Zaterdag 01/10/2022

De Milano Design Week wordt nooit meer als voorheen

"Ik kijk uit naar kleine bedrijven die een duidelijk idee hebben van wie ze zijn, wat ze willen en waarom ze dat willen"

One for the money, two for the show, and three for the wild nights at Bar Basso

Iedereen die ook maar iets in de designwereld wil betekenen, had dit jaar weer minstens drie goede argumenten bij de hand om alles te laten vallen en naar Milaan te reizen, waar het voorbije weekend naar jaarlijkse gewoonte de Milano Design Week gehouden werd. Dit jaar kwam daar nog een reden bij: het was de allerlaatste keer dat de Salone del Mobile of meubelbeurs in het oude beurscomplex in de binnenstad plaats vond. Volgend jaar verhuist de Salone immers naar een gloednieuw beurscomplex dat door de befaamde architect Massimiliano Fuksas aan de rand van de stad wordt opgetrokken. Het oogt uiterst fraai, daar niet van, maar de beurs zal daarmee ook radicaal gescheiden worden van de paar honderden evenementen die zich met de jaren op tal van locaties in de binnenstad zijn komen nestelen, en voor velen de belangrijkste reden vormen om naar Milaan te reizen. Hoe dat dan verder moet? Het zal de organisatoren een zorg wezen. Zij lonken al richting Moskou en verder. Onmogelijk om overigens zelfs maar bij benadering een overzicht te bieden van de vele duizenden nieuwigheden die intussen op de beurs en daarbuiten geëtaleerd werden, laat staan dat men een algemene trend zou kunnen aanwijzen. En dus beperken wij ons tot een achttal portretten van smaakmakers, jong en iets minder jong, gevestigde waarden en nieuwkomers. Over skeletten, computers die een revolutie ontketenen, designers die een lijn uit wandelen nemen, speelgoedwapens die een catharsis creëren, en de kleinzoon van Chang Kai Shek die de toekomst van het design uittekent.

Max Borka rapporteert.

Konstantin Grcic

de machine als poëet

Toen de koning van het Italiaanse design, wijlen Achille Castiglioni, in 1997 een troonopvolger moest aanwijzen, koos hij resoluut voor de toen nog 32 jaar jonge Konstantin Grcic uit München. Vandaag is die troonopvolging een feit. Het belette Grcic niet om ook tijdens deze editie van de Milanese designweek in hetzelfde gammele eensterrenhotelletje te logeren waar hij reeds kwam als student. Die bescheidenheid mag typerend heten voor Grcic, net als het feit dat hij een regenjasje dat hij voor 1 euro op de kop wist te tikken, zijn beste souvenir noemt van de vorige Salone del Mobile. Deze keer waren zijn verwachtingen iets hoger gespannen. Na jaren waarin het zogenaamde designersdesign centraal stond, door en voor een incrowd vervaardigd, meer als statement dan als product, leek zich weer een terugkeer aan te kondigen naar een industrieel design.

"Ik kijk daarbij uit naar een aantal totaal nieuwe bedrijven, kleine producenten die heel dynamisch weten in te spelen op de stand van zaken en een duidelijk idee hebben van wie ze zijn, wat ze willen en waarom ze dat willen", aldus Grcic. Zelf had hij al van bij het begin voor een meer industrieel georiënteerd design geopteerd: eenvoudige, alledaagse massaproducten, die hij met een grote begeestering voor nieuwe technieken dusdanig bewerkte dat enkel nog de zuivere essentie overbleef, een archetype van een wasmand of een emmer, ontdaan van alle overbodigheden, het naakte object, dat in zijn immaterialiteit als een vorm van Arte Povera werd omschreven. Een paar jaar terug vond die ascetische werkwijze zijn hoogtepunt in de Chair_ONE die hij voor Magis creëerde, een stoel die niet veel meer was dan een skelet, en waarvan de vorm aan het revolutionaire werk van wijlen Buckminster Fuller refereert, toen die de kosmische wetten in zijn architectuur wou integreren.

Dit jaar presenteerde Grcic als nieuwigheden een kleine stoel uit staalplaat, Tin, ontworpen voor Magis, en een tweezit voor het Duitse ClassiCon. Daarnaast werd ook zijn Osorom voor Moroso op punt gesteld. En ten slotte was er Miura, een barkruk voor Plank. Een skelet, maar toch wel een ietsje anders. En wat nieuw is: ze is stapelbaar. "De enorme belangstelling die we met Chair-ONE over ons heen kregen, bracht mee dat onze studio in een bepaalde categorie werd gestopt en dat we totaal met dat hoekige design van die stoel werden geïdentificeerd." zegt Grcic, "En hoewel ik erg veel van die stealth bomber-esthetiek hou, wou ik daarom niet zomaar dat succesnummer dunnetjes overdoen toen ik van Plank de opdracht kreeg om een barkruk uit plastic en uit één enkel blok te creëren. Het bood me de mogelijkheid mijn vocabularium van vormen te herdenken en voor een zachter design te gaan, iets meer sculpturaal, en sensueel." Uiterst belangrijk én nieuw is daarbij evenwel dat het in de eerste plaats de computer en lasermachine zijn die de best mogelijke vormen berekenen. Sterker: zonder hen was ook deze kruk ondenkbaar geweest. Of hoe de machine door de designer tot poëet wordt herkneed.

Weisshaar & Kram:

de machine als individualist

De nog erg jonge Clemens Weisshaar - hij is amper 27 - heeft jaren als assistent voor Konstantin Grcic gewerkt, en dat laat zich merken. Sterker nog: in zijn gebruik van de computer gaat hij nog een stapje verder. De Breeding Tables - of Broedtafels- die hij samen met Reed Kram een paar maanden terug nog ietwat onopgemerkt op de meubelbeurs van Keulen had voorgesteld, werden nu in Milaan met veel bombarie op de stand van een de toonaangevende Italiaanse merken, Moroso, gelanceerd. Bovendien werd het duo door Ingo Maurer geïnviteerd om met hem in de Spazio Krizia te exposeren, een eer die enkel voor de allergrootsten is weggelegd, en mogen Weisshaar & Kram intussen ook BMW, Prada en Rem Koolhaas tot hun klanten rekenen. Hun Breeding Tables zorgen dan ook voor een revolutie in het meubeldesign. Hoewel ze zuiver industrieel worden geproduceerd, ogen geen twee exemplaren hetzelfde. Dat heeft alles te maken met het computerprogramma dat op basis van een uitvoerige briefing over de mogelijkheden van de machines en de diverse vormen die een tafel kan aannemen, oneindig veel mogelijkheden blijft tekenen. Weisshaar: "Wij nemen er dan die uit die ons het interessantste lijken en geven die door aan de computergecontroleerde machines die ze fabriceren. Het stelt ons in staat unieke stukken te vervaardigen, met vaak ondenkbaar gewaande vormen, die dankzij de spitstechnologie toch de concurrentie met massaproducten aankunnen.' Of hoe de machine door de designer tot een verstokte individualist wordt herkneed.

Hoewel ze zuiver industrieel worden geproduceerd, ogen geen twee exemplaren hetzelfde

Alfredo Häberli:

een lijn uit wandelen nemen

Geboren in Argentinië verblijft de 40-jarige Alfredo Häberli al een kwarteeuw in Zwitserland, waar hij het inmiddels tot de status van een van 's werelds toonaangevende designers heeft gebracht, met grote meubelfabrikanten als Moroso en Alias, maar ook Volvo als klanten. Het neemt niet weg dat ook hij elk jaar met zijn boezemvriend Grcic zijn intrek neemt in het bescheiden Hotel Speronari, in kamer dertig, die uitzicht biedt op een campanile. De clichés die over Argentijnen en Zwitsers de ronde doen, een wat maanzieke charme en een maniakaal gevoel voor precisie , weet hij perfect te combineren in een oeuvre dat zich vooral door zijn erg gestileerde en uitgezuiverde aanpak onderscheidt, en herleid kan worden tot dat ene zinnetje van zijn grote voorbeeld Bruno Munari: een lijn uit wandelen nemen en in een meubel omzetten. Dit jaar lanceerde hij onder meer een nieuwe lijn tapijten voor het Duitse Ruckstuhl en buitenbanken voor het Spaanse BD Ediciones. Voorts waren er ook nog Plaice, een sofa voor Moroso en enkele nieuwe ontwerpen voor Alias, waaronder de Sofa TT. Häberli: "Ik wou met dit uiterst lichte ontwerp de ongeschreven wet uitdagen die stelt dat sofa's altijd zo verschrikkelijk diep en breed moeten zijn, met zware armleuningen en dergelijke. Ik inspireerde me een beetje op de vorm van een speelgoedvliegtuig: twee schraags staande en T-vormige aluminium poten die samen met een uiterst dunne plastic schaal de hele zetel dragen.' Waarna met Zwitserse helderheid een hele uitleg volgt over hoe het zitvlak tot 2 cm hier en 8 cm daar kon worden herleid. Of hoe detail de droom genereert.

De ongeschreven wet

uitdagen dat sofa's diep en breed moeten zijn

Claesson,

Koivisto & Rune:

de tel kwijt

Tot twee keer toe moet Eero Koivisto terug komen hollen, om ons te vertellen dat hij nog een nieuw ontwerp van hem en zijn kompanen Marten Claesson en Ola Rune vergeten heeft dat dit jaar in primeur op de Milanese Design Week wordt gelanceerd. Het mag aangeven aan welk ontstellend ritme het trio almaar nieuwe meubelen is blijven tekenen, sinds het tien jaar geleden een architectuur- en designbureau opende in Stockholm. Geen fabrikant van kwaliteit in Zweden of de collectie wordt haast integraal door Claesson, Koivisto & Rune getekend. En daarnaast waren er dit jaar ook zetels voor Cappellini, Diva en Living Divani, de rieten manden, kruk, trolley en wat al niet meer voor Thonet Vienna, lampen voor Lucente Pendant en Itallamp, en zilveren zout- en pepervaten voor De Vecchi. Het heeft de drie neefjes van oom Dagobert al weleens het verwijt van oppervlakkigheid opgeleverd, maar daarmee wordt ook de enorme research miskend die achter hun beste ontwerpen schuilt. Zo was er dit jaar ook een nieuwe versie van de Sfera Chair die ze voor het gelijknamige en door hen ontworpen gebouw in het Japanse Kyoto creëerden. Het zitje van de stoel, door origamitechnieken geïnspireerd, was dusdanig dun dat in Japan slechts één fabrikant kon worden gevonden die het nodige stevigheid kon meegeven, terwijl de fragiliteit nog eens extra werd geaccentueerd door het perforeren van het zitvlak, in een patroon dat aan de bladmotieven van de bomen in de buurt was ontleend. Op soortgelijke manier neemt het trio de ene keer een kei en dan weer een DNA-structuur of een rimpeling van een wateroppervlak als uitgangspunt- voor werk dat als veel meer dan alleen maar als een stoel of tafel fungeert. Of hoe de designer de natuur zijn werk laat overnemen. (zie interview Koivisto pagina 26)

Geen fabrikant van kwaliteit in Zweden of het trio wordt aangesproken

De vliegende schotel van Venlet

Terwijl we ons vorig jaar nog genoodzaakt zagen te schrijven dat de Vlaamse designers zich vooral bedreven toonden in nachtelijk cocktailzwaaien in de Bar Basso, zat dat ditmaal helemaal anders. En masse waren de Belgen naar Milaan komen reizen, om er meestal op erg goed gelegen plekken in de binnenstad tentoon te stellen onder de roepnaam B-design, Bezign, Tutto BeNe of Temple of Temptation. Daaronder ook enkele nieuwe merken die het voorbije jaar voor een heuse revival binnen het Belgische design hadden gezorgd, zoals Feld en Indera. De absolute klapper was evenwel weggelegd voor Naked, een initiatief van de agent en verdeler Luc De Buyser, dat in Milaan zijn absolute première beleefde. De collectie, die in de Industria Superstudio werd voorgesteld, werd in intense samenspraak met drie Belgische designers uitgewerkt, Danny Venlet, Dirk Meylaerts en Gerd Couckhuyt, en heeft al enkele hoogst merkwaardige ontwerpen opgeleverd. Zoals de F-chair van Dirk Meylaerts, ooit nog danser bij Fabre, en geobsedeerd door beweging. De stoel steunt op één poot, waarvan de haast onmogelijk geachte vorm aan een vallende koord refereert, terwijl een boekenrek niet toevallig de naam Woodfall meekreeg: de rug en legplanken van de bibliotheek werden in één vloeiende en neerwaarts gerichte lijn getekend. De grote topper uit de collectie is evenwel de Dish Sofa van Danny Venlet, van afkomst Australiër, maar al jaar en dag in België wonend: scherven van een eetbord werden door de computer dusdanig uitvergroot en hertekend dat het een sofa opleverde die zich tot in het oneindige en als een slang door de ruimte kan slingeren. Het bijzondere aan het zitsysteem is dat het voor het blote oog als het ware lijkt te zweven, tot men tot de bevinding komt - en op zich is dat al even merkwaardig - dat het slechts met een paar bolvormige uitstulpingen de grond raakt en toch zijn evenwicht bewaart. Het geheim achter dat alles heeft de eenvoud van het ei van Columbus: de halve bollen werden onderin afgeplat, waardoor de sofa toch nog rust op enkele draagvlakken. Dat de komst van Naked meer dan noodzakelijk was, mag alleen al blijken uit het feit dat Venlet, die als het grootste talent binnen het Belgisch design wordt geprezen na wijlen Maarten Van Severen, tot op heden amper enige kansen kreeg, net als Meylaerts overigens, die zelfs nog nooit een ontwerp van hem in productie zag gaan. Maar dat het de nieuwkomers ondanks de grote interesse nog niet noodzakelijk goed gaat, mocht ook blijken uit het feit dat Casimir - dit jaar goed voor een Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap nota bene - zich op het laatst gedwongen zag de presentatie van zijn nieuwe merk Vlaemsch te annuleren. Of hoe design - zeker in Vlaanderen - in de eerste plaats ook een kwestie is van bloed, zweet en tranen.

Venlet wordt als het grootste talent binnen het Belgisch design geprezen, na wijlen Maarten Van Severen. Tot op heden kreeg hij echter amper kansen

Marti Guixé:

een spirituele Pang

Dat de beurs volgend jaar naar buiten de stad verhuist, het zal Marti Guixé een zorg wezen. "Ik bezoek toch nooit de beurs, tenzij het strikt noodzakelijk is." Zijn afkeer voor objecten in het algemeen, en designobjecten in het bijzonder, had hem al een paar jaar terug doen besluiten zich van het metier af te keren. Wat hem - o ironie- meteen de titel van meest befaamde Spaanse designer had opgeleverd. Wat Guixé dan wel designt als hij zich niet inlaat met stoelen en tafels? Tapas bijvoorbeeld, waarvan hij het eetritueel dusdanig onder handen neemt dat het in de proever een catharsis, of Mandola, genereert. Cacaopoeder wordt bij wijze van drinken in de lucht verstoven, terwijl de hapjes als behangpapier aan de muren kleven. Op een al even bevreemdende manier bouwde hij in de Spazio Lima, onder het motto 'Top Manta Very Lustre', een installatie met diamanten die van de traditionele kijk op dit luxeproduct nog weinig heel laat, terwijl elders in de stad een boek werd gepresenteerd waarin men kan leren hoe met behulp van eenvoudige kleerhangers speelgoedwapens te vervaardigen. "Om het af te leren", zegt Guixé. Of hoe goed design minder met materie dan met het creëren van een spirituele Pang heeft te maken.

Michael Young:

de roep uit het Oosten

Het grote nieuws van de kant van de organisatoren van de Salone was overigens niet zozeer het feit dat de beurs naar de rand van de stad verhuist, maar wel dat nog dit jaar de activiteiten ook naar New York en Moskou uitgebreid worden. Een en ander moet worden gezien in het kader van een snel om zich heen grijpende globalisering, waarbij almaar meer familiebedrijven die tot op heden in het design het mooie weer maakten, door grote concerns worden opgekocht, met de nodige gevolgen, zoals de passie die definitief plaats ruimt voor de boekhouder, en een politiek waarbij nog enkel op grootschalig en veilig gespeeld wordt. Vooral in het Oosten lonken daarbij nieuwe markten, die de huidige tot de status van kinderspel laten verschrompelen. En groot was dus ook de belangstelling voor de designer Michael Young. Van nature een zwerver was de voormalige eregast van de Interieurbiënnale in Kortrijk aanvankelijk van Reykjavik naar Brussel verhuisd, maar toen kwam uit Taiwan een aanbod dat hij niet kon weigeren. Het was afkomstig van niemand minder Yu-Bou Chang, de kleinzoon van de founding father van de Chinese republiek, Chiang Kai Shek. Wat met een paar projecten begon, groeide al snel uit tot een joint venture. Voor Young, die tot dan toe enkel wat meubilair voor voornamelijk Italiaanse meubelfabrikanten had ontworpen, opende zich een zee aan mogelijkheden. De eerste resultaten daarvan werden op een stand in Superstudio getoond, dé centrale plek in het circuit in de binnenstad: een USB device, een MP3-player en een horloge, die in duizelingwekkende getallen op de markt worden gegooid. "Het is magisch", zegt Young, "ik krijg hier het ene project na het andere naar het hoofd gegooid, dingen die je nooit zouden overkomen in Europa. Alles staat hier ook in vuur en vlam, en leeft zonder vaar noch vrees. Al is daar natuurlijk ook behoorlijk wat chaos aan verbonden. Ook als het om ethiek gaat. Wolkenkrabbers worden hier nog blootsvoets gebouwd." Al kan dat zijn enthousiasme voorlopig niet temperen: al te lang leefde hij als een hongerkunstenaar. Of hoe ook in het design het Fressen altijd eerst blijft komen, op grote afstand door de moraal gevolgd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234