Dinsdag 16/08/2022

De laatste rit van de Piraat

Gerechtsarts Giuseppe Fortuni:

Bij het begin van het nieuwe millennium is de grootste Italiaanse wielerkampioen van de jaren negentig het middelpunt van een kluwen van dopingschandalen. Marco Pantani blijft hardnekkig beweren dat hij zuiver op de graat is, maar wie gelooft hem nog?et gerecht in elk geval niet, want op 11 december 2000 wordt Pantani veroordeeld wegens "frauduleuze handelingen". Hij krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, een boete van 1,2 miljoen lire (6.000 euro) en een verbod van zes maanden om deel te nemen aan sportwedstrijden of sportorganisaties te leiden. Hij toont zich allesbehalve een boetvaardige zondaar en noemt het vonnis "mij aangedaan onrecht". Maar hij bereidt zijn terugkeer voor: "De voorwaarden die nodig zijn voor een goede start zijn er. Ik heb nog veel te zeggen. Ik ben mijn grootste vijand: als ik mezelf terugvind, zal het goed met me gaan, en dan is het van minder belang wanneer ik tweede of derde of tiende word. Wat er voor mij toe doet, is dat ik begin terug te komen. Ik zal alle kansen aangrijpen. Na alles wat ik heb doorstaan, denk ik dat het nu tijd is voor een goed seizoen." Hij hoopt zowel aan de Giro als aan de Tour van 2001 te kunnen deelnemen.

Maar op juridisch gebied blijft het rommelen: er hangt hem nog een veroordeling voor sportfraude in Madonna di Campiglio boven het hoofd, in Ferrara worden Francesco Conconi en Michele Ferrari officieel aangeklaagd voor het verstrekken van verboden middelen aan vele sportmannen, onder wie Pantani, en in Rome nemen de carabinieri de dossiers in beslag van het olympische gezondheidsonderzoek waar Pantani in 2000 aan heeft deelgenomen.

Op 27 februari 2001 start Pantani in de Ronde van Valencia, zijn eerste koers sinds Sydney, maar een dag later klaagt hij al over ademhalingsproblemen. Op 1 maart, de ochtend voor de vierde etappe, verlaat hij de koers. Het wil niet meer lukken: hij geeft op in de Rondes van Murcia en Catalonië en in de Settimana Lombarda, wordt 89ste in Milaan-San Remo en start niet in de Ronde van Baskenland. Pantani wordt niet uitgenodigd voor de Tour en gaat tekeer tegen de journalisten: "Mijn uitsluiting, en die van Cipollini, is de dood van de Tour. Het publiek wil een show zien en geen zakelijke vertoning. Ik dacht dat Pantani en Cipollini het recht hadden deel te nemen op grond van wat ze in het verleden hadden laten zien, vanaf 1994 tot vandaag. Monsieur Leblanc vergeet dat hij mij in 1998 vroeg met de Tour door te gaan toen de wedstrijd in de problemen was geraakt door een dopingzaak."

Pantani neemt wel deel aan de Ronde van Italië, weer een wedstrijd vol schandalen. Op 27 mei doen de carabinieri een inval in twaalf hotels in Florence, Prato en Montecatini en vinden ze een groot aantal injectienaalden met verboden corticosteroïden. Pantani presteert slecht, hij heeft weer last van een ontsteking van de luchtwegen en sukkelt in San Remo naar de 24ste plaats in het eindklassement nadat hij in een bescheiden beklimming is gelost. Zijn ploegleider, Giuseppe Martinelli, is razend en gaat, in Pantani's kamer, zo lang en luid tegen hem tekeer dat het nooit meer goed zal komen tussen de mannen. Pantani ligt in tranen op zijn bed.

Die nacht houden in San Remo ruim tweehonderd agenten razzia's in elk ploeghotel en in elke auto. De nacht zal bekend blijven als de 'San Remoblitz'. Pantani en Cipollini spreken af om onmiddellijk met de Ronde te stoppen, maar de wedstrijdleiding weet Cipollini ervan te overtuigen om door te gaan. Pantani verlaat als enige de Ronde. De huiszoekingen leiden tot formele onderzoeken en op 22 juni worden 51 renners en ploegpersoneelsleden aangeklaagd, onder wie Pantani en zijn verzorger Roberto Pregnolato.

De relatie tussen Pantani's manager, Manuela Ronchi, en zijn ploegleider, Martinelli, is voorgoed om zeep. Ronchi's oplossing bestaat erin de ploeg te ontbinden en een nieuw team samen te stellen. Maar Pantani is een risico geworden en de geldschieters aarzelen. Ronchi krijgt slechts een beperkt budget, en alleen op voorwaarde dat Pantani persoonlijk financieel borg staat voor de ploeg.

De carabinieri zitten intussen niet stil. Ze bezoeken Pantani's villa met twee dagvaardingen, de ene met betrekking tot San Remo, de andere in verband met een spuit die in zijn hotelkamer in Montecatini gevonden is. Pantani sluit zich thuis op en Christina belt manager Ronchi op met de mededeling dat hij "zichzelf wat aan het aandoen is". Het incident loopt met een sisser af.

De pijnlijke episodes blijven elkaar opvolgen. De avond voor een geplande medische controle rookt Pantani crack, zodat hij niet onderzocht kan worden. Hij wordt ook steeds labieler: wanneer hij met de ploeg het vliegtuig naar Spanje moet nemen, is hij furieus, angstig, en praat hij aan één stuk door. Hij schreeuwt in zijn mobiele telefoon: "Ze nemen me mee, ik ben op het vliegveld!" Manuela Ronchi vermoedt dat hij met een dealer belt. Pantani is niet in de hand te houden, emotioneel gebroken, opgesloten in zichzelf, wanhopig. Maar zijn lichaam is zo sterk dat hij zijn geest en zijn persoonlijkheid de vernieling in kan helpen met coke en crack en toch als prof de schijn kan ophouden.

Pantani's drugsproblemen brengen het voortbestaan van de ploeg in gevaar, want de dokters geven hem geen toestemming meer om aan wedstrijden deel te nemen. De nieuwe ploegarts, Mauro Vezzani, neemt contact op met dokter Mario Pissacroia, een in drugsverslaving gespecialiseerde psychiater. Pissacroia moet Pantani van zijn verslaving afhelpen, zodat hij zijn wedstrijdlicentie terugkrijgt.

De psychiater maakt zich vooral zorgen over het feit dat Pantani zichzelf niet onder controle heeft: "Het ging om meer dan een depressie, het was een bipolaire stoornis, manische depressie, en het belangrijkste aspect van dat moment was het cocaïnegebruik." Pissacroia is ervan overtuigd dat Pantani al veel langer aan de crack is. Zijn rapport leest als een catalogus van problemen: door cocaïne opgewekte stemmingswisselingen met gemengde manifestaties, niet-specifieke persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale en obsessieve aspecten, frequent gebruik van ontkenning en manipulatie, angst en depressie, onstabiele en afhankelijk-affectieve conditie en "grote stress door competitie". Met andere woorden: het wedstrijdrennen is een complicatie die zijn toestand verergert.

Pissacroia's counseling en het toezicht dat hij organiseert, blijken vruchtbaar, en de gezondheidsdienst van Reggio Emilia accepteert Pantani's aanvraag voor een wedstrijdlicentie. De psychiater heeft daar zijn bedenkingen bij: "Hij was ziek, maar hij was een lucratieve sporter. Dus toen hij zijn wedstrijdlicentie ontving, kreeg ik de indruk dat mensen niet dachten: we zullen deze jongen redden, maar eerder: we hebben weer toegang tot de goudmijn."

Pantani neemt weer deel aan wedstrijden, maar behaalt slechts lage plaatsen. Urinetests wijzen nog altijd op sporen van cocaïne, ondanks het feit dat het team Pantani voortdurend in de gaten houdt en erop toeziet dat er geen verdachte figuren de hotels binnenkomen. Maar het is duidelijk dat Pantani niet wil stoppen met cocaïne. Intussen wordt hij opgeroepen voor verhoor in de zaak van de in Montecatini gevonden spuit. Er hangt hem een schorsing van vier jaar boven het hoofd.

In de Giro d'Italia zet Pantani magere prestaties neer. Hij is verzwakt door bronchitis en antibiotica en eindigt als 75ste, 58 minuten en 43 seconden na de leider in het algemene klassement. Het gerecht blijft hem en de ploeg achtervolgen. De ploegarts, Mauro Vezanni, moet ontslag nemen nadat de politie morfinepillen in zijn huis heeft aangetroffen. Pantani is een van zijn steunpilaren kwijt en gaat weer geestelijk achteruit. Dokter Pissacroia, zijn psychiater, ziet het allemaal met lede ogen aan. De wrijvingen tussen de arts en Pantani's entourage nemen toe, want terwijl Pissacroia het belang van zijn patiënt vooropstelt, lijken de anderen vooral geïnteresseerd te zijn in Pantani's geld en loopbaan.

De rechtbank doet uitspraak in de zaak van Montecatini: "Bezit en gebruik van dopingproducten (insuline) door Marco Pantani zijn bewezen." Hij krijgt een boete van 3.000 Zwitserse frank en een diskwalificatie van acht maanden. De Mercatone Unoploeg krijgt een boete van 5.000 Zwitserse frank en de sponsors haken af.

Dokter Pissacroia grijpt nu in en zorgt ervoor dat Pantani opgenomen kan worden in een privékliniek in Rome. Door het afkicken lijdt hij aan slapeloosheid en een longarts stelt de eerste tekenen van longfibrose vast. Wanneer Pantani de kliniek verlaat, is hij boos. Hij vindt dat hij alleen maar tijd verspild heeft, en tot overmaat van ramp weigert zijn verzekering om te betalen. Het eerste wat hij doet, is vier dagen lang feesten. Pantani is nu niet langer een kampioen met een dopingprobleem, maar een ex-kampioen met drugs- en emotionele problemen. Er zijn twee Pantani's: de oudere sportman die meermaals van dopinggebruik is beschuldigd, en de cocaïnegebruiker. Geen van beiden heeft veel toekomst.

In juni 2002 vertelt Manuela Ronchi Pantani's psychiater dat de ploeg zijn honoraria niet langer zal betalen. Toch blijft Pissacroia Pantani en zijn familie nog tot in november begeleiden. Dan is het voorbij. Pantani is aan een vrije val begonnen.

In januari 2003 ondergaat Pantani plastische chirurgie waarbij zijn neus en oren worden rechtgezet. De operatie is geen groot succes. Ze geeft zijn gezicht een onnatuurlijke uitdrukking, die hij na verloop van tijd gaat haten.

In maart, na een afwezigheid van driehonderd dagen, begint Pantani weer wedstrijden te rijden. Volgens zijn ontslagen psychiater is dat ongeveer het domste wat hij kan doen, omdat precies de competitie een van de factoren is die de mentale stabiliteit van de renner ondermijnen, nog meer dan doping en cocaïne dat kunnen. Winnen of verliezen zal geen verschil maken: elke wedstrijd zal Pantani dichter bij de ondergang brengen. De feiten geven de dokter gelijk: wanneer Pantani voor de Tour de France wordt afgewezen, sluit hij zich in zijn villa op en zoekt hij troost in coke. Na een acute cocaïnevergiftiging met psychotische hallucinaties wordt hij opgenomen. Maar zelfs in de kliniek krijgt hij geen rust, en hij smeekt Ronchi hem te komen halen.

De laatste reddingsboei die Pantani krijgt toegeworpen komt van een oude jachtvriend, Mengozzi, een nachtclubuitbater die erin slaagt hem 64 dagen van de cocaïne weg te houden. Maar na een reisje naar Cuba wordt Pantani onrustig en zoekt hij zijn drugsvrienden weer op. In november is hij opnieuw hopeloos verslaafd. Hij klopt aan bij Manuela Ronchi, die hem helpt om terug naar Cuba te gaan. Pantani vertrekt, maar laat de volgende tien dagen niets meer van zich horen. Zijn moeder, in paniek, smeekt Mengozzi om hem te gaan halen. Wat Mengozzi aantreft, is een puinhoop: Pantani is 10 kilo kwijt, hij is ziek door de drugs en beroofd, hij heeft zijn huurwagen in de prak gereden, het meubilair in zijn pension vernield, pagina's uit zijn paspoort gescheurd. Hij omhelst Mengozzi en slaapt twee hele dagen.

In december en januari woont Pantani gedeeltelijk bij Mengozzi en gedeeltelijk in zijn eigen villa. Telkens als hij dicht bij de zelfvernietiging zit, wordt de hulp ingeroepen van dokter Giovanni Greco, de psychiater die hem na Pissacroia's ontslag door Manuela Ronchi zo goed en zo kwaad mogelijk begeleidt. Greco dringt meermaals aan op een opname, maar dat wordt telkens afgewimpeld door Ronchi. Op 30 december ontmoet Greco Pantani's ouders. Hij raadt aan om Pantani desnoods onder dwang te laten opnemen en in elk geval een professionele begeleider in te huren om Mengozzi te helpen de kampioen in de gaten te houden. Het is geen overbodig advies, want de cocaïneverslaving van de renner loopt uit de hand. Pantani gebruikt misschien wel 100 gram cocaïne per week, vindingrijk verstopt in Mengozzi's woning.

Uiteindelijk nemen Pantani's ouders contact op met het afkickcentrum San Patrignano, in de heuvels van Rimini. De directeur wil Pantani enkel behandelen als hij tot het absolute dieptepunt mag gaan. "U hebt geen zoon die Marco Pantani heet. U hebt een zoon die, helaas, een verslavingsprobleem heeft en die, net als alle anderen, moet worden verlaten." Voor het eerst zijn Pantani's ouders in staat om het advies van een deskundige te accepteren. Ze maken hun camper klaar en vertrekken naar Griekenland.

Pantani verdwijnt van de aardbodem. Pas na een week belt hij zijn manager vanuit een hotel in Milaan, met de vraag om hem kleren en medicijnen te brengen. Hij zegt dat hij niet naar de kliniek wil. "Mijn ouders behandelen me als een kind. (...) Ik ben een man, ik ben vrij om mijn eigen beslissingen te nemen." Zelfs voor Manuela Ronchi is de maat nu vol en ze antwoordt: "Goed, als je een man bent die vrij is om zijn eigen beslissingen te nemen, ben je ook een man die de trein naar huis kan nemen, je hebt geen manager nodig die een auto of een taxi voor je reserveert." Ze ziet hem nooit meer terug.

Op 9 februari 2004 neemt Pantani een appartement in Hotel Residence Le Rose in Rimini. Op 13 februari 's avonds klaagt hij over storende geluiden uit het appartement naast het zijne, dat leeg was. "Ik word gek", zegt hij letterlijk. 's Ochtends belt hij de receptie met de vraag of er onmiddellijk iemand kan komen, want "er waren mensen die hem stoorden". Als de receptioniste, Lucia, aanklopt, krijgt ze geen gehoor. Lucia belt hem vanuit de aangrenzende kamer, hij neemt op en herhaalt dat "er mensen waren die hem stoorden". Lucia wil een ambulance bellen, maar Pantani zegt: "Op dit punt maakt het geen verschil meer."

Hij laat niets meer van zich horen. Pas om 20.45 uur gaat de avondreceptionist, Pietro Buccellato, naar het appartement van Pantani. Hij draait de sleutel om, duwt het achter de deur opgestapelde meubilair weg en treft Pantani dood naast het bed aan. Buccellato belt het noodnummer en zegt iets in de trant van: "We hebben iemand in een kamer die geen tekenen van leven vertoont. We denken dat het de coureur Marco Pantani is."

Om 21.20 uur wordt Pantani officieel dood verklaard. De diagnose: hartstilstand met ademnood als gevolg van drugsgebruik. Professor Giuseppe Fortuni, de gerechtsarts die zowel Pantani's lijk als de hotelkamer heeft onderzocht: "Alles was bedekt met een fijn laagje cocaïne. In de laatste maand had hij gigantische doses gebruikt. Langdurig cocaïnegebruik beschadigt de slijmvliezen, waardoor het minder effectief wordt om het via de neus op te nemen. Daarom had hij het poeder niet alleen gesnoven, maar ook gegeten en het via het tandvlees opgenomen. Hij had alleen de laatste maand al 20.000 euro aan cocaïne uitgegeven en die allemaal gebruikt. Er was nog geen gram van over. Zijn lichaam bevatte zesmaal de dodelijke dosis. Het weinige wat we terugvonden, bevond zich in de mond, in een kleine bal van cocaïne en broodkruimels waar hij waarschijnlijk op had gezogen. De inwendige organen waren in goede conditie, ook al vertoonde het hart kleine infarcten, een kenmerk van cocaïneverslaving. Maar lichamelijk gezien was hij nog niet op. De doodsoorzaak was cocaïnevergiftiging, geen lichamelijke uitputting. Het was zijn geest die het had opgegeven, niet zijn lichaam."

Zijn geest had het opgegeven. De wilskracht waarmee Pantani letterlijk bergen had verzet, was gebroken. De kleine Italiaan gaf op in de wedstrijd van het leven, eenzaam, vernederd, paranoïde en verslaafd. Maar één ding heeft niemand hem kunnen afnemen: anderhalf seizoen lang was hij de beste coureur ter wereld.

Matt Rendell, De dood van Marco Pantani. Een biografie, VIP, Utrecht 2006, 352 p.

Lichamelijk gezien was Pantani nog niet op.

De doodsoorzaak was cocaïnevergiftiging, geen lichamelijke uitputting.

Het was zijn geest die het had opgegeven, niet zijn lichaam

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234