Zondag 25/09/2022

De plek waar Boogie Boy geboren werd

Met ruim vierduizend concerten en meer dan vijftien miljoen bezoekers hoort Vorst Nationaal vandaag tot een van de bekendste zalen in Europa. Om dat te vieren, zorgen dance-acts uit de 80s en 90s er aan het eind van de maand voor een gigantisch feest.

Al was er onder de hoede van Paul Ambach net zo goed steeds voldoende reden om te dansen. Zijn eerste wapenfeit als organisator? Als volslagen broekje James Brown naar Vorst Nationaal halen voor een optreden op 28 februari 1971. De artiest bleek achteraf zo tevreden dat hij nadien nog zeven keer opnieuw naar Brussel zou komen. “Eigenlijk heb ik hem die eerste keer kunnen lokken met blufpoker”, lacht Ambach zijn tanden bloot. “Ik was niets en wist niets, maar ik deed of ik mijn wereld kende. Zo was het een volkomen gok om negenduizend dollar te bieden voor twee shows (iets meer dan 11.100 euro) maar tot mijn stomme verbazing zegde zijn entourage toe. Géén sinecure om die bende bijeen te harken. Bijna niemand was bereid om me geld te lenen: de muziekwereld was er een van cowboys, hè. Zeker voor de goegemeente. Daar hield ik wel van: concerten organiseren was een ambacht én een spel.”

“Uiteindelijk heb ik James Brown ’s middags en ’s avonds kunnen programmeren: als één concert minder goed liep, konden we met een herkansing toch nog aan vijfduizend man komen, dacht ik. Dat had ik op de universiteit geleerd: er bestaat altijd een tweede zit. (lacht) Maar uiteindelijk lokten we twaalfduizend man in totaal. Een ongezien succes en de aftrap van mijn dertigjarige carrière in de business.”

“Brown en ik zijn achteraf nog erg close geworden: op die manier vertrouwde hij me ook toen het eens misliep. Zo had Brown in Nederland hevige diarree gekregen na een ijsje, en wou hij zijn hotel in Amsterdam niet meer verlaten. Uiteindelijk heb ik zo op hem ingepraat dat hij toch nog het podium van Vorst op wilde. Zijn orkest had het concert al aangevat zonder hem, maar zodra Brown dan toch op het podium verscheen, zag je een artiest in opperbeste doen. Een van de spannendste momenten als organisator, dat kan ik je verzekeren.”

Ambach legde later nog honderden groepen vast in de zaal. Hij introduceerde bijvoorbeeld Fugees (14/10/’96), Barry White (20/05/’75) of de Backstreet Boys (08/12/’96) in ons land, nog voor hun singles op nummer één stonden in België.

Maar het meest trots is hij op Frank Sinatra (01/06/’75). “Ik was nog maar vijf, zes jaar bezig toen we ‘The Voice’ boekten. Hij was de U2 van toen, de duurste artiest in de showbusiness ook, trouwens. We hebben hem toen naar hier gehaald voor 150.000 dollar. Op dat moment een monstersom. Op onze beurt moesten wij vijfduizend Belgische frank (125 euro) vragen voor een toegangsticket. Dat was du jamais vu en de media haalden flink uit, maar alle kaartjes vlogen wél over de toonbank. Achteraf was Sinatra zo tevreden over de ontvangst - ik had de lekkerste hapjes van heel België laten komen, en die cateraars waren zo vereerd dat ze alleen het neusje van de zalm presenteerden - dat hij me nog op een pint trakteerde. Een grote meneer.”

In Vorst Nationaal beleefde Ambach evenwel ook zijn emotionele dieptepunt én wedergeboorte. “Als concertorganisator voelde ik me altijd Jekyll en Hyde. Enerzijds was ik een gepassioneerd muzikant én muziekliefhebber, maar ik moest ook de zakenman spelen, vaak met de artiesten die ik net aanbad. Op het toilet van Vorst Nationaal kwam ik tot de conclusie dat ik mijn artistieke ego niet langer kon vereenzelvigen met mijn naam. En toen zag ik op de muur gekribbeld staan: “Boogie Boy was here”. Daar is mijn artiestennaam dus geboren. Op het toilet van Vorst Nationaal.”

“Over de jaren heb ik natuurlijk ook groepen geprogrammeerd die me niet erg lagen. Maar die herinner ik me allemaal niet meer. En elke artiest waar ik mijn zinnen op zette in Vorst, moest me wél verleiden. Waarom wilde ik de Rolling Stones (17/10/’73) bijvoorbeeld? Niet zozeer om Mick en Keith, maar omdat Billy Preston meespeelde. Die had een authentieke bluesfeel. De rest van de band voelde wel een liefde voor de blues, maar kon eigenlijk niet zo geweldig spelen.”

Tot slot willen we weten wat Ambach vindt van de eeuwige kritiek dat Vorst Nationaal een galmende bunker zou zijn. “Niets van aan”, snuift hij. “Bij Frank Sinatra en Ella Fitzgerald was de klank goddelijk perfect. Het moet dus van de technicus afhangen. Dié kan het geluid helemaal naar de kl... (slikt z’n woorden in) helpen. Is Vorst Nationaal een moeilijke zaal? Puur technisch kan ik daar niet op antwoorden. Maar qua vibes zit Vorst wél goed: de zaal ziet eruit zoals die er moét uitzien: iedereen krijgt er het gevoel dat je op de vingers van de artiest kan kijken. En, nog belangrijker: de zaal is rond, zoals elke concertzaal zou moeten zijn. Diezelfde warme vibes heb ik nooit gevoeld in een saaie vierkante doos met gordijnen, zoals Flanders Expo.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234