Donderdag 29/09/2022

De Belgische roots van de broers Miliband

David en Ed Miliband kunnen niet genoeg benadrukken dat ze trots zijn op hun afkomst. ‘Ik ben de zoon van joodse immigranten’, zei David nog tijdens de campagne. ‘En dat is een belangrijk aspect van mijn identiteit.’ Het levensverhaal van hun ouders leest dan ook als een roman, en speelde zich meer dan waar dan ook in België af.

We spreken 1920. Samuel Miliband vraagt Renia, later Renée, in een Brusselse feesttent ten dans. In het Jiddisch, want beiden woonden kort daarvoor nog in één van de Joodse wijken van Warschau. Zoals vele Polen waren ze de chaos en de honger, uitwassen van de Eerste Wereldoorlog, in hun geboorteland ontvlucht en kwamen ze hun geluk in Brussel beproeven. Iets waar het koppel aanvankelijk ook in slaagde. Sam verhandelde lederwaren en Renée timmerde hen een weg naar de middenklasse. Op 7 januari 1924 verwelkomde het gezin hun eerste zoon, Adolphe Miliband, vier jaar later volgde Anne-Marie. Tijdens de depressie in de jaren dertig ging Renée met vrouwenhoeden van deur tot deur, om de eindjes aan elkaar te kunnen blijven knopen. Vernederend, vond Renée. Ze probeerde haar broodwinning zelfs voor de buren te verbergen.

Maar het zou een oefening zijn voor wat komen zou, vanaf het moment dat Duitsland België binnenviel in mei 1940. Op 10 oktober zetten de eerste vijandelijke troepen voet aan grond, op 16 oktober kwam Brussel al in het vizier. Net als vele joodse gezinnen pakten de Milibands alles in wat ze konden samenrapen, om de eerstvolgende trein naar Parijs te halen. Ze kwamen ’s avonds van een kale reis thuis omdat de Duitsers kort daarvoor net de spoorlijn hadden afgesloten. “Adolphe wilde echter met alle geweld naar de Franse hoofdstad”, vertelt journalist en biograaf Lance Price. “Zeker toen hij hoorde dat zestienjarigen werden opgeroepen om zich aan te sluiten bij het Belgische leger.” Na enkele uren bakkeleien hakte Sam de knoop door: hij zou met Adolphe naar Parijs vertrekken, Renée bleef met de twaalfjarige Anne-Marie, Nan, achter omdat zij de voettocht niet aankon. Het zou tot 1946 duren voor de familie opnieuw herenigd zou worden.

Sam zette na enkele kilometers wandelen koers naar Oostende, en Adolphe had geen andere keus dan met hem de 113 kilometer te wandelen naar Oostende, waar ze twee plaatsen wisten te veroveren op de laatste boot naar Dover. Op 19 mei 1940 kwamen Sam en zijn zoon, die gezien de politieke situatie liever als Ralph door het leven ging, aan in Groot-Brittanië.

Renée en Nan bleven in Brussel wonen, tot de Gestapo Renée in 1942 aan de tand kwam voelen over de afwezigheid van haar echtgenoot. In alle stilte nam het duo de dag daarop afscheid van buren en vrienden en doken ze onder op een boerderij in de buurt van Bergen. Ralph en Sam kregen in die jaren weinig nieuws uit België. “Zelfs toen Ralph in 1945 aan de Belgische kust gestationeerd werd als marinier van de Royal Navy”, vertelt Price, “kreeg hij geen toestemming om zijn moeder en zus te gaan zoeken. Vooral dat heeft Ralph de Britse staat nooit vergeven.”

Het einde van de oorlog betekende echter ook een periode van bloei voor de familie Miliband. Ralph begon, met een beetje hulp van de Belgische regering, een studie aan de London School of Economics. Negen jaar later was hij al assistent-hoogleraar politieke wetenschappen, en later nog professor. In 1961 gaf hij zijn jawoord aan Marion Kozak, een van zijn studentes enkele jaren eerder, met “vragende ogen en ongehoorzame haren”, zoals Ralph later zou schrijven. Ze werd zijn zielsgenote en gelijkgestemde, en dat had zo zijn redenen. Ook Kozak had Pools-joodse wortels, en een stamboom die door de oorlog zwaar ontwricht was. Dobra Jenta Kozak, later Marion, werd in 1934 geboren als eerste dochter van een rijke staalfabrikant. Dawid en Bronislawa Kozak zaten veilig ingebed in de omvangrijke Joodse gemeenschap in het zuiden van Polen, tot de nazi’s de controle in het dorp overnamen. Toen de eerste geruchten van deportaties de familie bereikten, stuurde Dawid zijn vrouw en twee dochters naar veiliger oorden. Zelf besloot hij zijn zieke ouders te blijven verzorgen, en dat tot ze werden vermoord door een Duitse soldaat. Hoe de vrouwen het hebben overleefd, daar is Marion altijd vaag over gebleven. Er zijn verschillende hypotheses, maar Marion heeft het enkel over “de generositeit van kenissen in Warschau, moedige mensen, joden en niet-joden, die de oorlog vaker niet dan wel hebben overleefd”. Via een joodse organisatie werd Marion als twaalfjarige naar Groot-Brittanië gesmokkeld. De rest is geschiedenis. (BSe)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234