Zaterdag 01/10/2022

De Grote Sprong in het ijle

China maakt dezer dagen, veertig jaar na zijn eerste desastreuze poging, een nieuwe Grote Sprong Voorwaarts. Een die de helft van de bevolking tegen 2020 naar steden moet katapulteren. Drie keer Manhattan zal er in de komende jaren in Peking verrijzen, en in het hele land verdreef de koortsachtige urbanisering al meer dan 40 miljoen burgers van hun huizen en gronden. Maar volgens buitenlandse experts is het een sprong in het ijle: China's urbanisering geschiedt zonder enig plan.

door catherine vuylsteke foto's jimmy kets

'Als Mao Zedong nog leefde, zou dit nooit zijn gebeurd. Zelfs niet voor de Olympische Spelen." Mevrouw Fu rookt nerveus haar sigaret op. Het is bij zevenen, een doodgewone lenteavond in Peking. Samen met haar man zit de twee jaar geleden gepensioneerde moeder van twee op de rand van een bloemenperk langs de Derde Ring. Verslagen, verbitterd, vertwijfeld. Naast hen hangen reusachtige publiciteitszeilen waarachter de realiteit gaapt. Die van de reusachtige bouwput waarin het geluk van deze en tal van andere families is verdwenen, samen met het appartement waarin ze tot vorig jaar een kwarteeuw lang woonden.

"Het was allemaal niet zo verfijnd, toen de Voorzitter nog leefde, er waren geen supermarkten waar je kon kiezen uit tien soorten sojasaus. Maar mensen hadden eten, werk, een school voor hun kinderen, een dokter en een pensioen." Mevrouw Fu gaat steeds harder praten, ze weert de sussende, troostende hand van haar man af. "Waarom zou ik zwijgen, wat kunnen ze me nog meer doen?"

De 30 miljoen mannen, vrouwen en kinderen die crepeerden nadat Mao de Grote Sprong Voorwaarts (1958-'61) had gelanceerd, zweven vreemd genoeg niet meer rond in het geheugen van dit gezin, evenmin als de miljoenen anderen die hun toekomst en hun families uiteen zagen spatten toen de Grote Roerganger hen ook nog de Culturele Revolutie (1966-'76) aandeed.

Mao's herhaaldelijk gedemonstreerde geringschatting voor het leven van zijn onderdanen, is de Fu's ongetwijfeld niet geheel ontgaan. Maar toen hij nog leefde, doorstonden ze de vergelijking met anderen veel beter dan nu. Zijn minachting liet hen ongemoeid, terwijl de goedaardig lijkende moderniseringskoorts van zijn opvolgers hen genadeloos onderuit haalde. Ze trof hen toen ze hun jeugdige strijdlust al lang waren verloren. Aan een tanende gezondheid, een precaire financiële situatie en een oeverloos gepieker over de werkloosheid van de kinderen.

De Fu's huren sinds hun gedwongen verhuizing twee kamers in een verafgelegen buitenwijk, per bus dik twee uur hiervandaan. Een keer per maand keren ze naar het stadscentrum terug. Ze zeggen dat hier even zitten als thuiskomen is, dat het zo onherroepelijk weggevaagde verleden zich alleen op deze plek enigszins laat herleven.

Deze familie heeft nog geen cent compensatie gekregen, wel integendeel. Eind februari nog spendeerde mevrouw Fu een hele dag in de gevangenis. Ze was van plan om een petitie in te dienen bij het Nationale Volkscongres, waarvan de circa drieduizend leden jaarlijks in de lente twee weken bijeenkomen. Veel leveren dergelijke verzoekschriften doorgaans niet op. Bij een rondvraag onder tweeduizend indieners van petities bleken er slechts drie te zijn geholpen, zo schreef Human Rights Watch eind 2005 in een rapport. Bovendien maken de ordediensten het burgers onmogelijk om er een in te dienen. Velen worden afgetroefd en gedeporteerd, sommigen houden daar zelfs levenslange letsels aan over.

"Die rotzakken willen ons bang maken", fulmineert mevrouw Fu. "En aangezien we niet akkoord gingen met de compensatie en het formulier niet zonder morren ondertekenden, pesten ze ons nu. Vijf keer al ben ik om die belachelijke vergoeding gegaan, waarmee we zelfs aan de rand van de stad nog geen flat kunnen kopen, en elke keer sturen ze me na uren wachten weer weg. Ik wilde mij uiteindelijk tot onze volksvertegenwoordigers richten, maar die kans is me ontzegd."

"Ach, het zou toch weinig hebben uitgehaald", zegt meneer Fu zacht. "Kijk wie er lid is van die club, en je weet genoeg. Dat zogenaamde congres van het volk is volgestopt met megarijken, doorgaans lieden die de staat bestalen en zich voor een prikje een bedrijf of een lap goedgelegen grond eigen maakten, om vervolgens instantfortuin te maken. Die rijkdom moet nu beschermd worden, de belangen van het gewone volk daarentegen zijn voor die lui van geen tel."

De Fu's maken deel uit van de meer dan vierhonderdduizend hoofdstedelingen die in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008 moesten wijken voor de fabuleuze geesteskinderen van beroemde architecten. En dit is nog maar het begin. Drie keer Manhattan moet er in de komende jaren nog bij komen, ofte honderden wolkenkrabbers, waarmee een investering van meer dan 160 miljard dollar is gemoeid. Minstens veertig van 's werelds befaamdste architectenbureaus hebben onderhand een permanente vestiging in Peking en in totaal zijn er maar liefst 120 firma's actief die geheel of gedeeltelijk door buitenlandse urbanisten worden geleid.

Voor al deze heren en dames is China's hoofdstad de opwindendste urbane showroom ter wereld. Precies op de plek waar de Fu's vroeger woonden, bouwt de Nederlander Rem Koolhaas een televisietoren die evenveel identificatiewaarde moet krijgen als de Eiffeltoren voor Parijs heeft. Even verder verrijst China's Wall Street, rond het hoofdkwartier van de Bank of China, dat in 2000 door de vooral wegens zijn Louvrepiramide bekende Amerikaans-Chinese architect I.M. Pei werd ontworpen.

De Brit Norman Foster, die onder meer de Londense Millenniumbrug bedacht, breidt ondertussen de luchthaven uit voor zo'n 1,9 miljard dollar, terwijl het Zwitserse kantoor Herzog & De Meuron, dat eerder al het New Yorkse MoMa tekende, instaat voor het op een stalen vogelnest lijkende Olympisch Stadion. De Fransman Paul Andreu nam het Groot Nationaal Theater voor zijn rekening, dat vlak bij de Verboden Stad is verrezen. De 'eierschaal' wordt dit in water zwevende gebouw in de volksmond genoemd, en de kritiek erop is niet van de poes, vooral sinds een door dezelfde architect ontworpen luchthaventerminal in Parijs in mei 2004 gedeeltelijk instortte.

Er wordt wel degelijk een maatschappelijk debat gevoerd rond de architecturale dadendrang die Peking momenteel in zijn greep houdt, maar daaraan nemen tweederangsburgers als de Fu's niet deel, laat staan dat anderen wakker zouden liggen van de verwoestende invloed die deze transformatiekoorts op hun levens heeft.

In de voorbije jaren hebben er zich in heel China tal van 'nieuwe vorsten' opgeworpen, vastgoedspeculanten met kapitaal en de juiste contacten op het vereiste moment. Heerschappen als Vincent Lo, Ling Ke, Fan Wei, Liu Xiaoguang of Zhang Baoquan hebben in samenspraak met de plaatselijke autoriteiten al meer dan 40 miljoen mensen van hun huizen en gronden verdreven. Niet minder dan 60 procent van de opbrengst van die onteigeningen, zo blijkt uit een recent rapport van de Staatsraad, komt standaard op hun eigen bankrekeningen terecht; 30 procent gaat naar de lokale overheden en alleen de laatste 10 procent druppelt min of meer door naar de burgers die gedwongen werden hun woningen en vaak ook hun broodwinning op te geven.

De manier waarop ze tot vertrek worden gedwongen, is niet zelden mensonterend. Zo blijkt uit research van de Franse onderzoekster Valérie Laurans dat de schriftelijke mededeling van het obligate vertrek al gauw wordt gevolgd door de komst van knokploegen en van bouwvakkers. De eersten vallen de bewoners van vijf uur 's ochtends tot tien uur 's avonds lastig, de laatsten krijgen opdracht meteen elk verlaten huis te betrekken, aldus de druk op de onwilligen opvoerend.

Ook de compensatie die de families ontvangen is peanuts. In Shanghai ligt ze ongeveer twee derde onder de marktprijs en sommige gedeporteerden kregen zelfs helemaal niets. De moedigsten onder hen stapten naar de rechter en vonden advocaat Zheng Enchong bereid hun verdediging op te nemen. Zheng heeft er een hoge prijs voor betaald. Hij werd in oktober 2003 uiteindelijk zelf tot drie jaar cel veroordeeld. Zijn misdaad: het 'lekken van staatsgeheimen', een 'misdaad' waaraan al menig 'vervelend' individu schuldig werd bevonden.

Het blijft doorgaans stil rond mensen als Zheng. Maar Amnesty International en de Zwitserse ngo Center on Housing Rights and Evictions is de zaak opgevallen. Precies daarom bedacht deze laatste China in december 2005 met de weinig complimenteuze titel van 'grootste schender van het huisvestingsrecht ter wereld'. De andere twee instanties die in de 'prijzen' vielen, waren het pariaregime van Zimbabwe's Mugabe en de regering van de Indiase deelstaat Maharashtra.

De landconflicten baren de Chinese leiders nochtans zorgen, niet het minst omdat ze de legitimiteit van hun macht hypothekeren. De sociale onrust, waarvan landconflicten en deportaties een belangrijk onderdeel uitmaken, is de jongste jaren immers ronduit geëxplodeerd. Van tienduizend officieel gerapporteerde incidenten in 1994 tot haast negen keer zoveel conflicten elf jaar later, waaraan bovendien steeds meer mensen deelnemen. Geen wonder dus, dat men het aantal onteigeningen nu probeert af te remmen door ze te onderwerpen aan de toestemming van de centrale overheid.

Maar of het helpt, is zeer de vraag. De moderniseringsmanie is voorlopig niet te stuiten. De Fu's ontgaat het vast geheel, maar eigenlijk is ze fundamenteel verwant aan de dramatische campagnes uit het recente maoïstische verleden. Hoezeer de krachten die hen sturen ook van elkaar verschillen, ze hebben dezelfde aard. De economie beheerst de levens van China's burgers nu zoals de politiek dat met die van hun ouders deed. Op een even meedogenloze, blinde manier, net zo fanatiek, roekeloos en opgejaagd.

In 1958 werden onzinnige en vooral nutteloze offers gebracht om recordoogsten te verwezenlijken en de staalproductie van Groot-Brittannië te evenaren. Net geen vijftig jaar later wordt het centrum van de oude keizerlijke hoofdstad gereduceerd tot Ground Zero, alvorens te worden opgeblazen tot een Chinees Disneyland. Bijna een half miljoen mensen moeten het ommuurde hart van Xi'an verlaten, opdat de toeristen er straks een paleis uit de Tangdynastie (618-906) zouden kunnen aanschouwen. Even nep als nagelnieuw. En wat daar nu gebeurt, is ook andere steden in mindere of meerdere mate overkomen. Of het staat ze te wachten.

We hebben nog niets gezien, verzekeren regeringsadviseurs als James Jao geregeld in de Chinese media. Momenteel woont 39 procent van de bevolking in steden, die overigens 70 procent van het bnp genereren. Tegen 2020 is één op de twee Chinezen volgens Jao een stedeling, en om dat mogelijk te maken moeten er nu jaarlijks 300 tot 400 miljoen vierkante meter nieuwe appartementen worden gebouwd, meer per jaar dan in de EU in een decennium. 1800 vierkante kilometer land moet onteigend worden, er is 140 miljoen kubieke meter drinkwater nodig, 640 miljoen kWh energie en 26 miljard euro aan investeringen. Bovendien moet een oplossing gezocht worden voor 1,14 miljard kubieke meter afvalwater.

De machthebbers ventileren al een paar jaar de gedachte dat het aantal steden tegen 2020 zal aanzwellen tot meer dan duizend, van 660 nu. Dat is geen kleine omwenteling, zo vond ook het door de Nederlandse overheid gefinancierde Dynamic City Foundation. Het architectuurplatform besloot die toekomstdroom te onderzoeken op zijn haalbaarheid en op zijn potentiële repercussies. "We merkten immers", meent Neville Mars, die zich al drie jaar in dit thema heeft vastgebeten, "dat er nog maar erg weinig wetenschappelijk onderzoek naar was verricht. Het lijkt contradictorisch, in zowel Peking als Shanghai vind je hightech stadsplanningsmusea die de belastingbetaler een arm en een been moeten hebben gekost, maar fundamenteel verloopt China's urbanisering zonder enig plan. Er wordt voortdurend achter de feiten aangehold. De overheid is wel een sterke, drijvende kracht, maar dan eerder als speler op de markt dan als regulerende instantie."

Mars en zijn team stelden vast dat de 400 steden van de toekomst vooral in de politieke retoriek sterk aanwezig zijn, veel meer dan dat ze deel uitmaken van een bewust geanticipeerde ontwikkeling. Veel waarschijnlijker, aldus Mars, is dat er zich tussen Peking en Shanghai een mega-agglomeratie ontwikkelt, waar zo'n 400 miljoen mensen zullen wonen. "Aan de ene kant stellen we een 'verstening' van de dorpen vast. Rurale migranten sturen geld op, waarmee hun verwanten de lemen muren van hun huizen vervangen door stenen, en tegelijk ontstaan nieuwe steden precies op die plaatsen waar de inwijkelingen van het platteland zich bevinden. Het zijn clusters van krappe logementen van slechte kwaliteit, louter geïnspireerd door de marktlogica van het snelle geld. En dus niet: steden die werden gebouwd voor de accommodatie van de nieuwkomers en die onderdeel uitmaken van het beleid van de overheid.

"Langzamerhand zien we zo een soort vlekkenpatroon ontstaan, met naast instantsteden vooral villawijken bedoeld voor de allerrijksten. Die markt is ondertussen verzadigd en nog houdt het bouwen aan. Copy paste, copy paste."

Dynamic City Foundation verrichtte niet alleen onderzoek naar de urbanisering van China maar nam ook de levenskwaliteit in Peking onder de loep. Dat het daarmee meer de foute dan de goede kant opgaat, mocht eerder al blijken. In 2004 was het nog de op twee na leefbaarste stad van China, maar tegen begin dit jaar was Peking tot de vijftiende plaats gezakt. Voor het opstellen van deze 'urbane bewoningsindex', waarin Dalian en Xiamen het best scoren en Shanghai op nummer zes staat, ondervroeg het Pekingse peilingsbureau Horizon Group in december 2005 3.434 burgers en 1.604 investeerders over immobiliënprijzen, de vervuiling en de files.

Hoewel er fenomenaal wordt gebouwd, blijkt de woningnood voor modale burgers in de hoofdstad steeds nijpender. Het gros van de nieuwe appartementen is immers voor de meesten veel te duur. En ondanks de overheidsbelofte, in 1998, om alles in het werk te stellen om de hemel 80 procent van de tijd smogvrij te krijgen, wordt de luchtkwaliteit steeds slechter. In september 2005 nog stelde het Europees Satellietagentschap vast dat Peking het hoogste percentage stikstofdioxide ter wereld heeft. Het is nu de helft hoger dan een decennium geleden en de tendens is een opwaartse. Nochtans, zware industrie en krachtcentrales werden uit de stad gebannen en steenkool wordt waar mogelijk vervangen door aardgas. Bovendien werd loodhoudende benzine vanaf 2000 gradueel verboden.

Maar tegelijk verdubbelde het aantal burgers met een eigen auto tot 2,5 miljoen, wat mede verklaart waarom zelfs de uitbreiding van Pekings ringwegennetwerk tot zes niet voor merkbare vermindering van de files zorgt. "Er is een groot mobiliteitsprobleem", meent ook Mars. "Peking is een steeds verder uitdeinende pannenkoek. Terwijl de middenklasse in 1994 geen appartement wilde kopen aan de toen nieuwe maar als afgelegen beschouwde Derde Ring, kan die maatschappelijke groep zich nu alleen nog een eigendom buiten de Vierde en Vijfde ring permitteren. Maar zover gaan de huidige metrolijnen niet. Tachtig procent van de hoofdstedelijke bevolking is minstens tot 2030 aangewezen op bussen."

De nu aan de universiteit van Chicago verbonden professor Lai Delin ziet de mobiliteitskwestie niet in termen van wegen, bruggen en auto's. "Het probleem", schrijft hij, "ligt in het ontwerp van de stedelijke buurten: het zijn haast stuk voor stuk gated communities. Het begon vele eeuwen geleden al, toen het confucianistische principe van discretie, privacy en geheimhouding zich vertaalde in hutongs, smalle straten met ommuurde huizen, of siheyuans, die de traditionele wijken van Peking vormen." Hoewel, van de 17 miljoen vierkante meter die er bij de communistische machtsovername in 1949 waren, schieten er nu nog amper 3 miljoen over.

De werkeenheden of danwei's, die China's stedelijke bevolking tot aan de hervormingen van een ijzeren rijstkom voorzagen, bouwden eveneens ommuurde wijken voor hun werknemers, waar zich behalve fabrieken ook appartementen, scholen en ziekenhuizen bevonden. Niemand had toen een auto en velen hoefden zich niet echt te verplaatsen om naar hun werk of school te gaan.

"Met de immobiliënboom van de late jaren negentig doken nieuwe gated communities op. Andermaal: meer poorten, minder vrije doorgang", aldus Lai. "Ze zouden moeten worden opengegooid, er zouden wegen door moeten lopen. Maar of deze nieuwe rijken daar akkoord mee zullen gaan, valt te betwijfelen. Zij willen juist rust, privacy en veiligheid in een stad vol vreemdelingen." Die tendens wordt ondanks de verkeersellende overigens alleen maar sterker. "De stad", meent Mars, "valt ten prooi aan segregatie en fortificatie. De publieke ruimte is een woestenij tussen snelwegen aan het worden, het straatleven sterft en het contact verdwijnt. Suburbia rukt razendsnel op."

Mensen als de Fu's zijn naar de rand gekatapulteerd, naar het platteland en de armoede. Maken anderen zich daar zorgen over? Nee, ze proberen alleen eenzelfde lot te ontlopen, zo bleek onlangs nog uit de rondvraag van de erg populaire website sina.com. Of China's rijken en armen het best in aparte gemeenschappen konden leven, was de vraag, en meer dan één op de drie Chinezen vond van wel, terwijl de helft vooral zelf in een rijke gemeenschap wilde leven. Ver van de Fu's.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos

Tegen 2020 is één op de twee Chinezen een stedeling, en om dat mogelijk te maken moeten er nu jaarlijks 300 tot 400 miljoen vierkante meter nieuwe appartementen worden gebouwd, meer per jaar dan in de EU in een decenniumNeville Mars van Dynamic City Foundation: 'De stad valt ten prooi aan segregatie en fortificatie. De publieke ruimte is een woestenij tussen snelwegen aan het worden, het straatleven sterft en het contact verdwijnt. Suburbia rukt razendsnel op'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234