Maandag 03/10/2022

De kunsten uit de kast

Afgelopen donderdag werd in Leuven gedebatteerd over 'kunst op de openbare omroep'. Doel van het congres was een bijdrage te leveren tot de discussie over de nieuwe beheersovereenkomst voor de VRT, en meer bepaald over de positie van de kunsten binnen de openbare omroep. Geert Buelens, die voor het Nieuw Wereldtijdschrift de rubriek 'mediawatch.org' verzorgde, was een van de sprekers. Hieronder vindt u de ingekorte versie van zijn lezing.

Geert Buelens

Ik ben zelf nooit door jezuïeten opgevoed, maar één keer heb ik hun spreuk 'Plus est en vous' aan den lijve meegemaakt. In de late jaren tachtig en vroege jaren negentig maakte ik immers deel uit van een van die streng geselecteerde maar voorts onbekende Vlaamse gezinnen waarin in opdracht van de Vlaamse televisiezenders een kastje werd neergepoot waarmee men denkt kijkcijfers te kunnen meten. Dat systeem werkt relatief eenvoudig: elk gezinslid krijgt een nummer, en wanneer hij of zij naar tv kijkt, tikt hij/zij dat nummer in; die nummers worden geregistreerd en 's nachts - wanneer iedereen verondersteld wordt te slapen en niet langer tv te kijken - worden de gegevens door een centrale computer opgevraagd en verwerkt. Het systeem werkt dus zoals een opiniepeiling: er wordt naar de mening en het gedrag van een dwarsdoorsnede van de bevolking gevraagd en die gegevens worden geëxtrapoleerd. Wanneer anderhalf miljoen Vlamingen naar Mannen op de rand van een zenuwinzinking heten te kijken, dan is dat getal gebaseerd op het kijkgedrag van hoop en al een duizendtal personen. Mijn gedrag werd dus representatief geacht voor een paar duizend landgenoten. Meer nog: in zekere zin wás ik die landgenoten. Ik kon hen naar de zwakzinnigste pulpsoaps laten kijken, ik kon hen ook zo dwangmatig laten zappen dat het kijkcijfermeetkastje er tureluurs van werd. Door een eigenaardigheid van het kijkcijfermeetsysteem kon ik hen echter ook verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. Wanneer er bezoekers zijn in het gezin, worden zij geacht als 'gastkijkers' aangegeven te worden. Zij krijgen dan ook een nummer en mogen, net als de gezinskijker, na afloop van een programma of bij het wegzappen het vorige programma beoordelen (een getal van 1 tot 10, op basis waarvan de waarderingscijfers worden berekend). Met die gastkijkers kon natuurlijk naar hartelust gefoefeld worden. Ook als ze er niet waren, kon je ze aanmelden en zo de kijkcijfers van bepaalde programma's kunstmatig opdrijven. En nu kom ik aan de gênantste passage van mijn verhaal: ik heb dat onvoldoende gedaan. Meer nog: als ik dat nu maar wat méér had gedaan, dan zaten we hier vandaag misschien niet.

In die dagen zond de openbare omroep immers het cultuurprogramma Container uit. Het concept was de eenvoud zelve: enkele intellectuelen zitten in een aan één kant opengemaakte container en praten over een bepaald onderwerp. Dat op een onchristelijk laat uur van een gewone weekdag uitgezonden programma heeft de openbare omroep getraumatiseerd. Het staat in de annalen van de omroep geboekstaafd als de Pak de poen-show onder de cultuurprogramma's. Een schandaal, dat was het. Te erg voor woorden. Toen vorige week werd aangekondigd dat de VRT in het najaar met een nieuw cultuurprogramma zal uitpakken, werd er door persverantwoordelijke Diane Waumans enkel in zeer bedekte termen naar verwezen. "Het [nieuwe cultuurprogramma] mag in elk geval geen academisch onderonsje worden van professoren." (DM 8/2) Met dokter Freud kunnen we hier rustig van een 'taboe' spreken: over Container mag er niet meer gepraat worden. Ik heb onlangs de omroep om concrete gegevens verzocht over dit programma, maar heb die vooralsnog niet mogen ontvangen. Was Container dan echt zo slecht? Zo'n vraag kan zonder een semantisch en principieel debat over het begrip 'kwaliteit' natuurlijk niet worden beantwoord. Ze doet ook niet echt ter zake. Het grote, officiële pijnpunt was dat er nauwelijks iemand naar het programma keek. Volgens het cijfer dat ik in mijn hoofd heb keken er naar de laatste aflevering van de voortijdig afgebroken serie nauwelijks vijftienduizend mensen. En die vijftienduizend mensen, dat was ik. Als ik dus die avond allerlei fictieve nonkels en vriendinnen had opgegeven als gastkijker, dan was het programma misschien nooit afgevoerd. (Of, sterker nog: als ook ik me die avond niet had aangemeld, dan was dit misschien het eerste programma uit de geschiedenis van de omroep geweest waar, volgens de officiële kijkcijfers, niemand naar had gekeken. Een legende zou zijn geboren, een cultprogramma waar geen Woestijnvis tegenop kan...).

En sindsdien zit de openbare omroep dus met een trauma; of, als u met een slechter karakter bent toegerust: met een ideaal precedent, hét excuus om zijn handen van de kunst af te trekken. Niet dat men meteen na Container beslist heeft om geen kunstprogramma's meer te maken. Ik herinner me naast de praatshow Eiland van Johan Thielemans uit die jaren ook nog Verwant - een programma dat alleen al vanwege zijn begingeneriek zonder meer als kunst beschouwd mocht worden -, het hippe en flitsende Memphis en de zondagse avondsluiter Ziggurat. Dat laatste was een vergaarbak voor veelal documentaireachtige reportages en portretten, de tamelijk revolutionaire experimenten van huidig VRT-Journaal-regisseur Stefaan De Coster, maar bijvoorbeeld ook het vaak gerestylede en steeds minder interessante literatuurprogramma Wie schrijft die blijft. Van een sterk geheugen getuigt de openbare omroep in dit verband echter zelf ook niet, want in het al geciteerde persbericht had Diane Waumans het over "de tijd van hermetische cultuurprogramma's zoals Ziggurat" (en, vooral, dat die tijd "als afgesloten [mag] beschouwd worden"). Dat laatste wil ik helaas graag geloven, maar Ziggurat 'hermetisch'? Zeker in de laatste seizoenen was dit programma beslist niet moeilijker of meer op een kennerspubliek gericht dan de miniportretten die Canvas nu presenteert in Rubriek 700. Hoe het ook zij, bij de geboorte van Canvas, stierf Ziggurat een stille dood en tijdens de eerste jaren van het bestaan van de nieuwe zender moest de artistieke meerwaardezoeker zich zien te behelpen met de korte cultuurgids L!ink en de bijzonder oppervlakkige talkshow Leuven Centraal, die overigens al snel werd afgevoerd. Toen critici zich afvroegen waar de kunsten dat trieste lot verdiend hadden, reageerde netverantwoordelijke Regine Clauwaert met een tegenvraag: "Waar zaten al die cultuurliefhebbers toen er nog wel kunst werd uitgezonden op de openbare omroep?" Met andere woorden: het was de schuld van het publiek. Of, in de terminologie die sindsdien elke discussie over dit onderwerp bij voorbaat zou verzieken: de kijkcijfers stonden niet in verhouding tot de ingezette middelen.

En daarmee bereiken we stilaan wat door de meeste betrokkenen wordt beschouwd als de kern van deze kwestie: de middelen, het geld. Toen de VRT op 3 juni 1987 een beheersovereenkomst sloot met de Vlaamse Gemeenschap werd een bepaalde dotatie in het vooruitzicht gesteld die afhing van wat in het contract 'performantiemaatstaven' worden genoemd: zo nam de VRT-televisie zich voor om "met de totaliteit van zijn journaal-, duiding- en informatiemagazines gemiddeld per dag 1,5 miljoen kijkers te bereiken".

Dat is geen geringe ambitie, maar volgens de logica van de beheersovereenkomst was ze perfect verdedigbaar. In de tekst van de overeenkomst werd immers helemaal in het begin gestipuleerd dat de omroep "een zo groot mogelijk aantal kijkers" dient te bereiken in de sector 'informatie'. En als informatiezender zou de VRT zich de volgende jaren bijzonder trachten te profileren. Er kwamen meer nieuwsuitzendingen, één duidingsmagazine per zender en politieke discussieprogramma's. Volledig conform haar opdracht als informatiezender van de Vlaamse Gemeenschap schuwde de VRT ook bij verkiezingen geen enkele inspanning.

Dat alles staat in schril contrast tot de plaats die kunst en cultuur krijgen toebedeeld op de beide televisiezenders van de openbare omroep. Over beeldende kunst wordt enkel bericht wanneer er een schandaal in de lucht hangt (de zuilen van ham van Fabre, de kakmachine van Wim Delvoye), theater komt aan bod wanneer het over de media gaat en met mediafiguren wordt gemaakt (Talkshow van Cie de Koe en Mark Uytterhoeven), film wanneer we ons chauvinistisch op de borst mogen kloppen bij een Oscar-nominatie. Ook de wekelijkse filmrubriek in het middagjournaal is een aanfluiting: nietszeggende en soms zelfs door de verdeler zelf gemaakte promo-interviews, aangevuld met anderhalf filmfragment, en dat alles, uiteraard, alleen maar van voorspelde Hollywood-successen. En het kan altijd nog flagranter. Zo toonde men in het nieuws van 7 februari beelden van een galaconcert in deSingel. Niet omdat er die dag prachtige muziek te horen was in die cultuurtempel, maar omdat de koning en de koningin op bezoek waren geweest. We zien het vorstenpaar uitstappen en begroet worden door plaatselijke notabelen. Op het einde van het stukje wordt dan ook nog even vermeld dat La Petite Bande van Sigiswald Kuijken optrad voor de vorsten en wordt er letterlijk één seconde muziek ten gehore gebracht. Dat is de plaats die de kunsten krijgen toebedeeld op de openbare omroep: ze vormen het decor voor prinsen en prinsessen.

Niet dat kunst helemaal afwezig zou zijn op de VRT. Zo hoorde ik woensdagavond de Canvas-omroepster van dienst zich afvragen hoe "David Beckett" het zou doen in de wedstrijd Valencia-Manchester United (ze bedoelde wellicht David Beckham). En verder, zo benadrukte Canvas-nethoofd Leo De Bock nog vorige week tevreden in de krant, "hebben we nu reeds een niet onaardig cultuuraanbod" (DM 10/2). Hij verwees daarbij naar het al genoemde L!nk, naar Plankenkoorts en het eveneens al vermelde Rubriek 700. Dat laatste programma werd aangekondigd als de blijde herintrede van de zelfgemaakte kunstendocumentaire: portretten van internationaal gerenommeerde Vlaamse artiesten. Geen onaardige reeks werd er tot nu toe uitgezonden. Alleen: de portretten zijn veel te kort. Hoewel blijkbaar kosten noch moeite werden gespaard (in elke aflevering zit een fragment waarin de kunstenaar zijn internationale gerenommeerdheid mag bewijzen in steden als New York of Lissabon) staat het gebruikte format niet toe dat die echt renderen: net wanneer het echt interessant dreigt te worden, zitten de dertig minuten erop. Eigenlijk heeft de VRT alles in huis om documentaires te maken die ook buitenlandse zenders zouden kunnen interesseren, alleen: ze worden niet geproduceerd.

Officieel heet het dus dat daar geen geld en geen kijkers voor zijn. In de beheersovereenkomst staat echter dat het de opdracht is van de omroep om dat te doen. Ik citeer even de zin die ik zonet al selectief aanhaalde: "De instelling verzorgt een kwalitatief hoogstaand aanbod in de sectoren informatie, cultuur, educatie en ontspanning." Om geen misverstanden te laten ontstaan over de misschien willekeurig lijkende volgorde in de voorgaande opsomming, gaat de tekst verder als volgt: "Prioritair moet de instelling op de kijker en luisteraar gerichte informatie- en cultuurprogramma's brengen. Daarnaast worden ook sport, eigentijdse educatie, eigen drama en ontspanning verzorgd." Dat is dus de officiële opdracht, maar los van de grote inspanningen op het vlak van de informatie lijkt de VRT ze helemaal verkeerd begrepen te hebben. Prioritair houdt de omroep zich immers bezig met sport en ontspanning. Daarnaast is er enige aandacht voor eigen drama. En heel af en toe ook voor cultuur. De omroep komt daarmee zijn opdracht niet na en zou dus eigenlijk een deel van zijn dotatie moeten verliezen.

Los nog van het feit dat het volgens mij een drogreden is dat er geen publiek zou zijn voor kunst- en cultuurprogramma's (alsof die vele honderdduizenden die in dit land naar musea, open monumentendagen, theaters, de opera en literatuurmanifestaties gaan geen tv kijken) zou de VRT zich ook niet mogen verschuilen achter dat argument. In de beheersovereenkomst staat immers ook op dit vlak een performantiemaatstaf: "Televisie streeft ernaar om [met een gevarieerd gamma aan cultuuruitingen] op weekbasis 15 procent van de bevolking meer dan 15 minuten opeenvolgend te bereiken." Als er (zuinig geschat) vijf miljoen Vlamingen zijn, dan zou de omroep dus wekelijks bijna zevenhonderdvijftigduizend mensen een kwartier lang aan het scherm moeten kluisteren met kunst en cultuur. Gezien het huidige aanbod kan dat cijfer alleen gehaald worden als ook programma's als Het Swingpaleis, De notenclub en De muziekdoos worden meegerekend. En dat mag van mij best, maar enkel op voorwaarde dat de omroep zich niet achter die programma's en cijfers verschuilt om aan de kern van zijn opdracht te verzaken.

En dat hij dat doet, is duidelijk. Niet alleen de recente bemoeienissen van cultuurminister Anciaux geven dat aan (de minister verwacht dat de VRT de cultuurparticipatie verhoogt door degelijke programma's te brengen op beide netten), ook een recent advies van de Vlaamse Mediaraad bevat in dit opzicht interessante informatie. "De openbare omroep moet een groot deel van de bevolking bereiken. Diversiteit is ook te definiëren als het bereiken van specifieke doelgroepen of minderheden" (Advies nr. 2000/006 van 13/11/2000). Dat kan geïnterpreteerd worden als een aanbeveling om - net als de NPS doet in Nederland - aandacht te geven aan de multiculturele samenleving, maar ook om - eveneens net als de NPS - programma's voor cultureel geïnteresseerden te maken. En het advies gaat nog verder: "De 'openbare' taak van de openbare omroep houdt in dat de omroep de openbaarheid van de politiek, de kennis en de cultuur tracht te garanderen. Het openbaar maken van inhouden die commercieel niet interessant zijn omdat ze geen groot of geen commercieel interessant publiek aanspreken, is een kwaliteitseis en een functie op zich. [...] Ook het tijdstip waarop een programma wordt uitgezonden kan een element van toegankelijkheid zijn. De openbare omroep houdt op 'openbaar' te zijn wanneer voor de ontvangst van de inhoud in het kader van de publieke opdracht een betaling wordt gevraagd, ook via nieuwe technologieën." Achter die objectiverende taal gaan enkele niet mis te verstane vingerwijzingen schuil: niet alleen benadrukt de Mediaraad dat kijkcijfers geen hoofdrol mogen spelen in het debat over welke programma's de omroep moet maken, de raad stelt ook dat de door gedelegeerd bestuurder Bert De Graeve met veel bombarie aangekondigde eVRT niet de oplossing kan zijn voor het aangekaarte probleem. Wanneer de kijker via internet de elektronische VRT-databank zou moeten raadplegen om bepaalde programma's en informatie op te vragen, dan beschouwt de raad dat niet als een bewijs van "openbaarheid" en "kwaliteit". In een volgende paragraaf gaat de Mediaraad nog verder: "Artistieke vernieuwingsdrang. Van de openbare omroep wordt verwacht dat deze omroep vooruitstrevend is op het gebied van gebruikte formats, beeld/geluidsgrammatica, productietechnieken enzovoort. Dat houdt ook het bevorderen en stimuleren van creativiteit in." Een minimale invulling van die stelling klinkt wellicht als de vertaling van wat, bijvoorbeeld, Woestijnvis heeft gedaan in programma's als In de gloria en De mol. Een interessantere, en wat mij betreft hoognodige invulling van wat de raad hier stelt, zou impliceren dat de VRT bij, bijvoorbeeld, Woestijnvis een cultuurprogramma zou bestellen, en niet een zoveelste quiz of human interest-bijdrage. Naar verluidt wil Mark Uytterhoeven heel graag een literair programma maken; alleen: hij wordt daarvoor niet gevraagd. Nochtans beweert Canvas-chef Leo De Bock dat hij "uitgesproken vragende partij [is] om [Uytterhoeven] opnieuw op Canvas los te laten" (DM 10/2). In hetzelfde interview zegt De Bock: "Ik wil Canvas op elk moment spraakmakend maken. Continu risico's nemen. Anders heeft dit station geen bestaansrecht meer." Wat belet hem dan nog om Uytterhoeven te vragen voor een programma over literatuur?

Het aplomb waarmee woordvoerders en beleidsmakers van de openbare omroep over kunst en cultuur spreken, suggereert de hele tijd een nauwelijks verholen minachting. De citaten van Diane Waumans kreeg u al. Dit is nogmaals Leo De Bock: "We willen ons inlaten met wat de mensen bezighoudt. Niet zozeer de establishmentcultuur, maar wel wat mensen écht beleven." Alsof die twee elkaar per definitie uitsluiten. Alsof Louis Paul Boon of Bruegel enkel tot de establishmentcultuur behoren. En alsof 'establishmentkunst' moet worden uitgeroeid, als was ze volksvijandig. De Bocks tweedeling is ook op een ander vlak misleidend. Niet alleen de zogenaamde elitaire kunsten maar ook de amateurkunsten ontbreken op de openbare omroep: een reportage over én captatie van de finale van het Landjuweel zou niet alleen die vele duizenden Vlamingen kunnen boeien die zelf met amateurtoneel bezig zijn, ze zou ook bij vele professionele theatermakers en -liefhebbers de vooroordelen kunnen wegnemen die er op dat vlak bestaan.

Het behoort volgens mij tot de opdracht van de openbare omroep om het visuele geheugen te zijn van het land. Belangwekkende theaterproducties moeten worden gecapteerd met de modernste middelen, zoals dat - als betrof het de grootste vanzelfsprekendheid - gebeurt in Oostenrijk, waar Schlachten! integraal op de openbare omroep is vertoond. Het behoort tot de opdracht van de openbare omroep om stimulansen te geven aan jonge filmmakers, zoals dat - als betrof het de grootste vanzelfsprekendheid - gebeurt in Nederland, waar jonge Vlamingen de kans krijgen om een tv-film te maken, ervaring op te doen en zich te presenteren voor een groot publiek. Het behoort volgens mij tot de opdracht van de openbare omroep om ambitieuze documentaires te maken over alle belangrijke aspecten van onze cultuur, zoals dat - ook in dit Mekka van het kapitalisme en als betrof het de grootste vanzelfsprekendheid - gebeurt in de Verenigde Staten van Amerika, waar op dit moment een achttien uur durende reeks over de geschiedenis van de jazz vele miljoenen kijkers haalt via de Public Broadcasting Service (de verkoop van jazz-cd's is daardoor verdubbeld, meldt Newsday deze week). Het behoort volgens mij tot de opdracht van de openbare omroep om lange, diepgaande en vormelijk vernieuwende documentaires te maken over belangrijke kunstenaars en aandacht te schenken aan belangrijke muziekconcours en optredens, zoals dat - als betrof het de normaalste zaak van de wereld - gebeurt op de cultuurzender Arte. Volgens de kijkcijfers die Arte vrijgeeft op zijn website bereikt de omroep wekelijks ongeveer 1,9 miljoen Belgische kijkers voor minimum vijftien minuten. Dat de Vlaamse openbare omroep te klein is om zulke ambitieuze plannen waar te maken is onzin. Als de omroep wil, kan hij coproducties maken. Ook hier geldt: wat we zelf doen, doen we niet noodzakelijk beter. Als we dan toch, zoals onze overheden niet moe worden ons in te peperen, volop op weg zijn om een modelnatie te worden, dan is het de plicht van de regering én de openbare omroep om een nieuwe beheersovereenkomst af te sluiten waarin kunst en cultuur een centrale plaats innemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234