Maandag 24/01/2022

De Belgen wensen Italië alle goeds

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Italië is een cruciale dominosteen voor Europa. Ook voor Belgische banken én bedrijven, stelt Ivan Van de Cloot vast. Van de Cloot is hoofdeconoom van Itinera Institute, denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming.

Ivan Van de Cloot

De jongste crisis heeft een ferme deuk geslagen in de economische relaties tussen België en Italië. We zijn er allesbehalve van hersteld.

Italië geldt als een vitale dominosteen voor Europa. Een steen die onder geen beding mag vallen omdat het land te groot is om door externen gered te worden. Ook voor de Belgische bedrijven is het land van een heel andere orde dan het kleine Griekenland. 35 procent van de onze export naar Italië bestaat uit chemische producten met in dezelfde cluster ook kunststof en rubber. De andere clusters producten die Italië in grote mate van ons land afneemt, zijn optische toestellen, machines, elektronisch en vervoermateriaal. Zonder verrassing importeren wij op onze beurt opvallend veel Italiaanse voeding en textielwaren.

Die intense banden tussen de Belgische en Italiaanse economie uiten zich bijvoorbeeld ook in de aanwezigheid van maar liefst 473 filialen van Belgische ondernemingen in Italië tegen bijvoorbeeld 183 in Portugal en slechts 74 in Griekenland.

Tegenover de top van de economische cyclus was in het dieptepunt van de crisis de Belgische export gedaald met 35 miljard euro. Al goed kende onze uitvoer binnen de Europese Unie vervolgens een herstel zodat de teller eind 2010 nog slechts in het rood stond met 19 miljard euro. Was de Belgische economie er niet in geslaagd om het voorgaande verlies gedeeltelijk terug weg te gommen, dan was de broodwinning van vele landgenoten in gevaar gekomen. In 2011 slaagden we er vervolgens in om verder aan te knopen met het herstel van de buitenlandse handel maar momenteel pakken zich opnieuw veel donderwolken samen die erop wijzen dat we aan de vooravond staan van een al dan niet milde recessie.

Nood aan hervorming
Terwijl er op termijn goede hoop is dat de Belgische bedrijven opnieuw een mooie expansie zullen kennen op de Duitse afzetmarkt, is dat veel minder waarschijnlijk op de Zuid-Europese afzetmarkt. De Belgische uitvoercijfers naar Griekenland zijn er uiteraard het ergst aan toe: na de daling met 19 procent in 2009 gingen ze het jaar erop nogmaals met 15 procent onderuit. Toch moet een en ander in perspectief geplaatst worden. Eind 2010 was onze uitvoer naar Griekenland met een derde of met 500 miljoen gekrompen tegenover 2007. Onze handel met Italië daalde over dezelfde periode echter met maar liefst 1,8 miljard euro. Terwijl de andere grote handelspartners na de diepe daling vervolgens opnieuw meer Belgische producten importeerden, was deze herstelbeweging voor de Italiaanse invoer van onze goederen en diensten veel kleiner zodat de Belgische export naar Italië nog steeds 17 procent onder het topniveau lag tegen een kleinere handicap van zowat 10 procent voor de grote drie, namelijk Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Bovenstaande analyse nuanceert de bijna uitsluitende aandacht die vandaag uitgaat naar de problematische blootstelling van Belgische banken aan het Italiaanse schuldenprobleem. Nuanceren , in geen geval wegrelativeren. Dat zou in de huidige omstandigheden waar net een Belgische systeembank genationaliseerd moest worden compleet onverantwoordelijk zijn. De situatie blijft uiterst explosief, gezien de rente op Italiaans staatspapier boven het kritische niveau van 7 procent is uitgestegen. Tot voor kort werd 44 procent van het papier door niet-residenten opgenomen. Als deze buitenlandse vraag verder opdroogt, dan komt volgend jaar een financieringskloof te voorschijn van meer dan 150 miljard euro. In Italië is men ondertussen naarstig op zoek naar onderpand om het vertrouwen van buitenlandse financiers te versterken. Dit betekent dat er dringend nood is aan een geloofwaardig beleid van diepgaande structurele hervormingen. Dat Berlusconi hiertoe nog voldoende autoriteit beschikt, gelooft niemand zodat de Italiaanse Mijnheer Teflon dan ook eindelijk het onderspit moet delven. Soms krijg je de indruk dat Europese leiders graag onder curatele worden geplaatst, om hun verantwoordelijkheid toch maar niet te moeten opnemen.

De toenemende druk op Italië vindt paradoxaal genoeg een gedeeltelijke verklaring in het 'ultieme reddingsplan' dat eind oktober door de Europese leiders werd voorgesteld. Verborgen in dat plan zat de maatregel dat soevereine schuld nu herschikt kan worden, zonder dat dit een zogenaamde kredietgebeurtenis inhoudt voor de fameuze 'credit default swaps'. Dit betekent dat de houders van ondermeer Italiaans staatspapier niet kunnen terugvallen op een verzekering als de schuldenaar voor een stuk in gebreke blijft. Het einde van die illusie zet nu meer en meer banken die nog niet volledig in staatshanden zijn zoals Societé Générale en BNP Paribas aan om hun PIIGS-papier de deur uit te gooien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234