Donderdag 07/07/2022

De jacht op het zwarte goud van Alaska is begonnen

Het is moeilijk en duur: oliewinning op de Noordpool. Maar grote jongens als Shell en ExxonMobil, gewapend met de beste technologie, laten zich niet afschrikken. 'We moeten elke beschikbare energiebron aanboren.'

"Ik ben Edward Itta, jager en walvisjager, en ik herinner me Sitting Bull."

In een toespraak voor politici en topmensen van de olie-industrie tijdens een conferentie in Alaska trekt Edward Itta, voormalig burgemeester van het gehucht North Slope, een van de meest noordelijke gemeenschappen op aarde, de parallel tussen het Amerikaanse Verre Westen en het noordpoolgebied van de 21ste eeuw.

Anders dan de Lakota-Sioux van Sitting Bull, die tientallen jaren tegen de Amerikaanse overheid vochten omtrent landrechten, leggen de Inupiat-eskimo's zich neer bij de zoektocht van multinationals naar olie en gas op hun territorium. Als Itta praat over opkomen voor de rechten van zijn gemeenschap, dan heeft hij het over vechten in de rechtbank en niet over gewapend verzet.

De echo van het oude Verre Westen wijst wel op de omvang van de uitdaging waarmee oliemaatschappijen geconfronteerd worden die willen gaan boren in een van de laatste ongerepte gebieden op aarde. Ze mogen een hoop tegenwerking verwachten, niet alleen van de inheemse bevolking, maar ook van milieugroeperingen, overheid en - vooral - van het ijs en de stormen in de Noordelijke IJszee.

De potentiële rijkdom van het noordpoolgebied is een krachtig lokmiddel voor oliemaatschappijen met voldoende geld om het te exploreren. Volgens een onderzoek uit 2008 van de US Geological Survey kan het gebied van de noordpoolcirkel tot 90 miljard vaten olie en 47,26 biljoen kubieke meter gas bevatten, of respectievelijk 13 en 30 procent van de geschatte onontdekte voorraden in de wereld.

Die reserves komen vrij doordat de ijskap wegsmelt. De opwarming van de aarde die - volgens de meeste wetenschappers - wordt veroorzaakt door verbranding van fossiele brandstoffen maakt het ironisch genoeg gemakkelijker om meer van die brandstoffen boven te halen. In augustus bereikte het noordpoolijs zijn kleinste omvang sinds het begin van de opmetingen 33 jaar geleden.

Maar het is moeilijk, duur werk. Stilaan worden andere energiebronnen aangeboord, vooral door de schaliegas- en -olierevolutie die in de voorbije tien jaar op gang kwam in Noord-Amerika en die zich nu verspreidt over de rest van de wereld. Er werden ook veelbelovende vondsten gedaan in landen zoals Ghana, Mozambique en Brazilië. Er zijn dus gebieden waar er een interessanter evenwicht is tussen risico en beloning. De openstelling van de noordpoolgrens wordt wellicht een trager proces dan velen verwacht hadden.

Reddingsschip

Het lek in 2010 in de Macondo-bron van de Britse oliegroep BP in de Golf van Mexico heeft de manier waarop de overheid, milieuactivisten en de industrie denken over veiligheid ingrijpend veranderd. En een lek vermijden is met name belangrijk in het bijzonder kwetsbare noordpoolgebied, waar standaardtechnieken niet werken en de hele wereld toekijkt.

De Arctic Challenger die voor anker ligt in de haven van Bellingham in de staat Washington is een symbool van de manier waarop natuurlijke en menselijke obstakels samenkomen. Het vaartuig van 100 meter uit de jaren 70 is omgevormd om een rol te vervullen die geen enkel schip ooit op zich heeft genomen: bij een lek olie en gas van de zeebodem zuigen en op een veilige manier naar de oppervlakte brengen om te verwerken, en dat in arctische omstandigheden.

Het vaartuig werd besteld door Royal Dutch Shell, de grootste oliemaatschappij van Europa, en zal ingezet worden om te boren in de Noordelijke IJszee ten noorden van Alaska. In juli is het water voldoende open, en het boorseizoen loopt officieel tot eind oktober. Shell noemt het zelf de allerlaatste voorzorg, die alleen nodig is als alle andere veiligheidsmaatregelen het laten afweten. Maar sinds de ramp eist de Amerikaanse overheid dat alle denkbare technologie aanwezig is voor noodsituaties.

Toch kun je vragen stellen bij de veiligheid van de Arctic Challenger zelf. Er is altijd een risico op brand, gezien de grote volumes olie en gas, en door de apparatuur op het dek is hij zo zwaar dat altijd de kans bestaat dat hij bij een storm kapseist. Het gevolg is dat de Amerikaanse kustwacht, die de zeewaardigheid van schepen certifieert, nog niet zijn toestemming heeft gegeven om uit te varen. Shell hoopt dat de laatste tests een fiat zullen opleveren om te vertrekken, maar dat kan best pas het geval zijn nadat de overheid vaststelt dat de risico's door het aangroeiende ijs te groot zijn. Shell heeft wel de toestemming gekregen om proefboringen te doen, maar mag pas olie dragende rotsen penetreren als de Arctic Challenger ter plekke is.

Kansspel

Shell heeft tot dusver 4,5 miljard dollar uitgegeven om te boren in het noordpoolgebied, waarvan 2,2 miljard dollar aan pachtovereenkomsten die het zeven jaar geleden begon te sluiten. Als het uiteindelijk een bron aanboort, bestaat altijd de kans dat het minder olie vindt dan gehoopt. Hoe goed je je ook voorbereidt en hoe geavanceerd de technologie ook is, toch blijft olie-exploratie altijd een kansspel.

De top van het bedrijf heeft er echter een goed oog in, gedeeltelijk omdat ze het gebied kennen. Shell begon Alaska al in 1917 te onderzoeken. Halverwege de jaren tachtig had het al vijftien bronnen aangeboord in de zeeën van Chukchi en Beaufort en een reeks ontdekkingen gedaan. Begin jaren negentig, toen olie 15 dollar per vat kostte, besloot het dat de middelen daar niet meer economisch aangewend konden worden en trok het zich terug. Het bedrijf ging zich richten op de diepzee van de Golf van Mexico, maar toen de prijzen tien jaar geleden de hoogte in gingen, werd noordpoololie interessant.

Op hetzelfde moment richtten ook andere grote oliemaatschappijen de blik op het noorden. Door grondstoffennationalisme in landen als Rusland en Venezuela en veiligheidsproblemen in Irak en Nigeria werd het moeilijk voor westerse groepen om te opereren op vele plekken met de grootste voorraden. Tegelijk werden de noordpoolreserves beter bereikbaar, door de krimpende ijskap en technologische doorbraken, zoals de techniek van het horizontaal gestuurd boren, waarbij het mogelijk is vanop land zeebronnen aan te boren.

De stop eruit

Alleen de meest geavanceerde en rijkste bedrijven konden de uitdaging aangaan. Voor de grootste westerse bedrijven was dat een voordeel, zegt Philip Whittaker van de Boston Consulting Group. "Voor de megagrote oliemaatschappijen biedt het noordpoolgebied een kans om het als een van de weinige groepen te exploreren. Elders in de wereld worden ze weggedrumd door nationale oliemaatschappijen, maar hier kunnen ze echt een verschil maken."

Toch toont een gasveld 600 kilometer voor de Russische kust aan dat het ook op niets kan uitdraaien. Het Shlokmanveld bevatte genoeg gas om een jaar lang tegemoet te komen aan de wereldwijde vraag. Het was dan ook een vanzelfsprekend kolfje naar de hand van Gazprom, de Russische staatsgasgroep. Heel uitzonderlijk kregen westerse bedrijven toegang tot de enorme Russische reserves; Gazprom vroeg het Franse Total en het Noorse Statoil om op te treden als partner. Maar na een hevige strijd met ijsbergen en stormen besliste Gazprom vorige maand om er de stop uit te trekken. Het was samen met zijn partners tot de conclusie gekomen dat de kosten te hoog waren - althans voorlopig.

Andrew Latham van consultancyfirma Wood Mackenzie stelt dat gas, dat zich moeilijker laat transporteren, in commercieel opzicht altijd minder waardevol geacht werd dan olie. "Er zijn hopen plekken waar projecten met noordpoololie een break-even draaien met flink onder 100 dollar per vat", zegt hij. "Als de prijzen stabiel blijven (zowat 115 dollar, red.), dan is de kans groot dat noordpoololie het goed doet."

Maar de exploratie van noordpoololie was vaak ook frustrerend. Na vijf jaar gaven BP en Rosneft, de Russische staatsoliemaatschappij, in 2009 de brui aan hun activiteiten in hun Sakhalin-4-site omdat de grote vondsten uitbleven. Vorig jaar meldden ze dat de alliantie verbroken was. Cairn Energy, de in Groot-Brittannië gevestigde olie-explorator, besteedde een miljard dollar aan een programma van twee jaar voor Groenland, maar vond geen commerciële volumes olie.

Andere partijen vonden wel olie, maar besloten die niet boven te halen vanwege de hoge kosten - de reden voor BP om niet door te gaan met een olieproject voor de kust van Alaska waaraan het al 1,5 miljard dollar had uitgegeven. Een onderzoek na de Macondoramp kwam tot de vaststelling dat het project niet beantwoordde aan de strengere veiligheidsnormen. De zaak corrigeren zou de kosten doen oplopen.

Statoil heeft wel succes gehad in de regio, met onder meer het gasproject Snohvit en de olievondst Goliat, samen met het Italiaanse Eni. Maar ook Statoil meldt vertraging. Deze week maakte het bekend dat het de exploratieplannen voor de Chukchizee met een jaar uitstelt en pas ten vroegste in 2015 zal beginnen te boren.

ExxonMobil, de grootste Amerikaanse oliegroep, is een joint venture aangegaan met Rosneft om de Karazee ten noorden van Rusland te exploreren, maar waarschuwt ook voor de hoge kosten van projecten in het noordpoolgebied. Jed Hamilton, hoofdadviseur voor de Noordpool van de groep, zei onlangs op een conferentie in Washington dat de korte tijd in de zomer om installaties op te stellen het voornaamste obstakel is. "Vaak heb je twee of drie seizoenen nodig om iets voor elkaar te brengen wat je normaal in één seizoen afhaspelt", zei hij.

Hij zei ook dat Exxon wellicht drie zomers zal moeten boren voor slechts één bron in de Beaufortzee, wat het "de duurste bron zal maken die ooit werd aangeboord". Door het gebrek aan infrastructuur en de logistieke uitdagingen moesten olievelden in het noordpoolgebied wel veel opleveren om economisch interessant te zijn, zei hij. Maar van de 400 vondsten in Alaska haalden slechts 60 meer op dan het minimum van het equivalent van 500 miljoen vaten, en in amper twaalf daarvan betrof het olie. De rest was gas.

ConocoPhillips, op productievlak de derde Amerikaanse oliegroep, is een van de grootste spelers in Alaska. Maar ondanks zijn plannen om de productie te verhogen, is Alaska geen prioriteit. Het zegt dat er meer mogelijkheden zijn in de "lagere 48 staten" van de VS, waar door horizontaal gestuurd boren en hydraulisch splijten schalieolievelden beschikbaar worden in staten zoals Texas en North Dakota, die veel beter toegankelijk zijn dan de Chukchi- en Beaufortzee. Als op die manier grote extra volumes bovenkomen, dan zal dat de olieprijs drukken, waardoor de ontwikkeling van het noordpoolgebied nog marginaler zal worden.

Veerkracht

Het gevolg is dat de bijdrage van de Noordpool aan de wereldwijde oliebevoorrading maar heel traag zal stijgen. Wood Mackenzie voorspelt 500.000 vaten per dag in 2020, maar dat is grotendeels gebaseerd op de bestaande olievondsten daar. In 2030 zal dat eventueel stijgen tot 2 miljoen, op voorwaarde dat exploratie succesvol zal blijken in de toekomst. Vandaag bedraagt de wereldproductie 90 miljoen vaten per dag.

Toch wijst Tim Dodson, hoofd exploratie bij Statoil (dat dit jaar het grootste boorprogramma in het noordpoolgebied heeft, met twaalf geplande bronnen), op de veerkracht van de industrie om vooruitgang te boeken. "De Barentszee in Noorwegen is een makkie tegenwoordig", zegt hij. "Twintig jaar geleden was dat allesbehalve het geval."

In de industrie heerst een wijdverspreid geloof dat de bronnen van het noordpoolgebied uiteindelijk ontsloten zullen worden om tegemoet te komen aan de energievraag, die naar verwachting zal verdubbelen tegen 2050. "Om aan die vraag te beantwoorden, moet je elke beschikbare energiebron aanboren", zegt Robert Blaauw, hoofdadviseur bij Shell. "En daar maakt noordpoololie deel van uit."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234