Zondag 02/10/2022

De geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw onder de loep

Een eeuw met een dubbelgezicht

In de twintigste eeuw was Europa een continent van extremen, aldus de vooraanstaande Britse historicus Bernard Wasserstein. Het was het toneel van de meest gruwelijke verschrikkingen, maar tegelijk de bakermat van de meest beschaafde idealen.

In 1919 noemde de Russische dichteres Anna Achmatova haar eeuw al "slechter dan alle voorgaande". Toen lagen de vernietigingsoorlog van Hitler in het oosten en de bombardementen op Guernica en Dresden nog in het verschiet. Onschuldige burgers zouden nog in duizelingwekkende aantallen worden afgeslacht. Miljoenen zouden omkomen in de slavenkampen van de goelag of in de kampen van de nazi's. En in de satellietstaten van de Sovjet-Unie zouden de opstanden bloedig worden neergeslagen. Het mag niet verbazen dat Bernard Wasserstein (°1948) tot een sombere conclusie komt. "Het kwaad waarde rond in deze tijd, het nam bezit van mensen, het stuurde hun daden en bracht de leugens, de hebzucht, het bedrog en de wreedheid voort die de kern vormen van de geschiedenis van Europa in onze tijd."

De paradox is evenwel dat - om de Britse premier Harold McMillan te parafraseren - Europeanen het in de afgelopen honderd jaar nooit zo goed hebben gehad. In 2005 werden vijftien van de twintig hoogst genoteerde landen op de 'Index voor de menselijke ontwikkeling' door Europese staten ingenomen. Zo had de gezondheid een peil bereikt dat een eeuw geleden ronduit onvoorstelbaar was. De huisvesting verbeterde, de armoede werd teruggedrongen, de sociale verhoudingen ontspanden zich, democratieën verspreidden zich, vrouwen emancipeerden en het onderwijs werd op een hoger peil getild. Kan het zijn dat de lijst van weldaden van de twintigste eeuw even lang is als die van haar verschrikkingen?

Een historicus moet van goeden huize zijn als hij op de januskop van die turbulente eeuw wil scherpstellen. Is die opdracht misschien te hoog gegrepen? Wasserstein dekt zich in. Best mogelijk, waarschuwt hij, dat "elke poging om de essentie van de ingrijpende veranderingen in de twintigste eeuw weer te geven" niet méér is dan vechten tegen windmolens. De vrees van de Britse historicus is ongegrond. Hoewel hij zijn werkmethode nauwelijks uitlegt, wordt heel snel duidelijk dat zijn taak hem geenszins boven het hoofd groeit. Ten eerste houdt hij het saillante detail en het inzicht in de grote lijnen perfect in balans, en ten tweede beoefent hij zelden of nooit de simpele kunst van het onweerlegbare bewijs maar beijvert hij zich om zijn woorden op een goudschaaltje te wegen. Voeg daarbij een hoogontwikkeld gevoel voor ironie en een even goede neus voor treffende citaten, en je krijgt een verhaal boordevol schakeringen, scherpzinnigheid en snedigheid. Af en toe geraken afweging en dosering weliswaar in het nauw. Een opvallend voorbeeld is de dekolonisatie. Waarom krijgt Kongo maar vier regeltjes en Algerije vier bladzijden? "De meest onbezonnen en onverantwoordelijke daad van dekolonisatie was de Belgische terugtrekking uit Kongo in 1960", aldus Wasserstein. "Wat achterbleef, was een land dat vijfenzeventig jaar lang door de Europeanen van zijn rijkdom aan delfstoffen was beroofd en waar zelfs de basisvoorwaarden voor een moderne staat ontbraken." Een verdere verklaring of verdieping ontbreekt. De uiterst smerige oorlog in Algerije daarentegen, wordt met uiterste zorg ontleed. Is het omdat Frankrijk een groot land is en België een klein? Ook zijn afhandeling van de Oostenrijks-Hongaarse Doppelmonarchie doet de wenkbrauwen fronsen. Was dit conglomeraat van minderheidsgroepen een "gevangenis van naties"? Nee, beweert Wasserstein. Het was "een tolerante, open maatschappij, zonder gedwongen germanisering of blind centralisme". Wat blijkt? De bron van deze positieve boodschap is een boek van Joachim Remak uit 1969. Weet Wasserstein niet dat dit rooskleurige beeld intussen is bijgesteld?

Wasserstein kan uiteraard niet aan de realiteit voorbij dat zwaargewichten als Frankrijk, Duitsland, Rusland en Groot-Brittannië elkaar op het internationale podium proberen te verdringen. Maar dwergstaten worden niet zomaar uit de weg geruimd. Telkens als een van hen om welke reden dan ook in de kijker loopt, krijgt het de schijnwerper op zich gericht. Zo ontvangt Zweden een eervolle vermelding als de pionier van de verzorgingsstaat in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. En wanneer Portugal in 1974 tegen de dictatuur in opstand komt, beperkt de uitleg zich niet tot de clichés over de Anjerrevolutie, maar wordt de sluier gelicht van het "fascisme met een menselijk gezicht", zodat duidelijk wordt waarom haast een miljoen Portugezen in de jaren zestig emigreerden en waarom de slogan van Antonio Salazar - regeren is de mensen in bescherming nemen tegen zichzelf - niet meer dan het gebruikelijke alibi was om het volk voor altijd te onderdrukken.

Grenzen

Natuurlijk kan Barbarij en beschaving niet alles behandelen. Wassersteins primaire doelstelling is "het schetsen van de belangrijkste contouren van de politieke, diplomatieke en militaire geschiedenis van Europa". Voorts richt hij zich op de meest in het oog springende demografische, economische en sociale veranderingen.

Maar welk Europa doemt uit de nevelen van het verleden op? Waar liggen zijn grenzen in de tijd en in de ruimte? Wasserstein kiest zonder aarzelen voor een continent met Turkije. Wellicht past zijn keuze in zijn overtuiging dat een toekomst zonder dat land zeer gevaarlijk is. Hoewel hij de wrijvingen met immigranten en met de islam niet onderschat, geeft hij niet toe aan onderbuikgevoelens. De zogenoemde botsing der beschavingen is een probleem zoals een ander, lijkt hij aan te geven. Europa is verstandig en flexibel genoeg om de spanningen op termijn op te lossen. En misschien is het meerekenen van Turkije zelfs logischer dan het meerekenen van het Verenigd Koninkrijk. Geen enkel ander land heeft Europa immers zo koel behandeld. De Britten hadden daar vanzelfsprekend gegronde redenen voor. Aan het begin van de eeuw hoefden ze zich als supermacht van niemand iets aan te trekken, na de Tweede Wereldoorlog dachten ze dat ze nog een supermacht waren, en toen ze aan het eind van de eeuw eindelijk inzagen dat ze geen macht meer hadden, waren ze nog eerder bereid om hun anker te lichten en hun eiland tot in het midden van de Atlantische Oceaan te laten afdrijven dan dat ze voeling met Europa wilden houden. In de jaren vijftig zat het Kanaal eens potdicht met een dikke mist. Wat kopte een krant? 'Fog in English Channel: Continent Cut Off'. Geen Brit die begreep waarom er aan de overkant van het Kanaal hartelijk werd gelachen.

1914

Minder verrassend is dat Wasserstein de twintigste eeuw in 1914 laat beginnen. Vele historici zijn hem voorgegaan. En blijkbaar vinden die historici ook dat de tijdgeest aan de vooravond van de Grote Oorlog in wezen optimistisch was. Wasserstein nuanceert. Op het platteland - waar het overgrote deel van de Europeanen leefde - leidden de mensen een ellendig en ongewis bestaan. En dan was er nog "het kankergezwel van het nationalisme". Wat was de Grote Oorlog anders dan een uit de hand gelopen Derde Balkanoorlog? Wasserstein laat de eeuw niet in 1989 eindigen. Hoewel er in dat jaar een van de grootste omwentelingen in de Europese geschiedenis plaatsvond, ziet hij in dat de val van het communisme geen eindpunt of beginpunt was, maar een ontwikkeling voortzette die met de ontspanning tussen Oost en West in de jaren zeventig was begonnen.

Wasserstein weet wat een lezer van een volumineus geschiedenisverhaal verlangt. Hij is gevat, helder en zorgvuldig, hij schrijft vlot en begrijpelijk, hij verzwaart zijn uitleg niet onnodig met cijfers en statistieken, en wanneer hij complexe processen moet beschrijven, verlucht hij de analyse met treffende oneliners en citaten van politici en diplomaten en met nu eens komische en dan weer huiveringwekkende anekdoten. Soms volstaat een enkele zin om een persoon, een regime, een ideeënstelsel of een politieke filosofie op zijn of haar plaats te zetten. Zo wordt het nazisme terecht afgedaan als "een opstand van de onderkant van de maatschappij, van verliezers die het gevoel hadden dat ze buiten hun schuld door de gevestigde orde aan de kant waren gezet en die vastbesloten waren om zich te laten gelden en wraak te nemen". Zo wordt het Verdrag van Versailles uit 1919, dat Europa een nieuwe orde oplegde, terecht omschreven als een illusie van gerechtigheid.

De reis door de vermaledijde en hartverheffende twintigste eeuw is zowel een horrortrip als een pleziertocht. Barbarij en beschaving verdient een plaats in elke bibliotheek.

Joseph Pearce

Nieuw Amsterdam, 976 p., 45 euro.

Bernard Wasserstein

Barbarij en beschaving

Wasserstein houdt het saillante detail en het inzicht in de grote lijnen perfect in balans

n Tijdens de Vierdaagse van de IJzer herdenken soldaten in Ieper de slachtoffers van de twee wereldoorlogen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234