Zaterdag 02/07/2022

De moeder der kindsoldaten spreekt

'Ik ben Alice Lakwena', zegt ze met een onverwacht zachte stem. 'Welkom in mijn kerk. Ik sta u toe om vragen te stellen'

In een vluchtelingenkamp langs de Somalische grens ontmoette Koen Vidal Alice Lakwena, de legendarische Oegandese vrouw die duizenden kindsoldaten de dood injoeg. 'De steen die God me had gegeven, vertelde me dat ik een oorlog moest ontketenen.'

Alice Lakwena woont in blok C24 van het vluchtelingenkamp Ifo, nabij het Keniaanse stadje Dadaab aan de Somalische grens. In het midden van de woestijn. In Ifo wonen nog honderdduizend andere vluchtelingen: vooral Somaliërs maar ook Soedanezen, Ethiopiërs en Eritreërs. De Oegandezen vormen er een kleine minderheid. Voor Lakwena's hut word ik opgewacht door een boom van een vent met ontbloot bovenlijf. "Ik ben Alices manager. Welkom in de kerk van de Heilige Geest." In de grote hut zitten zeven jonge mannen in kleermakerszit. Ze dragen een donkerblauw tenue. "Haar bodyguards", zegt de halfnaakte man. "Maar het zijn ook uitstekende muzikanten en dansers. Je zult het direct merken. Ga daar maar zitten. Alice komt zo, ze is aan het baden."

Terwijl ik op de zelfverklaarde profete wacht, beginnen enkele bodyguards op drums te roffelen. De rest danst en zingt. Op het hoogtepunt van het spektakel komt een dikke vrouw binnen, gekleed in een lange blauwe jurk, rode bloes en blauwe hoofddoek. Ze gaat zo ver mogelijk van me af zitten. Op dat moment stopt de muziek. "Ik ben Alice Lakwena", zegt ze met een onverwacht zachte stem. "Welkom in mijn kerk. Ik sta u toe om vragen te stellen."

Daar zit ze dan. Alice Lakwena. Geboren nabij het stadje Gulu, in Noord-Oeganda, een regio die ook wel Acholi-land wordt genoemd. De vrouw die in 1986 - ze was toen 28 - met 10.000 piepjonge soldaten enkele vernederende nederlagen toebracht aan het regeringsleger van de kersverse president Yoweri Museveni. Hoe meer veldslagen ze won, hoe meer de Acholi-jeugd in de ban raakte van de toen zeer aantrekkelijke Lakwena.

De eerste militaire successen waren vooral te danken aan de kamikazetactiek waarmee de profete haar jonge soldaten naar het slagveld stuurde. Ze vertelde haar volgelingen dat ze hun lichamen moesten insmeren met notenolie, opdat de kogels van de vijand op hun borst zouden afketsen. Lakwena stuurde haar jongens met nog enkele andere 'veiligheidsvoorschriften van de Heilige Geest' naar de oorlog: nooit dekking zoeken, maar recht op de vijand afstormen. Of: als je in een spervuur terechtkomt, zing dan een christelijke hymne. Dompel stenen in water, opdat ze veranderen in granaten. Dood geen bijen of slangen, want dat zijn de bondgenoten van onze beweging...

Museveni's soldaten zouden later vertellen hoe zingende rebellen op hen afstormden. "Ze vielen aan in golven, toen we de eerste golf met machinegeweren hadden neergemaaid, kwam er een tweede golf op ons af die we dan opnieuw neermaaiden. Op die manier hebben we duizenden en duizenden mannen gedood, waaronder veel kinderen."

Ondanks de vele doden bleef Lakwena populair bij de Acholi-bevolking: "Zij die sneuvelden, waren de onzuiveren, de beheksten", beweerde ze. Acholi's die het niet eens waren met de profete, werden brutaal onderdrukt. Achteraf vroegen velen zich af waarom Lakwena zoveel volgelingen kon verzamelen. Veel heeft te maken met de gekraakte psychologie van de Acholi-bevolking. Tijdens het kolonialisme en onder het bewind van de eerste Oegandese president Milton Obote was het leger voornamelijk in handen van Acholi's. Daarna nam dictator Idi Amin de macht en voerde een bloedige zuivering door binnen het leger. Duizenden Acholi's werden vermoord. Nadat Amin verdreven was, werd Obote opnieuw president. Het militaire apparaat kwam weer in handen van Acholi-officieren, die zich schuldig maakten aan massale schendingen van de mensenrechten. En toen de rebellen van Museveni in 1986 de hoofdstad Kampala binnentrokken, kwamen de noorderlingen voorgoed in de marge van het nieuwe Oeganda terecht.

De Acholi's waren afwisselend slachtoffer en beul geweest. Lakwena wist die schizofrenie als geen ander uit te buiten. In november 1987 leidde haar Holy Spirit Movement een fatale nederlaag nabij Jinja, een stad op 75 kilometer van Kampala. Samen met een tiental jongeren vluchtte ze naar Kenia. Andere rebellen vluchtten naar Soedan, waar ze zich onder leiding van Joseph Kony, een neef van Lakwena, hergroepeerden. Kony doopte de Holy Spirit Movement om tot Lord's Resistance Army (LRA). Tot vandaag de dag voert die in de streek van Gulu moordende raids uit.

De LRA is vooral berucht vanwege van de ontvoering van meer dan 10.000 kinderen. De jongeren, tussen 7 en 16 jaar oud, krijgen een militaire training in Soedanese kampen, waarna ze ingezet worden als kanonnenvlees. Ze worden nog steeds met notenolie ingesmeerd. De LRA-officieren gaan bijzonder brutaal om met de kindsoldaten. Als een kind probeert te ontsnappen en gepakt wordt, moet een ander kind zijn ongelukkige lotgenootje met een machete doodslaan. Vrouwelijke kindsoldaten worden misbruikt als seksslavinnen. Het verhaal van de Oegandese kindsoldaten kwam in België in het nieuws na het verschijnen van het boek De meisjes van Aboke van Els De Temmerman.

Wanneer ik Lakwena vraag of ze nog steeds contact heeft met haar neef Joseph Kony en of ze geen spijt heeft van al die gedode kindsoldaten, ontsteekt ze in woede. "Wat?! Hoe durf je de naam Joseph Kony in mijn kerk te gebruiken. Ben jij misschien een slechte geest?! Ik duld hier geen vragen over het LRA. Ik antwoord er niet op. Jij hebt Joseph nooit ontmoet. Daarom verbied ik je een oordeel over hem te vellen."

Wanneer ik Lakwena enkele minuten later vraag hoe oud haar volgelingen waren toen die zich aansloten bij de Holy Spirit Movement, wordt ze opnieuw boos. "Voor de tweede maal probeer je me een antwoord over kindsoldaten te ontlokken. Ik heb je gewaarschuwd dat je dat niet mocht doen." Waarna Lakwena zwijgt en aanstalten maakt om buiten te lopen. Haar zeven bodyguards beginnen zenuwachtig heen en weer te schuiven.

Om de atmosfeer wat te ontladen, vraag ik Lakwena hoe ze aan haar goddelijke status is geraakt. "Aha! Daarover mag je me alles vragen. Dat gebeurde in 1986. Ik zat in mijn hut toen het dak plots openging en een lichtstraal van wel honderd meter hoog naar binnen drong. Die lichtstraal tilde me op, helemaal tot in de hemel. Daar kreeg ik van God een boek en een steen, de steen van oorlog en vrede. Daarmee keerde ik terug naar de aarde. Waarna God me vertelde dat ik veertig dagen in de Nijl onder water moest blijven, op een plaats niet ver van de Murchison-watervallen. Enkel profeten als ik kunnen zo lang onder water blijven. Het was toen dat een geest van een Italiaanse soldaat uit de Eerste Wereldoorlog bezit nam van mij. Hij gaf me de naam Lakwena, wat 'boodschapper' betekent."

Lakwena laat me geen tijd om vragen te stellen en ratelt door. "In die tijd begingen de soldaten van Museveni veel wandaden tegen de Acholi's. Plunderingen, folteringen, verkrachtingen. De steen die God me had gegeven, vertelde me dat ik mijn volk moest beschermen en een oorlog moest ontketenen. Ik verzamelde honderdvijftig soldaten rond me en ging in de aanval."

Het gesprek wordt onderbroken door de manager. Hij zet drie plastic flessen voor me. "Dit is groen, geel en rood", fluistert hij. "De enige succesvolle kuur tegen aids. Gedurende dertien dagen moet je drie volle glazen van 'groen' drinken. Dan geven wij de patiënt vijf injecties van 'geel'. En de drie volgende dagen geven we elke dag drie injecties 'rood'. Dan wachten we veertig dagen en vervolgens sturen we de patiënt naar het hospitaal voor een aids-test. Ik garandeer je: na onze kuur is die altijd negatief. En volgens mij is dit medicijn ook goed om ebola te genezen."

Lakwena: "We hebben het Keniaanse ministerie van Volksgezondheid al over de vloer gekregen. Ze waren erg geïnteresseerd. Maar voor we ons medicijn op de markt gooien, willen we eerst een patent aanvragen. Zo niet zullen anderen ons geheime recept pikken. Wil je eens van 'groen' proeven of is dat voorlopig niet nodig?"

Nadat de drie gekleurde drankjes achter slot en grendel zijn gestopt, begint Lakwena luidop over haar terugkeer naar Oeganda te dromen. "Ik wil terug naar Gulu, om een kerk te bouwen. De Oegandese ambassadeur is al op bezoek geweest. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat ik zo snel mogelijk terug naar mijn land wil. Ik heb ook al een gesprek met president Museveni aangevraagd. Het wordt tijd dat de Holy Spirit Movement vrede sluit met Museveni."

Lakwena wijst naar de muur waar twee tekeningen hangen van een kerk, omringd door enkele hutten en keurig aangelegde tuintjes. Het verschil tussen de twee tekeningen is dat op de tweede afbeelding meer hutjes en enkele bakstenen huizen staan. Lakwena: "Links is de eerste fase van ons project en rechts de twee fase. We zullen groeien en groeien."

Of Lakwena ooit naar Oeganda zal kunnen terugkeren, is lang niet zeker. Haar verhalen mogen dan al redelijk mesjogge zijn, de Oegandese regering vreest dat Lakwena nog steeds in staat is om een deel van de bevolking te beheksen. Vooral het feit dat de profete een eigen aids-medicijn op de markt wil gooien, schrikt de overheid af.

Reagan Okumu, een parlementslid uit de regio waar Lakwena vandaan komt, vreest dat veel Oegandezen uit het noorden haar met open armen zullen ontvangen. "Aids-lijders zullen Lakwena geloven en haar middeltje kopen. Die mensen zijn zo wanhopig dat ze alles proberen om te genezen. In Afrika zijn er honderden charlatans die beweren dat aids een straf is van God en beloven dat de ziekte via religie te genezen is. Het gekke is: die mensen hebben erg veel succes. In het verleden heeft Lakwena al bewezen dat ze duizenden mensen kan mobiliseren. Je mag dat niet onderschatten. Vooral nu niet: vele Acholi's zijn wanhopiger dan ooit. We zijn niet enkel het slachtoffer van oorlog en aids, maar recentelijk brak hier ook nog een ebola-epidemie uit. Velen denken dat deze streek vervloekt is. Voor een zelfuitgeroepen profete met een immens charisma is er geen betere plaats op aarde."

Een andere reden waarom de terugkeer van Lakwena voorlopig op de lange baan wordt geschoven, is dat de Oegandese regering haar buik vol heeft van religieuze sektes. Begin dit jaar kwamen in het plaatsje Kanungu, in Zuidwest-Oeganda, meer dan 1.000 leden van de Beweging voor het Herstel van de Tien Geboden om het leven. Vermoord door hun sekteleiders, die met het geld van hun volgelingen aan de haal gingen. Ook Lakwena interpreteert de tien geboden op zeer strikte manier.

Lakwena: "Als Museveni me niet toestaat om naar Oeganda te komen, begaat hij een grote vergissing. Zonder mij zal de oorlog in het land blijven duren. Zonder mij zullen aids en ebola mensen blijven doden. Pas als ik terugkeer, zal er eeuwige vrede zijn in Oeganda."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234