Vrijdag 30/09/2022

ReportagePausbezoek Canada

De paus heeft heel wat goed te maken bij de Canadese Inuit: ‘Het kolonialisme zit nog in onze botten’

Maandag ontving paus Franciscus een traditionele hoofdtooi uit handen van inheemse leiders in Maskwacis, Alberta. Beeld AFP
Maandag ontving paus Franciscus een traditionele hoofdtooi uit handen van inheemse leiders in Maskwacis, Alberta.Beeld AFP

Paus Franciscus bezoekt morgen aan het eind van zijn reis naar Canada ook Iqaluit, de hoofdstad van de autonome regio Nunavut, waar de lokale Inuit zich ontworstelen aan de erfenis van het kolonialisme. ‘Het zal tientallen jaren duren voordat het vertrouwen is hersteld.’

Ben van Raaij

Pond Inlet is het einde van de wereld. Bij slecht weer is het dorp in het Canadese Noordpoolgebied vanuit de lucht onbereikbaar, ’s winters is het ingevroren in het ijs. Wegen zijn er niet, en er komt één vrachtschip per jaar. Alles moet vanuit het zuiden worden aangevoerd, van skibox tot trouwjurken, van politieagenten tot leraren. Maar alle troep blijft liggen – afvoeren is te duur en de grond te hard om het te begraven. En dus beroemen de 1.500 inwoners van Pond Inlet zich op de mooist gelegen vuilnisbelt ter wereld. Alleen kunnen ze er hun trauma’s niet kwijt.

Voor een van die trauma’s is paus Franciscus deze week in Canada. Hij komt er spijt betuigen voor het katholieke aandeel in de beruchte ‘residential schools’. Tussen 1881 en 1996 werden meer dan 150.000 inheemse kinderen (First Nations, Métis en Inuit) door de overheid bij hun ouders weggehaald (vaak onder het mom van tbc-bestrijding) om in die koloniale kostscholen ver van huis hun eigen taal en cultuur te vergeten en tot Canadese burgers te worden heropgevoed. Ze stonden er bloot aan mishandeling en misbruik. Velen overleefden het niet.

Kostschool waar inheemse kinderen werden 'heropgevoed' in Kamloops, British Columbia in 1937. Mei vorig jaar werd naast de school een massagraf gevonden met de lichamen van 215 kinderen. Beeld ANP / EPA
Kostschool waar inheemse kinderen werden 'heropgevoed' in Kamloops, British Columbia in 1937. Mei vorig jaar werd naast de school een massagraf gevonden met de lichamen van 215 kinderen.Beeld ANP / EPA

‘Culturele genocide’, oordeelde een officiële Canadese Waarheids- en Verzoeningscommissie in 2015 na jarenlang onderzoek. De overheid betuigde in 2019 spijt en keerde 20 miljard Canadese dollar aan compensatie uit. De katholieke kerk (de meeste kostscholen waren katholiek) ging na lang aandringen ook om. Dit voorjaar maakte de paus excuses in Vaticaanstad, en deze week dus op Canadese bodem, onder meer in Edmonton en Quebec City. In Iqaluit, hoofdstad van de autonome Inuit-regio Nunavut, zal hij vrijdag ter afsluiting een ontmoeting hebben met een groep Inuit-overlevenden van de kostscholen.

Ook honderden kilometers noordelijker in Pond Inlet (Mittimatalik in het Inuktitut) wordt naar de boetedoening uitgekeken. Excuses zijn belangrijk, zegt sociaal werker Alex Anaviapik (34). “Als jonge Inuk vind ik het heel belangrijk dat de paus naar Canada is gekomen om namens de kerk excuses aan te bieden. Rekenschap afleggen door een leider die verantwoordelijk is voor een probleem is een eerste stap die slachtoffers ruimte biedt om te helen. En dat voelen wij ook zo.”

Elke familie heeft hier haar eigen verhaal. “Wij werden door de Qallunaat (Zuiderlingen, red.) eerst gedwongen om in een nederzetting te wonen, en toen om onze kinderen af te geven”, zegt Elijah Panipakoocho (78), een befaamd jager in Pond Inlet. “Mijn moeder heeft vanaf haar 12de op zo’n kostschool gezeten. Ik heb er zelf ook een aantal maanden gezeten, maar kon gelukkig weg toen ik 18 werd. Wij hebben nog geprobeerd om compensatie te krijgen, maar de procedure is veel te ingewikkeld.”

Het trauma van de Inuit betreft niet alleen de kostscholen, maar het hele koloniale systeem. Want de oorspronkelijke bewoners van de arctische gebieden zijn sinds het verschijnen van de eerste Europese walvisvaarders en pelsjagers geen baas meer in eigen land. En dat werd steeds erger. De Canadese overheid wilde greep krijgen op het noorden en de semi-nomadische Inuit die in familieverband in het dunbevolkte gebied rondtrokken concentreren. Ze werden tussen 1964 en 1975 door de bereden politie (RCMP) naar vaste nederzettingen afgevoerd. Om te zorgen dat ze daar bleven, werden hun sledehonden doodgeschoten.

‘De witte mensen zijn de baas’, zegt sociaal werker Alex Anaviapik. ‘Maar mijn generatie is de laatste die dat nog gelooft.’   Beeld Marlena Waldthausen
‘De witte mensen zijn de baas’, zegt sociaal werker Alex Anaviapik. ‘Maar mijn generatie is de laatste die dat nog gelooft.’Beeld Marlena Waldthausen

Als het zo uitkwam, werden de Inuit trouwens even makkelijk weer verplaatst. Zo werden sommigen vanuit Pond Inlet gedeporteerd naar het hoogste noorden, het eiland Ellesmere, om daar Canadese territoriale aanspraken te legitimeren. “Ze kwamen daar met vreemde lotgenoten terecht in een onbekende omgeving waar ze veel moeilijker konden jagen”, vertelt burgemeester Joshua Arreak (66), wiens ouders destijds ook werden gedeporteerd, in zijn kantoor in het Hamlet Office. “Zo komt het dat ik ver van huis in Alexandrafjord geboren ben.”

Inuit werden niet als volwaardige mensen gezien, zegt Alex Anaviapik, wier grootmoeder ook werd gekidnapt. Ze laat een koperen plaatje zien. “Wij Inuit hebben een complexe manier van namen geven. Zo krijgt elk kind een zielennaam, die kan verwijzen naar een familielid. En we spreken elkaar niet aan bij naam, maar naar verwantschap. Zo kan een kind ‘grootvader’ heten en zo ook door zijn vader worden genoemd. Dat vonden de Zuiderlingen maar lastig. Wij moesten dus christelijke namen en achternamen kiezen. En om ons uit elkaar te houden kregen we vanaf 1942 een Eskimo Identification Tag. Kijk, mijn opa was nummer E4-269. Net een hondenpenning.”

De tijden zijn inmiddels veranderd. De Inuit hebben na jaren strijd hun eigen regering gekregen, hun eigen land en hun eigen vlag, maar de koloniale slagschaduw regeert nog steeds hun leven. Van de 19de-eeuwse Indian Act, die nog steeds bepaalt wie wel of niet inheems is, tot alledaagse ongelijkheid, zegt Jean-Francois Roussel, hoogleraar religieuze studies aan de Universiteit van Montreal en kenner van het verzoeningsproces. “Inheemse gemeenschappen zitten ver onder het Canadese gemiddelde als het gaat om gezondheid, levensverwachting, werk en inkomen, onderwijs en voorzieningen, zoals drinkwater.”

Het is in Pond Inlet overal te zien. Het geïsoleerde dorp, een voormalig walvisvaardersstation waar zich begin 20ste eeuw achtereenvolgens de Hudson’s Bay Company, de katholieke en de anglicaanse missies en de RCMP-politie vestigden, is fraai gelegen, maar slecht bedeeld. Het heeft twee supermarkten met gesubsidieerde producten, een middelbare school, een gezondheidspost en een gemeenschapshuis, maar niet veel meer. Trucks brengen drinkwater en brandstof rond en pompen de wc’s leeg. De inwoners rijden rondjes op hun quads. Wie een dokter nodig heeft moet naar Iqaluit, en de tandarts komt eens per kwartaal.

Burgemeester Joshua Arreak van Pond Inlet. Zijn ouders werden ­destijds ook gedeporteerd.  Beeld Marlena Waldthausen
Burgemeester Joshua Arreak van Pond Inlet. Zijn ouders werden ­destijds ook gedeporteerd.Beeld Marlena Waldthausen

Vooral huisvesting is een probleem. De simpele houten huizen zijn overvol. Inuit krijgen al jong kinderen (“we doen niet aan daten want iedereen kent toch iedereen, je gaat direct samenwonen”) en wonen bij gebrek aan huizen lang bij hun ouders in, met alle spanningen van dien. “Mijn man en ik wonen met vier kinderen bij mijn vader en wachten al elf jaar op een woning”, zegt Deanna Panipakoocho (28). “Wij slapen met zijn zessen op één kamer, mijn vader in de zijne, en mijn drie broers om beurten in hun kamer, en dan heeft er een ook nog een vriendin.”

Sociaal werker Anaviapik heeft het als single nog moeilijker, met twintig jaar wachttijd. Ze bivakkeert nu tijdelijk in het huis van een afwezige vriendin. “Als ik geen huis krijg moet ik hier vertrekken. Ik was altijd bang om weg te gaan, maar kijk er nu naar uit.” Het Hamlet Office verwijst voor de woningnood naar de trage financiële molens bij de regering in het verre Iqaluit, en zet zijn kaarten nu op het ombouwen van afgedankte zeecontainers, waarmee de omgeving van Pond Inlet bezaaid is, en de bouw van een opvangcentrum voor slachtoffers van huiselijk geweld.

Ook onderwijs is een probleem, zeker voor zo’n jonge gemeenschap. De scholen zijn er, maar de resultaten zijn matig. Er is een prijswinnende peuteropvang (gebaseerd op het Inuit-principe ‘pilimmaksarniq’: laat kinderen leren in hun eigen tempo) en de kinderen krijgen op de lagere school les in het Inuktitut, maar op de middelbare school alleen nog in het Engels, door ingevlogen leraren. En de overheid stuurt op aantallen geslaagden, niet op kwaliteit. Gevolg is dat de geletterdheid de laatste decennia afneemt, veel mensen kunnen geen handleiding meer lezen.

Kwetsbare milieu beschermen

Het is een erfenis van de residential schools, een intergenerationeel trauma, zegt antropoloog Shelly Elverum, al decennia woonachtig in Pond Inlet. “De slachtoffers brengen vanwege hun argwaan hun kinderen het belang van opleiding niet bij. Het gemeenschapsgevoel bij de Inuit is enorm sterk, en de maatstaf voor succes is: goed zorgen voor elkaar. Investeren in school lijkt dan het tegenovergestelde.” De enige reden om school af te maken is voor velen dat je met een diploma meer geld hebt om te jagen – sneeuwscooters en geweren zijn duur.

Niet dat de banen hier dik gezaaid zijn. Werken voor de lokale overheid, ’s zomers af en toe gidsen of keelzingen voor cruiseschiptoeristen, vakkenvullen in de supermarkt, dat is het wel zo’n beetje. De meeste echte banen worden vervuld door gedetacheerde Canadezen uit het zuiden. Niet verwonderlijk dat de meeste gezinnen net als hun voorouders nog afhankelijk zijn van jacht en visserij. Het succes van een huishouden wordt dan ook afgemeten aan de hoeveelheid junk, hout en oude onderdelen in de tuin, want een jager kan alles gebruiken.

De enige grote werkgever is de Mary River Mine 150 kilometer verderop, een van de rijkste ijzermijnen ter wereld, waar tientallen Inuit uit Pond Inlet werken. De mijn (deels Inuit-eigendom) wil graag uitbreiden, maar dat stelt burgemeester Arreak voor een dilemma. Want dan moeten schepen het erts ook afvoeren naar Europa in de maanden dat de Inuit het zee-ijs nodig hebben om te jagen. Bovendien produceert de mijn veel fijnstof dat het smelten van het ijs door de klimaatverandering versterkt. Het verdeelt de gemeenschap. “We willen graag ontwikkeling en werkgelegenheid, maar ook ons kwetsbare milieu beschermen.”

Opmerkelijke veerkracht

Het meest ongrijpbare probleem blijft de diepe collectieve wond van de residential schools. Die beladen koloniale erfenis is decennia onder het tapijt geveegd, de status van de overheid, de school en de kerk waren te groot. Er werd niet over gepraat. De verdrongen misstanden uiten zich in alcoholisme en drugsmisbruik. Officieel is Pond Inlet drooggelegd. Maar iedereen kan drank laten invliegen, getuige de beschonken mannen die in de midzomernacht boos schreeuwen op straat – en het meest tragisch – het hoge aantal zelfmoorden onder jonge Inuit, nog steeds.

De paus bij Canadees premier Justin Trudeau in Quebec, 27 juli 2022.    Beeld REUTERS
De paus bij Canadees premier Justin Trudeau in Quebec, 27 juli 2022.Beeld REUTERS

Veel mentale problemen onder Inuit zijn absoluut toe te schrijven aan het koloniale verleden, zegt hoogleraar Roussel. “Het residential school-systeem heeft bij veel slachtoffers en hun verwanten tot trauma, isolement en een laag zelfbeeld geleid, wat zich vaak vertaalt in gevoelens van falen, schaamte en mentale stoornissen. Maar het is ook belangrijk te constateren dat inheemse gemeenschappen desondanks een opmerkelijke veerkracht hebben vertoond. Ze zijn dus zeker niet alleen slachtoffers.”

Laatste generatie

Vijf uur maar verblijft paus Franciscus vrijdag in Nunavut. En in die vijf uur moet hij heel wat goedmaken. Het is ook de vraag of de heling die hij met zijn bezoek beoogt nog wel mogelijk is. Er is te veel gebeurd. Veel mensen willen naast excuses ook daden. Financiële compensatie, zoals Canada gaf, openstelling van de kostschoolarchieven, teruggave van inheemse artefacten uit Vaticaanse musea, maar ook medewerking aan de vervolging van een Franse priester die Inuit-kinderen misbruikte.

Het feit dat de kerk de kwestie zo lang heeft getraineerd heeft bij de oorspronkelijke bewoners veel teleurstelling en woede veroorzaakt, zegt Roussel. “De pauselijke excuses moeten dan ook niet als afsluiting worden gezien. Het zal tientallen jaren duren voordat het vertrouwen tussen de inheemse volken en de kerk is hersteld, als dit al kan. En de kerk zal moeten accepteren dat veel inheemse kerkverlaters niet meer terugkeren.”

Hoopgevend is intussen dat jonge generaties Inuit zich steeds verder losmaken uit de ketenen van het verleden. Ook in Pond Inlet, het dorp waar de politieagenten en leraren nog uit het zuiden komen. “Het kolonialisme zit nog in onze botten. De witte mensen zijn de baas”, zegt sociaal werker Alex Anaviapik. Haar hand strijkt over de traditionele tatoeage op haar arm. “Maar mijn generatie is de laatste die dat nog gelooft.”

Alles beïnvloed door de koloniale ervaring

Jongeren in Pond Inlet kunnen niet meer zonder hun smartphone, maar hun grootouders hebben als kind rondgetrokken op de hondenslee en ‘s winters in iglo’s gewoond. Geen wonder dat bijna elk aspect van het Inuit-leven nog wordt beïnvloed door de koloniale ervaring, zegt antropologisch archeoloog Sean Desjardins van het Arctisch Centrum aan de Rijksuniversiteit Groningen, die veel onderzoek doet in Nunavut.

“De Inuit zijn afgelopen decennia onderworpen geweest aan een reeks traumatische transities, van deels nomadisch leven van jacht en visserij naar vestiging in permanente nederzettingen in Zuidelijke stijl, en dat heeft impact op alles, van religieus besef tot dieet. Ik ken geen andere cultuur of samenleving die zich in zo korte tijd – twee, drie generaties – zo dramatisch heeft moeten aanpassen”, aldus Desjardins.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234