Donderdag 06/10/2022

‘De krant moet opnieuwnoodzakelijk worden’

Niet alleen zijn leeftijd en zijn achtergrond maken van Wijnberg een hoofdredacteur die er uitspringt. Een doorsnee hoofdredacteur van een nationale krant houdt er bijvoorbeeld een secretaresse op na die zijn agenda beheert. Niet zo bij Wijnberg; die houdt zijn eigen afspraken bij. Al is dat niet altijd een succes, zo blijkt wanneer we hem contacteren voor een interview. Wijnberg is net zijn agenda kwijtgeraakt en moet blind een datum prikken in de hoop dat er dan niets anders gepland staat. En ook qua keuze van de locatie blijkt hij een buitenbeentje.

“Het is hier qua architectuur niet meteen sfeer ten top”, laat Wijnberg op voorhand weten, en dus worden we niet in zijn kantoor ontvangen maar laten we het troosteloze gebouw waar de redactie van nrc.next huist achter ons om wat verderop een café in te duiken. Maar Wijnberg onderscheidt zich pas écht van het gild der hoofdredacteurs wanneer zijn ideeën ter sprake komen. Een krant hoeft wat hem betreft helemaal niet volledig te zijn, naar de concurrentie wordt liefst niet gekeken en aan marketingacties heeft de nieuwe chef van nrc.next al helemaal een broertje dood.

Je profiel is op zijn minst merkwaardig te noemen. En toch hebben ze je gevraagd om hoofdredacteur van nrc.next te worden.

“Eerst en vooral: niemand heeft me gevraagd. Er was een vacature en ik heb gesolliciteerd. Wie het in Nederland tot hoofdredacteur wil schoppen moet een hele reeks procedures doorworstelen. Je moet verschijnen voor de sollicitatiecommissie, de raad van bestuur moet zijn zegje doen, de redactieraad heeft wat in de pap te brokken en ook de hoofdredacteur van onze zusterkrant NRC Handelsblad moet zijn zegen geven. Maar ik heb wel de vraag gekregen om te solliciteren, ik was er zelf nooit opgekomen om me kandidaat te stellen. Ik had eigenlijk ook niet zo’n zin in een andere functie. Na twee jaar als redacteur had ik nrc.next verlaten om als freelancecolumnist aan de slag te gaan en dat beviel me best. Ik bleef aan de krant verbonden, maar kon gelijk waar en gelijk wanneer aan mijn stukken werken. Zolang die op tijd af raakten hoefde ik me geen zorgen te maken. (lacht) Dat is nu wel even anders. Als hoofdredacteur krijg je het hele productieproces over je heen: artikels, lay-out, de salarissen van de redacteurs, tot zelfs de nietjes die de krant bij elkaar houden: alles moet vroeg of laat voorbij mij passeren. Het is ongelooflijk dat we elke dag weer een krant in de kiosk krijgen. Daarom kan ik me tegenwoordig ook enorm opwinden wanneer ik een mail krijg van een lezer gewoon om me te melden dat er op pagina 12 een dt-fout staat. Dan denk ik: man, het is überhaupt een wonder dat er zelfs maar iets op die pagina staat!”

Tot overmaat van ramp beweer je zelf geen feeling voor nieuws te hebben, toch een behoorlijk essentieel kenmerk voor een hoofdredacteur.

“Gelukkig heb ik een aantal mensen in mijn omgeving die dat nieuwsgevoel net heel sterk hebben. Dus dat komt wel goed. Ik heb, vanuit mijn filosofische opleiding, de neiging om nogal snel op macroniveau te gaan denken. Wanneer er groot economisch nieuws binnenloopt gaan onze economieredacteurs meteen nadenken over de gevolgen daarvan voor de particuliere consument. Ikzelf denk dan eerder na over wat dat betekent voor de economische theorieën van Keynes (lacht). Het voordeel daarvan is dat ik op een heel andere manier naar nieuws kijk. Een manier die volgens mij een toekomst kan bieden voor kranten. Kranten zijn niet meer zoals vroeger dé nieuwsbron. Al moet je dat ook relativeren. Heel veel van wat je op het internet en op televisie ziet komt uit kranten. Als we een week lang geen nieuws meer zouden brengen, droogden al die zogenaamde nieuwe media gewoon op. Maar het punt is dat we niet langer het alleenrecht op nieuws hebben. Mensen halen hun nieuws allang niet meer primair uit de krant, maar van de radio, de televisie, het internet, Twitter... Het nieuws komt misschien nog wel uit de kranten, het komt al lang niet meer via die kranten tot het publiek. Je kan perfect op de hoogte blijven van wat er in de wereld gebeurt zonder dat je daarvoor ooit een krant hoeft te kopen. En dus moeten krantenmakers zich gaan afvragen wat ze aan die enorme informatiestroom kunnen toevoegen dat zo waardevol is dat mensen ervoor willen betalen. Nieuws is gratis en kranten zijn duur, dat is het grote probleem van krantenuitgevers overal ter wereld.”

En daar heb jij een oplossing voor?

“We moeten mensen ervan overtuigen dat, wanneer ze gebeurtenissen écht willen begrijpen, ze daarvoor een krant nodig hebben. Je moet als krant weer noodzakelijk worden, wie wil meepraten moet de krant gelezen hebben. Een krant mag niet enkel een simpel doorgeefluik van nieuws zijn. Nu is een maandagkrant vaak een keurige samenvatting van alle berichten die je in het weekend al wel ergens anders had gezien. Maar we brengen die toch omdat we toch maar niets willen missen. Journalisten zijn heel erg slecht in dingen missen, we willen vooral niet dat een andere krant iets schrijft dat wij niet hebben. Maar voor wie maken we een krant? Voor de lezer of voor onszelf? Het zal de lezer toch worst wezen dat de Volkskrant een verhaal heeft dat wij niet hebben? We moeten af van dat concurrentiemodel. Drie weken geleden hebben wij de krant geopend met een stuk van drie pagina’s over de dood van het internet. Dat stuk stond eerder in Wired en was al drie weken gratis te vinden op de site van dat blad. Maar toch hebben wij 1.500 dollar betaald om dat stuk in de krant te brengen. Gewoon omdat we het een superinteressant verhaal vonden, waarvan we vonden dat onze lezers het gelezen moesten hebben.

“Waarom geven wij op de buitenlandpagina berichtjes mee over zowat alle parlementsverkiezingen overal ter wereld? Die worden dan in de krant gedropt zonder dat je als lezer enig idee hebt waarom dat bericht relevant is. Parlementsverkiezingen in Australië: so what, die worden daar toch elke vier jaar georganiseerd? Dan moet je gaan nadenken. Ofwel meld je het niet, ofwel breng je het wel, maar dan vertel je erbij waarom die verkiezingen zo belangrijk zijn. Als je dat er niet kan bij vertellen, dan moet je het gewoon níét vertellen. Ik wil op termijn een krant zonder klassieke nieuwsberichten. Dat wil niet zeggen dat je het nieuws eruit gooit, maar je brengt wel alleen nog die berichten waarvan je kan uitleggen waarom ze belangrijk zijn. De interessantste verhalen hoor ik op de redactievloer en in de rookkamer. Daar wordt onder journalisten fanatiek gediscussieerd over wat de betekenis en het belang van een bepaald nieuwsfeit is. Alleen staat dat soort dingen nooit in de krant.”

Pikken de lezers het dat jullie bepaalde nieuwsfeiten gewoon uit de krant schrappen?

“Zolang je duidelijk uitlegt waarom je bepaalde keuzes maakt hebben lezers daar geen probleem mee. Ik schrijf nu al telkens een kort stukje waarin ik de keuzes die we maakten bij het samenstellen van de voorpagina verklaar en het is de ambitie om dat ook voor alle andere pagina’s te doen. Dat vinden de mensen prettig. Je hebt als krant niet altijd de waarheid in pacht, maar door uit te leggen waarom je bepaalde zaken wel en niet doet, toon je dat je nadenkt over waar je mee bezig bent. Veel van de heersende scepcis tegenover kranten is ontstaan door het eenrichtingsmodel dat we tot nu hanteerden: iets wordt nieuws omdat de media het brengen en daar hoort geen uitleg bij. Daar willen wij verandering in brengen. Alleen is het niet makkelijk om daar consequent in te zijn. Vaak is het gewoon makkelijk om een berichtje van ANP (Nederlands nieuwsagentschap, PD) in de krant te gooien wanneer er nog een lege plek is. Maar met de nieuwe koers die ik wil varen kan dat dus niet meer.”

Peter Vandermeersch, de Vlaamse hoofdredacteur van NRC Handelsblad, liet al weten dat nrc.next onder jouw bewind brutaler, stouter en aparter moest worden. Is het schrappen van de nieuwsberichten een eerste stap?

“Ik was niet zo gelukkig met die uitspraak. Het leek een beetje alsof wij plots allerhande jonge, hippe dingen op de rand van de illegaliteit zouden gaan doen. Ik omschrijf nrc.next liever als een journalistiek labo waarin we bepaalde zaken kunnen testen. Die hoeven daarom helemaal niet jong en hip te zijn, al is het natuurlijk wel zo dat we met die keuzes wel eens tegen schenen schoppen en dat moet kunnen. Vandermeersch heeft er geen probleem mee om aan een boze NRC Handelsblad-redactie te gaan uitleggen wat wij nu weer gedaan hebben. Integendeel, heimelijk wordt dat zelfs aangemoedigd. Maar er moet natuurlijk wel een visie achter zitten. Wij willen zaken doen die - als ze werken - later mainstream worden. Wij waren toen we vijf jaar geleden begonnen de eerste Nederlandse krant op tabloidformaat. Dat heeft navolging gekregen. Wij waren de eerste die op de voorpagina voor één duidelijk onderwerp kozen. Ook dat wordt gekopieerd. Maar dat is ook precies wat we willen. We zijn constant op zoek naar manieren om de krant een toekomst te bezorgen. Ik zal het maar toegeven: ik wil de geschiedenis ingaan als de man die de kranten redde (lacht).”

Je kan kiezen voor een journalistieke manier om kranten te redden. Maar je kan natuurlijk ook de marketingtoer opgaan en allerhande promo- en spaaracties op poten zetten om je kranten te slijten.

“Daar ben ik helemaal niet voor te vinden. Mensen een krant laten lezen door er een fiets bij te geven, wat de Volkskrant nu doet... Waar haal je het idee? Ik wil sowieso niet dood gevonden worden in de buurt van een Volkskrant-fiets, maar dat terzijde (lacht). De reden waarom de mensen je krant moeten lezen is toch niet omdat ze er een fiets bij krijgen? Nee, ze moeten je krant lezen omdat je iets te vertellen hebt! We hebben die afhankelijkheid van marketingacties natuurlijk ook aan onszelf te danken. We zijn bijlages gaan maken om adverteerders te lokken. En ergens snap ik dat ook wel: je moet als krantenbedrijf natuurlijk geld verdienen. Maar ik ben er wel van overtuigd dat dat ook kan door goede, maatschappelijk relevante kranten te maken. En waarom wordt er niet nagedacht over alternatieve verdienmodellen? Waarom zouden onze lezers niet elk 50 eurocent willen doneren als wij in ruil eens grondig uitzoeken hoe het nu écht zit met de islamisering van Nederland? Zo ga je op termijn betere kranten maken, die door meer mensen gelezen worden en die dus ook voor adverteerders interessanter worden, zodat je weer meer geld gaat verdienen. Neem The Washington Post. Die krant heeft twee redacteurs twee jaar lang laten werken op een rapport waarin ze alle geheime diensten van de VS in kaart brachten. Dat was een gigantisch duur project, maar het deed wel geweldig veel stof opwaaien en het leverde een site op die nu nog steeds massa’s bezoekers trekt.”

Maakt die afkeer voor marketing de samenwerking met Peter Vandermeersch, een paar jaar geleden nog marketeer van het jaar, niet moeilijk?

“Ik heb het er nog niet echt met hem over gehad. Ik kan me wel voorstellen dat we wat dat betreft van mening verschillen, maar tot nu heb ik niet het idee dat onze filosofieën zo ver uit elkaar liggen dat samenwerken onmogelijk wordt. Maar we hoeven ook niet per se over alles hetzelfde te denken. We zitten op hetzelfde schip, maar we hebben het elk op ons eigen dek voor het zeggen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234