Vrijdag 12/08/2022

DAAN

Het was hem, ik was er zeker van. De zon scheen fel, het witte, Match Point-achtige landhuis lag er onberispelijk bij. De tante die zich had afgewend van de kunstenaarsarmoe waar zij (en mijn moeder) vroeger in leefden, was een vrouw van stand geworden. En vandaag werd ze 65. Rijke, grijze mannen in kakibroeken, met de mouwen van hun trui losjes over de schouders. Vrolijk kakelende vrouwen die discussieerden over de vele schalen op de tafels, over de salade en de ham, maar uiteindelijk weinig opschepten. (Hoe rijker de mens, hoe minder hij eet.) Mijn grootmoeder van 93 zat in de hoek van de grote tuin, met een rieten hoed op, recipiërend. Een driejarig nichtje rende rond om de kat te pakken te krijgen en een kastanjeschil op haar hoofd te leggen, omdat ze dan op een kabouter zou lijken. Het was een perfecte dag, met als enige kanttekening dat de perfectie wat nadrukkelijk was, sommige mensen werden er zenuwachtig van. Mensen zoals ik. Mensen zoals hij.

Hij scharrelde rond, ging in de schaduw van een boom staan. Hij was magerder geworden. Hij zag er ronduit ongezond uit; minder haar, een grauwe teint. Wel nog die bril die aan een touwtje om zijn nek bungelde; het moest hem zijn. Toen het nichtje huilend haar moeder opzocht omdat de kat niet wilde meespelen, stapte ik maar op hem af. Ja, het was hem, mijn oude leraar wiskunde. De man die elke keer zuchtend het lokaal binnenkwam, omdat hij zijn geliefkoosde vak, dat hoogstaande stelsel van theorieën en genieën, weer moest banaliseren voor twintig alfa's die het vraagstuk in kwestie slechts konden bevatten als alle getallen werden vervangen door knikkers of pizzastukken. In zekere zin respecteerde ik zijn minachting, omdat hij haar tenminste niet probeerde te verbergen.

Hij herinnerde zich mij ook. Hij vond dat het tijd was om eerlijk te zijn. Toen hij als leraar van mijn klas aantrad, werd hij eerst over mij gebrieft. Er zat een jongen in de klas, werd hem verteld, die soms woest kon worden als de docent iets niet wist, en die bij overhoringen regelmatig in huilen uitbarstte. In alle gevallen diende de docent mij mee te nemen naar de gang, mij een glaasje water te geven, en me te laten uitrazen. Ik herinner me nog details. De glas-in-loodramen, de eenzaamheid op die gangen, het geluid van mijn schoenen op de tegels. Eenmaal in de bovenbouw aanbeland, zou mijn overgevoeligheid om een of andere reden omslaan in een alarmerende desinteresse, die leidde tot een interventie van leraren, omdat ze meenden dat ik aan de drugs was. (Geenszins het geval; high on life, denk ik.) Van een briefing wist ik hoe dan ook niets. De man glimlachte.

Toen ik hem zei dat ik, terugkijkend, geen idee had wie ik als kind was, zei hij: het leven is een onbegrijpelijke som met oneindige variabelen waarvan de uitkomst altijd nul is. Ik vroeg hem hoe het met hem ging. Slecht, antwoordde hij. Kanker. Hij was bezig met wat hij zijn afscheidstournee noemde. Eerst zou hij zijn kennissen voor het laatst zien, dat zijn vrienden, dan zijn geliefden. Daarna: nul.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234