Maandag 26/09/2022

De Dogon: astronomen zonder telescoop?

Ver weg van de bewoonde wereld, in een groene vallei in centraal Mali, woont een volk met een geavanceerde wiskundige en astronomische kennis. De dorpoudsten van de Dogon zouden weet hebben van het bestaan van de dubbelster Sirius B, terwijl die met telescopen met moeite wordt gevonden. Dat ontdekte de Franse antropoloog Marcel Griaule. Hij maakte van de Dogon een mythe, een volk van sterrenkijkers. Maar waar ligt de grens tussen mythe en waarheid?

In 1931 maakte de Franse antropoloog Marcel Griaule tijdens een doorreis in Afrika voor het eerst kennis met de Dogon. Terwijl Europa de zwaarste crisis tot dan toe meemaakte, beleefden de antropologen in Afrika gouden tijden. Het continent leek bezaaid met volkeren die nooit in contact waren geweest met de westerse cultuur en waaraan de nog jonge wetenschap van de antropologie zich kon verlekkeren.

De Dogon die Griaule in de Bandiagaravallei aantrof waren een onbeschreven blad. De enige onderzoeker die ooit interesse voor hen had getoond was de Duitse aardrijkskundige Gotlob Krause geweest, die in de jaren tachtig van de negentiende eeuw zonder wapens of tolk bij hen was ingetrokken. Maar omdat de man eens terug in Duitsland zijn rekeningen niet had kunnen betalen, waren al zijn geschriften op de vuilnisbelt beland. Alleen de gebruiksvoorwerpen en maskers die Krause naar Europa had meegesmokkeld, hebben het bezoek van de deurwaarder overleefd en worden tot op heden bewaard in het Museum voor Volkenkunde in Leiden.

Samen met zijn assistente Germaine Dieterlen kwam Marcel Griaule zo'n zeventig jaar geleden bij de Dogon aan. Hij zou er bijna twintig jaar blijven. Hun vermogen tot abstract denken en abstracte kunst en hun complexe mythologie fascineerden Griaule mateloos. Hij won het vertrouwen van de dorpsoudsten (hogon) en kreeg zo een uniek inzicht in het denken van de Dogon. In 1938 publiceerde Griaule zijn proefschrift over de dansmaskers van de Dogon, die hen in contact brengt met het universum.

De onzichtbare ster

Toen Griaule na de Tweede Wereldoorlog terugkeerde naar de Dogon, won hij het vertrouwen van de blinde hogon Ogotemmêli uit het dorp Onder-Ogon. Die beschreef hem een rijk en gedetailleerd scheppingsverhaal. Griaule was verrukt: de Dogoncultuur was nog rijker dan hij dacht. Met zijn volgende publicatie in 1948 verwierf hij wereldfaam.

Na het overlijden van Ogotemmêli in 1947 zetten Griaule en Dieterlen hun onderzoek voort. Van 1946 tot 1950 werkten ze met vier verschillende bronnen, dorpsoudsten van de omringende stammen als de Bambara, de Bozo en de Minianka. Het was echter Ongnonlou Dolo, de dorpsoudste van het dorp Go, die de bewaarder van uiterst geheime kennis bleek te zijn.

Ongnonlou Dolo vertelde Griaule en Dieterlen over het Siguifestival, dat één keer per zestig jaar gevierd wordt en de schepping van de wereld uitbeeldt. Het festival valt samen met een bijzondere gebeurtenis aan de nachtelijke hemel: de uiterst kleine en zware ster Po Tolo (beter bekend als Digitaria) voltooit elke halve eeuw een ovale baan rond de heldere ster Sigi Tolo (Siguister, beter bekend als Sirius). In de kleine, zo goed als onzichtbare ster (het ei van de wereld, volgens de Dogon) ligt de oorsprong van alles besloten. Ook al beschrijft Po Tolo een baan rond Sirius, toch is ze de spil van het universum waar alles om draait, volgens de Dogon. Naast Po Tolo zou er ook nog een derde ster in het spel zijn: Emme Ya Tolo (de sorghum-vrouwster) die een wat grotere ovale baan rond Sirius beschrijft. Deze ster, vier maal zo licht als Po Tolo en groter in omvang, heeft ook een begeleidende ster, Nyân Tolo (de ster der vrouwen).

In 1954 publiceerden Griaule en Dieterlen deze opmerkelijke kennis in African Worlds: Studies in the Cosmological Ideas and Social Values of African Peoples, uitgegeven bij Oxford University Press. De kennis over Sirius is opmerkelijk te noemen, daar het bestaan van Po Tolo, onzichtbaar voor het blote oog, pas in 1862 met behulp van telescopen is ontdekt. In de jaren twintig en dertig werd ook aangenomen dat het Siriusstelsel nog een derde ster zou tellen (de vrouwenster van de Dogon). Nauwkeurige metingen vandaag sluiten het bestaan van een derde ster zo goed als zeker uit.

In 1965, na het overlijden van Griaule, bracht Dieterlen een werk met nieuwe onthullingen van de Dogon over het Siriusstelsel in het boek Le renard pâle. Het Siriusstelsel is het land van de vissen en de placenta van de Nommo's. Die amfibische wezens van een planeet in het Siriusstelsel zouden de Dogon bezocht hebben en hen kennis hebben doorgegeven. Zo kon de moderne mens zich ontwikkelen. De mens, die oorspronkelijk geschapen is naar het beeld van de imperfecte Ogo (de vale vos uit de titel van het boek) zou pas met de komst van Nommo's een nieuwe gestalte en een nieuwe graad van ontwikkeling hebben bereikt. De Nommo zouden op een dag ook terugkeren voor een nieuw bezoek.

Na dat boek was het hek van de dam. De voorouderbeelden en maskers van de Dogon waren opeens afbeeldingen van aliens, de pseudowetenschappers lieten hun fantasie los. De titels van enkele boeken die verschenen zeggen genoeg: Waren de Goden kosmonauten?, Het Sirius mysterie. Nieuw wetenschappelijk bewijs voor buitenaards contact, De wetenschap van de Dogon. Ontcijfer het Afrikaanse mysterie en De Nummo. De waarheid over de menselijke oorsprong.

In 1991 gooide de Nederlandse antropoloog Wouter van Beek echter de knuppel in het hoenderhok door aan te tonen dat Griaule zelf de Dogon enige 'uitzonderlijke' astronomische kennis had bijgebracht. "Tot aan 1948 heeft Griaule daar prima werk geleverd", zegt Van Beek, verbonden aan de Universiteit van Tilburg en specialist inzake Dogoncultuur. "Maar daarna zijn de Dogon hem fabeltjes gaan verkopen."

Volgens Van Beek was Griaule zonder het te beseffen voor de Dogon een vertegenwoordiger van de koloniale machthebber in Mali. Ze moesten hem te vriend zien te houden en dat deden ze door zijn wensen en projecties in te willigen.

Na meer dan tien jaar onderzoek had Griaule de mythologie van de Dogon doorgrond, maar hij bleef vragen stellen. Uit vrees dat hij zou weggaan als ze niets meer zouden vertellen, zijn de Dogon gaan breien aan het verhaal. "Ze zijn te leen gegaan bij de omringende volkeren en hebben een nieuwe genesis opgebouwd. Ze stonden open voor suggesties, ook van Griaule zelf. Zo is ook de onzichtbare Po Tolo aan het verhaal toegevoegd." Uit Van Beeks gesprekken met Dogon kwam telkens naar voren dat de mythologie erg verward was. Het enige waar iedereen het over eens bleek, was dat Griaule hen over de 'ster met de tweelingzus' had verteld. Einde discussie.

Toen Griaule bij de Dogon te horen kreeg over de organisatie van het volgende Siguifeest in 1967, wist hij dat Sirius op dat moment bezoek zou krijgen bezoek zou krijgen van zijn 'tweelingzus', de witte dwerg. Hij wist dat deze dwergster in een cyclus van zestig jaar rond Sirius, de helderste ster van de nacht, heen vliegt. Net hetzelfde ritme als de Siguifeesten elkaar opvolgen. Conclusie: De Dogon moesten van het bestaan van Sirius B op de hoogte zijn, terwijl die ster volstrekt onzichtbaar is voor het blote oog. Hij vroeg hen of ze Po Tolo kenden en ze zeiden ja. Een mythe was geboren.

Buitengewone astronomische kennis mogen de Dogon dan niet bezitten, dat maakt hen volgens professor Van Beek zeker niet minder relevant als volk. Omdat de Dogon zo vroeg uitgebreid bestudeerd werden, heeft deze stam bovendien als geen ander ons beeld van Afrika gevormd. Met name de Europese kunst is sterk beïnvloed geweest door de Dogonmaskers. Picasso had zijn Demoiselles d'Avignon nooit geschilderd zonder de Dogonmaskers en -beeldhouwwerken onder ogen te hebben gekregen. Ook uit hun medicinale en relationele systemen valt volgens Van Beek veel te leren.

En zijn ze niet geloofwaardig als sterrenkundigen, dan des te meer als sterrenkijkers, meent ook de Vlaamse wiskundige Dirk Huylebrouck, die voor zijn boek Afrika+wiskunde op zoek ging naar wiskundige kennis op het Afrikaanse continent. "De Dogon heb ik bewust niet opgenomen omdat al wat we weten over hun kennis berust op speculatie van antropologen", vertelt Huylebrouck. "Maar dat wil niet zeggen dat ze geen kennis hadden. Zoals veel volkeren in Afrika zijn ook de Dogon zeer sterke waarnemers."

Met het kijken naar sterren zijn 'natuurvolkeren' nu eenmaal een pak meer vertrouwd. Dat is niet alleen in Afrika zo, maar ook in vroeg-Europese bevolkingsgroepen. "Zowel in Europa als in Afrika, met name in Kenia, zijn 'Stonehenges' gevonden", zegt professor Huylebrouck. "De betekenis van die constructies blijft voer voor discussie, maar dat het met de belangstelling voor de hemel te maken heeft, is wel duidelijk."

De analyse van hoe de planeten zich tot elkaar verhouden, daar hebben de Dogon zich niet aan gewaagd. Zij gebruikten de sterren eerder praktisch. Als Venus, de ochtendster zich toonde, was het tijd om op tocht te vertrekken, want dan kom je voor de middaghitte toeslaat aan in het bos. Daarnaast werd ook naar de hemel gekeken om aan geschiedschrijving te doen. De datering van belangrijke gebeurtenissen of dynastieën wordt verbonden met gebeurtenissen in de hemel, zoals de val van een komeet of een zonsverduistering.

INFO: Dogon. Werelderfgoed uit Afrika, tot 22 januari in de Bundeskunsthalle (www.bundeskunsthalle.de) te Bonn.Toegang: 8 euro. De Morgen geeft de vijf snelst reagerende lezers een gratis duoticket. Mail naar wetenschap @demorgen.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234