Dinsdag 09/08/2022

ReportageDe rendierherders van de Sami

De laatste nomaden van Europa vechten tegen windmolens: ‘Een berg die kapot wordt gemaakt, het breekt mijn hart’

De herders moeten andere routes zoeken voor hun kudde, ­omdat de rendieren niet in de buurt van de windmolens ­durven te komen. Beeld Julius Schrank
De herders moeten andere routes zoeken voor hun kudde, ­omdat de rendieren niet in de buurt van de windmolens ­durven te komen.Beeld Julius Schrank

De Sami, de laatste nomaden van Europa, voelen zich bedreigd in hun voortbestaan. Een windmolenpark in het noorden van Noorwegen verstoort de jaarlijkse migratie van hun kuddes rendieren. ‘Soms moeten we dieren achterlaten.’

Jeroen Visser

Een radiobericht verstoort de rust van het kampvuur. De Noorse herders werken hun hamburgers naar binnen en doven het vuur. Het loopt tegen de avond en eigenlijk is het werk gedaan voor vandaag, maar vader Appfjell heeft vanuit de helikopter een groepje verdwaalde rendieren ontdekt, hoog op een bergplateau. De dieren zijn waarschijnlijk opgejaagd door een beer, een adelaar of een ander roofdier.

Ole Hendrik (55) zit al op de sneeuwscooter. Hij is de natuurlijke leider van de groep en rijdt meestal voorop, duidelijk herkenbaar aan de lasso om zijn borst, de rendierhuid over de zitting en zijn hond die achterop zit.

In een colonne schieten de vier herders vanuit het besneeuwde dal omhoog, over gladde mossige stenen en langs zwiepende boomtakken. In dit berggebied nabij de Noorse stad Mosjøen, vlak onder de poolcirkel, vormen de voorzichtig stromende beekjes het eerste teken dat de lente eraan komt. Op de scooter is het nog winterkoud.

Het gaat harder dan normaal. De herders willen voortmaken, de kans bestaat dat er kleine groepjes verder afdwalen. Ze passeren de boomgrens en racen met honderd kilometer per uur over een bevroren meer. De bergen eromheen lijken op een enorme ijstaart, met hun witte laag die glinstert in het avondlicht.

WIE ZIJN DE SAMI?

De Sami vormen de inheemse bevolking van Sápmi, het noordelijk deel van Noorwegen, Zweden, Finland en een klein deel van Rusland. Er zijn zo’n 80.000 Sami, van wie ongeveer de helft in Noorwegen woont. Weer de helft daarvan spreekt Sami, waarvan er negen varianten zijn. De taal lijkt niet op Noors, maar heeft meer gemeen met Fins en Hongaars. De Sami hebben in elk land ook een eigen parlement, dat een paar keer per jaar bijeenkomt om te beslissen over interne kwesties. Het houden van rendieren is een heel belangrijk onderdeel van de Sami-cultuur, al kunnen nog maar zo’n drieduizend Sami in Noorwegen er hun geld mee verdienen. De meeste Sami hebben inmiddels het traditionele bestaan voorgoed vaarwel gezegd en wonen en werken elders in ­Noorwegen.

Het geronk van de helikopterwieken verraadt waar we moeten zijn. Een stuk of vijfentwintig mannetjes en vrouwtjes galopperen over de harde sneeuw in onze richting, opgejaagd door het zwarte gevaarte in de lucht. Hier nemen de herders het over. Met hun scooters dirigeren ze de dieren terug naar de kudde in het dal.

BANG VOOR DE TURBINES

Dit is de tijd van de jaarlijkse voorjaarsmigratie, wanneer de rendieren in de kop van Europa vertrekken naar de ‘lentegraasvelden’ waar de kalveren worden geboren. We trekken een paar dagen mee met de Appfjells, een Sami-familie uit het district Jillen-Njaarke die leeft van de verkoop van rendiervlees. Elk voorjaar verhuizen zij hun kudde van tweeduizend rendieren via dezelfde route vijftig kilometer naar het zuidoosten. Zo gaat het al eeuwen. Het oudste document waarin verhaald wordt over een Appfjell-herder, stamt uit 1840.

Ten opzicht van hun voorouders, die dag en nacht met de kudde op stap waren, is er wel het nodige veranderd. De moderne Sami-herders gebruiken helikopters, sneeuwscooters, walkietalkies en gps-signalen om hun kudde te controleren. Maar de essentie - elk jaar dezelfde route met de kudde - is onveranderd.

Tot nu.

Kijk vanaf een hoge bergtop en je ziet ze netjes verspreid over een lange bergrug: windmolens. Vorig jaar verrees in dit bergdistrict een van de grootste op land gelegen windmolenparken van Noorwegen, met 72 turbines van 105 meter hoog. Het park gaat 1,3 terawattuur (TWh) aan elektriciteit produceren, goed voor het jaarverbruik van 80.000 huishoudens. De komst van het windmolenpark sluit aan bij het beleid van de Noorse overheid om meer duurzame energie te produceren.

Het woeste gebergte, waar slechts her en der rotsen boven de sneeuw uitkomen, lijkt de ideale locatie voor een windmolenpark. Er woont niemand, er ligt acht maanden per jaar sneeuw en het waait altijd. Het project wordt toegejuicht door de overheid (die de vergunning verleende) en lokale ondernemers. De aluminiumfabriek van Mosjøen heeft voor de eerste vijftien jaar alle stroom gekocht.

Allemaal goed, zou je zeggen. Maar niet voor de Appfjells. Want: geen rendier durft bij de turbines in de buurt te komen.

“Als een rendier een windmolen ziet, keert hij om”, zegt de Zweedse helikopterpiloot Johan Ottosson (26), die elk jaar door de familie wordt ingehuurd om te helpen bij de migratie. Rendieren zijn schichtige dieren; bang voor mensen en sneeuwscooters, en dus al helemaal voor hoge windturbines. Ze worden afgeschrikt door het geluid van de wieken, dat klinkt als hoge golven die op de kust neerslaan, maar dan elke twee seconden. “Je moet heel laag vliegen en ze naar voren dwingen om ze toch over de berg te krijgen”, aldus Ottoson. “Soms moet je zelfs een paar dieren achterlaten die je niet meekrijgt.”

Rendierherder Ole Hendrik Appfjell draagt zijn ­herdershond op zijn ­schouder na een ­lange dag hard ­labeur. Beeld Julius Schrank
Rendierherder Ole Hendrik Appfjell draagt zijn ­herdershond op zijn ­schouder na een ­lange dag hard ­labeur.Beeld Julius Schrank

Vanwege de windmolens moeten de herders dit jaar voor het eerst sinds mensenheugenis afwijken van hun traditionele route. Met een wijde boog hebben ze de rendieren om het windmolenpark heen geleid. Via een bevroren meer konden ze terugkeren naar het normale parcours. Voor een al eerder afgedwaald groepje van vijftig dieren was er geen andere optie dan het windmolenpark te doorkruisen. “Het heeft ons een halve dag gekost”, zegt Nils-Anders Appfjell (22), de jongste van de herders. “Hadden we ze eindelijk op de juiste weg, renden ze weer een andere kant op.”

RECHTSZAAK

De Appfjells - en de drie andere Sami-families in het district - protesteren al jaren tegen de komst van de windmolens. Volgens de familie wordt niet alleen de migratie verstoord, ook het graasgebied is kleiner geworden omdat de dieren op minstens zeshonderd meter afstand blijven van de witte kolossen. Daardoor missen de dieren een flink stuk van de korstmos - een klein, pezig taugé-achtig plantje - die ze onder de sneeuw vandaan halen. “De families moeten dus of minder dieren gaan houden, of een van de vier families moet er helemaal mee stoppen”, zegt Nils-Anders.

Binnenkort begint een rechtszaak waarin de families eisen dat de vergunning van het park wordt ingetrokken. Klinkt kansloos, de turbines staan er immers al, maar dat is het niet. Vorig jaar oktober gaf de Noorse Hoge Raad Sami-herders in een soortgelijke zaak gelijk. Volgens de Raad hadden twee windmolenparken op het schiereiland Fosen, boven Trondheim, een ‘substantief negatief effect op de mogelijkheid voor de herders om hun traditie en cultuur uit te oefenen’.

De eigenaren van die parken, waaronder de Noorse staat, hadden in hun pleidooi gewezen op het belang van de groene transitie en een duurzame toekomst. Ze vonden dat daarom van de herders verwacht mocht worden dat ze hun oude gebruiken aanpassen. Ze zouden de dieren bijvoorbeeld handmatig kunnen bijvoeren. Maar volgens de rechter week dat te veel af van de Sami-traditie. De Noorse media spraken van een historisch en baanbrekend vonnis, temeer omdat de rechten van de Sami, de inheemse bevolking in het noorden van Noorwegen, Zweden, Finland en een deel van Rusland, in de afgelopen decennia nogal eens het onderspit delfde.

Na een korte lunchpauze gaat de helikopter weer de lucht in om de kudde in goede banen te kunnen leiden. Beeld Julius Schrank
Na een korte lunchpauze gaat de helikopter weer de lucht in om de kudde in goede banen te kunnen leiden.Beeld Julius Schrank

Klein detail: de windmolens op Fosen zijn nog steeds in bedrijf, want de Noorse overheid, die de vergunning verleende, moet nog altijd reageren op het vonnis. Het ministerie van Energie zegt nu eerst bezig te zijn met een onderzoek naar de precieze effecten van de windmolens op de rendieren in Fosen.

SUBSIDIES

Nils-Anders, een lange en brede, goedlachse jongen, neemt ons mee de berg op zodat we goed zicht hebben op de kudde. Die beweegt beneden als een stroom kwik door het dal, voortgedreven door Nils-Anders’ drie neven en achterneven, die in een V-vorm achter de kudde aan rijden. De zangerige herdersroep van een van de mannen weerkaatst tegen de bergwand.

Tot een paar dagen geleden was het onzeker wanneer we de herders zouden treffen. Ze weten nooit precies wanneer de migratie begint. Het hangt af van het weer, hoe snel de kudde bij elkaar is gebracht en vooral van de dieren zelf. “De migratie zit in hun systeem”, zegt Nils-Anders. “Op een gegeven moment beginnen ze gewoon.” De vrouwtjes nemen vaak het voortouw, want zij brengen doorgaans hun kalf ter wereld op precies dezelfde plek als waar ze zelf geboren zijn.

Ook de herders hebben een levende band met het verleden. Nils-Anders tekent met zijn vinger een ovale vorm in de sneeuw. In het linkerdeel haalt hij er vijf tandvormige stukjes uit, in het rechterdeel twee driehoeken. Hij trekt de lijnen routineus. Al van jongs af aan snijdt hij dit merkteken in de oren van zijn rendieren. Hij erfde dit teken - en een fiks aantal dieren - van zijn opa, toen die twintig jaar geleden overleed. Net zoals Nils-Anders’ vader zijn rendieren en merkteken erfde van zijn opa. Dat het merkteken een generatie overslaat is praktisch; zo houden vader en zoon hun dieren uit elkaar. Dat is handig als de zoon zijn eigen kudde wil beginnen. Maar bovenal is het traditie.

De traditie is wel deels afhankelijk van steun van de overheid. Zo wordt de verkoop van het rendiervlees, dat vooral in Scandinavië wordt gegeten, flink gesubsidieerd. Het Noorse herdersubsidiebudget is dit jaar 10 miljoen euro.

Maar zelfs met de subsidie staan de financiën onder druk, doordat jaarlijks een hoop dieren omkomen. Veel kalveren vallen ten prooi aan roofdieren. Volwassen rendieren worden nogal eens geraakt door de goederentrein die door het district raast. Deze winter kwamen zo veertig dieren om. “Het is niet uitnodigend om zo te werken, maar toch kies ik ervoor”, zegt Nils-Anders, die vorig jaar het bedrijf van zijn vader overnam. “Ik hou van de vrijheid en het werken met de dieren. We hebben een speciale band met ze.”

De herders hebben ook last van klimaatverandering. “Er is meer extreem weer, zoals sneeuwstormen. Dat maakt het moeilijker voor ons om buiten te werken. Als er veel sneeuw ligt is het voor de dieren ook lastiger om mos te vinden. Het gevolg is dat de kudde zich verder verspreidt, waardoor ze weer een makkelijker prooi zijn voor roofdieren.”

Het windmolenpark, gericht tegen diezelfde klimaatverandering, is het nieuwste probleem voor de herders. De plannen voor het park dateren van 2011, de vergunning volgde drie jaar later. De rendierfamilies werden geconsulteerd over de bouwplannen, waarna die werden aangepast. Nils-Anders: “Ze kwamen met twee voorstellen. Ze wilden hier bouwen of in de buurt van de lentegraaslanden waar de kalveren worden geboren. Het voelde een beetje als: zullen we je linker- of rechterhand afhakken?”

‘We hebben helemaal geen extra energie nodig in dit deel van Noorwegen’, klaagt Nils-Anders. Beeld Julius Schrank
‘We hebben helemaal geen extra energie nodig in dit deel van Noorwegen’, klaagt Nils-Anders.Beeld Julius Schrank

De ontwikkelaar van het park, Eolus, en de herders spraken daarna meermaals over een oplossing voor het migratieprobleem, maar het lukte niet om tot een akkoord te komen.

Woordvoerder Johan Hammarqvist benadrukt dat het bedrijf niet verplicht was een oplossing te vinden. “Desondanks zijn we bijzonder gecommitteerd en we hebben tijdens het hele proces geprobeerd een goede oplossing te vinden voor de herders.”

Volgens Hammarqvist zijn er goede alternatieven voor de traditionele migratie door het gebied waar de windmolens staan. Zo is er de route over het ijs die de Appfjells dit jaar hebben genomen. En anders kan de kudde van 2.200 rendieren met transportwagens door het park worden gereden, zegt hij. Het park kent immers een uitgebreid wegennetwerk bedoeld voor het vervoer en onderhoud van de turbines.

Maar volgens Nils-Anders is het lang niet zeker dat de kudde volgend jaar weer over het meer kan, omdat het ijs in een warmer jaar niet stabiel genoeg is. Andere alternatieve routes, zoals om het meer heen, zijn er niet omdat de bergwanden te steil zijn. Vervoer per auto ziet hij om principiële redenen niet zitten. “Dat heeft niks meer met traditioneel herderen te maken.”

Nils-Anders twijfelt bovendien aan de noodzaak van het hele project. “We hebben helemaal geen extra energie nodig in dit deel van Noorwegen. De bestaande waterkrachtcentrales leveren al voldoende.” De Noorse staatssecretaris van Energie Amund Vik zegt in een reactie dat er geen twijfel over bestaat dat Noorwegen meer duurzame energie nodig heeft. Het initiatief voor nieuwe projecten komt van marktpartijen. “Zij krijgen alleen een vergunning als de voordelen voor de maatschappij groter zijn dan de nadelen”, aldus Vik in een e-mail.

HET EERSTE KALFJE

Wanneer we de tweede dag dat we op pad zijn een verdwaald groepje rendieren bij de kudde proberen te brengen, trapt Ole Hendrik ineens hard op de rem. Hij wijst naar een diepe pootafdruk in de sneeuw. Hij stopt zijn hand erin en telt vijf teenafdrukken. “Een beer”, zegt hij, en start de motor.

We volgen dezelfde route als het roofdier, over mossige stenen, net ontdooide beekjes en steile hellingen, tot we bij een klif komen en moeten stoppen. Ole Hendrik tijgert naar de rand van de klif en gebaart ons laag te blijven. Voorzichtig kruipen we achter hem aan en steken onze hoofden boven de rots uit. In plaats van de beer loopt daar een statige wit-bruine rendiermoeder. In haar kielzog wankelt een bleekbruin jong.

Het eerste kalf van dit voorjaar.

Stil kijken de mannen naar het tafereel. De zwijgzame Ole Hendrik draait zich om en zegt voor het eerst iets tegen de bezoekers. “Zie je dat kalf? Jaren geleden had het een goede kans om te overleven. Maar nu? De lynx is hier, de beer is hier, de adelaar is hier. Het is kansloos.”

Ole Hendrik vertelt dat ze te maken hebben met uitzonderlijk veel roofdieren. Dat gaat met golven; de afgelopen jaren nam bijvoorbeeld het aantal lynxen snel toe. Vroeger, zegt Ole Hendrik, konden de herders de roofdieren afschieten en zo hun kudde beschermen. Maar ook hier greep de overheid in: gedurende zijn herdersleven zijn de regels voor het doden van roofdieren aangescherpt. De herders mogen een roofdier alleen doden terwijl het de kudde aanvalt. Dat is moeilijk te bewijzen. Bij overtreding volgen zware straffen.

De herders blijven tijdens de migratie vaak ettelijke dagen en nachten bij de kudde. Beeld Julius Schrank
De herders blijven tijdens de migratie vaak ettelijke dagen en nachten bij de kudde.Beeld Julius Schrank

Het afgelopen jaar overleefde slechts een kwart van alle kalveren. De overheid geeft compensatie, maar alleen als te zien is dat een roofdier het jonge dier heeft gedood. De inspecteur die dan komt kijken kan dit niet altijd met zekerheid vaststellen. De regels raken de herders niet alleen financieel. “We produceren geen rendiervlees voor mensen, maar voor roofdieren. En dit ontneemt ons onze trots. Goed vlees produceren is onze manier om te laten zien wat we kunnen doen voor de samenleving.”

Terwijl de moeder en haar jong tussen de bomen verdwijnen, zegt hij: “Hoe kan een jonge Sami in de toekomst geloven als er zoveel kalveren omkomen? Er moet iets veranderen. We hebben altijd gezorgd voor een evenwicht in de natuur. Als je de natuur wilt beschermen, moet je de inheemse volkeren en hun manier van leven juist steunen. We zijn de laatste nomaden van Europa.”

En dan komt het gesprek weer op het windmolenpark. Staan windmolens vanwege de groene energie voor veel mensen symbool voor de bescherming van de natuur; voor herders als Ole Hendrik zijn ze een nieuw signaal dat hun manier van leven op het spel staat. Hij vindt de molens destructief voor de natuur; voor het betonnen fundament van de turbines moest een gat in de berg worden geslagen. “Een berg die kapot wordt gemaakt, ik had nooit gedacht dat ik dat zou zien. Het breekt mijn hart. Mijn volk is hier altijd geweest en al die tijd hebben we nooit een spoor achtergelaten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234