Dinsdag 09/08/2022

De ontkleder van de keizer

Met het tweede deel van Niemands meester, niemands knecht, een bundeling van zeer verspreide journalistieke teksten van wijlen Johan Anthierens, heeft uitgeverij Van Halewijck een literair en journalistiek oeuvre van de vergetelheid gered, zo Anthierens in ere hersteld, het vrije woord een nieuwe impuls gegeven, en dus het land een dienst bewezen.

Ooggetuige is het tweede en zo te zien laatste deel van de uitgegeven teksten van Johan Anthierens (1937-2000). Leve mij luidde de veelzeggende titel van het eerste deel. De samenstellers, vriendin-schrijfster Brigitte Raskin en broer Karel Anthierens hadden uit het omvangrijke oeuvre van Johan Anthierens een eerste selectie teksten gemaakt. Nu ja, 'selectie', een vuistdikke greep van ruim zevenhonderd bladzijden, even gulzig als de auteur veelzijdig was. Bij leven en welzijn was Johan Anthierens journalist, auteur, polemist, samensteller, tv-causeur, sinds de Wies Andersen-show een voorloper van de Bekende Vlaming, en zo veel meer. Die eerste selectie teksten draaide rond de persoon Anthierens zelf, zijn familie, zijn gezin, zijn liefdes en zijn leven. Op elke bladzijde amuseerde Anthierens, ontroerde hij, stelde hij zich kwetsbaar op, en kreeg hij applaus. Zelden zal een boek evenveel bijval genoten hebben als Leve mij. Johan Anthierens werd bijna gecanoniseerd, zo ironisch is de geschiedenis wel, een heiligverklaring met handgeklap voor iemand die uiteindelijk nergens bijhoorde en door het leven ging als geus, en daarom voortdurend door wel iemand verketterd werd. Johan Anthierens zelf zou er de humor van inzien, mocht hij het kunnen meemaken.

Even vuistdik is nu de opvolger, Ooggetuige, met de journalistieke teksten van Anthierens. De samenstellers grasduinden vooral in de vele bladen waar Anthierens voor werkte. Verder zijn er gelegenheidstoespraken, veel teksten voor radio ook. Diverse bronnen, uiteenlopende publicaties, stukken variërend in lengte, in toon (van beschouwend tot kittelend tot betogend tot behoorlijk boos), van de vroege jaren zestig tot de late jaren negentig. Dat dit geheel 'divers' mag worden genoemd, zelfs 'heterogeen', ook in kwaliteit, is een understatement. Het enige wat die teksten bindt, is de auteur.

Het is merkwaardig, want hoewel de 'private' Anthierens al in 2000 gestorven is, is hij in zijn 'publieke' teksten - of alleszins in de selectie die hier voorligt - soms meer gedateerd dan in zijn private beschouwingen. Niet dat Ooggetuige in zijn geheel déjà vu is, of dat Anthierens alleen iets vluchtigs over het heden te zeggen had, wat nu 'actualiteit' heet. Vandaag 'hot', morgen 'out' - dat die woorden in het Engels staan, is geen toeval. Johan, met zijn liefde voor het Franse chanson, is nooit zo'n dagjesmens geweest. Het is dus dat niet. Zijn tv-kritiek is vaak sprankelend, al gaat het over programma's waar sommigen nog een aha-erlebnis aan kunnen overhouden, maar de jeugd zeker niet. Toch lees je een gedreven verdediger van de goede smaak, een tegenstander van valse artistiekerigheid, van kitsch vooral. Maar het doet wel vreemd aan, om sommige van die teksten zomaar te lezen. Misschien dat een voorbeeld helpt. Gui Polspoel wordt nog altijd onvervaard opgevoerd als "gehuwd met de dochter van Albert De Smaele", de grote baas van De Standaard, zonder verdere uitleg of actualisering. Je hoopt dan maar dat de gemiddelde lezer 'op de hoogte is', zoals dat heet, of de zaken weet te plaatsen.

Er is ook een verschil tussen de publieke 'Anthierens' en de persoonlijke 'Johan'. Kleine nuance: ook dat persoonlijke leidde een (deels) publiek bestaan, want Johan 'verletterde' zijn eigen leven, vandaar trouwens dat eerste, zeer lijvige boekdeel. Maar de 'publieke' Anthierens was zoals Vlaanderen hem kende, zoals hij zich wilde laten kennen. Dit laatste aspect van zijn leven leverde hem het vaste epitheton 'enfant terrible' op, een etiket dat hij hartsgrondig beu werd, zeker toen bladen hem zo nog bleven opvoeren terwijl hij in het werkelijke leven al grootvader was.

Johan was een charmante man, keurig, innemend, lief zelfs. Dat karakter, dat wezen van hem - 'een mooie mens' - bepaalt pagina na pagina, stukje na stukje, deze tweede bundel. Maar het vormt een niet te scheiden Siamese tweeling met zijn publieke alter ego. Anthierens, de stoute uitdager van het establishment. Anthierens, de keurige rebel - keurig slaat dan op zijn voorkomen en zijn taalgebruik, beide even verzorgd. Rebel, dat is de inhoud. Johan Anthierens was geen revolutionair, maar hij schepte er een geweldig genoegen in om uit de pas te lopen. Dat was geen pose, zo was hij. Johan Anthierens was meer dan een man met sympathie voor de underdog, want dat klinkt te vrijblijvend. Bij hem was het echter. Hij koos bijna voor de partij (niet in politieke zin) met het minste aantal supporters. En omgekeerd: als het land massaal applaudisseerde voor iets of voor iemand, wekte dat automatisch zijn argwaan. Dan kwam die onbeheersbare dwang om anders te zijn, recalcitrant. Dat ergerde velen, zeker in het brave Vlaanderen.

We schreven al: hij was geen revolutionair, geen marxist die het dialectisch materialisme beheerst maar zichzelf uit naam van een geestelijk ideaal een materialistisch bestaan ontzegt. Maar in de jaren tachtig, en zeker in de jaren negentig was dwarsliggerij niet meer in de mode. Toen was er behoorlijk moed nodig voor zijn stellingen.

Wie grasduint door het boek, leest mooie en vlijmscherpe kritieken op Wilfried Martens en zijn 'einde van de tunnel'-retoriek, na vijfentwintig jaar nog fris, en nog altijd bruikbaar - er lopen namelijk nogal wat Wilfried Martensen rond in de Wetstraat. Zijn honende spot bij een tv-optreden van Leo Tindemans, die geestig probeert te zijn. Jarenlang was Johan Anthierens in het Vlaamse journalistieke heir, het joch dat - als eerste - met twinkelogen roept: "Maar de keizer heeft geen kleren aan." Pas als hij zegt wat iedereen eigenlijk ziet, durven de anderen te lachen, en staat de machthebber in zijn blootje. Dat was Anthierens.

Zelfs bij overlijdensberichten kon hij het niet laten. Lees wat hij schreef bij het heengaan van de socialistische vakbondsman en politicus Louis Major. "In het overlijdensbericht (...) komt zijn weduwe, Jenny Vlem, op de achttiende plaats. Zij komt na een stortvloed van maatschappelijke toppen die haar man heeft geschoren, van minister van Staat tot erkend weerstander. Zij gaat schuil achter een rinkelend woud van eremetaal waarmee hij vereerd werd: tien Belgische en talrijke buitenlandse onderscheidingen. Een kat met zeven levens verbleekt bij het prestatietalent van de overledene, die twee keer secretaris van iets was, waarvan één keer algemeen-secretaris, die twee keer tot officier in iets geslagen werd, waarvan één keer grootofficier, en die négen voorzittersmandaten vervulde. Ik herdenk er twee: 'voorzitter van de Raad van Beheer Heropbeuring vzw Sanatorium en kliniek De Mick' en 'voorzitter van de Vriendenkring van sana De Mick'. Het is maar dat 'De Mick' over geen 'Kennissenkring' beschikte, of anders kwam Jenny op de negentiende plaats."

Dat is Johan Anthierens op zijn best: scherp en geestig geformuleerd, politiek verstandig (hij ontleed hier in 1985 wat rond 2000 ineens 'de Antwerpse ziekte' heette), en altijd met veel oog voor het (klein-)menselijke in de politicus, en voor het drama van diens vrouw. Politiek bij hem is geen commentaar bij staatshervormingen of inleveringsronden. Het zijn gevatte waarnemingen, niet omdat het moet, maar als hij iets ziet, als iets hem ontroert, of kwelt. En dan schreef Anthierens wat hij dacht, soit of dat de goegemeente zinde of niet.

Bovendien schreef hij prachtig. De samenstellers hebben ook puntige gezegden verzameld, Johan Anthierens als een variant op de Bond zonder Naam. Het zijn korte zinnen, tegelijk taalspelletjes, doordenkertjes en levenslesjes. Soms gaat het om mopjes waar hij ook braaf-katholieke mensen mee aan het lachen had gekregen ("Als Manneke Pis mij ziet, straalt hij"). Soms is hij heerlijk grof ("Als melaatsen samen vergaderen, spreek je van een samenzwering"), soms raak ("werkloosheid: een drama in duizend bedrijven"). En soms schrijft hij 'gewoon' mooi, een kleine ontroering als je dat niet verwacht. ("Weemoed is de aftershave van verdriet." Of: "De tijd eelt alle wonden.")

Goed, wie zevenhonderd pagina's lang stukken van Johan Anthierens leest, merkt dat hij ook een poseur kon zijn, een dandy, niet alleen in het werkelijke leven, maar ook op papier. De entertainer, die wist dat hij moest amuseren. Omdat Johan een broodschrijver was, zeker tijdens de vele jaren dat hij niet in vast dienstverband werkte, hing daar ook zijn marktwaarde vanaf, zijn inkomen. Ook dat blijkt uit deze bundeling. Hij had soms gelijk, vaak ook niet. Het gebeurde dat hij kwetste, beledigde, en gratuit was in zijn kritiek. Ook dat lees je in dit boek. Zoals hij zelf schreef: "Braafheid is de schoonzus van Onderdanigheid, een compenseren van een gebrek aan karakter, van een tekort aan verstand. Een koe is braaf, een hond die opzit en een pootje geeft ook." Daarom moet vooral Johan Anthierens niet al te veel geaaid worden.

Niemands meester, niemands knecht heeft een ereplaats in mijn bibliotheek. Niet om daar te pronken, maar binnen bereik. Vijf jaar al. Ja, de tijd gaat snel. Bij het lezen van die honderden stukjes, merk je: het eelt is er nog altijd niet.

Walter Pauli

Johan Anthierens

Ooggetuige. Niemands meester, niemands knecht (deel 2)

Van Halewijck, Leuven, 743 p., 27,50 euro.

Boekenbeurs 2005 l Hommage aan Johan Anthierens op 3 november om 20 uur.

Als het land massaal applaudisseerde voor iets of voor iemand, wekte dat automatisch zijn argwaan

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234