Zaterdag 13/08/2022

De kleurrijke vaudevillewereld van Chuck E. Weiss

Platen maken heb ik nooit als een prioriteit beschouwd

'Niets van wat ik zing, is verzonnen'

Hij werd onsterfelijk gemaakt in de hit 'Chuck E.'s in Love' van Rickie Lee Jones, duikt op in songs van zijn vriend Tom Waits en was, samen met Johnny Depp, enkele jaren eigenaar van de Viper Room, een legendarische club in L.A. Maar zanger Chuck E. Weiss heeft nog meer ijzers in het vuur.

door Dirk Steenhaut

Brussel l Zopas verscheen zijn uitstekende vierde cd 23rd & Stout. 'De ondertitel Deranged Detective Mysteries is een knipoog naar de goedkope politieromannetjes uit de jaren veertig en vijftig die ik als jonge knaap met stapels verslond.'

De songs van Chuck E Weiss worden bevolkt door de kleurrijke, excentrieke figuren die ooit zijn pad hebben gekruist. "Niets van wat ik zing, is verzonnen", zegt hij aan de telefoon vanuit Los Angeles. "Het is hooguit een beetje aangedikt. De inhalige antiquair uit 'Picollo Pete', de nachtelijke beller uit 'The Phone Conversation', de naar vaudeville neigende bedelaar uit '23rd & Stout', sommigen huizen al sinds mijn vijftiende in mijn geheugen. En zodra ze vinden dat de tijd rijp is om in een song te worden vereeuwigd springen ze onverhoeds tevoorschijn."

Weiss heeft een sterk ontwikkeld gevoel voor het tragikomische en het absurde. "Ik wantrouw lieden die zichzelf al te ernstig nemen", grijnst hij. "Behalve wanneer het gaat om kankerspecialisten die aan onderzoek doen om de ziekte de wereld uit te helpen."

De Californiër is niet alleen actief als zanger, hij is ook regelmatig te zien in film-, televisie- en theaterproducties. "Dat is louter toeval. Ik ben geen geschoolde acteur, maar doordat ik zo vaak in Hollywood optreed, bestaat een flink deel van mijn publiek uit filmbonzen die me wel eens een rolletje aanbieden. Ik hengel er niet naar, maar beleef er wel lol aan." Weiss ziet een rechtstreeks verband tussen zijn acteerervaringen en zijn karakteristieke zangstijl. In 'Sho Is Cold' en 'Room with a View' goochelt hij bijvoorbeeld met verschillende stemtimbres. "Ik ben sterk beïnvloed door de luisterspelen die je vroeger op de radio hoorde. Stemmen zijn soms zo suggestief, je kunt er een hele wereld mee oproepen."

Sinds zijn prille jeugd is Chuck E. Weiss een fervente platenverzamelaar. Zo praat hij vol vuur over Louis Jordan, Popcorn Ferguson en boogiewoogiemuzikanten als Amos Milburn en Harry 'The Hipster' Gibson. "Allemaal artiesten die me gemaakt hebben tot wat ik ben", zegt hij. Een en ander verklaart waarom zijn muziek, een smeltkroes van funk, rock-'n-roll, rhythm & blues, ouderwetse jazz en zydeco, zo eclectisch is. "Wat ik niet ben, is een bluesmuzikant. Ik hou van het genre, hoor, maar voel me toch nauwer verwant met Lou Reed dan met Son House."

Zelf omschrijft hij zijn werk als twisted jungle music, een term die iets zegt over zijn hang naar primitivisme. "Ik heb inderdaad de pest aan intellectualistisch gedoe. De muzikanten met wie ik werk, zijn virtuozen die alle ballast overboord hebben gegooid. Je kunt pas primitieve muziek leren spelen als je je instrument helemaal onder de knie hebt en in stilistisch opzicht van alle markten thuis bent. Maar je hoeft die muzikale veelzijdigheid niet te etaleren, ze hoort impliciet te zijn."

Zijn eerste stapjes in de muziek zette Chuck E. Weiss als drummer. "De beat is voor mij het snelste en directste middel om een emotie uit te drukken. Ritmiek blijft dus een belangrijk onderdeel van wat ik doe." Dat valt ook af te leiden uit korte, nonsensicale interludia als 'Half off the Rebop Shop' en 'Man Tan', waarin de artiest taal gebruikt om haar ritme en klankkleur.

Voor zijn twintigste speelde Chuck E. Weiss al samen met muzikanten die door hun legendarische status ook vandaag nog tot de verbeelding spreken. "Van Dr John leerde ik mijn zangtechniek af te stemmen op de groove, Lightnin' Hopkins bracht me gevoel voor timing bij en Willie Dixon was een meesterarrangeur. Die kerels waren als een school voor mij."

Halverwege de jaren zeventig vormde Weiss, samen met Tom Waits en Rickie Lee Jones, de spil van een groepje songwriters dat samenhokte in het Tropicana Motel in Hollywood. "Wat we gemeen hadden? We waren allemaal geïntrigeerd door het gesproken woord en de vrije vorm. Tijdens nachtelijke improvisaties probeerden we voortdurend elkaars fantasie te prikkelen. Eigenlijk maakten we rap avant la lettre. Maar onze vriendschap had ook ondeugende kantjes. In die dagen stonden de gazons bij de rijken van Beverly Hills vol met lawn jockeys: beelden van zwarte knechten die een tuinlantaarn vasthielden. Om niet voor racisten te worden versleten hadden de meeste eigenaars die beelden wit geschilderd, dus trokken wij er 's nachts met spuitbussen op uit om ze hun oorspronkelijke kleur terug te geven. We hebben zelfs een paar lawn jockeys ontvoerd. Ik heb er hier nog een in mijn huiskamer staan."

De artiestenkring van het Tropicana bestond niet enkel uit muzikanten. "Toneelschrijver Sam Shepard woonde er. En beatnikauteur William Burroughs. Op een avond zag ik hoe hij een vrouw sloeg in een restaurant. Ik had nog nooit een oude man zo gewelddadig uit de hoek zien komen. It scared the hell out of me."

Aanvankelijk voelde Weiss zich geflatteerd toen Rickie Lee Jones een song over hem schreef, maar toen het in 1979 een toptienhit werd, was het vooral een bron van gêne. "Ook voor haar", legt hij uit. "Al is het effect inmiddels weggeëbd. Het is ook al zo lang geleden."

Tussen 's mans debuut, The Other Side of Town uit 1981, en zijn tweede plaat, Extremely Cool uit 1999, gaapt een kloof van achttien jaar. "Ik raakte afgeleid", luidt de even korte als simpele uitleg. "Ik stond drie keer per week op het podium, acteerde wat, schreef songs voor soundtracks en zo vloog de tijd voorbij. Platen maken heb ik nooit als een prioriteit beschouwd. Sinds mijn eerste ervaringen met de muziekbusiness wantrouwde ik trouwens iedereen die er de plak zwaaide. Maar Tom Waits en vooral diens vrouw, Kathleen Brennan, wisten me uit mijn tent te lokken. Kathleen had voor mij een studio geboekt en als zij iets wil, pruttel je niet tegen. Vraag dat maar aan Tom. (grinnikt)"

Vliegangst heeft Chuck E. Weiss tot dusver belet naar Europa te komen. "Maar ik ben vastbesloten mijn fobie te overwinnen", zegt hij. "Ik besef heel goed hoe irrationeel die schrik wel is. Ik zou dolgraag eens naar jullie eind van de wereld reizen om er een paar podia te verkennen. Vroeg of laat komt het er wel van."

De cd 23rd & Stout van Chuck E. Weiss is uit bij Cooking Vinyl.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234