Dinsdag 27/09/2022

De killer, de orkaan en andere gevaartes

Stelt u het zich even voor: een voorhoede van de Vlo, de Tuinman en de Bandiet, gesteund door een middenveld van de Clown, het Konijn, het Heksje, en het Indiaantje. Met ten slotte een stoere verdediging van de Orkaan, de Muis, de Muur en Pupi (''poepie') voor het doel van keeper de Eend.

Door Tom Cornille en Hilde Van Malderen

Buenos Aires / Brussel l Het klinkt lachwekkend, nochtans ziet het nationale elftal van Argentinië er zo uit op het WK in Duitsland. Het gebruik van bijnamen, de apodos, is immers in de hele Argentijnse samenleving immens populair, maar ook de Brazilianen kunnen er wat van.

Diego Maradona had er verschillende: Peluza (Pluisje, naar zijn weelderige haardos), El Diez (den Tien), La Mano de Dios (de Hand van God), El Pibe de Oro (het Gouden Kind) of ook gewoon El Diego. Tegenwoordig laat hij zich dan weer aanspreken met het bescheiden Dios, kortweg "God". Wat cocaïne met een mens kan aanrichten.

Mario Kempes, de topscorer van het WK 1978, staat nog altijd bekend als El Matador (de Killer) terwijl Daniel Pasarella, aanvoerder in 1978 en voormalig bondscoach, voor de rest van zijn leven El Kaiser (de Keizer) zal heten: niet omdat hij vloeiend Beiers spreekt, wel naar analogie met Franz Beckenbauer.

Argentijnen maken van bijnamen verzinnen een nationale sport. Zo zul je er maar slecht uitzien, dan is er zo één gevonden. La Brujita (het Heksje) is de weinig flatterende bijnaam van Juan Sebastian Verón, de Argentijnse spelmaker van Inter Milaan. Logisch als je weet dat zijn vader (ook oud-international) de pech had niet van de knapste te zijn en daarom La Bruja werd genoemd, de heks.

Met de komst van enkele Argentijnse spelers naar België waaien hun bijnamen misschien mee de oceaan over. Nicolás Frutos, de spits van Anderlecht heet in Argentinië La Garza, de Reiger, daarvoor hebben zijn lange, smalle benen gezorgd. Zijn toekomstige Argentijnse ploegmaat Christian Leiva kreeg het etiket El Negro opgeplakt, vanwege zijn donkere huidkleur. De derde Argentijn bij Anderlecht, nieuwkomer Rodrigo Biglia, heet El Principito: een "Kleine Prins" in het Astridpark.

Nu zijn de bijnamen niet altijd even flatterend. Lionel Messi, het nieuwe Argentijnse wonderkind, moet het doen met La Pulga, de Vlo, vanwege zijn kleine gestalte. Mooi is het niet, maar het verwijst naar verluidt ook naar zijn nooit afgevende vechtlust. En er lopen wel meer dierennamen rond bij de Selección

Als er gesproken wordt over El Pato (letterlijk: de Eend), weet iedere Argentijn dat het over Roberto Abbondanzieri gaat, de nationale doelman van Boca Juniors. Valenciaverdediger Roberto Ayala is El Ratón, de Muis, terwijl Javier Saviola, ex-Barcelona en nu actief bij Sevilla, El Conejo is, het Konijn. Julio Cruz van Inter Milaan lijkt de verantwoordelijkheid te dragen voor heel die dierenboerderij: hij wordt dikwijls El Jardinero genoemd, de Tuinman.

Maar er mag ook gelachen worden: Pablo Aimar, de spelverdeler van Valencia, heet ook El Payaso, de Clown, omdat hij dikwijls lacht en zijn huid een wat donkere tint krijgt als hij dat doet. Of zou het eerder voor zijn fratsen zijn, op en naast het veld? Toch is er één uitzondering op de regel. Juan Román Riquelme, de nummer tien van de ploeg heet gewoon Román, zelfs voor de vrienden.

Of de spelers elkaar zo ook aanspreken op het veld, is weinig waarschijnlijk, maar feit is dat de apodos nog meer kleur geven aan een team vol kleurrijke persoonlijkheden, dat dit jaar één van de favorieten is voor de wereldtitel. Het zou pas helemaal mooi zijn mocht de Argentijnse ark van Noah de finale spelen tegen de Kanaries uit Brazilië, want ook daar kennen ze wat van bijnamen. Brazilië en Argentinië moeten zowat de enige landen zijn waarvan de inwoners - en dus ook de voetballers - vooral bekend zijn onder hun bijnaam. Die staan zelfs vaak zo in het telefoonboek.

Ook in Brazilië gebruikt men fysieke kenmerken, dierennamen of bekende voorgangers als inspiratiebron. Al hebben de Brazilianen ook iets zeer speciaals om (voor)naamgenoten van elkaar te onderscheiden. Dat doen ze onder andere met de achtervoegsels '-ão' (grote) en '-inho' (kleine). Zo speelden er in de jaren negentig verschillende Ronaldo's bij de nationale ploeg. Allesbehalve handig, al was dat vlug opgelost. Ronaldão (grote Ronaldo), Ronaldinho (kleine Ronaldo) en Ronaldo (gewone Ronaldo) waren geboren.

Opgeruimd staat netjes tot er in 1999 een tweede Ronaldinho kwam opdagen (zijn echte naam is Ronaldo de Assis Moreira). Eigenlijk zou die Ronaldinhozinho moeten heten maar dat vonden de Brazilianen maar al te gek. En dus kreeg hij de naam Ronaldinho Gaucho, kleine Ronaldo van de Rio Grande. Toen de eerste Ronaldo er mee ophield volgde een hele doorschuifoperatie. Ronaldinho werd Ronaldo waardoor Ronaldinho Gaucho verder door het leven mocht gaan als Ronaldinho, en zo kennen we hem nu nog altijd.

De Brazilianen draaien hun hand niet om voor een bijnaamsverandering meer of minder. Als je de Braziliaanse logica respecteert zou Ronaldo al lang Ronaldão moeten heten, en Ronaldinho Ronaldo. Alleen hebben commerciële belangen daar een stokje voor gestoken. Het is voor marketingboys nu eenmaal niet zo leuk om Voetballer van het Jaar Ronaldinho plots te verkopen als Ronaldo. En daar kan geen enkele folklore tegenop.

Diego Maradona

Pluisje, de Hand van God

Roberto Abbondanzieri

De Eend

Ronaldo de Assis Moreira

Ronaldinho Gaucho

Saviola

Het Konijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234