Maandag 26/09/2022

De Hall of Fame van de polyfonie

Justesse, toewijding en een gevoel van onbelangrijke noodzaak, dat is alles wat deze muziek nodig heeft

"En we geraken in vervoering bij 't aanschouwen van zo'n meesterlijk tableauke / dat bij Rubens was ontloken / in dien tijd van onverbiddelijk' inquisitie."

Ik heb Wannes Van de Velde hier al vaker aangehaald en zal het allicht nog doen - voor zover dat fonetisch gezien mogelijk en zinvol is. Er zijn er nog die zo goed zien, er zijn er nog die het zo goed kunnen zeggen, maar ik ken er geen bij wie dat zien en zeggen zo compleet in mekaar lijken op te gaan zonder dat hun uitdrukkingswijze al te hermetisch wordt.

Die flard Wannes kwam me zaterdagavond aangewaaid, luisterend naar het openingsconcert van het Antwerpse oudemuziekfestival Laus Polyphoniae. Het kader klopte - de 17de-eeuwse Carolus Borromeuskerk, waarvan ornamenten door Rubens ontworpen zijn - maar daar ging het me niet om. Net zoals de schijnbare tegenstelling tussen Rubens' somptueuze pracht en de contemporaine praktijken van de inquisitie Wannes frappeerde, sloeg ik aan het mijmeren bij de 'Messe Et ecce terrae motus' van Antoine Brumel. Ook bij dit fetisjwerk uit de renaissance is de term somptueus op zijn plaats, al doet zijn weelderigheid eerder transcendent dan oeraards aan, zoals Rubens 'tableaukes'.

Dat heeft met zijn tijdvak te maken, een dikke eeuw vroeger dan Rubens. Brumel werd geboren omstreeks 1460. Zijn roem benaderde destijds die van Josquin en overtrof die van Ockeghem. Om dat te staven, wordt aangevoerd dat de derde uitgave van de Venetiaanse uitgever Petrucci werk van Brumel betrof. Alleen Josquin en Brumels voorganger aan het hof van Ferrara, Jakob Obrecht, werden eerder gepubliceerd.

Gepubliceerd worden was toen nog heel wat. De Hall of Fame van de polyfonie.

Brumel stierf in 1515, het jaar van Thomas Mores Utopia. Allicht het meest christelijke en dus humanistische en socialistische boek ooit. De wereld had moeten daveren op zijn grondvesten. Maar dat deed vooral de genoemde mis van Brumel. 'Et ecce terrae motus' verwijst naar de aardbeving die na Christus' dood op Golgotha zou hebben plaatsgevonden. Brumels basismateriaal voor deze haast onmetelijke, hoewel precies twaalfstemmige mis was het kopmotief waarop deze tekst in het gregoriaans wordt gezongen.

Ja, intertekstualiteit bestond al lang voor het postmodernisme er fout begrepen laagdrempeligheid van maakte.

Dominique Visse, zijn Ensemble Clément Janequin en het prachtig naamgegeven blazerscollectief Les Sacqueboutiers de Toulouse deden precies wat van hen verwacht werd. Justesse, toewijding en bij elke zanger en instrumentalist een gevoel van onbelangrijke noodzaak, dat is alles wat deze muziek nodig heeft. Met die houding en geestesgesteldheid gaat zelfs het bijzonder particuliere geluid van de niet toevallig vaak als nar gecaste Visse naadloos op in het geheel.

Overigens werd More niet onthoofd omwille van zijn boek, dat was immers te leep als satire verpakt. Ook niet omwille van zijn openlijke steun voor Luther, die precies in het jaar van Josquins dood de Kerk haar totnogtoe pijnlijkste episode bezorgde. Nee, More weigerde domweg de sympathieke heerser Hendrik VIII te erkennen als hoofd van de kerk.

Wannes: "Ik kan hier zingen, nogal raak / mijn vrij gedacht, da's een goei' zaak. / Maar over drie-, vierhonderd jaar / gelooft me vrij, het was nie' waar."

www.festival.be/antwerpen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234