Vrijdag 30/09/2022

De horendragers van Abbots Bromley

Staffordshire (Groot-Brittannië) heeft drie grote attracties: het pretpark Alton Towers, de porseleinfabrieken en het bergachtige Peak District, maar ik werd vooral geïntrigeerd door de esoterische sfeer die als een ragfijne mist over de streek hangt. Al jaren wilde ik de Abbots Bromley Horn Dance meemaken, een van de oudste magische rituelen.

Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar de oorsprong van onze godsdienst. Het is de godsdienst van onze bezetters, want de Romeinen brachten het rooms-katholieke geloof naar onze streken. Helaas zijn er geen geschreven bronnen overgebleven van de toenmalige bewoners en dus konden we niets te weten komen over ons voorchristelijke geloof. Dacht ik, tot ik ontdekte dat er hele bibliotheken over bestaan, want cultuur is meer dan literatuur alleen. Neem bijvoorbeeld maar eens een kijkje in boekhandel Watkins in Londen. In eigen land is De Keltische Erfenis - Riten en symbolen in het volksgeloof van Eddy Valgaerts en Luk Machiels, uitgegeven door de Stichting Mens en Kultuur, een verhelderend standaardwerk.

Nadat ik me zo verschillende jaren in het onderwerp had verdiept, kon ik er niet naast kijken dat het rooms-katholieke geloof vooral berust op een poging tot kerstening van voorchristelijke rituelen. Het is een fascinerende studie en toen ik hoorde dat er in Engeland een dans bestond waarin de dansers duizend jaar oude geweien op het hoofd droegen, was ik niet meer te houden. Daar hoort ook weer wat uitleg bij.

In voorchristelijke tijden werd de Gehoornde God vereerd, waar de kerk de duivel van heeft gemaakt. De Gehoornde God is de god van het woud en de vruchtbaarheid, ook vereerd in de vorm van een mannetjeshert, en ook bekend als The Green Man, Jack-in-the-Green, Lord of the Dance, Herne the Hunter enzovoorts. Zelfs Koning Arthur en Robin Hood zouden afkooksels van deze woudgod zijn.

Verscheidene historici is de overeenkomst opgevallen tussen de horendans van Abbots Bromley en een nog oudere bisondans van de indianen. De gewoonte om horens te dragen als symbool van kracht wordt zelfs in de bijbel vermeld (Eerste Boek der Koningen, 22/11 en Deuteronomium 33/17). De noormannen droegen stierenhorens op hun helmen. De vruchtbaarheidsritus staat natuurlijk ook al om het hoekje te trappelen. In vroegere tijden zouden de dansers op de dorpsmeisjes hebben gejaagd, om voor de hand (nou ja, hand) liggende redenen. Shakespeare wist het wel: The horn, the horn, the lusty horn / Is not a thing to laugh or scorn (De horen, de horen, de geile horen / die lach je niet weg, die vlak je niet uit - As you like it, vierde bedrijf).

De Abbots Bromley Horn Dance is het onderwerp van een verhitte controverse. Zowat iedereen heeft er zijn mening over. Zo zouden de middeleeuwse dorpelingen op die manier hun vreugde hebben geuit omdat ze in Needwood Forest op herten mochten jagen. Alleen hebben deze horens nooit herten, maar rendieren getooid. Daar eindigt het raadsel niet, want toen de Saksen Engeland bezetten, waren de rendieren er al uitgestorven.

Het zwaarste gewei weegt ongeveer dertien kilo en is bijna een meter breed. De geweien zijn op houten hertenschedels bevestigd. Die koppen dateren uit de zestiende eeuw, maar de geweien zijn veel ouder. In 1976 werd een koolstofdatering uitgevoerd, die als datum 1065 opleverde, met een marge van tachtig jaar. Dat betekent natuurlijk niet dat de horendans pas in het jaar 1000 werd gedanst. Volgens de historicus Drabble zouden de prehistorische druïden hem al hebben gekend. Voorhistorische rotstekeningen beelden nogal eens menselijke figuurtjes af met geweien op het hoofd, die volgens sommige wetenschappers sjamanen zijn. De eerste geschreven referentie dateert uit 1686, in Natural History of Staffordshire van Plot, die schrijft: "Van oudsher wordt er in Abbots Bromley met Kerstmis (op nieuwjaar en op de Twaalfde Dag) een spel gespeeld dat de dans van het Hobbyhorse wordt genoemd, naar een man die de afbeelding van een paard tussen zijn benen draagt en een pijl en boog vasthoudt (...). Met deze man dansen zes anderen, elk met op zijn schouders een rendierhoofd, drie wit geschilderd en drie rood." Alleen wordt de dans niet meer rond Kerstmis gedanst, maar tegen alle commercie in op een maandag, op Wakes Monday, zo genoemd omdat er op die dag vroeger de dorpsheilige werd gevierd en de dorpelingen dan een nacht in de kerk waakten. Ruiken we hier weer een poging tot kerstening?

De kersttijd was ook reeds in voorchristelijke tijden een zeer magische periode. Rond de winterzonnewende werd er altijd een goddelijk kind geboren: Dionysus, Attis, Mithras, Baal, en, dichter bij ons, Freya. Dat de Abbots Bromley Horn Dance van de kersttijd naar begin september werd verplaatst, heeft dus meer dan waarschijnlijk met de kerstening te maken.

Nu wordt het toch echt tijd dat we de dansers voorstellen. Dan zit je al gelijk met een probleem, want het is niet zo gemakkelijk om te weten te komen wanneer ze dansen. Het probleem is dat die Wakes Monday van Abbots Bromley een zeer movable feast ('roerende' of veranderlijke feestdag) is. Officieel valt hij namelijk op de maandag na de eerste zondag na 4 september. Dat kan dus tussen 5 en 12 september zijn. Dit jaar werd hij op 11 september gevierd. Twaalf dansers telt de Abbots Bromley Horn Dance. De kostuums die ze nu dragen, dateren uit de Victoriaanse tijd en waren een cadeautje van de toenmalige domineese, die de heidense gewoonte om kleurrijke linten op je kleren te bevestigen maar niets vond. Zij maakte voor de mannen een stel pakken in zestiende-eeuwse stijl, want ze ging ervan uit dat de dans uit die tijd stamde. Zes mannen dragen de zes rendiergeweien. Op hun schouders, niet op hun hoofd, want daar zijn ze te zwaar voor. De horendragers worden begeleid door Maid Marian, het Hobbyhorse (een man met een paard zonder benen rond zijn taille), de nar, een jongen met pijl en boog, een jongen met een triangel en een muzikant. Vroeger bespeelde die een trommel, later een vedel, nu een harmonica.

De hedendaagse dans valt uiteen in twee delen: er is de slinger, waarbij de horendragers een soort acht vormen. Dan dansen zij ter plaatse in een cirkel, die een dubbele rij wordt, waarbij de drie witte geweien tegenover de drie zwarte komen te staan terwijl de nar en het Hobbyhorse tegenover Marian en de boogschutter belanden. De twee rijen stappen voor- en achteruit en kruisen elkaar, waarbij de 'mannetjesherten' een schijngevecht aangaan.

Zo ver als de herinnering van de oudste dorpelingen teruggaat, wordt de horendans in Abbots Bromley door leden van de families Bentley en Fowell gedanst en die families zeggen dat ze het al sinds de zestiende eeuw zo doen. De horens verlaten het dorp nooit; als de dansers op verplaatsing gaan, dragen ze kopieën. De dominee is verantwoordelijk voor het bewaren van de horens, soms met frisse tegenzin. Vroeger mochten de horens helemaal niet in de buurt van de kerk komen. Al dat heidense gedoe zint de kerk niet en dus worden de horens geregeld met wijwater besprenkeld

Wanneer ik op Wakes Monday om 7.30 uur in de ochtend in Abbots Bromley aankom, troepen er al mensen samen rond de oude, grijze Romaanse kerk, van alle heiligen gewijd aan Sinterklaas, niet aan Sint-Bartholomeus. Binnen worden de horens door de priester gezegend. De nar en Maid Marian houden zich buiten zijn gezichtsveld op, want een katholiek priester kan zulke heidense figuren moeilijk zegenen. De mensen die buiten het kerkportaal blijven, zijn heksen. Zij willen absoluut geen voet binnen de kerk zetten en deelnemen aan de charade die daar wordt opgevoerd. Ik voeg me bij hen, maar word van nader contact afgeschrikt door hun platte dialect en vlekkerige uiterlijk. De opperheks draagt een vuile zwarte jurk en een groene cape, overdekt met kralen en buttons. Ze nemen ook geen notitie van mij. Mijn zwart is altijd te schoon.

Dan komen de 'horendragers' de kerk uit. Ze dragen hun horens in de hand, want anders kunnen ze niet door de deur. Als een hoop voorhistorische fietssturen worden ze op de grond gelegd. Er klinkt een zacht gerinkel van belletjes. Maid Marian mag weer tevoorschijn komen: een forsgebouwde oude man met een rood gezicht, verkleed als vrouw. Ze draagt een lepel, het symbool van de vrouw, en een kwispel, symbool van de man. Mick Fowell torst het hobbyhorse, dat dertien kilo weegt. De horens worden op de schouders gehesen; het is een machtig gezicht. De dansers gaan op weg. Ze zetten er flink de pas in, gevolgd door een gemengde stoet van heksen, folkloristen, en belangstellenden. Naarmate de dag vordert, zal dat groepje volgelingen steeds kleiner worden. De speelman speelt pittige deuntjes op zijn harmonica, begeleid door een jongen met een triangel. Ik spits mijn oren: zal ik nu te weten komen op welke muziek de voorhistorische sjamanen van de rotstekeningen dansten? Wat een afgang!

De deuntjes klinken mij wel erg bekend in de oren, het lijken wel populaire volksliedjes. Wel, ja, ik herken 'It's a long way tot Tiperary', 'Three blind mice', 'The Isle of Capri' enzovoorts.

De leider, Jeff Bradbury, draagt de grootste en mooiste horens en geeft het tempo aan. Om negen uur wordt voor het eerst halt gehouden, bij een hoeve. De dansers stellen zich op tegenover elkaar en gaan in de clinch met hun horens, waarbij ze wel goed oppassen dat die niet in de war of beschadigd raken. Toch klinkt het geluid van bot op bot als de hamer in een smidse. De danspassen lijken tamelijk eenvoudig: op de geschreeuwde commando's van de leider ontvouwen en vervlechten de rangen zich. De bewoners van de hoeve zijn duidelijk vereerd dat de dansers op hun erf stilhouden: ze hebben een heel buffet klaargezet, ook voor de meelopers. Bij de volgende stop wordt de boer van de hoeve uitgenodigd om mee te dansen. Hij doet het niet slecht.

Tijdens een korte pauze sla ik een praatje met de muzikant, Douglas Fowell. Hij is zeventig en speelt al vijftig jaar voor de horendansers. Toen hij zeven was, mocht hij voor het eerst de triangel vasthouden. Volgens de traditie wordt de triangelspeler op de dag zelf door zijn grootvader uitgekozen. Oefening komt er niet aan te pas. Vroeger dansten ze meer, zegt Douglas, maar over het wat en waarom blijft hij stom. We hebben altijd het 'Isle of Capri' gespeeld, onthult hij. Ik kom alleen nog te weten dat de leider in het dagelijkse leven motormecanicien is en dat de volgende boerderij hen altijd het best onthaalt.

Maid Marian, alias Les Kendrick (73), wil evenmin veel kwijt. Hij wil wel alles vertellen over de training die hij voor deze dag heeft gevolgd: 250 kilometer gewandeld in het Lake District. Dan staan we voor een groot waterreservoir. De dansers hebben duidelijk geen zin om het lange saaie viaduct te voet over te steken: de horens worden op een hoop in een aanhangwagen gelegd en de dansers klimmen opgelucht in gereedstaande auto's. De muzikant loopt al spelende door en het sterk geslonken groepje volgelingen sjokt achter hem aan. Om halftwaalf hebben we weer aansluiting met de dansers, die net bij de zoveelste hoeve halt houden. De dans verveelt niet, maar ik begin de passen nu wel uit mijn hoofd te kennen. En ik moet nog tot acht uur 's avonds achter hen aan lopen. Ik begin te piekeren of ik ooit nog mijn hotel terugvind, want deze ochtend ben ik zo diep in het achterland doorgedrongen, langs zovele kronkelende laantjes afgezoomd door manshoge heggen, dat ik geen idee heb hoe ik hier weer uitkom.

Weer een stop bij een hoeve, het is middag. Een luidruchtige blonde Hollandse toeriste dringt zich tussen de dansers, want ze wil nu toch wel eens weten waarom ze dit doen. Als antwoord krijgt ze een gewei over het hoofd getild en wordt ze meegesleurd in de dans. De wanhoop staat in haar ogen, maar ik sterf van jaloezie. Dat komt er nu van, als je zo eerbiedig bent! De volgende halte is heel andere koek, want nu staan we voor Blithfield Hall, het kasteel van Nancy, Lady Bagot. De Bagots leven al zes eeuwen op Blithfield Hall. Alleen de dansers mogen de (droge) slotgracht over, het gevolg moet buiten blijven. Op het voorplein van het kasteel is een zeer select gebeuren aan de gang: een aperitief al fresco, met beschaafd kwetterende dames in mousselinen jurken en grote hoeden die als paradijsvogels rond een oude dame fladderen, the lady of the manor. Het adellijke gezelschap krijgt een privé-voorstelling van de oerdans der dansen en de dansers krijgen een kleine sherry. Het is een zeer feodale situatie: het plebs kijkt over de slotgracht naar de county, (de plaatselijke high society) die geen moment terugkijkt. Ik raak in gesprek met een dame die zich voorstelt als Miss Craddock. Ze vertelt mij dat je voor een stevige som aan de andere kant van de gracht mag staan en mee mag eten van het buffet, maar dan moet je wel ruim vooraf reserveren. Ik heb geen idee wanneer de dansers zich uit de hoge wereld zullen losrukken, het wordt knap heet en mijn picknick is al lang op. Wanneer Miss Craddock voorstelt om mee te rijden en de aankomst van de dansers in het dorp af te wachten, ga ik op het aanbod in.

Abbots Bromley is onherkenbaar veranderd. Een massa vooral Britse toeristen deint door de straten. Het dorp telt ongeveer 2.000 inwoners, maar vandaag zijn er duidelijk meer bezoekers dan inboorlingen. Ik eet wat, drink wat, bezoek wat galeries en antiquariaten. Ik kom even in de verleiding om een tekening van de dansers te kopen, maar ze is wel erg duur voor een kopie. Ik stel mij tevreden met een prentkaartje. Bij de oude boeken heb ik meer geluk. Op een 'Britse kermis' op de speelplaats van de dorpsschool koop ik The Country Heart van H.E. Bates, een melancholieke ode aan het Engeland van weleer, verlucht met prachtige tekeningen, voor zestig pence. Wie doet zoiets weg? Mijn geluk kan niet op, want ik vind ook Swing, brother, swing, van Ngaio Marsh. Er komt een Lady Baggott in voor. Wie kan nu nog volhouden dat Death of a fool niet over Abbots Bromley gaat, waar ik inmiddels elk hoekje al tien keer heb gezien?

Abbots Bromley heette vroeger gewoon Bromleah, wat een open plek in het woud betekent. Het ontstond rond een bron, altijd een verblijfplaats van de godheid. Wie van deze bron dronk, zou het dorp nooit verlaten. Dat gevoel heb ik nu al. Vandaag is het opvallendste gebouw het middeleeuwse stadhuis, nu een pub met een zwarte geitenkop boven de deur. Alle pubs zitten bomvol, voor liefde noch geld is een druppel drank te bemachtigen. Waar moet ik de dansers opwachten, zodat ik de horens letterlijk uit de nevel van de schemering zie opdoemen? Te laat, ze zijn eerder terug dan verwacht. In de verte zie ik de geweien boven de menigte dansen. Ik ga me niet door de massa vechten om te kijken of de dansers inderdaad laveloos zijn, zoals de traditie het wil. Ik zoek mijn huurauto op, maar het duurt nog een hele tijd eer ik me het dorp uit kan wurmen. Natuurlijk rij ik hopeloos verloren, mijlen de verkeerde kant op, tot ik me door een andere auto moet laten gidsen. Ik heb het gevoel dat ik aan de franje van een mysterie mocht raken dat zich nooit helemaal zal ontvouwen. Daar is het dan ook een mysterie voor.

Frieda Laevaerts

Abbots Bromley ligt in Staffordshire, acht kilometer ten noordoosten van Rugeley en negen kilometer ten zuiden van Uttoxeter. Neem de A518 van Uttoxeter naar Stafford. 1,5 kilometer buiten Uttoxeter, links de B5013 naar Abbots Bromley.

Tel. 00-44-1283-840405, 840187 en 840157

Lit.: The Abbots Bromley Horn Dance - E.R. Shipman, B.A., The Benhill Press Ltd, Brook Square, GB - Rugeley, Staffordshire

Wat is er nog meer te beleven in de buurt?

Het huis met de honderd schoorstenen

Shugborough is de thuishaven van Thomas Patrick Anson, 5th Earl of Lichfield. Hij is beter bekend als fotograaf Patrick Lichfield, achterneef van de koningin. Hij mag de prachtige manor wel niet meer zijn eigendom noemen, want dubbele erfenisrechten deden hem de das om. In 1960 viel Patricks voorouderlijk huis in handen van de National Trust en de Staffordshire County Council, maar hij mag wel een flat in de zuidelijke vleugel bewonen, waar ook het museum is. Shugborough betekent meeting place of the pixies, verzamelplaats van de elfen, maar je zou het evengoed het huis met de honderd schoorstenen kunnen noemen. Het ligt pal op een ley line en moet dus wel een magische plek zijn. Het huis werd in 1747 gebouwd met gestolen Zuid-Amerikaans goud.

Plaatsen met een magische uitstraling trekken excessen aan en Shugborough vormt geen uitzondering. Hier vergaderde een afdeling van de Hellfire Club, een decadent onderonsje van duivelaanbidders die zich overgaven aan zwarte magie en andere, erotischer rituelen. Maar ook de moreel onverdachte schrijver John Ronald Reuel Tolkien werd door Shugborough betoverd. In de ban van de Ring werd onlangs terecht gekozen tot 'boek van de eeuw'. Je kunt gemakkelijk begrijpen hoeveel inspiratie de schrijver hier moet hebben opgedaan. Shugborough Hall is inderdaad The House of a Hundred Chimneys (het huis met de honderd schoorstenen) uit 'The Tale of the Sun and Moon' in The Lost Tales. Eigenlijk telt het er 'slechts' tachtig, maar een kniesoor die daarop let.

Lichfield

De geboorteplaats van Samuel Johnson, die het eerste Engelse woordenboek samenstelde. Samen met de acteur David Garrick en medicus-botanicus-dichter Erasmus Darwin, grootvader van de beroemde bioloog, maakte hij van Lichfield de Britse sociale hoofdstad van de achttiende eeuw. Vlamingen en vooral Limburgers hebben een speciale band met Lichfield, want in de kathedraal kunnen ze de prachtige gebrandschilderde ramen van de abdij van Herkenrode bewonderen, ooit door een barbaar aan Engeland verkocht. Wie brengt ze weer naar huis?

Wie van de grootmeesteres van de psychologische thriller, Minette Walters, houdt (The Ice House, The Sculptress, The Dark Room, The Echo, The Breaker) en het voor televisie verfilmde The Scold's Bridle heeft gezien, kan het marteltuig in kwestie, een muilkorf voor kijvende vrouwen, in de gevangenis gaan bekijken. In Lichfield maakten ze korte metten met lastige vrouwen. Er was niet alleen een ducking stool voor heksen in de Minster Pool (bleven ze drijven, dan waren ze schuldig, verzopen ze, dan waren ze ten onrechte verdacht), maar ook een cucking stool voor ontrouwe vrouwen. Ze werden op schouderhoogte rondgedragen, in hun blote kont. Vooral de ducking stool bleef lang populair: hij werd voor het laatst nog gebruikt in 1817, voor ene Sarah Leeke uit Leominster.

Burton on Trent

Het Bass Museum is heel interessant. Alleen al voor de stout van het vat, die nergens anders te krijgen is, zou je de reis maken. Minder bekend is dat in Burton on Trent ook de felbegeerde Pirelli-kalender wordt gemaakt.

Tamworth

De overdekte SnowDome is helemaal gewijd aan het skiën, snowboarden en sleeën.

Wedgwood

De fabriek van het beroemde porselein ligt naast het Staffordshire & Worcestershire Canal. Het bezoekerscentrum werd bekroond. Museum en winkel zijn de moeite waard. Je kunt zelfs je eigen vaasje maken, in het fameuze Wedgwood-blauw.

Stoke on Trent

Hier moet je zijn voor Spode-porselein en voor het Nationale Tuinfestival van Etruria.

Bourneville

Een must voor chocoholics, want hier kun je je volstoppen met Cadbury-chocolade.

Kidderminster

Beroemd voor zijn tapijten, die in de loop der tijden heel wat prachtige Britse eiken en leistenen vloeren hebben verknoeid. Je kunt met een stoomtrein door de vallei van de Severn rijden.

Worcester

Prachtige historische stad aan de rivier. Mooie kathedraal, schitterend Royal Worcester-porselein en pikante worcestersaus (spreek uit: woestesjesaus).

Stourbridge

Hier koop je de kristallen glazen bij je nieuwe servies.

Warwick

Een van Engelands grootste en boeiendste kastelen.

Stratford-on-Avon

Geboorteplaats van William Shakespeare. Ooit moet je hier een voorstelling van Hamlet meemaken.

Waar overnachten?

Als je werkelijk iets unieks wilt meemaken, moet je in Old Colehurst Manor overnachten. Het ligt wel niet in Staffordshire maar in het nabije Shropshire en het is wat voor omweg ook meer dan waard. Deze zeventiende-eeuwse herenboerderij werd perfect gerestaureerd door vikingenzoon Bjorn en de Griekse Maria. Je merkt niet eens dat er elektriciteit in huis is, tot je de elektrische deken in bed ontdekt. De mooiste kamer heeft een hemelbed, een open haard, kaarsen en glas-in-loodramen die uitkijken op een geurende rozentuin. Het is er zo vredig dat er wel eens een vogeltje je slaapkamer in vliegt. Er wordt van je verwacht dat je voor het diner iets uit de zeventiende-eeuwse garderobe kiest; geen kitsch, maar echt mooie dingen. Bjorn en Maria lopen trouwens altijd zo gekleed, want ze zijn ervan overtuigd dat ze hier al eerder hebben gewoond, in een vorig leven. De huisspoken zijn vriendelijk.

Old Colehurst Manor, Colehurst, Market Drayton, Shropshire TF9 2JB. Tel. 00-44-1630-638833

De Antwerpse zwaarddans

Ook bij ons wordt er veel en ritueel gedanst. Zo zijn er in onze contreien meer dan tweehonderd plaatsen waar de zwaarddans wordt bedreven, die veel overeenkomsten vertoont met de Abbots Bromley Horn Dance. Dansgroep Lange Wapper, in 1958 gesticht in het Sint-Andrieskwartier, danst de zwaarddans al sinds 1970, maar verdiept zich ook in andere oude dansen. De Antwerpse zwaarddans is een zeer indrukwekkend gebeuren dat alleen op de Handschoenmarkt en uitsluitend op halfvasten te zien is, op het obsederende ritme van trommels, vedel, doedelzak of fluit. Wannes Van de Velde heeft nog meegespeeld. "Als de witte mannekes gedanst hebben, is het schoon weer op komst", zeggen de Sinjoren.

Tot de dans worden enkel mannen toegelaten. Voorlopig is men alleen in Amerika zo ver dat er ook vrouwen zwaarddansen. Een danser kan zestig maar ook negentien zijn. Ze zijn helemaal in het wit gekleed, op rode gordels en rode beenbellen na. De schoenen, zo vaak een afknapper bij oude dansen, worden speciaal vervaardigd naar een oud model. De nar, die in een traditioneel geel en blauw narrenpak is gekleed, (in de heraldiek betekenen die twee kleuren samen vrolijkheid) is de tegenpool van de voordanser en wordt door hem gedood, waarbij de strijd tussen winter en lente meespeelt. Hij is tegelijk ook het hobbyhorse. De zwaarden zijn niet scherp, wat niet belet dat er wel eens een wenkbrauw wordt gekloven.Op het laatst wordt de voordanser op de verweven zwaarden omhoog geheven, een figuur die niet zonder gevaar is. De rol van de biseksuele figuur wordt door de Antwerpse zwaarddansers niet ingevuld.

We kwamen dit allemaal te weten van historicus Renaat Van Craenenbroeck, die de zwaarddans reconstrueerde en de tekst schreef bij een fotoboek van An Bruloot. Ook hij ziet in dit type dans vooral een initiatieritueel voor jonge mannen. Een klein onbehagen moest Van Craenenbroeck voor ons uit de weg ruimen. Wanneer de voordanser zijn laatste dramatische pose aanneemt, zwaait hij met de Antwerpse vlag, wat bij mij enkele vervelende associaties aan vendelzwaaiend rechts oproept. Daar wil Van Craenenbroeck echter niet van horen. Het is de Antwerpse vlag, niet de Vlaamse Leeuw!, benadrukt hij.

Frieda Laevaerts

Te lezen: Stephen Corrsin, History and Survey of Sworddancing in Europe

Om druktechnische redenen konden de rubrieken 'Hotel', 'Airstop' en 'De Valreep' deze week niet meegegeven worden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234