Vrijdag 01/07/2022

De kunst van het balkenwippen

Sommigen doen er evenwichtsoefeningen op, veldrijders wippen er doodgemoedereerd overheen. De balk, meer dan louter een stuk hout voor specialist-artiest Sven Nijs.

Keiem.

Eigen berichtgeving

Eric De Vlaeminck, indertijd vaandeldrager van het kleine kliekje van artiesten dat zich hoog boven de modder verhief, zag het dan ook als een aanslag op zijn artiestieke mogelijkheden toen de balk in de oertijden van het veldrijden al eens achteloos vervangen werd door lieden die vonden dat cyclo-cross in de eerste plaats nog altijd een zaak was van modder en drek.

"In mijn tijd werd er schaamteloos gebruikgemaakt van ladders, stokken, buizen en planken. Ik was beschaamd in de plaats van de organisatoren over de manier waarop geïmproviseerd werd met dat soort materiaal. Tijdens een provinciaal kampioenschap van Antwerpen lag er ooit op een beslijkte strook zelfs een stuk pvc-buis van slechts drie centimter doorsnede over de weg en ooit heb ik mij zelfs afgevraagd of het niet nuttig zou zijn mij een metaaldector aan te schaffen om dat soort miniscule, en tevens absurde, hindernissen op te sporen."

Bijna overbodig te vermelden dat het de zevenvoudige wereldkampioen himself was bij wie voor het eerst de gedachte gerijpt is om niet langer uit een zeker ontzag af te stappen voor een dergelijke hindernis, maar om er daarentegen over te wippen. Wat hem vroeger hinderde in zijn acties, werd nu een instrument om die te bevorderen. "Het was tijdens de traditionele 11-novembercross van Niel. Ik moet een jonge 'snotter' van ongeveer achttien geweest zijn en de organisatoren hadden op een bepaalde plaats balen stro op de omloop aangebracht. Naarmate de wedstrijd vorderde, kwamen die wat platter te liggen omdat sommige concurrenten er bij elke passage hun voeten hadden opgezet. Wij reden met vier voorop en op een bepaald ogenblik kreeg ik de ingeving er proberen over te springen. Wat lukte. Door de ontwikkelde snelheid zweefde ik er overheen en van het pure plezier schoot ik op mijn fiets in een onbedaarlijke lach. Ik lag meteen vijftig tot zestig meter voor en terwijl de anderen nog liepen, maakte ik nog wat extra snelheid en de vogel was gaan vliegen."

Daarna heb ik deze techniek verder uitgebouwd door onder meer over een ladder te wippen. De tweede keer dat ik deze acrobatie opvoerde, was in het hol van de Leeuw van Laarne, mijn gezworen aartsrivaal Albert Van Damme. Daarna kwam er vanwege de BWB, waarmee ik niet in de beste verstandhouding leefde, een verbod op kunstmatige hindernissen. Allicht het werk van mijn concurrenten. Dat heeft geduurd tot ik gestopt ben. Het reglement koelde af en werd beetje bij beetje weer ingevoerd door organisatoren die niet op de hoogte waren van het bestaan ervan. Ik was kwaad toen ik de eerste maal iemand zag die ook over een balk wipte."

Het hoeft geen betoog dat De Vlaeminck in zijn hoedanigheid van bondscoach niet enkel een speciaal oog had voor dit spectaculair onderdeel, maar dat hij tevens in de persoon van leerling Sven Nijs een verbeterde versie van zichzelf aantrof.

"Ik had zelf zes eigenhandig geschilderde balken laten vervaardigen die ik overal heb aangebracht; in een gracht, uit een gracht, aan het begin van een bocht, aan het einde van een bocht, onderaan de helling, bovenaan de helling, maar Nijs, die was niet van zijn fiets te krijgen. Terwijl ik bulderde van het lachen, reed Sven zelfs een tijdlang op zijn achterwiel, iets wat ook mijne Geert (zijn overleden zoon, iv) kon, maar waarin ik ondanks jaren oefenen nooit geslaagd ben."

Voor het wippen over de balken bestaan er alvast minstens twee technieken. Die waarmee Danny De Bie in 1989 in het Franse Pontchteau wereldkampioen werd, bestaat erin van vlak voor de hindernis vrijwel helemaal tot stilstand te komen en er dan met de fiets tussen de benen over te wippen.

"Nijs doet het daarentegen als een motorcrosser", licht De Vlaeminck toe. "Hij stormt met grote snelheid op de hindernis af, trekt vervolgens het voorwiel op, daarna het achterwiel, draait zijn 'braquet' in een soort kipbeweging rond de hindernis en landt dan weer op zijn voorwiel. Sven geeft als het ware gas met de pedalen, benadert de balk soms tot op een achttal centimeter. Hij heeft het perfect onder de knie, alle blikken zijn op hem gericht. Een aangeboren gevoel voor evenwicht is wel nodig om dat allemaal tot een goed einde te brengen. Bij de jonge veldrijders zijn er 'stijve planken', maar ook anderen die het wel degelijk kunnen: Bart Wellens, Davy Commeyne, Sven Vanthourenhout. Ik ben van mening dat de balk in de toekomst een van de standaardhindernissen van een veldrit moet worden."

De Vlaeminck haalt, naast de moeilijk in een standaardvorm te gieten terreinwinst, nog een ander voordeel aan bij het wippen over hindernissen.

"Zelfs in de zuivere veronderstelling dat er geen winst zou worden gepuurd uit die sprong, dan nog krijgt de renner in kwestie gedurende enkele seconden de tijd om op adem te komen. Gedurende de tijd van twee omwentelingen kan hij genieten van een pion libre, zoals ik dat noem. Als er op drie plaatsen een hindernis is aangebracht, vermenigvuldigt met tien ronden, dan geniet hij dertig keer tijdens een wedstrijd van een korte adempauze. Als je dat afweegt tegen een niet-acrobaat heeft Nijs misschien wel een overschot van 20 procent."

Ief Vertommen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234