Zaterdag 01/10/2022

Dagen en nachten met Bill Clinton

'Hij is een buitengewoon handige politicus. Hij kan haarscherp voorspellen wat er zal gebeuren en wie wat zal doen. Afgezien van zijn seksuele misstappen heeft hij bijna nooit geblunderd. Maar de seks heeft zijn presidentschap verknald''Clinton gaat ervan uit dat het individu verantwoordelijk voor zichzelf: de staat heeft een taak, maar kan geen wonderen doen, de overheid moet de ruwe kantjes van het kapitalisme wegwerken en de lat voor iedereen gelijk leggen. Clinton heeft de staat weer aanvaardbaar gemaakt. In dat opzicht heeft hij het debat met de Republikeinen gewonnen'

Richard Reeves

William Jefferson Clinton staat met één voet in de geschiedenis. De opeenvolging van schandalen heeft hem in het publiek vernederd. De Republikeinse meerderheid in het Congres en de Senaat heeft hem politiek vleugellam gemaakt. Maar zelfs nu de strijd om zijn opvolging bijna gestreden is - op 11 november kennen we de uitslag - blijft Clinton het Amerikaanse en internationale landschap domineren. De meningen over Clintons presidentschap zijn uiteraard verdeeld. George Stephanopoulos, ooit de rechterhand van de president en nu een kritisch waarnemer aan de zijlijn, ziet een duidelijke breuk in 1994, na de Democratische nederlaag in de verkiezingen voor Congres en Senaat: de twee eerste jaren was Clinton aanvallend, de zes volgende jaren bleef hij in het defensief gedrongen. Rahm Emanuel, Stephanopoulos' opvolger als naaste adviseur, vindt dat Clinton acht jaar lang een goede strijd gestreden heeft, en dat hij erin geslaagd is om ondanks alles de sociale erfenis van Franklin D. Roosevelt en Lyndon Johnson in stand te houden. Dick Morris, Clintons hoogstpersoonlijke Raspoetin, beweert dat er twéé Clintons waren: de warme, enthousiaste openbare figuur en de kille, gesloten introvert die tot diep in de nacht solitaire zat te spelen. Abner Mikva, de ouderdomsdeken van het Witte Huis, herinnert zich vooral hoe uitputtend het allemaal was, en hoeveel energie Clinton bleef opbrengen. Voor al deze mensen en hun collega's achter de schermen van het Witte Huis waren de jaren met Clinton de beste van hun leven. Voor hen was Washington het toneel van een Shakespeariaans drama, met triomf en tragedie, macht en ondergang, oorlog en vrede, trouw en verraad, soms allemaal in één dag. En met seks, natuurlijk.

'Hij is ongetwijfeld de intelligentste mens die ik ken. Hij is ongelooflijk slim, heeft een bijna fotografisch geheugen en een fantastische politieke intuïtie. Veel mensen denken dat Hillary intelligenter is, maar ze kan niet aan hem tippen.

"Hij wil indruk maken. En meestal lukt dat, want hij is én intelligenter én charmanter dan de meeste mensen.

"Hij wil elk gesprek winnen, zelfs als het geen discussie is. Hij wil echt dingen bereiken. Ondanks zijn gebreken en zijn soms cynische houding, blijft hij een idealist.

"Hij houdt niet van de pers, hij vindt dat journalisten overal kritiek op hebben zonder zelf verantwoordelijkheid te nemen. Hillary's houding is agressiever, ze gaat ervan uit dat de pers haar wil kapotmaken. Ze heeft Bills neiging tot zelfmedelijden versterkt." Dee Dee Myers

(persattaché 1993-1994)

"Elk dag was verbazend. Clinton interesseert zich voor alles en iedereen. Hij werkt keihard om op de hoogte te blijven, zeker over de economie. En hij zegt meestal wat hij denkt, zelfs in zijn speeches.

"Hij heeft Lewinsky alleen overleefd door zich keihard op zijn werk te concentreren. Zelfs in het heetst van de crisis hield slechts een handvol mensen op het Witte Huis zich met het impeachment bezig.

"Sommige presidenten doen het na twee jaar niet beter dan na twee weken. Clinton is voortdurend beter geworden. Je hoort de Republikeinen niet meer zeggen dat ze de regering maar beter zouden afschaffen. Clinton gaat ervan uit dat het individu verantwoordelijk voor zichzelf: de staat heeft een taak, maar kan geen wonderen doen, de overheid moet de ruwe kantjes van het kapitalisme wegwerken en de lat voor iedereen gelijk leggen. Clinton heeft de staat weer aanvaardbaar gemaakt. In dat opzicht heeft hij het debat met de Republikeinen gewonnen.

"De Republikeinen haatten hem. Ze namen het hem persoonlijk kwalijk dat hij hen het Witte Huis had afgenomen. Uiteindelijk was hun haat zo groot en zo zichtbaar dat hij zich tegen henzelf keerde. Het publiek nam het niet meer." Doug Sosnik

(politiek adviseur, 1994-2000)

"November 1994 was het breekpunt. We schakelden over van aanval op verdediging. Eerst hadden we onze eigen agenda en namen we zelf het initiatief. Na de verkiezingen kwam het erop aan de schade te beperken en de erfenis van de Great Society en de New Deal zo goed mogelijk te verdedigen.

"Je had een trojka: Clinton, Gore en Hillary. Amerika heeft waarschijnlijk nooit een vice-president met zoveel macht gehad. Gore was van bij het begin een volwaardige partner. Hij had zijn zeg in elke belangrijke benoeming. In 1993 ijverde de president voor Nafta en de economie, Hillary hield zich bezig met de gezondheidszorg en Gore werkte aan de vernieuwing van het bestuur. Ik kon goed met hem opschieten, maar de boodschap was duidelijk: loop me voor de voeten en je gaat eraan!" George Stephanopoulos

(politiek en strategisch adviseur, 1994-1996)

"Hij test voortdurend de reacties van de mensen om hem heen. Hij is niet principeloos, maar zijn principes zijn amorf. Soms krijgen ze vaste vorm en neemt hij een beslissing, maar meestal veranderen ze voortdurend.

"Ik had nooit verwacht dat Clinton zo strijdlustig zou zijn, en dat bedoel ik letterlijk. Hij heeft iets met bombardementen. We bombarderen Irak nog altijd... en dat terwijl 44 miljoen Amerikanen geen behoorlijke ziekteverzekering hebben. Clinton bewijst de theorie dat je als Democratische presidenten rechtser moet zijn dan een Republikein om het vertrouwen van de financiële wereld te winnen.

"Zijn presidentschap is afgelopen, maar je moet hem niet vertellen dat hij niet meer zo hard hoeft te werken. 'Ik heb nog de rest van mijn leven om te rusten', zegt hij. 'Ik heb niet de rest van mijn leven om president te zijn.'

"Er zijn twee grote thema's die de bijna acht jaar van zijn bewind domineren: de mislukte hervorming van de sociale zekerheid en Monica. Die twee hebben al het andere doen vergeten." Robert Reich

(Secretary of Labor, 1993-1997)

"Hij heeft een truc voor vergaderingen. Hij zal zeggen 'Juist, dat heb ik begrepen', 'Prima, ik weet wat ik moet doen', 'Mooi, dat is beslist'. Maar hij zegt nooit wat hij nu precies begrepen heeft, of zal doen of beslissen."

Ann Lewis

(communicatieverantwoordelijke 1997-1999, nu presidentieel adviseur)

"Hij voelt perfect de stemming en de gedachten van zijn omgeving aan. Hij werkt intuïtief. Hij zal ook nooit nauwkeurig mondelinge of schriftelijke instructies geven die zich later tegen hem zouden kunnen keren: hij geeft hints. We hadden allemaal onze taak en hij wist op welke knopjes hij moest duwen.

"Hij bezit een enorm talent om informatie in zich op te nemen en te onthouden. Maar hij is minder sterk in de analyse. De massa informatie die hij opneemt, kan hem verlammen in plaats van hem te helpen.

"De twee eerste jaren was Clinton erg open, wat hem zo zuur opbrak dat hij compleet veranderde: er kwam een hiërarchie, de spontaniteit verdween. De lekken stopten, maar de president vervreemde van zijn eigen mensen en de extravert van de jaren '80 werd een introvert.

"Ik heb hem zelden emotie of liefde voor Hillary zien uitdrukken. Hij is loyaal, hij verdedigt haar, hij steunt haar door dik en dun, maar het handjes vasthouden en het omhelzen zijn publiek vertoon. Het is niet Hillary die de relatie kil maakt. Het is Bill." Dick Morris

(politiek adviseur tot 1996, toen hij

na een seksschandaaltje moest

opstappen)

"Toen ik voor hem begon te werken, zei hij: 'Ik zal nooit tegen je liegen. Maar ik zal je alleen vertellen wat je echt moet weten.' Een politicus die niet op de ene of andere manier liegt, bestaat niet.

"Hij kent het geheim van de politicus: je kunt niet elk gevecht winnen. Je moet weten wanneer het genoeg is geweest.

"Na veertien maanden ben ik opgestapt. Ik kon het ritme niet volhouden. Ik was 69 jaar, de oudste medewerker in het Witte Huis. Werkdagen van halfzeven 's ochtends tot tien of elf uur 's avonds, en dan was ik nog de eerste die naar huis ging. Op een keer was hij net terug van een trip naar Europa. Hij was uitgeput, hij zag eruit zoals ik mij voelde. Om zeven uur 's avonds was er nog een vergadering. Om negen uur ging ik weg, en toen ik thuiskwam, viel ik met mijn kleren aan in slaap. De volgende ochtend vertelde één van mijn assistenten dat hij Clintons speech erg goed had gevonden. Welke speech? Bleek dat Clinton die avond twintig minuten had geslapen en daarna nog naar een banket was vertrokken.

"Hij is een buitengewoon handige politicus. Hij kan haarscherp voorspellen wat er zal gebeuren en wie wat zal doen. Afgezien van zijn seksuele misstappen heeft hij bijna nooit geblunderd. Maar de seks heeft zijn presidentschap verknald.

"Clinton blijft enorm machtig. De Republikeinen weten dat ze hem niet aankunnen. Ze minachten hem, maar ze vrezen hem ook.

"Tijdens de eerste ondervraging in het Witte Huis kon Clinton goed opschieten met Ken Starr. Ze babbelden over de geschiedenis van het gebouw, en Clinton vroeg of ik Starr de Lincoln Bedroom wou laten zien. 'Durf niet!', siste Hillary tegen mij.

"Heel de toestand met Lewinsky heeft belachelijk veel van zijn tijd gekost. De beslissing van het Opperste Gerechtshof dat een president in functie kan worden vervolgd, was tragisch, want het zal voortaan elke president overkomen." Abner Mikva

(presidentieel adviseur, 1994-1995)

"In de buitenlandse politiek was hij geen passieve waarnemer. Hij nam zelf initiatieven, vooral inzake China. Als ik hem briefte, stelde hij diepgaande vragen: 'Waarom doet Tudjman dit nu?', en niet: 'Wat is de hoofdstad van Bosnië?'. Ik was onder de indruk van zijn kennis.

"Hij heeft zijn eigen buitenlandse politiek gevoerd. Vroeger zeiden we tegen onze bondgenoten: 'Dit is wat we willen doen, steun ons.'. Nu is het: 'Dit gaan we doen, met of zonder jullie steun.' Peter Bass

(een veteraan uit de administratie

van Bush, onder Clinton adjunct-

adviseur Defensie)

"Je gaf hem beter geen gepolijste, mooi geschreven tekst. Hij wou een compacte speech met een sterk idee, feiten en cijfers. Als hij een half uur moest spreken, schreef je een ontwerp voor een kwartier. De rest breide hij er zelf wel aan.

"De relatie tussen de politiek en de media is radicaal veranderd. Een president moet tegenwoordig zeuren om zendtijd te krijgen van de grote ketens. Als zij het onderwerp niet belangrijk genoeg vinden, kan hij het vergeten. Het enige alternatief is het aantal publieke speeches op te drijven. Kijk naar de cijfers: Clinton sprak in 1997 550 keer in het openbaar. Reagan deed het in het laatste jaar van zijn presidentschap 320 keer. Truman, vijftig jaar geleden, 88 keer.

"Het Witte Huis was de enige plek waar je twee uur lang over Clinton kon vergaderen zonder de naam Monica Lewinsky te horen." Michael Waldman

(directeur speechwriting, 1995-1997,

presidentieel assistent, 1997-1999)

"Hij kan heel geconcentreerd met twee, drie dingen tegelijk bezig zijn. Ik herinner me dat ik hem over iets briefte terwijl hij bij zijn tafel een rapport stond te lezen en intussen documenten ondertekende. Ik dacht dat hij geen woord had gehoord van wat ik zei, maar toen ging hij naar zijn persconferentie en citeerde hij foutloos de cijfers die ik had gegeven."

John Emerson

(adjunct-adviseur, 1995-1997)

"Hij denkt dat hij iedereen kan overtuigen, op voorwaarde dat hij genoeg tijd krijgt.

"Hij kan opvliegend zijn, of je heel opvallend negeren. Maar het duurt nooit lang. Na een half uurtje is hij het weer vergeten." Marcia Hale

(adviseur bestuurszaken, 1993-1997)

"Hij verslindt kranten, tijdschriften en boeken. Veronderstel dat er een bezoek van een groep Nobellaureaten op het programma staat: een week vooraf begint hij boeken over hun domein te bestellen. Hij belt andere experts. Wanneer de wetenschappers op bezoek komen, is hij perfect op de hoogte.

"De pieken zijn duizelingwekkend hoog, de dalen zijn bodemloos diep. Vandaag is het Bosnië, morgen Irak, dan weer de gezondheidszorg of de sociale zekerheid of het budget, en tussen de bedrijven door proberen ze je af te zetten. En elke vergissing die je maakt, wordt breed in de kranten uitgesmeerd." Erskine Bowles

(stafchef, 1997-1998)

"Je moest hem regelmatig moed inspreken. David Gergen, die mij naar het Witte Huis bracht, schreef voortdurend memo's over de behoefte aan steun van de president, en hoe we hem moesten oppeppen."

Jodie Greenstone

(presidentieel assistent, 1993-1994)

"Clinton is een babyboomer, hij heeft een idealistische, romantische kijk op de politiek. De journalisten zijn een generatie jonger: ze zijn sceptisch."

Kris Engskov

(sinds 1997 body man,

de assistent die de president

vergezelt)

"Perslekken zijn een enorm probleem. Ze werken op twee manieren schadelijk. Ten eerste zullen mensen op vergaderingen minder gemakkelijk zeggen wat ze denken, ze zullen er altijd rekening mee houden hoe hun uitspraken bij het publiek zouden overkomen. En ten tweede sluiten de gelederen zich: er worden minder mensen op de vergaderingen gevraagd en men houdt het het liefst bij politieke medestanders. De ambtenaren krijgen minder inbreng, terwijl zij precies de experts zijn.

"Hij kon uitstekend opschieten met buitenlandse leiders. Zijn goede verstandhouding met Helmut Kohl en John Major heeft hem de kans gegeven om de Navo te versterken en te verruimen." Anthony Lake

(adviseur National Security tot in 1997)

"Hij is in gebreke gebleven tegenover de armen en de immigranten. Onder zijn regering is de doodstraf weer courant geworden. Zijn sociale beleid lijkt nergens op."

Peter Edelman

(onderminister van Gezondheid

en Human Resources, trad in

1996 af als protest tegen de her

vorming van de sociale

zekerheid)

"De toekomst zal ons leren of hij er echt in geslaagd is de Republikeinse revolutie - de nihilistische visie op de staat - neer te slaan. We hebben bijvoorbeeld nog altijd geen fatsoenlijke ziekteverzekering. Toen Clinton werd verkozen, was er geen geld. Nu is er een surplus en kan er niet eens over worden gepraat."

Matthew Miller

(begrotingsadviseur, 1993-1995)

"Na 1994 probeerde hij niet langer om bij iedereen in de smaak te vallen. Hij had begrepen wat Machiavelli over liefde en angst zei: het is beter om gevreesd te worden dan bemind. Vrees gaat langer mee."

Rahm Emanuel

(politiek adviseur, 1997-1998)

© Talk

Vertaling: Bart Holsters

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234