Donderdag 19/05/2022

De generaal in haar labyrint

De Braziliaanse Senaat heeft Dilma Rousseff eruit gebonjourd. Crisis slecht gemanaged, begroting bijgekleurd, een onmogelijk karakter vooral. Maar een guerrillera laat niet met zich sollen.

rg bazig is ze." We schrijven een novembermiddag in 2010, op een terras in Brasília. Aan Thiago de Aragão, een bekend politiek analist in de Braziliaanse hoofdstad, vragen we wat hij precies van Dilma Rousseff vindt, de net verkozen president en opvolgster van Lula da Silva. "Erg bazig", zegt Aragão nogmaals.

Lula zelf was een onwijs populair staatshoofd geweest. In hem - de arme luis die als schoenpoetser begonnen was, arbeider werd in een autofabriek en het helemaal tot staatshoofd had geschopt - had het volk zichzelf herkend. Lula sprak hun taal en kende hun wereld. Bovenal was hij erin geslaagd 30 miljoen Brazilianen uit de armoede de tillen - met dank, uiteraard, aan groeicijfers tot 8 procent en een China dat, anders dan vandaag, nog volop ertsen en soja in Brazilië kocht.

Bang dat zijn erfenis snel verkwanseld zou worden als hij de basis van de Arbeiderspartij (PT) zelf een opvolger liet kiezen - Lula vreesde voor een machtsstrijd - had hij Rousseff naar voren geschoven: een ijzeren technocraat, een dossiervreter, een vrouw die geen tegenstand duldde, een nobele onbekende vooral die, en daar had Lula beter moeten weten, voor de leeuwen werd gegooid.

"Moeilijk in de omgang", zo omschreef Aragão haar ook, nippend aan zijn biertje. "Erg ideologisch, met een voorliefde voor de staat in zijn economische visie. Lula niet, hoor! Ook hij was links, maar hij kon tenminste met privébedrijven om."

De toon was gezet. Het was zonneklaar dat mijn bron Rousseff wel kende, maar geen hoge pet op had van haar. En dat Rousseff überhaupt een zware klus te wachten stond: de scepter overnemen van Braziliës beste president ooit, op een moment nog wel dat de groei alweer vertraagde.

Het was me een week eerder al opgevallen in de megapool São Paulo, het financiële hart van Brazilië. Daar was ik geland op de dag van Dilma's zege, maar ik had het vreemd gevonden hoe weinig feestgedruis er was. Op de gigantische Avenida Paulista stond hooguit een vrachtwagen met een stel luidsprekers en een stuk of wat ballonnen.

De weinige PT-militanten die present gegeven hadden, wisten het wel zeker: Dilma had gewonnen, maar de rechtse elite, die ook de pers controleert, had er veel geld voor veil gehad om haar dood te zwijgen. En dus was er geen kat komen opdagen.

Helemaal uit de lucht gegrepen was de beschuldiging niet. Het viel me op hoezeer anti-PT'ers, zeker in São Paulo, Rousseff toen al haatten. Zij, de rijken, hadden gehoopt na acht jaar links bestuur óók weer eens aan zet te komen, het klootjes- en favelavolk eindelijk weer op zijn plaats te zetten, maar nu kregen ze dit: Dilma. "Een manwijf, en bovendien gescheiden? Bah." Het was frappant hoezeer misogynie en machismo in hun woorden doorklonken.

Op het snijpunt van afkeer, onverschilligheid en het voordeel van de twijfel: daar in de perceptie situeerde zich de kersverse president. Toegegeven, tijdens de campagne had ze haar best gedaan om menselijk over te komen - rimpels weg, tanden recht, verjongingskuur - maar diep in de landelijke ziel, zelfs binnen de PT, was ongemak blijven knagen. "Kan Dilma dit wel aan?" "Heeft Lula zijn opvolgster niet met een vergiftigd geschenk opgezadeld?" "Rekent hij er niet stiekem op dat zij, oud-topvrouw van oliegigant Petrobras en manager veeleer dan politica, zich boven het politieke gekrakeel zal verheffen?" "Kan Dilma de lijken opvangen die straks misschien wel uit de kast komen getuimeld?"

Vijf jaar later. Dat laatste, het opvangen van de oude lijken, is dan niet gelukt. Niet alleen doet een golf van corruptiezaken zowel Brazilië als Petrobras daveren op hun grondvesten, zelfs Lula is in opspraak. De economie krimpt alweer met 3,8 procent, Dilma wordt ervan beschuldigd met de begrotingscijfers te hebben gesjoemeld in de aanloop naar haar herverkiezing, in 2014. Donderdag, na een schimmige procedure die maanden aansleepte en het land in tweeën kliefde, is ze geschorst.

Dinsdag, twee dagen voor de fatale stembeurt in de Senaat, is het een vermoeide maar strijdlustige president die een conferentie over vrouwen en politiek toespreekt. Was ze eerst nog allerminst een raspolitica, dan is Dilma het uit noodzaak geworden.

Ze krijgt een staande ovatie, lacht de vrouwen toe die uit de verste uithoeken van Zuid-Amerika's gigant naar de hoofdstad afgereisd zijn en somt een voor een de 27 deelstaten op. "Welkom aan de vrouwen uit Ceará, Alagoas, Maranhão, Santa Catarina, Rio Grande do Norte..." Er klinkt gejuich, er worden selfies met haar gemaakt, boven de hoofden steken tientallen smartphones uit voor een laatste foto met de president.

Het heeft in alle kranten gestaan: na maandenlange druk gaat Dilma ervan uit dat haar schorsing niet meer te keren valt en heeft ze haar koffers al gepakt. "Nergens anders zou ik vandaag liever staan", zo neemt ze afscheid van de vrouwen. "Ik beloof jullie: mijn mandaat stopt niet voor 30 december 2018! De strijd maakt me niet moe, wat me moe maakt is het verraad!"

Luid applaus, nogmaals, aangevuld door een voetbalachtig 'Olé olé olé olé' en de slagzin 'Dilma, guerreira da pátria brasileira!' - 'Dilma, krijgster van het Braziliaanse vaderland'. De president postte het filmpje zelf op haar website en daar viel het ook eergisteren, uren na de stemming die haar lot bezegelde, nog te bekijken.

Zoveel is zeker, de Dilma die dinsdag op de bühne stond heeft de kleurloze houterigheid afgegooid die haar eerder zo vaak tekende. Een paar maanden geleden, toen de impeachmentprocedure ingezet werd, voorspelden vriend en vijand dat een boze Rousseff de handdoek in de ring zou gooien, liever dan nog langer als voorwerp van scandalitis voor het licht te moeten treden. Het omgekeerde is gebeurd. Rousseff zal de beker tot de bodem leegdrinken en branden in de hel om daarna als een feniks uit haar as te herrijzen.

"Het gaat hem om karakter", schrijven de commentatoren, plotsklaps milder jegens haar gestemd. "Hoe meer Dilma onder druk staat, hoe sterker en rustiger ze wordt."

Haar karakter is één ding, haar levensloop een ander, maar beide zijn debet aan elkaar. Haar brede glimlach en elegante broek- of mantelpakjes doen het niet vermoeden, maar het ondermaanse heeft Dilma allerminst gespaard.

"Ik heb het nooit makkelijk gehad, het leven is niet makkelijk", vertelde ze haar dokter zeven jaar geleden, toen die haar belde om te melden dat ze lymfekanker had. Dilma antwoordde flegmatisch, zo schrijft de Portugeestalige editie van El País, en keek feilloos kalm haar secretaris aan. Ze streed, en ze genas.

"Het leven is niet makkelijk", zegt Rousseff. En toch: háár leven had makkelijker kunnen zijn. Heel anders dan Lula groeit Rousseff, dochter van een Bulgaarse communist die in 1930 naar Brazilië kwam, in een middenklassengezin op. Paps is dan wel van linkse huize, hij stampt een bloeiend bouwbedrijf uit de grond.

In Belo Horizonte, waar het gezin woont, studeert Dilma Frans en neemt ze pianolessen bij een privéleraar. Ze verslindt boeken, krijgt haar zin voor sociale rechtvaardigheid met de paplepel ingegeven, wordt een rebelse, ja zelfs radicale tiener.

Daarna gaat het snel. In maart 1964 plegen de Braziliaanse militairen een staatsgreep, Dilma is nog geen 20 en duikt de extreemlinkse ondergrond al in. Ze leert schieten en steekt bommen in elkaar, haar vrienden overvallen banken terwijl zij centen inzamelt voor wapens. De militaire politie slaat haar in de boeien en martelt haar drie weken aan een stuk. Rousseff krijgt zo veel rake klappen dat haar kaakbeen wordt ontwricht. Geschopt wordt ze, geëlektrocuteerd, vastgebonden, geterroriseerd. Terwijl ze campagne voert om president te worden, duikt de foto op van toen: zware bril, opstaand haar, gedetermineerde blik.

Gebiedend is Dilma Rousseff altijd al geweest, een studax ook, anders was ze, na haar studies aan de universiteit, nooit minister van Energie geworden in Rio Grande do Sul of topmanager in grote staatsbedrijven. Maar het is vooral haar strijdbaarheid uit de jaren 60 die het staatshoofd de jongste weken teruggevonden heeft.

Krabbelt Rousseff overeind? Gemeten aan de tomeloze corruptie waar de Braziliaanse partijen aan blootstaan, weegt de schuldenlast aan haar adres nog redelijk licht: doordat de economie in slechtere doen was, gaapte plots een gat in de begroting. Om dat dicht te rijden, leende de president geld bij de grote staatsbank BNDES, bij de op zich al morrende belastingbetaler dus, en dat was strijdig met de wet.

Maar veel meer dan die fiscale make-up, zeggen Brazilianen, meer ook dan de economische crisis, is het Dilma's persoonlijkheid die haar de das heeft omgedaan. Stug is ze, aan creatieve chaos heeft ze een hekel en small talk mijdt ze als de pest. Ze kan niet improviseren en blijft een stijve hark - een erg opvliegende hark, god nog aan toe.

Hoe Braziliaans is Dilma dan? En kan ze overweg met een politiek bestel als het Braziliaanse, met een coalitie, in haar geval, die met haken en ogen aan elkaar hing, en waar ze minister na minister de laan uitstuurde omdat er altijd wel ergens een schandaal opdook?

In 2010, pal na haar verkiezing, breng ik een volle week door in het Braziliaanse Congres, een door Oscar Niemeyer opgetrokken ruimteschip met lange, brede en lage gangen, vol indirect licht, blauw tapijt en kaal beton.

Architect Niemeyer was het om strakke functionaliteit te doen. Rousseff zelf past perfect in het bouwsel, de Braziliaanse politieke klasse helaas veel minder. In het pluche zitten dertig formaties die ideologie en programma minder belangrijk vinden dan particuliere of lokale belangen. Ze zijn een institutionele kwelling en vergen mensenkennis, charme, charisma en zin voor compromis. Aan de technocratentaal van Dilma, door de Brazilianen spottend het Dilmees genoemd, heeft 's lands politiek een broertje dood. Dán al.

Maar het ergste, zo stellen haar tegenstanders, is dat de president niet met kritiek om kan. Sinds ze aantrad gaat Brazilië door een niets ontziende recessie, de werkloosheid piekt op 10 procent, de real is fors in waarde gedaald, maar niets is de verantwoordelijkheid van Dilma Rousseff, die de schuld op de wereldeconomie afwentelt en voor de rest de foute financieel-economische knopen doorhakt.

Natuurlijk, als slecht beleid volstond voor een impeachment, dan zouden heel wat staatshoofden het einde van de rit niet meemaken. Ook daar is Rousseff anders dan haar land. Haar belagers hadden o zo graag sporen van corruptie of zelfverrijking bij haar aangetroffen. Het heeft niet mogen baten. In tegenspraak met de nationale politieke mores, en ondanks inquisitie-achtig onderzoek, kon Rousseff de voorbije maanden op niet één steekpenning worden betrapt.

"Ik heb fouten gemaakt maar geen misdaden begaan", zo zei ze na haar schorsing.

Daar zit ze dan. Een eigenmachtig, door God en vaderland verlaten staatshoofd in een veel te ruim paleis. De verleiding is immens om in magisch realisme te vervallen en naar García Márquez terug te grijpen, met name naar diens meesterwerk De generaal in zijn labyrint.

Oké, Brasília is Bogotá niet en Dilma Rousseff nog minder Simon Bolívar, maar dit blijft Latijns-Amerika. In het eerste hoofdstuk van zijn roman - we schrijven 8 mei 1830 - legt Márquez uit hoe Bolívar uit zijn presidentiële ambt ontzet is en zijn vicepresident om een vrijgeleide moet smeken om Cartagena te bereiken, de haven vanwaaruit hij in ballingschap zal vertrekken.

Rousseff is een boekenwurm, het zou verwonderen als ze Márquez' obligate klassieker voor politici niet gelezen had. "We vertrekken", zegt Bolívar daar aan zijn aide de camp. "Snel, hier houdt geen mens van ons!"

Niet zo voor Rousseff. Haar politieke overlevingsdrang, gekoppeld aan het late respect dat ze bij de linkse basis heeft verworven én het voorspelde onvermogen van president ad interim Michel Temer (populariteit: 2 procent), zullen haar doen terugslaan. Over 180 dagen, als het onderzoek voorbij is, weten we meer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234