Zaterdag 02/07/2022

De lelijke voetballer met het mooie schot

Een WK voetbal is meer dan een sportevenement. Wie op een WK speelt, heeft immers rendez-vous met de geschiedenis van het voetbal. Pers en publiek, waar ook ter wereld, ze schatten de prestaties van de vedetten van Japan-Korea 2002 in en vergelijken ze met de helden van Italië 1990, Argentinië 1978 of Engeland 1966. De huidige lichting Rode Duivels speelt niet alleen tegen Tunesië of Rusland, zij bokst evenzeer op tegen de schaduw van Jan Ceulemans, Eric Gerets en Guy Thys. Vandaar dat De Morgen dat roemrijke WK-verleden terug in herinnering brengt. Geen dorre opsomming van Uruguay 1938 tot Frankrijk 1998, maar iedere dag een eigenzinnige focus op de beste spelers, de hardste schoten, vuilste overtredingen, de beklijvendste situaties of bitterste ontgoochelingen. Dagelijks een nieuw licht op voorbije glorie en verval. Vijftig afleveringen lang.Door Walter Pauli

Ligt het aan de aard van het spel, ligt het aan de nieuwe ballen, of is het gewoon toeval, maar we zien ze toch zo weinig, dat nec plus ultra van het voetbal: de dieptepass - niet het afkooksel, maar dan de échte bal, de onverwachte pass, de gemillimeterde voorzet over veertig, vijftig meter, en liefst verder, de perfecte parabool die ieder tactisch concept van een tegenstander overstijgt.

Maar net zoals echte diamant schaars is, zijn ook echte dieptepasses hoogst zeldzaam, zelfs op wereldbekers. Eentje om de acht jaar, dat zal zowat het gemiddelde zijn. Een goede dieptepass heeft dan ook alles. Hij is onverwacht, hij draagt bijzonder ver, hij is hoe dan ook ontieglijk precies, en vooral: hij leidt tot resultaat, dus tot een doelpunt. Enig mooie verre bal, maar dan sullig aangenomen of naast geschoten: het telt niet mee. Echte dieptepassen zijn beslissend. Die ware dieptepassen zijn daardoor onwezenlijk mooi. Doordat de bal zo ver draagt, lijkt het alsof die even in slow-motion gaat - alhoewel dat niet zo is. Maar als zo'n bal dan alles en iedereen verrast heeft, duurt het maar een nanoseconde of hij ligt tegen de touwen.

Een echte dieptepass mag vooral niet verward worden met inferieure varianten die je iedere wedstrijd een keer of dertig ziet. De eerste heet de lange bal: Brits van oorsprong en soms nog al te vaak van uitvoering, zeker bij de 'mindere' Britse ploegen als Schotland en (Noord)-Ierland. Ingrediënten zijn een forse en kopbalsterke spits, en een forse en vertrappende middenvelder of verdediger. Een lange bal is helemaal niet zo precies. Dat blijkt alleen al uit de terminologie: met een lange bal zoekt men het hoofd van de aanvaller, in de zogenaamde 'wetenschap' van spreekwoorden als 'wie zoekt, die vindt'. Dat moet in de praktijk al te vaak aangevuld worden met: '... die vindt ooit wel eens'.

Een al even middelmatige variant hierop is de 'verre inzet', in de praktijk van de zijlijn. U weet wel, het soort waarop Eric Deflandre een patent nam tijdens het voorbije Europees kampioenschap. Die zoeken zelfs niet het hoofd - dat is al te precies gevraagd - die moeten vooral zwiepen, voor het doel gegooid worden. Aanvallers krijgen zo'n bal dus niet aangereikt, ze moeten er nog altijd zelf naar op zoek, en dan nog eens vechten en knokken ook. Niets gemakkelijker voor een verdediger dan een zwieper: dat kopt zo lekker weg. Om samen te vatten: zeg nooit 'dieptepass' tegen zomaar de eerste de beste verre voorzet. De voorzet hoort bij het voetbal, de dieptepass (net zoals het betere biljart) bij de visuele kunst.

In de geschiedenis van het WK zijn er twee dieptepasses die de absolute perfectie benaderen. De zilveren medaille gaat naar de Nederlander Frank de Boer. Het was de kwartfinale tijdens het WK in Frankrijk, Nederland speelde tegen Argentinië, het stond 1-1 en geen van beide ploegen leek maar een gaatje te kunnen vinden in de even solide als kundige afweer van de tegenpartij. Tot Frank de Boer ineens klaarder zag dan de rest. En hij 'dé pass' afleverde.

Vanaf zijn stekkie achteraan zette hij ineens een héél verre bal naar Dennis Bergkamp, rechts vooraan. Het was zo'n voorzet waar twintig van de tweeëntwintig spelers op het veld bij stonden en naar keken. De twee uitzonderingen waren de afzender - Frank de Boer - en de bestemmeling - Dennis Bergkamp. Ondanks de vijfenzeventig meter die hen scheiden, kreeg een wegspurtende Bergkamp de bal vlak bij zich. De blonde aanvaller verschalkt in een enige beweging zijn bewaker en laat de Argentijnse doelman kansloos. Achteraf gezien is het vooral die laatste fase die bijbleef: hoe Bergkamp die bal uit de lucht plukt. Maar zonder de unieke ingeving en de enige kunde van Frank de Boer had Bergkamp niet eens moeten sprinten. Bergkamp scoorde een juweeltje, maar wat De Boer afleverde, was niet van deze wereld: een wondermooie vallende ster.

De eerste prijs gaat naar Gerson, een - zeer onterecht - minder bekende naam uit misschien de allerbeste Seleçao die Brazilië ooit voor een WK selecteerde (en dat wil wat zeggen): die van 1970. In zijn onvolprezen standaardwerk over het voetbal zegt François Colin dat de vedetten van dat team Pelé waren, en Jairzinho, Tostoa, Rivelino en Carlos Alberto - zeg maar: de vier aanvallers plus de kapitein. Doe er maar de twee middenvelders bij, Clodoaldo en Gerson. Het waren twee totaal tegengestelde types. Clodoaldo was het type Copacabana: slank, wat langere manen, gebronsde huid, technisch erg verfijnd: het type Braziliaanse halfgod. Daarnaast Gerson. Een vroeg kalende gnoom, zelfs met een beetje bochel, op het eerste gezicht nors en knoestig. Heel on-Braziliaans, zo op het eerste gezicht. Tot deze Gerson tegen een balletje trapte. Zijn schot was mogelijk nog harder dan dat van Rivelino (en die had een erg zwaar poeier in de voeten, vandaar zijn bijnaam 'patada atomica') en droeg verder dan dat van zijn maatje Clodoaldo. In de finale tegen Italië demonstreerde Gerson al zijn kunnen. In een wedstrijd die bekend staat als een van de all-time hoogtepunten van het verfijnde, technische voetbal, was zijn inbreng beslissend. Eerst door zo'n kurkdroge knal vanuit de tweede lijn - zo werd het meteen 2-1 voor Brazilië. Italië moest toen wel beginnen komen, en daar had Gerson wel pap van gegeten. Hij repliceerde door een bal ineens naar voren te trappen, zo'n absoluut onverwachte, maar zéér verre en onrechtvaardig juiste bal voor spits Jairzinho. Die legde doelwachter Albertosi netjes in de luren: 3-1. Carlos Alberto zou nog wel 4-1 maken, maar het was de verre voorzet van Gerson die het Italiaanse verzet had gebroken. Na de wedstrijd ging Pelé op de schouders, maar het is niet overdreven te zeggen dat niemands inbreng in die finale groter was dan de Brazilaan met het kleinste sex-appeal en de mooiste trap. Voor het voetbal telt het laaste, helaas voor hem.

Ook Frank de Boer 'passte' niet zomaar. Zijn bal leek meer op een vallende ster

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234