Dinsdag 16/08/2022

De heilige graal van een rockicoon

BRUSSEL

Archives Vol. 1 beslaat de beginperiode van Youngs carrière, van 1963 tot 1972, en omvat 116 opnamen, waarvan sommige pas voor het eerst uit de kluis komen. De prijzige box, verkrijgbaar in drie versies, is door de artiest zelf samengesteld en belicht aspecten van zijn werk die tot dusver onbelicht zijn gebleven.

Neil Young (63) behoort tot de koppigste en wispelturigste muzikanten van zijn generatie. Herhaling doodt de creativiteit, vindt hij, en dus doet hij voortdurend het tegenovergestelde van wat het publiek van hem verwacht. Young volgt zijn impulsen en blijft zo zijn criticasters altijd een stapje voor: een bewegend doelwit valt nu eenmaal moeilijker te raken dan een stilstaand. Zeker, Youngs discografie omvat evenveel mislukkingen als meesterwerken, maar ‘s mans tegendraadsheid heeft er wel voor gezorgd dat hij, na een carrière die inmiddels 45 jaar omspant, nog steeds met evenveel passie muziek maakt als toen hij als scholier in het Canadese Winnipeg zijn eerste bandje oprichtte.“Ik vind dat er op Archives zowel ruimte moet zijn voor rommel als voor briljante invallen, zodat de luisteraar het verschil hoort”, vertelde Neil Young ooit aan biograaf Jimmy McDonough. “Als ik bepaalde songs zolang voor mezelf hield, was daar een reden voor. Het doel van Archives is niet: ‘luister eens hoe fantastisch die Young wel klinkt.’ Neen, ik wil dat het publiek ook hoort hoe slecht en onzeker ik soms ben geweest. The real picture, dat is wat ik nastreef. Een product is wel het laatste dat ik wil zijn.”

Vol obscure parels

Wat Youngs oeuvre zo bijzonder maakt, is dat zijn officiële discografie slechts een deel van het verhaal vertelt. Minstens even boeiend zijn de vele platen die hij opnam en nooit op de buitenwereld losliet, maar waarvan wel regelmatig fragmenten uitlekten op bootlegs. Het is een publiek geheim dat de privékluizen van de artiest vol obscure parels zitten. Geen wonder dus dat het nieuws dat Dinosaur Sr. zijn archieven publiek zou maken het hart van menige fan sneller deed slaan. Alleen bleef hij de release almaar uitstellen. Zijn hele liedjescatalogus diende drie keer te worden gedigitaliseerd voor hij tevreden was over de geluidskwaliteit en pas sinds de recente ontwikkeling van de multimediale blu-raytechnologie werd de presentatie van het materiaal, zoals het hem voor ogen stond, eindelijk mogelijk. Blu-ray staat niet alleen garant voor de beste beeld- en klankkwaliteit, het leent zich ook tot interactief gebruik. De blu-raydiscversie van Archives zit boordevol extra informatie, van songteksten tot krantenknipsels, van foto’s tot filmclips. Je kunt er zelfs content mee downloaden die pas later online zal worden vrijgegeven. Het blad Uncut spreekt nu al van “het meest ambitieuze retrospectief waar een artiest zich ooit aan heeft gewaagd.” Het zou in de toekomst dus wel eens de standaard kunnen worden voor iedere muzikant die zijn stempel op de rockgeschiedenis heeft gedrukt. Probleem: blu-ray blijft voorlopig een peperduur medium en weinigen beschikken al over de vereiste afspeelapparatuur. Daarom zag Neil Young zich verplicht ook een dvd-box (met 10 schijfjes, waaronder een met zijn film Journey Through the Past) en een cd-box uit te brengen. De drie beschikbare versies van Archives verschillen aanzienlijk in prijs en de hoeveelheid materiaal die de koper binnenhaalt, vermindert naarmate hij voor een goedkoper medium kiest. De hardcorefan, op zoek naar de Heilige Graal, is hoe dan ook op blu-ray aangewezen. Bovengetekende stelde zich tevreden met de sobere cd-uitvoering van Archives (winkelprijs: 100 euro) en kon dus enkel kennis nemen van de muziek: 116 tracks, gespreid over acht schijfjes, waarvan er zo’n vijftig nooit eerder verkrijgbaar waren en andere, zoals de single ‘War Song’ uit 1972, voor het eerst op cd verschijnen.

Drastische transformaties

De oudste opnamen, uit de periode 1963-’68, staan op Early Years. Cd 1 begint met ‘Aurora’, de instrumentale single die Neil Young op zijn zeventiende opnam met The Squires, een kwintet dat duidelijk in de ban verkeerde van The Shadows. Zelfs op die prille leeftijd was Young al zeer toegewijd en ambitieus: hij wilde het absoluut maken, speelde voortreffelijk gitaar en schreef zijn eigen songs. In ‘65 zette hij zijn eerste stapjes in het folkcircuit van Toronto, samen met zijn vriend Comrie Smith, en op zijn twintigste bedacht hij met ‘Sugar Mountain’ zijn eerste klassieker. Toen hij in zijn tweedehandse lijkwagen naar L.A. trok om er met Stephen Stills Buffalo Springfield op te richten, kwam het sterrendom in zicht. Vroege Youngcomposities als ‘Flying on the Ground is Wrong’ en ‘Nowadays Clancy Can’t Even Sing’ werden destijds gezongen door groepslid Richie Furay, maar de demo’s van de auteur op Archives zijn zoveel sterker. Een andere must is Live at the Riverboat, een cd met een akoestisch soloconcert uit 1969, waarop de zanger zich, tussen de Springfieldsongs door, in een opvallend spraakzame en geestige bui toont. Ook Youngs uitstapjes met de supergroep Crosby, Stills & Nash worden gedocumenteerd, aan de hand van live-opnamen en een afwijkende versie van ‘Helpless’.Nogal wat ‘rarities’ zijn eigenlijk alternatieve mixen van liedjes uit Neil Young en After the Goldrush. Andere blikvangers zijn ‘Everybody Knows this is Nowhere’, hier met dwarsfluitsolo, verscheidene takes van ‘Birds’, dat pas twee jaar later zijn definitieve vorm zou vinden en weinig bekende songs als ‘Everybody’s Alone’, het door een barpiano aangedreven ‘It Might Have Been’, diverse uitvoeringen van ‘Dance Dance Dance’ (met Crazy Horse én The Stray Gators), studiomasters van ‘Bad Fog of Loneliness’ en ‘Journey Through the Past’ en het uit 1970 daterende ‘Wonderin’’, dat pas in 1983 officieel boven water zou komen op Everybody’s Rocking.Archives toont ook hoe Youngs nummers evolueren en soms drastische transformaties ondergaan voor ze plukrijp worden geacht. Zo stond ‘I Wonder’ van The Squires model voor ‘Don’t Cry No Tears’ uit Zuma en werd de melodie van ‘Slow Burning’ twintig jaar later gebruikt voor ‘Long Walk Home’ uit Life. Ook blijken bekende tekstregels soms hun oorsprong te vinden in obscure liedjes die decennia eerder zijn geschreven. Voor kenners vallen heel wat puzzelstukjes pas nu echt op hun plaats.Toch vertoont Archives ook onvergeeflijke lacunes. Van Mynah Birds, de band waarin Young na The Squires samenspeelde met funkgitarist Rick James en waarmee hij opnamen maakte voor Motown, geen spoor. En dat terwijl twee liveplaten uit de box, ingeblikt in The Fillmore East en Massey Hall, recent al afzonderlijk uitkwamen. Daardoor betalen de liefhebbers noodgedwongen een tweede keer voor muziek die ze eigenlijk al in huis hebben. Ook de eerste studio-lp’s worden op Archives haast integraal hernomen, terwijl die nog altijd vlot én in midprice verkrijgbaar zijn. Dat zorgt voor een enigszins wrang gevoel, ook al valt op de kwaliteit van de muziek niets af te dingen. Wel ziet het ernaar uit dat Vol. 2 nog interessanter wordt. Hopelijk moeten we er niet weer twintig jaar op wachten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234