Maandag 03/10/2022

De retorische mist van de oorlog

Moeten we, ingegeven door onze woede over het bloedbad in Amerika, al onze kritische zin verliezen?

Enkele maanden geleden vertrok mijn oude vriend Tom Friedman naar Qatar, het kleine emiraat in de Golf. Van daar berichtte hij, in een van zijn messiaanse columns voor The New York Times, dat de kleine satellietzender Al-Jazeera een welkom teken was dat er misschien democratie op komst was in het Midden-Oosten. Al-Jazeera had kwaad bloed gezet bij enkele van de plaatselijke Arabische leiders, onder wie president Moebarak van Egypte, en Tom vond dat goed. Ik vind dat ook. Maar, wacht even. Het verhaal wordt herschreven. Vorige week tikte VS-minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell de emir van Qatar op de vingers omdat, zo beweerde hij, Al-Jazeera "aanzette tot anti-Amerikaanse gevoelens".

Dus, vaarwel democratie. De Amerikanen willen dat de emir de kantoren van de zender in Kaboel sluit, die zender die de wereld voorziet van opnamen van de bombardementen en - belangrijker - verklaringen van Osama bin Laden. De meest gezochte man ter wereld heeft gesuggereerd dat hij boos is over de dood van Iraakse kinderen door de sancties, over de corruptie van prowesterse Arabische regimes, over de aanvallen van Israël op Palestijns gebied, over de noodzaak dat de Amerikaanse troepen het Midden-Oosten verlaten. En na te hebben benadrukt dat Bin Laden een "geesteloze terrorist" is - dat er geen verband bestaat tussen de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten en de misdaden tegen de mensheid in New York en Washington - achten de Amerikanen het nodig Al-Jazeera lam te leggen.

Onnodig te zeggen dat deze dwaasheid van Colin Powell weinig aandacht heeft gekregen in de westerse media, die maar al te goed beseffen dat ze geen enkele correspondent hebben in het Taliban-gebied. Al-Jazeera heeft die wel.

Maar waarom vallen wij journalisten terug op hetzelfde schaapachtige conformisme dat we tentoonspreidden in de Golfoorlog, in 1991, en de oorlog in Kosovo, in 1999? Want dat is wat we nu doen. Eergisteren liet de BBC een Amerikaanse officier spreken over 'collateral damage' (zijdelingse schade), zonder enige verwijzing naar het immorele van deze uitdrukking. Tony Blair schept op over het aandeel van Groot-Brittannië in de Amerikaanse bombardementen door te spreken over onze 'assets' (activa), en eergisterochtend al gebruikte de BBC dezelfde soldatentaal. Worden wij beneveld door een soort retorische mist, telkens als we iemand bombarderen?

Zoals gewoonlijk werd in de eerste verslagen van de Amerikaanse aanval niets gezegd over de onschuldigen die zouden sterven in het land dat we proberen te 'redden'. Of de Taliban nu liegen of niet over de ongeveer dertig doden in Kaboel, geloven wij verslaggevers nu echt dat de bommen wel op de schuldigen en niet op de onschuldigen terechtkomen? Geloven wij dat het voedsel waarvan we zeggen dat het gedropt wordt, zal vallen in de buurt van de onschuldigen en niet bij de Taliban? Ik begin me af te vragen of we er onszelf niet van hebben overtuigd dat oorlogen - onze oorlogen - films zijn. De enige Hollywood-film die ooit over Afghanistan werd gemaakt, was een Rambo-verhaal waarin Sylvester Stallone de Afghaanse moedjahedien leerde hoe de Russische bezetting te bestrijden, hielp de Russische troepen te verslaan en het hart veroverde van een Afghaans jongentje. Proberen de Amerikanen, vraag ik me af, op de een of andere manier deze film te actualiseren?

Maar kijk naar de vragen die we niet stellen. In 1991 verhaalden we de kosten van de Golfoorlog op Saoedi-Arabië en Koeweit. Die zullen echter niet nog eens voor de kosten willen opdraaien. Wie zal er dan wel betalen? Wanneer? Hoeveel zal het ons kosten - en ik bedoel ons? De eerste reeks bombardementen kostte, zo zegt men ons, 2 miljoen dollar. Ik denk dat het meer is. Laten we maar niet vragen hoeveel Afghanen je van dat bedrag kunt voeden, maar laten we wel vragen hoeveel van ons geld naar de oorlog gaat en hoeveel naar humanitaire hulp.

Bin Ladens propaganda is nogal rudimentair. Hij neemt zijn eigen verklaringen op en stuurt een van zijn handlangers naar de kantoren van Al-Jazeera in Kaboel. Geen grondige bevraging uiteraard, gewoon een sermoen. Tot nu toe hebben hebben we nog geen enkele opname gezien van vernietigd Taliban-materiaal, de antieke Migs en de nog oudere tanks uit de tijd van het Warshau Pact die met de jaren verroester zijn geraakt in Afghanistan. Slechts enkele - zo te zien echte - beelden van bommenschade in een gewone buurt in Kaboel. De Taliban hebben verslaggevers geweerd. Maar betekent zulks dat we deze vertekende beelden moeten beladen met onze eigen halve waarheden?

In een recent radio-interview probeerde een collega zo hard om het verschijnsel Bin Laden los te koppelen van het westerse doen en laten in het Midden-Oosten dat hij in alle ernst suggereerde dat de aanslagen bedoeld waren om samen te vallen met de nederlaag van de moslimstrijdkrachten in Wenen in 1683. Jammer genoeg wonnen de Polen hun strijd tegen de Turken op 12 en niet op 11 september. Maar toen we vorige week de verschrikkelijke details vernamen uit de laatste wil van kaper Mohamed Atta, gedateerd april 1996, kon niemand op een gebeurtenis in die maand komen die Atta had kunnen aanzetten tot zijn moorddadige gedrag.

Niet het Israëlische bombardement van zuidelijk Libanon, noch de afslachting door Israëlische soldaten van 106 Libanese burgers, waarvan de helft kinderen, in Qana. Want dat is wat er toen, in april 1996, gebeurde. Neen, natuurlijk is die slachting geen excuus voor de misdaden tegen de mensheid in de Verenigde Staten vorige maand. Maar verdient het niet een kleine vermelding, een bescheiden beschouwing dat een Egyptische massamoordenaar in spe een ijzingwekkend testament schrijft in de maand dat de slachting in Libanon de Arabieren in het Midden-Oosten woedend maakte?

In plaats daarvan krijgen we commentaren over westerse militaire moraal die doen denken aan de Tweede Wereldoorlog. Op de BBC moesten we horen hoe het "een perfecte maanloze nacht was voor de luchtvloot" om Afghanistan te bombarderen. Pardon? Zijn de Duitsers terug op Cap Gris Nez? Zijn onze gevechtsvliegtuigen terug in de hemel van Kent? Eergisteren werd op een satellietzender gesproken over een 'luchtgevecht' boven Afghanistan. Een leugen, natuurlijk. Geen enkele oude Mig van de Taliban was in de lucht. Er was geen gevecht.

Natuurlijk ken ik de morele kwestie. Na de verschrikkingen in New York kunnen we geen fair play organiseren tussen Bin Laden en het Westen. We kunnen geen gelijkwaardigheid aanbrengen tussen de onschuld van de massamoordenaars en de Amerikaanse en Britse troepen die proberen de Taliban uit te schakelen.

Maar dat is het punt niet. We moeten fair play hanteren tegenover onze lezers. Moeten we, ingegeven door onze woede over het bloedbad in Amerika en ons verlangen om kruiperig te doen tegenover 'experts in terrorisme', al onze kritische zin verliezen? Waarom niet vertellen hoe die 'experts' zo deskundig werden? En wat zijn hun banden met dubieuze inlichtingendiensten?

In sommige gevallen zijn de mannen die ons op de Amerikaanse televisie hun raad geven dezelfden die de CIA en het FBI naar de grootste mislukking in de moderne geschiedenis leidden: de onmacht om het plan te ontdekken dat vier jaar lang werd ontwikkeld en het leven kostte aan bijna zesduizend mensen. President Bush zegt dat dit een oorlog is tussen goed en kwaad. Je bent voor of tegen ons. Maar dat is precies wat Bin Laden zegt. Loont het niet de moeite hierop te wijzen en ons af te vragen waar het ons brengt?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234