Zondag 07/08/2022

De minder nobele Nobelprijzen

wetenschap

Brussel / Eigen berichtgeving

Nathalie Carpentier

Vandaag wordt het honderdjarig bestaan van de Nobelprijs feestelijk gevierd. De Nobelprijs voor de vrede of literatuur krijgt van critici nog gemakkelijk de stempel 'subjectief' opgeplakt, hardere domeinen als wetenschappen genieten eerder de naam objectief te zijn. Die eeuw aan doorbraken in de geneeskunde, fysica en chemie is echter ook niet vrij van slippertjes: onderzoek dat niet voor herhaling vatbaar is, werd bekroond en verschillende topwetenschappers zagen de eer aan hun neus voorbijgaan.

Wie op de officiële website van het Nobelinstituut een kijkje neemt bij de Nobelprijs voor geneeskunde voor 1926, stuit op de naam van Johannes Fibiger. De Deense patholoog viel die eer te beurt voor zijn 'Spiroptera carcinoma'. De parasitaire worm Spiroptera neoplastica was volgens Fibiger immers de grote schuldige die tumoren in de maag van ratten veroorzaakte. De Deen ontdekte het eerder toevallig, toen hij in het begin van de eeuw werkte op tuberculose. Toen hij zijn proefdieren dissecteerde, ontdekte hij iets vreemds. Drie beestjes hadden maagtumoren ontwikkeld. Toen hij het nader onderzocht onder de microscoop, ontdekte hij dat ze kleine parasitaire wormen bevatten.

Fibiger was aangenaam verrast door het resultaat. Op dat ogenblik wist niemand met zekerheid wat kanker veroorzaakte. Misschien leverden de wormen wel het gehoopte bewijs? Hij besloot de proef op de som te nemen. Ondertussen had Fibiger achterhaald waar de parasiet vandaan kwam. Fibigers proefdieren kwamen uit een suikerraffinaderij waar de beestjes zich te goed hadden gedaan aan de aanwezige kakkerlakken die rondliepen met de parasiet. Fibiger besloot uit te vissen of hij zelf kanker kon induceren bij de ratten. Hij zocht kakkerlakken bijeen en gaf ze aan zijn proefdieren. Een aantal ratten ontwikkelde inderdaad tumoren, wat Fibigers vermoeden bevestigde: de larven van de worm waren de oorzaak van kanker.

De Deen kreeg de Nobelprijs niet lang voor zijn dood. Maar er was iets bizars met Fibigers onderzoek. Geen enkele wetenschapper slaagde er nadien in zijn resultaten te herhalen. Ondertussen lijkt het er veel meer op dat Fibiger waarschijnlijk parasieten had gebruikt die bepaalde virussen droegen. Virussen waarvan ondertussen bekend is dat ze wel kanker veroorzaken. Gek genoeg kreeg de Amerikaan Francis Peyton Rous pas in 1966 de helft van de Nobelprijs voor geneeskunde voor die ontdekking. Dat virussen kanker kunnen veroorzaken, ontdekte Rous al veel vroeger, ongeveer in dezelfde periode als toen Fibiger zijn resultaten behaalde. Al in 1911 publiceerde Rous dat hij bij kippen kwaadaardige gezwellen aantrof. Maar de Nobelprijs van 1926 ging naar Fibiger. De kwestie Fibiger blijft de Nobelstichting achtervolgen. Op de website van de stichting schrijft Jan Lindsten, lid van de Zweedse Koninklijke Academie voor Wetenschappen en professor emeritus van de Medische Faculteit van het Karolinska Instituut: "De beslissing heeft zware kritiek geoogst. Maar in die tijd was er heel weinig geweten over de mechanismen die kanker veroorzaken. Slechts veertig jaar later werd de volgende prijs uitgereikt voor kankeronderzoek. Tegen die tijd had kennis zich opgestapeld over de genetische code, mutaties, tumorvirussen en andere biologische mechanismen die een rol spelen bij kanker."

Toch is Fibiger niet het enige dubieuze geval. Zo was er ook nog de Portugese neuroloog Egas Moniz. In 1936 introduceerde hij een chirurgische operatie, prefrontale leukotomie. Bij de operatie, die later lobotomie is genoemd, worden insnijdingen aangebracht die de verbindingen tussen het prefrontaal gebied en andere delen van de hersenen vernietigen. In het begin werd de behandeling specifiek gebruikt om schizofrenie te behandelen. Nadien bleek dat ze ook allerlei neveneffecten veroorzaakte. Daarover schrijft Lindsten: "Nu lijkt lobotomie onethisch, maar de vraag is of het onethisch was in vergelijking met alternatieve methoden die in die tijd (dat de Nobelprijs werd uitgereikt) beschikbaar waren."

Dat lijkt het eeuwige argument: in vergelijking met wat toen geweten was, was die prijs toen de beste optie. Een begrijpelijke redenering, alleen kregen ook een aantal onderzoekers de Nobelprijs die ook voor heel wat minder nobele doelen de geschiedenis ingingen. Zo is er de Duitse chemicus Fritz Haber. Hij kreeg in 1919 de Nobelprijs voor scheikunde omdat hij ontdekte hoe je ammoniak kunt synthetiseren startend van zijn basiselementen. De man werd ook directeur van het Kaiser Wilhelm Instituut in Dahlem in 1911. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij verantwoordelijk voor de Duitse chemische oorlogsactiviteiten, wat de productie inhield van giftig gas. Een analoog wrang voorbeeld is de Nobelprijs voor de ontdekking van de insecticide eigenschappen van het toxische goedje DDT.

Dan blijft er natuurlijk ook nog de kwestie van de niet gehonoreerde winnaars. Zo viel Thomas Alva Edison, die het elektrische licht en de microfoon op zijn naam schreef, buiten de prijzen. En dan hebben we het nog niet gehad over de kritiek dat zo weinig vrouwen de Nobelprijs hebben gekregen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234