Woensdag 06/07/2022

ColumnDe megastad

De geur van frituurvet of pokébowls

Het Huis van Beiroet op de hoek van de Damascusstraat, waar ooit de sluipschutters verscholen zaten.  Beeld Jenne Jan Holtland
Het Huis van Beiroet op de hoek van de Damascusstraat, waar ooit de sluipschutters verscholen zaten.Beeld Jenne Jan Holtland

Metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Correspondenten doen wekelijks verslag vanuit hun eigen megastad. Deze week: Jenne Jan Holtland in Beiroet.

Jenne Jan Holtland

De weg naar mijn Arabische les, twee keer per week, leg ik het liefst lopend af. Deur uit, naar rechts en op de kruising van de Damascusstraat rechtdoor. Hoe vaker ik het stukje langs zwerfkatten en toeterende taxi’s bewandel, hoe groter het besef dat de Libanese geschiedenis zo’n beetje naast me loopt.

Ooit was Beiroet een Siamese tweeling bestaand uit west en oost, aan elkaar gekleefd en toch gescheiden. Op oude kaartjes kun je de demarcatielijn terugvinden. Hij stamt uit de Libanese burgeroorlog die vijftien jaar (1975 -1990) duurde. Grof gesteld: west was merendeels islamitisch, oost merendeels christelijk.

En de scheidslijn? Die blijkt op honderd meter te hebben gelegen van waar ik woon. De Damascusstraat wordt op kaartjes vaak groen gekleurd (‘de groene lijn’), omdat er tijdens de oorlog zo weinig mensen kwamen dat de natuur het overnam en er van lieverlee struiken en onkruid begonnen te woekeren. Het was het privédomein van smokkelaars en sluipschutters.

Met die kennis in het achterhoofd ben ik de wekelijkse wandelingen gaan beschouwen als kleine ontdekkingstochten, speurend naar de groene lijn, of wat daarvan over is.

Voor de duidelijkheid: anders dan Amsterdammers zul je Beiroeti’s niet horen zeggen dat ze in ‘west’ of in ‘oost’ wonen, daarvoor is de diversiteit binnen de stadsdelen te groot en het verleden te zeer taboe, wat niet betekent dat er op microniveau geen verschillen bestaan. Mijn docent Arabisch woont bijvoorbeeld aan de westkant, hetgeen onmiddellijk te merken is aan het aantal falafeltentjes (groot), halfkapotte Mercedessen (groter) en sjiitische partijvlaggen (overal).

Loop je de andere kant op, oostwaarts, dan maakt de geur van frituurvet plaats voor die van pokébowls, boetieken en wijnwinkels waar de eigenaar je begroet met een zwierig ‘bonjour’ (Libanon was in een nog verder verleden een Frans protectoraat). Andere tekenen dat je je in oost bevindt zijn een grote dichtheid per vierkante kilometer van BMW’s, Porsches en Afrikaanse huishoudsters die voor hun ‘madam’ de retriever uitlaten (nog een verschil met ‘west’: honden zijn onrein in de islam, dus die kom je er nauwelijks tegen).

In een talkshow zag ik een Libanese fotograaf vurig vertellen over zijn tijd langs de groene lijn. Nabil Ismail kende de sluipweggetjes, de wachtwoorden, de voornamen van iedere militieleider. Op de vraag of Libanon geleerd had van het verleden, keek hij gepijnigd. Na het tekenen van de vrede lag er een project op stapel om zijn oorlogsfoto’s te bundelen, in de hoop nieuwe generaties het lelijke gezicht van de oorlog te tonen. Het enige dat ontbrak, was een handtekening van de minister. Toen Ismail telefonisch navraag deed, werd hij niet met de minister doorverbonden maar met ‘Khodr de manoushe-verkoper’ (manoushe is een Libanees platbrood). Van een boek zou het nooit komen.

Alleen activisten en kunstenaars bemoeien zich met het verleden. Dankzij hen werd een voormalig sluipschuttersbastion op de hoek van de Damascusstraat omgeturnd in een museum, toepasselijk het ‘Huis van Beiroet’ gedoopt. Wekenlang was het gesloten, en kon ik enkel de kogelgaten tellen en wachten op een tentoonstelling. Toen de deuren eindelijk opengingen, probeerde ik in de schaars verlichte gangen de leuzen te ontcijferen die soldaten hadden achtergelaten. Eentje was zich te buiten gegaan aan mierzoete mannenliefde. ‘Als van jou houden een misdaad is, lieve Gilbert, laat mij dan een grote crimineel zijn.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234