Zondag 26/06/2022

De internationale strijd om de genen

Het begon allemaal met peper, en nu draait het opnieuw om peper. Het was de verlokking van de specerijenhandel die de eerste westerse kooplui over de Arabische Zee naar de zonovergoten bazaars van Trivandrum en Cochin voerden, op zoek naar de gedroogde bessen van de Piper nigrum waar de Europese dandy's zo dol op waren geworden. Vijfhonderd jaar later schuimt een nieuw soort kooplui opnieuw heel India af, op zoek naar dezelfde grondstof, en vele andere. Deze keer willen ze de kostbaarheden echter op een andere, meer verontrustende manier bezitten: ze willen er de octrooien op verwerven.

Ze worden 'biopiraten' genoemd, en ze wekken steeds meer ongerustheid: internationale, hoofdzakelijk Amerikaanse bedrijven schuimen het Indische subcontinent af en nemen octrooien op een almaar groter aantal planten, specerijen, kruiden en eetwaren die ze daar aantreffen. Zo stond twee jaar geleden peper opnieuw in de schijnwerpers toen Sabinsa Piscataway, een bedrijf uit New Jersey, het octrooi verwierf op bioperine. Dat is een zuiver peperextract waarvan bij klinische tests in de VS bleek dat het de biobeschikbaarheid van vitaminen en aminozuren doet toenemen. Tot grote ontsteltenis en woede van een vijftigtal Indische telers en handelaars beroept Sabinsa zich sindsdien op dat octrooi om het exclusieve verkooprecht van het extract voor zich op te eisen.

Dit jaar trapte het US Patent Office nog wat harder op de Indische ziel door het Amerikaanse Rice Tech een octrooi te verlenen op basmatirijst. Het bedrijf verhandelde vroeger vergelijkbare rijstvarianten onder benamingen als Texmati en Kasmati, maar nu mag het basmati, wat zo goed als synoniem staat voor de fijnste Indische rijstsoort, op de markt brengen als zijn eigen handelsmerk. Als India in april zijn octrooiwetgeving aanpast aan de regels van de Wereldhandelsorganisatie, dan mag het bedrijf zelfs zijn exclusieve rechten in India doen gelden.

Dergelijke praktijken vallen in slechte aarde in een land dat de periode van de koloniale onderdrukking nog lang niet vergeten is. Voor velen zijn ze het duidelijkste voorbeeld van de nieuwe manier waarop rijke landen de arme uitbuiten, waarbij net als vroeger de rijken met de winst gaan lopen en de armen weinig of niets krijgen.

De nieuwe piraten in die strijd zijn botanisten en biologen, hun wapens zijn netten en injectienaalden, vlijmscherpe messen en machetes, en natuurlijk laptopcomputers. Met de hulp van plaatselijke stamleden banen ze zich een weg doorheen het dichte oerwoud op zoek naar nog onbekende stoffen met het gewenste medische of commerciële potentieel. Zij handelen vanuit het besef dat alle huidige medicijnen uit de westerse geneeskunde afkomstig zijn van een minuscuul deeltje van 's werelds natuurlijke rijkdommen. Genetici beseffen steeds beter dat de enorme genetische verscheidenheid van het leven op aarde nog grotendeels onbekend gebied is, dat waarschijnlijk vol fantastische rijkdommen zit. Dat verklaart waarom de biopiraten zo graag vampiervleermuizen achternazitten (ze hebben namelijk goede hoop dat hun speeksel een stof bevat die bloedklonters doet oplossen), dwergvarkens besluipen en hele bergen bessen en planten en boomschors verzamelen. Niemand zal betwisten dat het een goede zaak is om waardevol genetisch materiaal op te sporen waaruit medicijnen gemaakt kunnen worden die het leven van miljoenen mensen een nieuwe wending kunnen geven. Maar bij peper en basmatirijst duiken er toch een paar vragen op: is basmati niet een onvervreemdbaar Indisch product? Kan vleermuizenspeeksel eigenlijk iemands bezit zijn? De nieuwe ontdekkingsreizigers zijn in grote mate aangewezen op plaatselijke wijsheid: het is veel efficiënter om een paar uur aan de voeten van een medicijnman te gaan zitten dan om zelf elk gewasje in het oerwoud te gaan uitpluizen. Maar hoe zullen de medicijnman en zijn stam dan vergoed worden voor het intellectuele bezit dat ze zo welwillend afstaan?

Activisten in India en elders vrezen dat het biologische erfgoed van de ontwikkelingslanden in versneld tempo in de genenbanken van rijke landen verdwijnt. De volgende stap is dat het als genees- of voedingsmiddel opnieuw op het toneel verschijnt en de oorspronkelijke producenten van de markt verdrijft, zonder dat diegenen die het oorspronkelijk afstonden er ook iets aan hebben.

Het is wellicht geen toeval dat een van de zeldzame uitzonderingen op die uitbuiting in India moet worden gezocht. Twee botanisten die tien jaar geleden op trektocht waren in het regenwoud van Kerala, in het diepe zuiden van India, merkten onderweg dat ze zich telkens enorm veel fitter gingen voelen als ze de bleekgroene bessen aten die hun Kani-gidsen hen aanreikten. Jaren later bevestigden klinische tests dat de bessen erg doeltreffend waren tegen vermoeidheid. Een Indisch farmaceutisch bedrijf betaalde het instituut waarvoor de twee botanisten werkten dan ook met graagte ongeveer 900.000 frank voor de formule en 5 procent royalty's op de verkoop. De wetenschappers stelden toen het tamelijk ongebruikelijke gebaar om hun royalty's te delen met de Kani-stam.

Peter Popham

© The Independent

Vertaling: Wim Coessens

De nieuwe piraten in die strijd zijn botanisten en biologen, hun wapens zijn netten en injectienaalden, vlijmscherpe messen en machetes, en natuurlijk laptopcomputers

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234