Zondag 07/08/2022

De schilder aan het woord

'Waarde vriend, verkoop uw schilderijen toch niet onder de prijs...' Meer dan honderd jaar hebben we niet geweten dat Van Gogh dat advies wou schrijven aan Paul Gauguin. Wou, want hij haalde de zinnen door met een dikke pen en heeft het briefje nooit verstuurd. Hans Luijten en Leo Jansen ontcijferden met monnikengeduld de onleesbaar gemaakte woorden. Sinds 1994 werken ze aan de eerste wetenschappelijke editie van Van Goghs brieven. 'Je kunt niet dichter bij een dode komen dan door zijn brieven, maar dat betekent niet dat je grotere sympathie krijgt. Wel meer begrip.'

Amsterdam / Van onze verslaggever ter plaatse

Eric Rinckhout

Op 27 juli 1890 poogde Vincent van Gogh zelfmoord te plegen in de velden van Auvers, ten noorden van Parijs. De kogel ging niet door zijn hart, maar Vincent werd wel levensgevaarlijk gewond. Op 29 juli, kort na middernacht, overleed hij. Hij was 37. Volgens zijn broer Theo waren zijn laatste woorden: "La tristesse durera toujours." Aan het verdriet komt nooit een einde.

Meer dan honderd jaar later worden de vele brieven die Vincent schreef voor het eerst nauwgezet wetenschappelijk onderzocht. Negenhonderd brieven zijn nu al bekend. Volgens de onderzoekers - de neerlandici Hans Luijten en Leo Jansen - moeten het er oorspronkelijk tussen de twee- en drieduizend zijn geweest, van en aan Vincent. De schilder was een verwoed brievenschrijver.

In het Van Gogh Museum in Amsterdam is momenteel een kleine presentatie met enkele brieven en een schetsje van zijn allereerste olieverfschilderij te zien - een stilleven met aardappelen, een kool en een paar klompen uit 1881. Het is een voorproefje van de grote tentoonstelling die er in de zomer van 2002 plaats zal vinden en waar men aan de hand van de brieven, de vele boeken die Vincent las en de prenten die hij aan zijn muur had hangen een zo compleet mogelijk beeld van zijn leven wil geven.

In de vitrine is ook een opmerkelijke ontdekking te zien: een doorgehaald brieffragment op de achterkant van een schets die Van Gogh in 1888 aan de Belgische schilder Eugène Boch stuurde. De schets stelt het befaamde nachtgezicht over de Rhône voor, het schilderij hangt nu in het Parijse Musée d'Orsay. Het doorgehaalde fragment bleek na geduldige ontcijfering een brief aan Paul Gauguin te zijn, die Vincent nooit verstuurd heeft.

De brief is een dringend verzoek van Van Gogh aan Gauguin om niet met zijn broer - Theo van Gogh, de kunsthandelaar - akkoord te gaan om de prijs van de schilderijen te verlagen. "Vincent had zijn kunstenaarstrots", zegt Hans Luijten.

Of hij uiteindelijk die brief aan Gauguin heeft geschreven en verstuurd, zullen we wel nooit weten. "Die kán er geweest zijn", aldus Luijten, "maar dat weten we niet. Van Gogh heeft het wel in de pen gehad, zoals we zeggen."

Leo Jansen: "We wisten wel dat dat zijn standpunt was, maar niet dat het hem zo na aan het hart lag dat hij het achter de rug van Theo bij Gauguin wou inpeperen."

De passage werd geschrapt met dezelfde inkt, wat de ontcijfering nog moeilijker maakte. "Neen, nieuwe technieken konden we niet gebruiken. Infrarood leverde niets op. Wel een loep waarmee je één letter tien keer vergroot. Voorts: turen en kijken en wegleggen en weer turen. Uiteindelijk kom je er wel uit."

Die geschrapte brief aan Gauguin is de spectaculairste ontdekking die Luijten en Jansen de voorbije jaren hebben gedaan. Sinds 1994 zijn ze geduldig en nauwgezet aan een wetenschappelijke editie van Van Goghs correspondentie bezig.

Jansen: "Er zijn veel mensen die zeggen: 'Weten we al niet zo'n beetje alles over Van Gogh?' Dan zeggen wij: begin bij brief één. Die is altijd al gedateerd augustus 1872, daar twijfelt niemand aan. Wel, die brief dateert van exact 29 september 1872, niet 'ongeveer augustus'. Bij elke brief is er een hoop nieuws te melden."

Hoewel er al een aantal brievenedities bestaat - de laatste dateert van 1990 - was er tot op heden geen grondig onderzoek verricht. In tegenstelling tot vroegere editeurs, die vaak met foto's van brieven werkten, hebben Luijten en Jansen de originelen allemaal kunnen inkijken in de kluis van het Van Gogh Museum - het papier is broos, elke brief zit afzonderlijk in een hoesje. Bovendien zit er zuur in de inkt, 'ijzergallusinkt', "die vreet zich door het papier en daar is nog geen remedie tegen gevonden", zegt Jansen. "Van ons werk gaat ook een conserverende bedoeling uit. De brieven hoeven vrijwel niet meer te worden aangeraakt."

Hun bedoeling is om een zo accuraat mogelijke transcriptie van de brieven te geven, met als resultaat een precieze, betrouwbare tekst in de originele taal. Want Van Gogh schreef Nederlands, Frans (vanaf 1886 nog uitsluitend in het Frans) en Engels. In de volledigste brieveneditie die nu bestaat, zijn alle brieven in hedendaags Nederlands omgezet of vertaald.

Vroegere editeurs lieten ook zaken weg of konden niet alles lezen, aldus Hans Luijten. "Of ze achtten zich vrij om het zelf in te vullen", vult Leo Jansen aan. "Wij zijn daar scrupuleus in. Wij suggereren iets, we denken dit te lezen, maar we zijn er niet zeker van. We verantwoorden echt alles." In de transcripties is ontzettend veel tijd gaan zitten: het afschrift van alle negenhonderd brieven moet zo volledig mogelijk zijn, en elke afschrift wordt drie keer gecontroleerd.

Niet alle bekende brieven bevinden zich in de kluis van het Amsterdamse museum - die moeten dus opgespoord worden - en van sommige brieven bestaat het origineel niet meer. "We hebben sommige brieven in het afschrift van ingenieur Van Gogh (zoon van Theo, ER), de stichter van het museum", zegt Luijten. "Daar is geen origineel van, de ingenieur heeft in 1963 de brief in Parijs zitten overschrijven. Nou, dat is geen brief van Van Gogh, dat is een transcriptie van de ingenieur. Je kunt dat verschil niet zien in de bestaande brievenedities, maar zo'n brief is van een andere betrouwbaarheid dan de daaropvolgende brief die wij hier in het origineel hebben. Daar moeten wij kanttekeningen bij plaatsen en dat doen we ook."

Behalve het tekstonderzoek, dat inmiddels afgerond is, zijn er ook de annotaties. "Als Van Gogh iets noemt wat voor de hedendaagse lezer niet helemaal vanzelfsprekend meer is - personen, kunstwerken, boeken of artikelen die hij las, situaties in de familie - dan geven wij daar achtergrondinformatie bij", zegt Leo Jansen. Nooit eerder is dat soort contextualisering gedaan.

In de uiteindelijke editie, die vermoedelijk acht delen zal omvatten - vier voor de brieven en vier voor de commentaar - wordt ook veel plaats ingeruimd voor illustraties. "We laten zoveel mogelijk zien waar hij over schrijft."

Jansen: "Er zullen meer dan honderd prenten afgedrukt worden. Van Gogh had veel prenten in zijn kamer aan de muur hangen. Hier liggen er 1.800 in de kluis: hij heeft ze allemaal op kartonnetjes geplakt."

Voor de toelichtingen hebben ze nog een viertal jaar nodig. Nu zitten Luijten en Jansen in de Hollandse periode, bij brief 275. Maar dan moet alles ook nog vertaald worden in het Engels. Streefdatum is 2010. Luijten: "Het is de bedoeling dat er een boekeditie in de oorspronkelijke taal van de brieven komt. Maar voor de internationale markt wordt een Engelse vertaling uitgegeven: een Japanner zal geen Nederlands-Franse editie lezen."

"De dateringen zijn een belangrijk deel van ons onderzoek", aldus Hans Luijten. "De brieven van Van Gogh zijn niet gedateerd. In het verleden zijn vaak redelijk goede data gesuggereerd, maar ze werden nooit geargumenteerd. De reden waarom wij een brief bijvoorbeeld drie weken later dateren, gebeurt vaak op basis van buitentekstuele informatie. Als Vincent iets in de krant heeft gelezen, dan zoeken wij op wanneer dat was. Of hij schrijft dat het heel hard geregend of gesneeuwd heeft: dan gaan wij terug naar het KNMI (het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, ER) en vragen de weerberichten op. Ja dat kan, zeker. En die argumenten geven we ook."

Een paar brieven maken een grote sprong in de tijd. "Maar", zegt Luijten, "je kunt niet verwachten dat wij met een nieuw beeld van Van Gogh komen aandragen. Het zijn kleine facetjes die we toelichten en die we beter in elkaar steken."

Toch ontcijferden ze alle doorgehaalde woorden en passages. Vroeger ging men ervan uit: wat geschrapt is, is geschrapt. En daar bleef het bij.

Luijten: "Ja, we stoppen alle doorhalingen in een soort archiefeditie. Die wordt niet gedrukt, maar is beschikbaar voor onderzoekers en geïnteresseerden. De kans is groot dat we die op internet zetten. Zodat je een brief kunt opzoeken en doorklikken naar onze transcriptie. In de transcripties kun je dan zien waar Van Gogh iets toevoegde, in de kantlijn iets bijschreef of schrapte. Dat is in het verleden ook nooit gedaan: toen presenteerde men complete brieven die kloppen. Maar misschien stond een toevoeging helemaal op een andere plaats. Wij zeggen nu: daar staat het en wij hebben het daar weggezet. De lezer kan dan zien of hij het daarmee eens is. In het verleden ontbrak die controle."

Jansen: "Van sommige brieven vind je dat ze warrig zijn. Bij controle van het origineel merk je dan dat men lukraak toevoegingen in de marge ergens in de brief gezet heeft."

Luijten: "Er is nog ergens een mooie doorhaling, waar Van Gogh oorspronkelijk schreef: 'Het is met de mensen als met de penselen: die die er het fijnst uitzien, schilderen niet het fijnst.' Een prachtige vergelijking."

Jansen: "Dat Van Gogh dat doorhaalt, is niet zo merkwaardig - dat is mijn interpretatie. Hij had ruzie met zijn familie en heeft problemen met hun conventionele benadering: ze hebben mooie vormen, maar je kunt niet echt op ze betrouwen, ze zijn niet integer, dat wil hij zeggen. Zoiets aan Theo schrijven, betekent hem confronteren met kritiek op mensen met wie Theo te maken had. Theo kon het goed vinden met zijn familie en Theo was belangrijk voor Vincent. Vincent wou geen risico nemen, en schrapte dus de zin."

Van Gogh ging dus duidelijk veel doordachter te werk dan het gebruikelijke beeld van hem wil. "Hij leest de brieven over, denkt na, schrapt, voegt toe", antwoordt Hans Luijten. "Hij zet ideeën sterker aan, verduidelijkt. De correspondentie geeft een beeld van iemand die duidelijk weet wat hij wil."

Jansen voegt daaraan toe: "Van Gogh had een impulsief temperament, maar dat wil niet zeggen dat hij niet wist wat zijn impulsen waren. Het is een van de vele mythes dat hij alles in één keer deed, ook zijn schilderwerk. Het is niet ons specialisme: maar als hij verscheidene versies maakte, probeerde hij van versie tot versie iets nieuws te bereiken. Dat is niet zomaar wat proberen."

Als je zo lang met Van Gogh bezig bent, wordt hij dan een naaste buur of een verre vriend? "Dat is een heel lastige vraag", vindt Leo Jansen. "Ik heb nog nooit van hem gedroomd."

Luijten: "Je kunt niet dichter bij een dode komen dan door zijn brieven, maar dat betekent niet dat je grotere sympathie krijgt."

Jansen: "Wel meer begrip. Zodra je iets gaat begrijpen, ga je ook vergeven. Maar het moet een onmogelijke kerel zijn geweest. Theo en alle andere mensen moeten knettergek van hem zijn geworden. Het is heel begrijpelijk dat die familie, die heel erg conventioneel was, dacht dat hij geschift was. Hij was het niet, maar..."

Luijten: "Hij had andere standpunten, was een bohémien, liep erbij in een soort Mao-pak."

Jansen: "Bijna uit principe was hij onconventioneel. Hij was ook drammerig en een drijver, maar hij wist dat ook. Hij wilde ook heel graag discussiëren en was leergierig. Hij hield van 'wrijving van gedachten', zoals hij dat noemde. Hij zag dat als een intellectuele uitwisseling en niet als een persoonlijke confrontatie. Dat was voor velen, zeker als ze wat conventioneler waren, moeilijk aanvaardbaar. Die zeiden ja en amen en gingen geen discussie aan."

Luijten: "Het beeld van Van Gogh wordt completer, genuanceerder."

Jansen: "Je leert hem niet anders kennen, wel beter. In het archief hier zitten tweeduizend brieven van de familie. De brieven van vader Van Gogh zijn toch vol begrip. Vader deed heel erg zijn best om Vincent kansen te geven. Maar die jongen was gewoon ontzettend moeilijk. Toch stuurt de familie een ouwe jas, ondergoed, een muntje. Ze proberen hem te steunen, ook al kunnen ze zich niet met hem verenigen. Zijn ouders hebben echt hun best gedaan. Die brieven van de ouders hebben we in tientallen annotaties verwerkt."

Er is zopas een nieuwe hypothese gelanceerd over de afgesneden oorlel van Van Gogh. Gauguin, en niet Van Gogh zelf, zou het gedaan hebben, aldus een Duitse onderzoekster.

"Ik ben benieuwd of ze nieuwe bronnen heeft", reageert een sceptische Leo Jansen. "Theo is direct naar Arles gekomen en weer teruggegaan naar Parijs. Gauguin was al met reserves naar Van Gogh gekomen. Ik kan me heel goed voorstellen dat, als Vincent in het ziekenhuis ligt, Gauguin weer naar Parijs terugkeert. Van Gogh geeft in zijn brieven op geen enkele manier aan dat Gauguin het gedaan heeft. Integendeel, alles bevestigt wat tot nu toe werd aangenomen. Het is duidelijk dat Van Gogh doorgedraaid is."

Luijten: "Maar veel interessanter dan dat soort speculaties vind ik de brieven zelf. We praten zo vaak over de brieven van Flaubert, terecht. Maar je mag ook Van Gogh niet vergeten."

Jansen: "Hij had interessante ideeën en kon die ook aanstekelijk verwoorden. Hij schreef erg mooie brieven, ook vreselijke brieven. Hij wilde zo precies mogelijk zijn. En hij schrijft erg beeldend." Het is een schilder die aan het woord is.

Allerlei frases in de brieven blijken ontleningen aan literatuur. In hun annotaties besteden Luijten en Jansen veel aandacht aan wat van Gogh las - kranten, tijdschriften, boeken. "Zijn opmerkingen moet je relativeren door ze te relateren aan de boeken waarmee hij zich voedde", verduidelijkt Jansen. "Het gaat om tientallen titels. Hij zegt niet expliciet: deze of die gedachte ontleen ik aan Zola. Wij zijn wel alert geworden, want vaak gaat het om de toon: dit soort Nederlands of Frans is niet eigen aan hem. Wij lezen dan ook met hem mee."

Van Gogh was een gedisciplineerd lezer, hij werkte een auteur helemaal af. In zijn grilligheid was hij erg systematisch. Zijn lectuur was verscheiden: De Goncourt, Brontë, Dickens, Victor Hugo, Daudet, Shakespeare en natuurlijk Zola.

Er zijn veel mensen die Van Gogh identificeren met zijn periode in het Zuiden, die spreekt het meest tot de verbeelding. "Maar", zegt Jansen, "om hem goed te leren kennen moet je bij brief één beginnen. Pas na ruim tweehonderd brieven begint hij te tekenen. Daar gaan brieven aan vooraf met duizenden bijbelcitaten en evangelische gezangen, die een rol spelen in het hoofd van die jongen. Ook dát is Van Gogh."

Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, Amsterdam (aan het Museumplein). Dagelijks open van 10 tot 18 uur. Inlichtingen: www.vangoghmuseum.nl

De kleine presentatie van de brieven is er te zien tot 9 september.

'Vincent Van Gogh moet een onmogelijke kerel zijn geweest. Zijn broer Theo en alle andere mensen moeten knettergek van hem zijn geworden'

'Je kunt niet dichter bij een dode komen dan door zijn brieven, maar dat betekent niet dat je grotere sympathie krijgt. Wel meer begrip'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234