Dinsdag 27/09/2022

De droom, het woord en de daad

Een genuanceerde geschiedenis van het anarchisme

door Eric Min

Henri Arvon

Uit het Frans vertaald door Ineke Mertens, Voltaire, 's-Hertogenbosch,144 p., 570 frank.

Misschien moest een mens weer eens wat meer overzichtswerken gaan lezen, geschiedenissen-van en inleidingen-tot. Neem nu Het anarchisme van Henri Arvon, een studie uit 1951 waarvan een twaalfde druk in 1998 het licht zag en in Frankrijk bijna 100.000 exemplaren verkocht werden. Onlangs verscheen een Nederlandse vertaling, uitgebreid met een hoofdstuk over het anarchisme in België en Nederland van de hand van Bert Altena. Het boek biedt een bondig, zij het genuanceerd verhaal, interessant als (eerste?) kennismaking met een eigenzinnig maatschappelijk project.

"Met de afstand van een eeuw ziet het anarchisme eruit als de luxe van een tijdperk dat er genoegen in schiep af en toe zijn stabiliteit te testen, in de wetenschap dat men immuun was voor de bacteriën van de ontbinding." Arvons stelling duikt op in het hoofdstuk 'De propaganda door de daad' over de al dan niet zuiver ideologisch geïnspireerde bomaanslagen door de terroristische fractie van de beweging, maar zijn opmerking gaat evengoed op voor de fascinatie die theoretici als Stirner, Proudhon, Bakoenin en Tolstoj uitoefenden op burgerlui en bohémiens. Nogal wat mensen raakten in de ban van een handvol enkelingen die, elk op hun eigen manier, trachtten te leven zonder god en gebod of naar de regel uit de 'Internationale': "ni dieu, ni maître, ni tribun". Hun volgelingen waren hemelbestormers voor wie het officiële socialisme en zijn communistische variant niet ver genoeg gingen, arme drommels die niet veel te verliezen hadden, dwepers die achter elke nieuwe profeet aanholden of kritische intellectuelen met een utopisch rouwrandje zoals de groep rond het literaire blad Van Nu en Straks.

Over echt veel volk ging het nooit. In zijn nawoord over de toestand in België en Nederland (dat, in tegenstelling tot Arvons overzicht, doorloopt tot recente verschijnselen als Provo en de krakersbeweging) reproduceert Altena dankbaar de cijfers die de onderzoeker Jan Moulaert lang geleden heeft gepubliceerd: op het hoogtepunt van het radicalisme, rond 1892, telde Luik nauwelijks 25 anarchistische militanten, terwijl het aantal overtuigde sympathisanten in België na 1900 nooit meer dan enkele duizenden bedroeg. Ook boven de grote rivieren haalden de krantjes van de beweging zelden een oplage van meer dan 5.000 exemplaren. Het kritisch aanschuren tegen de bestaande arbeiderspartijen en wat bevlogen denkwerk waren de belangrijkste activiteiten van de "goddeloozen, haveloozen en regeringloozen" die niet veel grote namen in hun gelederen telden. In de Lage Landen speelden Elisée Reclus, Hem Day en Ferdinand Domela Nieuwenhuis de rol van Bakoenin en consorten op het internationale toneel.

Over de theoretici van de beweging, hun ideeën en de anarchistische praktijk van de Parijse Commune, het revolutionaire syndicalisme en de Spaanse revolutie handelt het leeuwendeel van Arvons werk. Uit zijn kritisch maar met sympathie en af en toe wat defensief geschreven verhaal leren we vooral dat de stroming een lappendeken was van hoogst individualistische, doorgaans volstrekt utopische en innerlijk tegenstrijdige stellingen. Zelden laat hij na te wijzen op contradicties tussen de weidse gebaren en de kleine menselijke kantjes van de mannen die het anarchisme bedacht hebben, tussen onthechte ideeën en praktische bezwaren. Toen Bakoenin na een operetteachtige samenzwering in Lyon één dag lang van de macht mocht proeven, kregen zijn volgelingen geen 'heerschappij van de vrije associatie' te zien, maar een regelrechte dictatuur. Lenin heeft opgemerkt dat het anarchisme en zijn eigendomstheorie (Proudhons 'Eigendom is diefstal' versus Stirner) reactionaire trekjes vertonen. Ook de ethiek loopt vast, halfweg tussen de aangeboren nobele inborst van de mens (de theorie van de 'goede wilde' uit de achttiende eeuw) en het eigenzinnige ik dat autonoom kiest tussen deugd, kwaad en kwel. De theoreticus William Godwin verketterde het huwelijk ("de ergste der wetten, een eigendom en het ergste der eigendommen"), trouwde in het geheim en zette zijn dochter, die er met de dichter Shelley vandoor was gegaan, in naam van het fatsoen het huis uit. Merkwaardig trouwens, hoe de denkers aan de (karige) kost komen: Godwin was predikant, Stirner leraar aan een privé-school voor burgermeisjes, Proudhon drukker. In rokerige achterkamers ontmoeten we middenstanders, ambtenaren en aristocraten.

Nergens blijkt dat het anarchisme echt 'werkt'. Het gedachtengoed blijft steken in vrome wensen en woeste kreten. Arvon weet dat ook wel, en zijn taalgebruik laat weinig aan de verbeelding over: federalisme is "een toverwoord" waarmee de beweging de staatsorganisatie "denkt te laten verdwijnen", het vrijwillige contract tussen vrije burgers is "een rommelige en onsamenhangende constructie". Godwin decreteerde dat de nieuwe mens elke dag nog slechts een halfuur lichamelijke arbeid zou verrichten, en dan nog met plezier; Kropotkin kwam uit op vier à vijf uur voor alle mensen van twintig tot vijftig.

Arvon toont overtuigend aan dat het anarchisme een blind geloof in het woord veronderstelde. Op scharniermomenten in de geschiedenis lijkt het wel alsof het proclameren van leerstellingen of zelfs het gewoon hardop nadenken volstaat om de wereld te veranderen. Lees er het manifest van de Parijse Internationalisten aan de vooravond van de verkiezingen voor de Commune maar op na: "De onafhankelijkheid van de Commune is de garantie van een contract dat met zijn vrijelijk bediscussieerde bepalingen een einde zal maken aan de klassenvijandschap en de sociale gelijkheid zal garanderen. De autonomie van elke commune ontneemt ieder onderdrukkend karakter aan de eisen die zij stelt en is een bevestiging van de Republiek in haar hoogste uitdrukkingsvorm." Is de mythe van de algemene staking uit het werk van de proudhonist Georges Sorel, maître à penser van Russische communisten èn van Benito Mussolini, niet het beste voorbeeld van een constructie van woorden, een mobiliserend verhaal? Zoals het anarchisme zelf een noodzakelijke en inspirerende mythe is die ons dagelijks denken kan kruiden?

Arvon toont overtuigend aan dat het anarchisme een blind geloof in het woord veronderstelde

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234