Zaterdag 02/07/2022

InterviewWar on drugs

‘De cocaïneproductie is nog altijd hoog, de prijs was nog nooit zo laag, en consumenten staan in de rij’

De Aquino-clan. Beeld photonews
De Aquino-clan.Beeld photonews

Ooit waren ze een te vrezen misdaadfamilie uit Maasmechelen. Ze handelden op grote schaal in cocaïne via de havens van Antwerpen en Rotterdam en hadden nauwe banden met de beruchte ’ndrangheta, de maffia uit Calabrië. Tot de broers Aquino tegen de lamp liepen en Silvio Aquino werd vermoord. Het proces tegen de vermoedelijke daders loopt nog vijf weken in Tongeren. De ’ndrangheta lacht in zijn vuistje: de Aquino’s zijn al lang vervangen door nieuwe trouwe medewerkers, de cocaïneverkoop floreert als nooit tevoren.

Ayfer Erkul

Het had zó een scène uit een gangsterfilm kunnen zijn. Op 27 augustus 2015 reden topgangster Silvio Aquino (41) en zijn Slovaakse vrouw Silvia Liskova in hun Renault Scenic naar huis na een bezoek aan Silvio’s zus. Op het industrieterrein van Opglabbeek werd hun auto rond 12.15 uur ingehaald door een Jaguar. Eén van de inzittenden, hij was in het zwart gekleed en droeg een bivakmuts en een oranje politiearmband, maande hen aan te stoppen. Nadat ze dat hadden gedaan, stopte een tweede auto achter hen, een Opel. Het echtpaar werd uit de Renault getrokken onder de kreet: ‘Antidrugs! Antidrugs!’

Silvio kwam algauw tot de conclusie dat het helemaal geen drugscontrole was. ‘Lopen, Silvia!’ riep hij. ‘Dit is geen politie!’ Zij kon de bossen in vluchten. Hijzelf zou één van zijn belagers met diens eigen wapen hebben kunnen neerschieten voor hij werd afgemaakt – vijf kogels in het hoofd, twee in de romp.

De verdachten vluchtten, met hun neergeschoten kompaan op de achterbank. In Roermond hielden ze een ambulance tegen en disten een verhaal op over een verkeerd gelopen Russische roulette. Toen de verbijsterde ambulanciers de zwaargewonde man – tevergeefs – begonnen te reanimeren, scheurde de Jaguar weer weg.

Sinds vorige week staan in het zwaarbeveiligde assisenhof van Limburg in Tongeren vijf beklaagden terecht voor de moord op Silvio Aquino. Vier van hen zijn lid van de Bosnische Hamidovic-familie, die zich onledig houdt met overvallen en afpersing en jarenlang in heel Europa vrouwen, kinderen en mensen met een handicap in de bedelarij dwong. De vijfde beklaagde is Martino Trotta, een oud-restauranthouder uit Maasmechelen die in Italië en België al tot jarenlange celstraffen voor cocaïnehandel werd veroordeeld. Hij zou de opdrachtgever van de moord zijn.

Het motief is nog altijd onduidelijk. Het proces duurt vijf weken, waarin een volksjury moet uitmaken of het ging om een mislukte ontvoeringspoging, zoals één van de beklaagden beweert, of een afrekening.

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

COKE AAN HUIS

‘De Soprano’s in Limburg’, zo werden de Aquino’s in 2014 genoemd – naar de Amerikaanse dramaserie met James Gandolfini – toen in Hasselt een monsterproces begon tegen drie van de zes broers en tientallen handlangers. Omringd door ’s lands bekendste advocaten, onder wie Sven Mary en Jef Vermassen, stonden ze terecht voor internationale cocaïnehandel vanuit de havens van Rotterdam en Antwerpen. In 2017 kregen Raf en Mario Aquino in beroep een celstraf van respectievelijk tien en zes jaar cel voor het verhandelen van 2,4 ton cocaïne. Als Silvio Aquino niet vermoord was, had ook hij nu wellicht achter de tralies gezeten.

Na de veroordelingen werd opgelucht gereageerd: de Italiaanse drugsmaffia in Limburg zou een zware slag toegebracht zijn. De Italiaanse onderzoeksjournalist Giulio Rubino denkt daar anders over. “De maffia heeft de Aquino’s snel vervangen”, zegt hij. “De cocaïneproductie is nog altijd hoog, de prijs was nog nooit zo laag, en consumenten staan in de rij. Bovendien is de pakkans erg klein: nog geen 3 procent van de containers die aankomen in de haven van Antwerpen wordt gecontroleerd.”

Rubino en zijn collega Cecilia Anesi onderzoeken de wereldwijde tentakels van de Italiaanse maffia al jaren. Binnen IRPI, een Italiaanse vereniging van onderzoeksjournalisten, ligt hun focus op de ’ndrangheta: de maffia die vanuit Calabrië, aan de tip van de Italiaanse laars, opereert in Europa, de Verenigde Staten en Australië.

Jullie zijn op de naam Aquino gestoten toen jullie het spoor volgden van Giuseppe Romero, een lid van de ’ndrangheta.

Cecilia Anesi: “Ja. Romero had een cocaïnehandel opgezet in België. Hij kocht bij een Mexicaans kartel, dat de drug naar Antwerpen verscheepte, en werd ook bevoorraad door de Aquino’s.

“Silvio, geboren in 1971, was de jongste in een gezin met negen kinderen dat in de jaren 60 naar Maasmechelen emigreerde toen hun vader in de Limburgse mijnen kwam werken. Hij leidde de criminele activiteiten van de Aquino’s. In 1998 werd hij veroordeeld voor drugshandel, in 2004 voor de ontvoering van een man die hem suiker had verkocht in plaats van cocaïne, en in 2014 voor de export van 6,5 ton xtc-tabletten naar Australië.

“De Aquino’s hadden goede contacten met de Colombianen en connecties in de havens van Rotterdam en Antwerpen, waardoor ze containers vol drugs konden manipuleren.”

Giulio Rubino: “Ze maakten geen deel uit van de ’ndrangheta – echte Soprano’s waren ze dus niet – maar ze leverden er wel hand-en-spandiensten aan. Ze waren een belangrijke schakel in de cocaïnehandel: zij haalden de containers leeg en vervoerden de drugs over land. Ze hadden het zichtbaarste deel van de handel in handen.”

Anesi: “Dat is een bewuste keuze van de maffia: werken met externe specialisten, zodat een gerechtelijk onderzoek niet naar hen leidt en hun hiërarchie niet kan worden getroffen. Toen de Aquino’s tegen de lamp liepen, stopte Romero zijn handel allerminst.”

Rubino: “De ’ndrangheta staat nog altijd aan de top van de cocaïnehandel in België. Ze zijn een nauwe bondgenoot van de Colombiaanse en Mexicaanse kartels en hebben handlangers in Paraguay en Uruguay. Daardoor kunnen ze heel Europa bevoorraden.”

Hoe gebeurt dat precies?

Rubino: “De cocaïne wordt verscheept vanuit Colombia, Peru en Bolivia. Het grootste deel van de Boliviaanse drugs wordt in Brazilië verhandeld. De Colombiaanse en Peruviaanse coke gaan via verschillende Zuid-Amerikaanse havens naar Europa. Soms wordt de vracht eerst omgeleid naar West-Afrika, als de handelaar daar goede contacten heeft: schepen uit Ivoorkust of Gambia worden minder vaak gecontroleerd.

“De drugs komen Europa binnen via de havens van Antwerpen, Rotterdam en in mindere mate Hamburg. Soms gebruikt de ’ndrangheta de haven van Gioia Tauro in Calabrië, die bijna volledig met hun geld tot containerterminal is omgebouwd. De maffia leeft er in huizen met balkons die uitkijken over de haven.”

Heeft de ’ndrangheta geleden onder de coronacrisis?

Rubino: “Integendeel! Tijdens de lockdown werden in Europa nog altijd grote partijen cocaïne in beslag genomen: de smokkel ging gewoon door, met andere woorden. De havens mochten openblijven, en sowieso heeft de ’ndrangheta altijd een ruime hoeveelheid cocaïne in reserve, opgeslagen op verschillende plaatsen. Die dient om de prijzen gelijk te houden als een lading wordt ontdekt of zoekraakt, als de prijzen in Zuid-Amerika plots scherp stijgen, of als er daar problemen zijn met de productie, wat tijdens de pandemie het geval was.

“De lockdowns veroorzaakten distributieproblemen, maar die losten de maffiosi dan weer op door aan huis te leveren: ze verpakten de cocaïne als een bestelmaaltijd. Dat was meteen ook goed voor de klantenbinding. Ondertussen werd op het darkweb, het deel van het internet dat niet zichtbaar is via een zoekmachine, het aanbod verhoogd.

“De macht van de ’ndrangheta ligt ook in de enorme sommen cash die ze tevoorschijn kunnen toveren wanneer nodig. Bijvoorbeeld om cocaïne in bulk te kopen – om je een idee te geven: in Duitsland werd eens 20 ton van hen in beslag genomen. Uit strategische overwegingen laten ze ook anderen aan die handel deelnemen. Kleine spelers die maar 300.000 euro ter beschikking hebben, profiteren zo mee van de lage prijs die zij kunnen afdwingen.”

De Slovaakse journalist Ján Kuciak onderzocht de link tussen misbruik van Europese landbouwsubsidies in Slovakije en de cocaïnehandel. Hij en zijn verloofde Martina Kusnirova werden doodgeschoten. Beeld EPA
De Slovaakse journalist Ján Kuciak onderzocht de link tussen misbruik van Europese landbouwsubsidies in Slovakije en de cocaïnehandel. Hij en zijn verloofde Martina Kusnirova werden doodgeschoten.Beeld EPA

ONDOORDRINGBAAR

De Aquino’s waren misschien geen échte Soprano’s, maar naar de ’ndrangheta is het in Maasmechelen niet ver zoeken. De Strangio-Nirta-clan opereert er nog altijd, al zijn twee leden intussen opgepakt: Antonio Calogero Costadura, de in Genk geboren zoon van maffiabaas Salvatore Nirta, en Salvatore Seggio. Seggio deed zaken met Sebastiano Signati, een kopstuk van de ’ndrangheta dat in 2005 vluchtte uit Italië en zich tien jaar lang schuilhield in België. Signato werd in maart veroordeeld tot dertien jaar cel voor cocaïnesmokkel.

Voor criminele organisaties is de ligging van Maasmechelen – aan de grens tussen België, Nederland en Duitsland – wellicht bijzonder interessant.

Rubino: “Inderdaad. De ’ndrangheta legt zich al sinds eind jaren 90 toe op de cocaïnehandel vanuit de havens van Rotterdam en Antwerpen, met Limburg als centraal knooppunt. Ook in Antwerpen zijn ze heel actief. In Henegouwen en Luik zie je vooral de Siciliaanse cosa nostra.”

Zijn ook Limburgse clans van de ’ndrangheta hier beland in het spoor van Italianen die, net zoals vader Aquino, in de mijnen en fabrieken kwamen werken?

Rubino: “Ja. Ze wisten dat al die Italianen hier het liefst in de buurt van mensen uit hetzelfde dorp of dezelfde stad gingen wonen. En dus deden zij hetzelfde. Afpersing is één van hun belangrijkste activiteiten, en dat werkt veel beter bij mensen die dezelfde taal of hetzelfde dialect spreken. Stads- of dorpsgenoten kon je ook gemakkelijker onder druk zetten: iedereen had nog familie in Calabrië, die kon worden aangepakt als er in België niet werd gehoorzaamd. De cosa nostra deed hetzelfde met migranten uit Sicilië.

“De ’ndrangheta heeft een sterke hiërarchie, die de macht binnen de familie houdt. Valt de baas van een clan uit, dan wordt hij opgevolgd door één van zijn zonen of een andere man in de familie. Ze hebben ook een systeem van interne rechtspraak, waarbij de lokale capo de rechter is en daarnaast een procureur en een advocaat worden aangeduid. Leden die zich niet aan de omerta houden, riskeren de doodstraf.

“Er worden ook allerlei ceremonies georganiseerd, bijvoorbeeld om leden in het buitenland te bevorderen. De organisatiestructuur in Italië wordt elders in de wereld zorgvuldig nagebootst. Al die rituelen, waarover we de voorbije jaren mondjesmaat meer te weten kwamen na arrestaties, vormen voor buitenstaanders een ondoordringbare traditie, maar ze geven de leden een gevoel van verbondenheid. Zelfs op duizenden kilometers van elkaar.”

Zijn de in België geboren en getogen leden van de ’ndrangheta nog zo sterk aan Italië gebonden als de eerste generaties?

Rubino: “Ja. Bij andere maffianetwerken krijgen clans in het buitenland gaandeweg meer autonomie, maar bij de ’ndrangheta kijkt de jonge generatie voor de meeste zakelijke beslissingen nog altijd naar Italië.”

Anesi: “Het probleem is: na vijf generaties kent het Italiaanse gerecht de Belgische leden van de ’ndrangheta niet meer. Het Belgische gerecht werkt wel samen met de Italiaanse speurders, maar heeft nog lang geen zicht op de werking van de ’ndrangheta bij ons. De organisatie wordt nog maar een paar jaar als een ernstige bedreiging gezien.”

Giulio Rubino. Beeld rv
Giulio Rubino.Beeld rv

DE MOORD OP JÁN

Hoe machtig de ’ndrangheta ook buiten Italië geworden was, werd pas vijftien jaar geleden echt duidelijk. Op 15 augustus 2007 werden zes Italianen door het hoofd geschoten toen ze na een verjaardagsfeestje een pizzeria in de Duitse stad Duisburg verlieten. Het bleek een afrekening tussen twee rivaliserende clans uit San Luca, de thuisbasis van de ’ndrangheta. De slachtoffers behoorden tot de Pelle-Vottari-Romeo-clan, de daders tot de ook vanuit Maasmechelen opererende Strangio-Nirta-clan. Hun vete begon in 1991, toen twee jonge maffiosi werden vermoord tijdens een carnavalsviering. Daarna zouden, behalve in Duisburg, nog zeker zes doden vallen. Dat vendetta’s nu ook in het buitenland werden uitgevochten, baarde het Italiaanse gerecht bijzonder veel zorgen.

Duisburg was een uitzondering: tot dan had de ’ndrangheta er bewust over gewaakt buiten Italië geen geweld te gebruiken.

Rubino: “Alle vormen van opvallend crimineel gedrag werden vermeden, ja. In Italië had het extreme geweld van de ’ndrangheta tot grote publieke verontwaardiging geleid, waarop de politiek strenge maffiawetten had goedgekeurd. Wanneer we over de maffia gaan praten met collega’s in het noorden en het westen van Europa, zien we nog altijd ongeloof. In Duitsland zeiden ze vlakaf: ‘De Italiaanse maffia bestáát hier niet.’ Toen alsmaar meer onderzoeken in de richting van de ’ndrangheta wezen, begonnen de schellen hen van de ogen te vallen.”

Anesi: “Dat advocaten en journalisten door maffiosi worden bedreigd en zelfs vermoord, maakt mensen natuurlijk bewust van het gevaar.”

In 2018 werd jullie Slovaakse collega Ján Kuciak doodgeschoten toen hij met jullie aan het Slovaakse luik van het Aquino-onderzoek werkte.

Anesi: “Silvio Aquino en zijn vrouw hadden geïnvesteerd in een hotel in Slovakije. We vroegen ons af: was dat een manier om drugsgeld wit te gewassen? Aquino had in dezelfde buurt ook een villa voor Silvia gekocht, die toevallig grensde aan het terrein van een lokaal kopstuk van de ’ndrangheta.

“Ondertussen was er in telefoontaps door de politie sprake van een bananentransport naar Slovakije. De vracht zou aankomen in de haven van Antwerpen en in Slovakije verdeeld worden door een zekere El Loco. De Belgische politie is die man nooit op het spoor gekomen, maar wij waren nieuwsgierig naar wat er in Slovakije aan de hand was. We namen contact op met Ján omdat hij zelf aan een verhaal bezig was over de link tussen misbruik van Europese landbouwsubsidies in Slovakije en de cocaïnehandel. We beslisten om samen de geldstromen naar Slovakije te volgen en die bananentransporten te onderzoeken. Maar voor we goed en wel begonnen waren, werd Ján thuis doodgeschoten, samen met zijn verloofde. Hij was nog geen 28 jaar.

“De daders waren huurmoordenaars: zij zijn veroordeeld, de opdrachtgevers niet. Er loopt nog een rechtszaak tegen een Slovaakse zakenman die door Ján met corruptie in verband was gebracht. Leden van de plaatselijke maffiaclan zijn even aangehouden, maar nooit beschuldigd.”

Rubino: “We waren in shock. Tot dan hadden we alleen milde bedreigingen ontvangen, en waren er bureaus gevandaliseerd of auto’s in brand gestoken. Of we kregen telefoontjes van maffia-advocaten die met een rechtszaak dreigden. De dood van Ján was een koude douche. Amper een paar maanden eerder was in Malta onderzoeksjournaliste Daphne Galizia, die de ’ndrangheta tot haar vijanden mocht rekenen, om het leven gekomen bij een bomaanslag. We beseften dat ook journalisten rekening moesten houden met dodelijk geweld. In Italië, waar de maffia toch al uitvoerig is onderzocht, heeft sinds 1978 geen enkele journalist dat werk nog met zijn leven moeten bekopen.”

Martino Trotta, een oud-restauranthouder uit Maasmechelen die al tot celstraffen voor cocaïnehandel werd veroordeeld, zou de opdrachtgever van de moord op Silvio Aquino zijn. Beeld Mine Dalemans
Martino Trotta, een oud-restauranthouder uit Maasmechelen die al tot celstraffen voor cocaïnehandel werd veroordeeld, zou de opdrachtgever van de moord op Silvio Aquino zijn.Beeld Mine Dalemans

SPIJTOPTANT GEZOCHT

In maart 2021 liet de Belgische politie weten dat ze de versleutelde Sky ECC-telefoons van de ’ndrangheta had kunnen hacken. Maandenlang had ze kunnen meeluisteren terwijl de maffiosi plannen maakten om geld wit te wassen en plofkraken, martelingen en huurmoorden te organiseren. Dankzij de hack kon het federale parket het voorbije jaar 276 nieuwe dossiers openen, bijna 90 verdachten aanhouden en voor meer dan 4,5 miljoen euro aan drugs, wapens en voertuigen in beslag nemen. In 2020 had het gerecht al een grote slag geslagen door EncroChat te ontmantelen, de voorganger van Sky ECC.

Anesi: “Het kan niet anders of de criminelen hebben intussen al lang nieuwe versleutelde communicatiesystemen opgezet.”

Intussen wacht nog een hoop data uit Sky ECC om verwerkt en geanalyseerd te worden. “Dat zal nog jaren duren”, zegt François Farcy, hoofd van de federale gerechtelijke politie van Luik en expert in georganiseerde misdaad. “De hack heeft niet alleen het bestaan van grote criminele bendes blootgelegd. Opvallend is dat we zowat een derde van de criminele Sky ECC-zaken aan de Albanese maffia kunnen linken.”

François Farcy: “Dat maakt duidelijk dat Albanese criminelen zich hebben opgewerkt. De Albanese maffia is polycrimineel: ze doet aan diefstal, gewapende overvallen en drugshandel. En terwijl de Italianen vroeger de Albanezen gebruikten, bijvoorbeeld om drugs te vervoeren over land, gaan beide groepen nu joint ventures aan om cocaïne uit Zuid-Amerika naar hier te halen.”

Rubino: “De Albanezen hebben de voorbije twintig jaar, toen ze door de ’ndrangheta werden uitgebuit, goed opgelet. Ze werden ook geholpen door de ontwikkelingen in Colombia. Daar ondertekende de regering in 2016 een vredesverdrag met de FARC, de guerrillabeweging die de cocaïneproductie in de eigen gebieden jarenlang monopoliseerde. Sinds die deal is de productie van cocaïne enorm toegenomen. Vroeger kon alleen een hooggeplaatste crimineel van hier een overeenkomst gaan sluiten met een hooggeplaatste dealer in Colombia. Die verzekerde dan een levering van 10 ton per maand of zo. Nu heb je kleinere dealers die ook kleinere hoeveelheden verkopen. En zo hebben de Albanezen, die veel minder geld hebben dan de Italianen, hun eigen weg gevonden.”

Farcy: “Omgekeerd komen ook Zuid-Amerikaanse bendeleden naar hier om in cocaïnelaboratoria hun expertise te delen met Belgen en Nederlanders. Een aantal van hen hebben we al kunnen aanhouden.

“Opvallend is ook dat ze niet alleen hun kennis komen aanbieden. Mexicanen, bijvoorbeeld, weten dat België en Nederland al jaren koploper zijn in de productie van synthetische drugs, en willen die hier leren produceren.”

Als het over de Albanese maffia gaat, wordt nog altijd eerst gedacht aan prostitutienetwerken met meisjes uit het voormalige Oostblok.

Farcy: “Ze zitten nog altijd in de prostitutie, maar van brutaal geweld – zoals in de jaren 90, met Victor Hoxha als spilfiguur – is geen sprake meer. Bovendien zijn ze in het prostitutiemilieu van Antwerpen en Brussel ingehaald door de Bulgaren en Nigerianen.”

Is de invloed van de Italiaanse maffia in de cocaïnehandel getaand door de professionalisering van de Albanezen?

Rubino: “De ’ndrangheta blijft op de eerste plaats staan, maar de Albanese en de Marokkaanse maffia – de mocromaffia – zijn wel een stuk dichterbij gekomen. Langzaam maar zeker verhuizen de Italianen hun zaken: naar vastgoed, cryptomunten en andere legale manieren om geld te verdienen. De opbrengst van de cocaïne die vorig jaar werd verkocht en gesnoven, is vandaag al volledig witgewassen. Over een aantal jaren zal de ’ndrangheta misschien zelfs geen cocaïne meer aanraken.”

Heel wat maffialeden zijn de voorbije jaren gevlucht naar Dubai.

Farcy: “Ook daar wordt de grond intussen te heet onder hun voeten: Dubai werkt alsmaar beter samen met het Belgische gerecht om criminelen uit te leveren. Sommigen zoeken hun heil nu in Zuid-Amerikaanse landen die geen protocolakkoord met Europese landen hebben.”

De Sky ECC-hack onthulde ook hoe gewone mensen, van ambtenaren tot havenarbeiders, meewerkten aan de cocaïnehandel.

Farcy: “Dat gebeurde vaak onder bedreiging van de maffia. Natuurlijk blijft het corruptie, maar wat doe je als je een cruciale job hebt bij de douane, en de maffia dreigt ermee jou of je familie iets aan te doen tenzij je enkele containers zonder controle doorlaat? In de haven van Antwerpen krijgen kraanmannen soms duizenden euro’s om een container eerst neer te zetten aan een deur waarlangs de criminelen de drugs eruit kunnen halen.

“We zien meer en meer bedreigingen in het milieu van de drugsmaffia. Sinds 2018 hebben we een wet op spijtoptanten. Welnu, die wet is nog maar één keer gebruikt: in het dossier rond voetbalmakelaar Dejan Veljkovic. In het Sky ECC-dossier is er niet één spijtoptant. Niemand durft.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234