Woensdag 28/09/2022

De 'prille democratie' in Nepal is alweer niet meer

Met een paar pennentrekken maakte koning Gyanendra in februari korte metten met de 'prille democratie' in Nepal. Sindsdien zijn de mensenrechtenschendingen er meer dan ooit de pan uitgerezen. 'Het was drie jaar geleden al duidelijk dat de internationale steun aan de regering tegen de gewone burgers zou worden gebruikt', verwijst mensenrechtenverdediger Krishna Pahadi, pas uit de gevangenis, naar de Belgische wapenleveringen van toen.

Lode Delputte

Krishna Pahadi praat snel en hard. Hij oogt zenuwachtig. Alsof er haast bij is, alsof zijn boodschap gehoord moet worden voor het te laat is, voor ze hem de mond weer snoeren en hij in de cellen van alleenheerser Gyanendra, zijn koning, aanbelandt. Pahadi, vorige week in ons land te gast, is een Nepalese mensenrechtenverdediger en richtte in Kathmandu een afdeling van Amnesty International op. Sinds juli is de man op vrije voeten, na een zoveelste maandenlang verblijf in de gevangenis. Hoelang zijn pas verworven vrijheid zal duren in het onvrije Himalayarijk Nepal, valt nog te bezien. "Opkomen voor de rechten van de burgers is een heikele klus in een land waar de heerser maar één taal spreekt, die van geweld en rechteloosheid", zegt Pahadi.

Sinds 1 februari dit jaar is die rechteloosheid alleen maar toegenomen. Met een paar pennentrekken begroef vorst Gyanendra het veelpartijensysteem, schakelde hij de even corrupte als kibbelende regering uit, bevroor hij de democratische rechten van zijn onderdanen, en liet hij internet en mobiele telefoons maandenlang afsluiten. Sindsdien pakte de koninklijke hoogheid enkel nog met vage en ongemeende beloftes van latere verkiezingen uit. Wie zich te kritisch over hem uitliet, werd in de nor gedraaid.

En toch, jeremiëren over zijn eigen onzekere lot wil Pahadi niet. Evenmin als hij de hele tijd met zijn persoonlijke veiligheid bezig wil zijn. Is hij per slot van rekening niet al 25 keer opgepakt? Heeft hij niet al zo vaak achter de tralies gezeten, de laatste keer vijf maanden? Ontving hij niet één miljoen brieven uit alle continenten toen Amnesty International een briefschrijfactie voor hem opzette? "De gevangenis is mijn huis", klinkt het spiritueel. "De gedwongen stilte is mijn stem. Als ik gefolterd word, is dat mijn bijdrage aan de vrede. Ik ben niet bang om te sterven, sterven doen we allemaal."

Pahadi's persoonlijke leven heeft geen voorrang. De straatarme burgers van Nepal zijn het die voor hem tellen, de nabestaanden van de 12.000 doden die sinds 1996 al gevallen zijn, het jaar waarin de maoïstische guerrilla de Nepalese staat de Volksoorlog verklaarde (het volk daarbij slachtofferend op het altaar van een ideologisch extremisme dat in Mao-land China zelf allang passé is, LD). Het jaar ook waarin 's lands Koninklijke Leger de bloedige tegenaanval inzette, de burgers met het wapen onder de neus tot medewerking dwingend.

De vuile oorlog, intussen negen jaren oud, heeft het land uiteengereten. "Aan beide zijden wordt buitenrechtelijk geëxecuteerd, gemarteld en ontvoerd", stelt Pahadi. Met zijn 95.000 soldaten geniet het Nepalese leger de bedenkelijke eer 's werelds hitparade van kidnappende en tot verdwijning dwingende overheidsinstanties aan te voeren, zeggen de Verenigde Naties. Daartoe aangemoedigd door Gyanendra, dreigen ook de antimaoïstische Dorpsontwikkelingscomités (een eufemisme voor gewapende burgerwachten die de dorpen bewaken) hun boekje ver te buiten te gaan. "Wegen worden afgegrendeld, het platteland wordt lamgelegd", aldus Pahadi.

Met honderdduizenden hebben de burgers hun verre valleien intussen verlaten, mannen, vrouwen en kinderen. Velen zijn naar de streng bewaakte hoofdstad Kathmandu getrokken, een van de laatste plekken waar de staat zich nog van zijn staatse kant laat zien en een schijn van normaliteit poogt op te houden. Anderen gingen naar India, de grens van het gigantische buurland over, waar de deelstaten Uttar Pradesh en Bihar hun eigen woelige strijd met opstandelingen uitvechten.

"Alles hangt ervan af hoe je telt", verklaart Pahadi, "maar tussen 150.000 en een half miljoen landgenoten van me hebben have en goed moeten achtergelaten. Sommigen wachten tot de toestand in hun dorp weer wat rooskleuriger wordt, anderen pakken voorgoed hun biezen. Vaak hebben hun dierbaren er op dat moment het leven al bij ingeschoten, of weten ze zich van hun eigen vege lijf niet langer zeker."

Wapens onder de neus dus: Indiase tweedehands schietijzers, rijstkokers vol schrapnel ook voor de maoïsten; nieuwere en nieuwste snufjes voor des konings troepen. Belgische snufjes ook: de lading FN-mitrailleurs bijvoorbeeld, meer dan vijfduizend, waarvan de verkoop de groene vice-premier Magda Aelvoet halfweg 2002 tot ontslag dwong en uiteindelijk de regionalisering van onze wapenexport tot gevolg had.

In de Wetstraat waren het in die tijd hoogdagen voor het retorische bochtenwerk, voor wie rond wou maken wat vierkant was. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel bijvoorbeeld, wiens term 'prille democratie' weken lang bleef nazinderen. Dankzij FN maakte het Belgische volk plotsklaps kennis met een ander volk, een volk in burgeroorlog. Waarna Nepal met stille trom zijn Himalayaplaats weer innam, hoog en ver weg, op de zolder van de wereld.

"Het waren de hoogdagen van de internationale oorlog tegen het terrorisme", duidt Pahadi de Belgische verkoop. "Ook andere westerse landen leverden dat het een aard had. Officieel probeerde het arme Nepal destijds inderdaad nog steeds een democratie te worden. Maar de straffeloosheid was toen al totaal, de schendingen van de mensenrechten rezen ook op dat moment de pan al uit, evengoed aan de kant van de staat als aan de kant van de CPN-M (de Communistische Partij van Nepal - Maoïstisch, zoals de rebellen zich noemen, LD). Het was toen al duidelijk dat de internationale steun aan de regering tegen de gewone burgers zou worden gebruikt."

In 2002 had ons land ervoor kunnen kiezen de Nepalese regering op een andere manier te steunen, vindt Pahadi. "Het had bijvoorbeeld knowhow en expertise kunnen aanbrengen voor de opbouw van de democratische rechtsstaat." Anders gezegd: als de democratie dan toch zo pril was, waarom heeft Brussel dan niet geholpen om haar een beetje te doen rijpen?

Quod non. Intussen draait de wereld voort, zijn we drie jaar verder en is in Nepal allang geen sprake meer van democratie - toch niet uit de vorstelijke mond van Gyanendra en diens zwaarbewapende lakeien. "De toestand is stukken hopelozer geworden dan hij toen al was", sombert Pahadi. "Het is ontzettend moeilijk geworden om harmonie, verdraagzaamheid en vrede te bepleiten. De crisis is acuut. De rechtstaat is ontmanteld."

Een voorbeeld dat boekdelen spreekt en in het Amnesty-rapport Nepal, Fractured Country, Shattered Lives wordt aangehaald: op 20 februari dit jaar vindt in het Kapilvastu-district een antimaoïstische betoging plaats. Drie mannen, volgens getuigen leden van een plaatselijk Dorpsontwikkelingscomité, verkrachten een elfjarig meisje wier huis zich op de weg naar de betoging bevindt. Een van de drie geweldenaars zou ene Fajul Khan zijn geweest, een man die later, in een actie die niets met de verkrachting te maken heeft, door de maoïsten omgebracht wordt.

Het meisje wordt door haar vader voor verzorging naar het ziekenhuis meegenomen. Daar wordt ze na een dag al weggestuurd, naar het militaire opleidingscentrum van Chanauta, waar ze 'beter beschermd' zal worden. Even later moet het kind voor verdere behandeling naar een ander ziekenhuis, waar ze, alweer in naam van haar eigen veiligheid, naar het politiekantoor gedwongen wordt. De agenten nemen de kleren af die ze bij haar verkrachting droeg en maken haar vader het medische dossier afhandig.

Vader en dochter krijgen de raad mee de zaak hierbij te laten. Spirituele meditatie, zeggen de agenten, is een doeltreffender heilmiddel dan het indienen van een klacht. Naar de rechter stappen doet de familie dan ook niet, zeker nu haar behandelende arts een wraakactie over zich heen kreeg. Meer nog, de broer van de arts kwam om nadat de belagers hem met de arts verward hadden.

'De Nepalese burgers zitten gewrongen tussen hamer en aanbeeld, in een erg complex conflict dat hun geen ruimte biedt om waar dan ook verhaal te halen", zegt Pahadi. "Weigeren ze de maoïsten hand-en-spandiensten of voedsel, gaan ze niet op hun afpersingen in, dan wordt er met ze afgerekend. Vertikken ze het om met het leger samen te werken, dan worden ze voor maoïst versleten. Werken ze onder dreiging van geweld met de maoïsten samen, dan neemt het leger vaak op gruwelijke wijze revanche. Geweldloos verzet wordt door beide strijdende partijen als een vorm van collaboratie beschouwd."

Het moet gezegd, ook vooraleer Gyanendra begin dit jaar het regeringslaken naar zich toe trok, was Nepal al een volstrekt ander land dan toeristenplaatjes doen vermoeden. Boeddha mag er dan geboren zijn, de Mount Everest mag bij de mens dan nietigheid afdwingen, een oord van peis en vree, van bezinning en verinnerlijking is Nepal zelden geweest.

Hoe zou het ook? In een land waar de helft van de bevolking het met minder dan twee dollar per dag moet rooien en waar de helft van alle kinderen onder de vijf ondervoed zijn, valt bitter weinig te bezinnen. Waar moet gerechtigheid gevonden worden in een staat waar 56 procent van de burgers niet kan lezen of schrijven? Waar religieuze, kastegebonden en etnische discriminatie tot de orde van de dag behoren? Waar feodale machtsstructuren de dienst uitmaken? Een land dat bovendien pas in 1990 de eerste stappen naar democratie zette, nadat het lange tijd volgens het autocratische, zogenaamde panchayatsysteem bestuurd was?

"De gewone Nepalees zit geperst tussen maoïsten en leger", herhaalt Padahi. "En allebei begaan ze verschrikkingen. Maar de eersten huldigen sinds twee maanden tenminste nog een soortement staakt-het-vuren, officieel althans. Wij houden ons ver van beide partijen af, maar de koning, Gyanendra, is op dit moment het grootste probleem."

In Nepal blijft overigens het gerucht de ronde doen dat Gyanendra iets met de paleismoorden van juni 2001 te maken had, toen kroonprins Dipendra behalve zijn vader Birenga ook zijn moeder, zijn zuster, zijn broer en zichzelf naar het hiernamaals schoot. Maar ook als de nieuwe koning niets met de zaak te maken had, heeft hij er minstens grondig van geprofiteerd om het land naar zijn hand te zetten. "Gyanendra beschouwt zichzelf als de bron van alle macht. De strijd tegen de maoïsten, samen met het feit dat hij zich op een goddelijke afkomst beroept, blijkt daartoe het perfecte voorwendsel."

Volgens Padahi heeft de schok van juni 2001 de Nepalezen finaal van het koningshuis afgewend, en staat de deur op een kier voor een democratische republiek. "Gyanendra krijgt amper nog volk op straat, hij moet het verkeer laten ontregelen om een indruk van menigte te wekken. Zijn zoon, de troonsopvolger, heeft uit puur wangedrag een aantal mensen neergeschoten in een discotheek, beetje bedenkelijk voor een toekomstig staatshoofd."

Om de waardigheid van de natie te redden, zegt Padahi, moet de democratie hersteld worden. "En er moet onder toezicht van de internationale gemeenschap werk gemaakt worden van een verzoeningsproces. De Nepalezen willen weten wat er met hun land gebeurd is, ze smachten naar een antwoord op de vraag waarom ze al eeuwen lang zo arm en onderontwikkeld zijn, waarom al dat onrecht maar blijft duren, en eigenlijk alleen maar erger wordt."

Neen, een rustig leven leidt Pahadi niet. Zo zeker dat hij niet nogmaals achter de tralies vliegt - of erger - is hij niet. Maar het land gaat voor, en de wereld moet helpen, België ook. "Niet met wapens echter. Daarvan hebben we er al veel te veel. Wapens dreigen van mijn land de grafkamer van de gerechtigheid te maken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234