, zag Jobs een compleet nieuwe manier om computers te bedienen. Waar tot dusver uitsluitend commando's in ingevoerde tekst werden gebruikt, zag Jobs bij Xerox PARC de 'graphical user interface' (GUI): alle nodige bestanden, objecten en handelingen die zich in de computer bevinden, worden voorgesteld door een beeltenis op het scherm die de gebruiker via een bewegend object op zijn bureau (de muis dus) naar believen kon herschikken en aanduiden.

De allereerste computer die dus werd bediend zoals wij dat nu gewend zijn, was de Lisa, die Apple in 1983 op de markt bracht. Vooral door de hoge prijs (net geen 1.000 dollar) flopte dat jammerlijk, maar een jaar later was het, met de Macintosh, wél koekenbak.

Ondertussen stond echter ook de tandem IBM-Microsoft niet stil. In 1985 lanceerde Microsoft de allereerste versie van Windows, de grote concurrent voor het Macintoshbesturingssysteem, dat door de veel grotere massa aan pc's die op dat moment al in burelen en huiskamers stond geïnstalleerd ook veel sneller zijn weg vond naar de consument. Ondertussen heeft Windows XP, de huidige versie van Windows, een marktaandeel van ongeveer 90 procent, terwijl dat van Mac OS X, dat nog steeds uitsluitend op Maccomputers draait, tussen 4 en 5 procent zwalpt.

'Je kunt beter een piraat zijn dan bij de marine te gaan'

(Jobs in Odyssey: Pepsi to Apple, een autobiografie van voormalig Applebaas John Sculley)

Vooral door dat succes van Windows-pc's ging het, in de vroege jaren negentig, stevig bergaf met Apple. Het management van het bedrijf had inmiddels alle vertrouwen verloren in Jobs (Wozniak had al enige tijd geleden afgehaakt) en ging zonder hem verder. Wat volgde was niet de succesvolste periode van Apple. Er werd een breed gamma aan nieuwe Macintoshcomputers op de markt gebracht, maar die bleven veelal in winkelrekken staan, een allereerste digitale camera (de QuickTake) flopte jammerlijk en het bedrijf maakte in 1993 de allereerste zakcomputer. Apples Newton legde de basis voor gelijkaardige toestellen als de Palm, de BlackBerry en de Pocket PC, maar ging zelf ten onder.

Toen Jobs in 1997 weer in dienst kwam als interim-baas bij Apple, werd de verlieslatende Newton als eerste buitengezwierd. Jobs had immers iets compleet nieuws in gedachten: de iMac, die eind 1998 op de markt kwam en tot hiertoe het basismodel van Apple vormt. De iMac leverde Apple zijn eerste winstgevende jaar sinds 1993 op.

'Producten ontwerpen via focusgroepen is moeilijk. Dikwijls weten mensen niet wat ze willen tot je het hen laat zien'

(BusinessWeek, 25 mei 1998)

Innovatie is altijd al een belangrijke drijfveer geweest voor Apple. Bij de Apple II, in 1977, zat bijvoorbeeld al VisiCalc, het eerste rekenblad (zoals het huidige Excel) dat ooit op de markt kwam. Toen Apple in 1991 zijn PowerBook op de markt bracht, waren er al draagbare computers, maar die waren eigenlijk te bonkig om mee over straat te lopen. De huidige generatie laptops is eerder schatplichtig aan de PowerBook dan aan de allereerste laptop, die ergens medio jaren tachtig door Compaq op de markt werd gebracht.

Die innovatiedrang leverde Apple in 2001 het sluimerende hitproduct op dat het bedrijf ook bij een breder publiek bekend maakte: de muziekspeler iPod. Ditmaal innoveerde Apple minder op puur technisch gebied (er bestonden in 2001 immers al mp3-spelers met een harde schijf die de capaciteit van de iPod hadden), maar dat maakte het bedrijf goed met het design. Tegen 2003 slaagde het bedrijf erin om het eerste toestel in de wereld te bouwen dat maar één knop heeft.

Ondertussen beginnen ook de computers van Apple, met in de eerste plaats de iMac en de iets democratischer geprijsde Mac Mini, hun weg naar een iets breder publiek te vinden. De devote fans van het eerste uur, voor wie elk woord van Jobs het evangelie is, zien ondertussen een aantal van hun zielloze, Windows gebruikende buren, vrienden en familieleden overschakelen naar Applecomputers, die nu ook in flitsende Applewinkels in grote internationale steden of in Apple Centers worden verkocht, winkelpunten die zich bij voorkeur in grote shoppingstraten bevinden.

Maar de basisboodschap die Apple uitdraagt naar zijn consumenten blijft dezelfde: gefeliciteerd met uw aankoop en join the club. "Mensen praten over de technologie, maar Apple is een marketingbedrijf", zei voormalig Applebaas John Sculley, die in 1997 de teugels van het bedrijf weer moest overlaten aan Jobs, enkele jaren geleden in de Britse krant The Guardian.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234