Vrijdag 30/09/2022

InterviewVakantieliefde

De reünie die alles veranderde: ‘Ik had al jaren geen belangstelling getoond voor vrouwen, maar ineens gebeurde er iets raars’

Beeld ter illustratie. Beeld iStock
Beeld ter illustratie.Beeld iStock

Corine Koole sprak met twee mensen die een zomer smoorverliefd op elkaar waren. Hoe ging het verder? En hoe kijken ze daar nu op terug? Deze week: Gepco (62) en Angelique (52) en hun zomer van 1981.

Corine Koole

Gepco: ‘Alle muren die ik had opgetrokken vielen om’

“Ik leerde Angelique in 1981 kennen tijdens een ponykamp waar ik als 21-jarige leidinggaf: zij was een vrolijk en stoer meisje van 12 met blonde vlechten. Het is achteraf bekeken raar dat het eerste contact van toen, dat zo zuiver vriendschappelijk, joviaal en ongeremd was, veertig jaar later tot een huwelijk zou leiden. Telkens als ik ons verhaal vertel, ben ik geraakt door de onschuld van die ­jaren.

“Het was een tijd waarin je als activiteitenbegeleider in je zwembroek kleine kinderen de kieteldood gaf, meisjes tot hun grote hilariteit bij hun middel pakte en in het water gooide, en waarin Oom Jaap, de eigenaar van het kamp, al te dwarse kinderen vrolijk tot de orde riep door even als een toetertje op hun neus te blazen. Dat zal je nu niet snel meer meemaken.

“Maar toen, in 1981 en in de wonderlijk fijne zomers die erop volgden, stond Angelique tussen de anderen voor mijn neus te trappelen van ongeduld om nat gespat te worden en te stoeien. En ik was altijd in voor een robbertje. Wanneer de kinderen een ansichtkaartje kregen van hun ouders, had Angelique medelijden omdat er voor mij geen post was en beloofde ze mij iets te sturen als ze weer thuis was. Ze hield woord: ‘Wil je tante Jannie de groeten doen en geef je de gevlekte pony een knuffel van me?’, schreef ze. Ik antwoordde en kreeg opnieuw een kaartje, en zo ontstond een correspondentie tussen de twintiger en de jonge tiener die een paar jaar aanhield.

“Op de envelop maakte ik kleine tekeningetjes en schreef ik grapjes voor de postbode. Ze schreef me over haar kalverliefdes en behalve herinneringen aan dat ponykamp waar zo veel vrijheid heerste en waar zo veel ongecompliceerde lol werd gemaakt, deelden we kameraadschap en gaf ik haar advies bij de keuze van haar vriendjes. Na een tijdje stopte de briefwisseling even spontaan als ze was begonnen; mijn studentenleven slokte me op, ik kreeg een vriendin, Angelique werd te oud voor ponykampen en we verloren elkaar uit het oog.

“Tot de reünie, enkele jaren geleden. Mij was gevraagd wat oud-deelnemers uit te nodigen en Angelique was niet moeilijk te vinden. Op Facebook stond een foto van haar met haar gezin. Ik stuurde haar een berichtje en ze schreef terug: ‘O, ik herinner me alles. Weet je nog dat we elkaar schreven? Ik heb al je brieven bewaard.’ En ik antwoordde: ‘Ik geloof dat ik de jouwe ook nog ergens heb, ik ga binnenkort even kijken.’

“We spraken af nog voor de reünie elkaar onze correspondentie te laten lezen, en omdat zij midden in een verbouwing zat, bood ik aan mijn stapeltje even langs te brengen. Als gescheiden man had ik immers de tijd aan mezelf. Ze deed open. Ik had verwacht haar man daar ook aan te treffen, maar haar huwelijk bleek kort daarvoor beëindigd. Trots toonde ze me haar nieuwe plek en die van haar kinderen. Ze had er lang over gedaan om de knoop door te hakken, zei ze, maar nu was ze opgelucht.

“Aan de keukentafel begonnen we te praten. Ik had al jaren geen belangstelling getoond voor vrouwen, daten is niks voor mij. Mijn geluk was mijn volwassen kinderen en mijn dierenartspraktijk. Maar ineens gebeurde er iets raars. Ze vroeg of ik wat wilde eten en stond op om een omelet te maken. Ik houd niet van omelet maar besloot dat voor mezelf te houden. Voor het aanrecht knipte ze bieslook en toen draaide ze zich om, strekte haar knieën en liep met het bordje naar me toe. Ik was verbluft.

“Dat strekken van de knieën voordat het lopen begon, herkende ik, en lag kennelijk al jaren ergens opgeslagen in mijn hoofd. Die ene zeer korte beweging bracht me terug naar een tijd waarin het volwassen leven nog moest beginnen en waarin argeloosheid en plezier de boventoon voerden. Van het ene op het andere moment verloor ik al mijn opgebouwde reserves. Alle muren die ik na mijn scheiding had opgetrokken vielen om en ik kon alleen maar denken: wat een lieve, leuke vrouw.

“Daags erna vroeg mijn operatieassistente: ‘Is er wat? Je doet anders, ben je soms verliefd?’ ‘Houd alsjeblieft je mond’, siste ik, maar ik begreep wel dat ik zo snel mogelijk moest uitzoeken wat er nu echt speelde. We begonnen te whatsappen en ik liet haar weten dat ik haar een knuffel wilde geven en een paar dagen later duwde ik haar een pluchen knuffel in haar hand – uit onhandigheid en zelfbescherming. Want ik kon me niet voorstellen dat zij echt vastgehouden wilde worden door mij.

“Maar zij voelde godzijdank hetzelfde, en uitgewuifd door mijn hele praktijk vertrokken we een paar dagen later naar een huisje in het bos dat uit niet veel meer dan een tweepersoonsbed bestond. Vorig jaar zijn we getrouwd: een dolgelukkige leider van het ponykamp en het tien jaar jongere kind met wie hij in 1981 stoeide.”

null Beeld  Sasa Ostoja
Beeld Sasa Ostoja

Angelique: ‘Ik had mannen totaal afgezworen’

“Gepco was in 1981 zo gek als een deur, zo’n ADHD’er van een jaar of 20 die één was met de kinderen, die met een grote hoed over het terrein liep en zomaar ineens met kleren aan in het water sprong en met de ponyrijles­instructrices flirtte. Ik ben nooit een paardenmeisje geweest, ik ging naar het ponykamp voor de disco­avonden en de spelletjes.

“Het eerste jaar was ik 12, en in de drie jaar die volgden hoopte ik dat Gepco er ook weer was. Dan voelde ik me veilig – een bekend gezicht dat steeds bekender werd. Met hem erbij zou het zeker leuk worden, we stoeiden samen en speelden met de andere kinderen in het water. Niet dat ik toen ook maar één keer dacht: als ik later ga trouwen, wil ik een man als Gepco.

“De leiding waartoe hij behoorde, was een grote groep jongens en meisjes waartussen geregeld liefdes opbloeiden. In die zin waren onze werelden natuurlijk volledig gescheiden. Gepco vond ik leuk omdat hij garant stond voor pret maken, en al tijdens die eerste zomer voegde ik hem toe aan mijn reeks penvrienden. Zo eens in de twee à drie maanden schreven we elkaar. Hij knipte plaatjes uit de Eppo (populair striptijdschrift, red.) en stopte die in de envelop, en schreef daar grapjes op voor de postbode. Dat hebben we tot mijn vijftiende volgehouden, daarna verloren we elkaar uit het oog.

“Tot vijf jaar geleden. Het moment dat de uitnodiging voor de reünie kwam, viel in een woelige periode. Na heel lang twijfelen had ik eindelijk besloten om te scheiden. Ik was op mijn twintigste getrouwd, amper vijf jaar na mijn laatste ponykamp. Het huwelijk was een zeer plotselinge overgang van kind naar volwassene. Ineens had ik levensgrote verantwoordelijkheden en was er geen ruimte meer voor onbekommerd plezier. De man met wie ik getrouwd was, bleek niet bij mij te passen.

“En net toen ik in 2017 besloten had voor mezelf te kiezen en met de kinderen verhuisd was naar ons eigen huisje, kwam uit het niets het bericht van mijn oude ponykampleider Gepco. Zijn mail was een herinnering aan hoe het leven was en ook kon zijn. Van het ene op het andere moment werd ik teruggeworpen naar de tijd waarin alles nog probleemloos was, en licht. Ik moest zijn brieven nog hebben, ik wist zeker dat ik ze tijdens de verhuizing allemaal in een doos had gestopt. Op een avond heb ik ze allemaal op volgorde gelegd en ben ze gaan herlezen. Niet uit verlangen naar Gepco, maar uit nieuwsgierigheid naar het deel van mezelf dat zo lang bedolven was geweest onder een dikke laag vormelijkheid en plichts­besef.

“De brieven lazen als een dagboek. Het werd me duidelijk dat ik hem destijds als mijn vertrouweling zag. Uit wat hij schreef, maakte ik zelfs op dat ik hem had gevraagd wie van mijn twee vriendjes ik zou kiezen, en nadat ik de brieven terug in de doos had gestopt, stuurde ik Gepco een bericht: ‘Vind je het leuk onze brieven van vroeger uit te wisselen? Misschien een leuke manier om ons voor te bereiden op de reünie.’

“Op 6 januari 2018 stond hij voor de deur met een pak onder zijn arm. Ik hoorde zijn stem, zag zijn ogen, en zei: jij bent niks veranderd. O, zei hij ad rem, dan raad ik je aan eens naar een opticien te gaan. Daarmee was de toon gezet. De hele middag hebben we flauwiteiten en grapjes uitgewisseld. Het grenzeloze vertrouwen dat ik als kind in hem had toen hij me met z’n sterke armen het zwembad ingooide, bleek onveranderd. Het was alsof alle tussenliggende jaren verdwenen; we werden onmiddellijk weer die twee loltrappers die we toen waren.

“En met het lachen en het vertrouwen als stevige onderlaag kwamen vanzelf de gesprekken over ons leven, en hoorde ik mezelf ervaringen uitwisselen die ik met anderen nooit gedeeld had. Mijn zoon kwam binnen en vroeg later: ‘Hoe oud is hij? O, dus jullie schelen maar tien jaar.’ Alsof hij al voorvoelde wat er stond te gebeuren.

“Het ging die middag ook over relaties, en Gepco had gezegd: sommige mensen kunnen je, zonder dat direct te zeggen, het gevoel geven dat je alles fout doet. Hij begon te stotteren toen hij dat zei, wilde geen kwaadspreken. Maar ik begreep precies wat hij bedoelde, hoe hulpeloos je je kunt voelen als je opmerkingen krijgt waartegen je je niet kunt verweren. Ik had mannen totaal afgezworen, maar dit was het moment dat ik dacht: o nee, hè, ik zal toch niet zo snel na mijn scheiding al verliefd worden? Maar met­een daarna dacht ik: en wat dan nog? Ik heb lang genoeg gedaan wat hoort.

“Opgelucht, vrij van ballast stapte ik als het ware in de jas die al die jaren op me had liggen wachten. De keer erop maakte ik bevend thee. Niet bevend uit angst voor het onbekende, maar uit vreugde het bekende opnieuw te hebben gevonden.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234