Maandag 27/06/2022

Telefoon-etiquette

De smartphone heeft óns in zijn broekzak. En dat moet nu veranderen

null Beeld Eliot Wyatt
Beeld Eliot Wyatt

Hoera, de iPhone bestaat tien jaar! Maar daarmee ‘vieren’ we ook de grote verdwijntruc van onze focus en goede manieren. Een warm pleidooi voor minder tijd online, meer fatsoen, en een beter leven offline.

Eva Keustermans

Een jaar of vijf geleden viel het me voor het eerst echt op. Kennissen hadden de stad ingeruild voor een oude hoeve op het platteland. En daarmee bedoel ik écht het platteland, je voelde de koeien haast in je nek hijgen. De tuin naast de vierkantshoeve was nog lekker verwilderd, op het gras stond een vermolmde picknicktafel. Het verhuisde koppeltje had het geluk dat hun housewarming plaatsvond op die eerste echt mooie lentedag. Dat moment waarop de zon zich recht door je neus in je gemoed nestelt.

De barbecue fikte lekker, koelboxen waren gevuld met pintjes en wat er gebeurde, kwam mij destijds over als bizar. Een niet onaanzienlijk deel van de gasten zat opvallend vaak op z’n smartphone te kijken.

Veel genodigden op het feest waren net iets jonger dan ik. Lag het daaraan? Het moment was zo perfect, maar het feest werd, toch zeker tot de eerste worstjes van de barbecue gevist werden, lichtjes gedegradeerd richting wachtkamerniveau. Er werd gescrold, getweet, geliket en gelachen op Instagram (WhatsApp en Snapchat waren nog niet tot hier doorgedrongen).

Mijn euforie om die mooie zondagnamiddag maakte plaats voor een gevoel van uitgesloten te zijn, onbelangrijk, de moeite niet waard om (beter) te leren kennen. Want mijn aanwezigheid en gespreksstof kon bij veel gasten, die mij wel echt toffe mensen leken, niet opwegen tegen virtuele feeds.

Comments en likes

Het tweede moment dat ik graag wil aanhalen, is een concert in het Sportpaleis, nog onlangs. De zaal was donker, afgezien natuurlijk van de vele opflikkerende telefoons, en daar droeg het koppel naast mij flink aan bij. Want de vrouwelijke helft – en tot aan de pauze heb ik het geteld, daarna zijn we elders gaan zitten – haalde wel zestien keer haar telefoon uit haar handtas. Bij hem was het nog erger, zijn telefoon leek aan zijn hand vastgekleefd. Niet om de hele boel te filmen, dat is ook ergerlijk en anderzijds nog te begrijpen, maar ik zag Snapchat, Facebook en Instagram. En ik wilde niet eens de zure muts uithangen en meekijken, het licht van hun telefoons werkte gewoon als een magneet op mijn blik en aandacht. Zij ververste haar Facebook-pagina zo vaak dat er amper vers voer op het scherm popte en dat terwijl het concert, met ticketprijzen variërend van 51 tot 141 euro, voortging zonder haar.

Ergens halfweg het optreden verscheen achteraan in het decor een opkomende zon, en een legendarische zanger stapte onaangekondigd het podium op. De twee keken verstrooid op en namen een foto van de oude zanger en de zon, waarna ze allebei minutenlang bezig waren om die (haast exact dezelfde) foto te bewerken tot een Instagram, met een leuke caption erbij. Daarna lichtte hun telefoon op bij elke comment en like.

Ik heb een hele tijd geloofd dat ik misschien saai of toch minstens oubollig was omdat ik de lol daarvan niet inzag, maar intussen ben ik eruit: nee. Ik ben het niet die saai is. Net door niks te willen missen, mis je haast álles. Door zoveel energie en tijd te stoppen in je leven online, haal je jezelf in real life onderuit, word je zélf saai omdat je naar een scherm staart en met de virtuele wereld interageert in plaats van met de wereld achter en naast je scherm. De wereld die er toch nog net iets meer toe doet.

Het inzicht dat het probleem niet bij mij ligt, was in zekere zin een opluchting, omdat ik jaren heb geloofd dat iemand interessanter het wel waard zou zijn om die telefoon even links te laten liggen.

Anderen zijn erger

Als ik dan nog verder nadenk, besef ik dat de wetenschap dat ‘anderen erger zijn’ mij ervan weerhield om ook mijn eigen gescrol eens van op een afstand te bekijken. Ik doe het dan misschien niet constant, zoals een kettingroker, maar ik jaag er toch ook een goed half pakje per dag door. Terwijl mijn kind een boekje leest, een rijstkoek eet of in de speeltuin speelt, geef ik soms wel en soms niet toe aan de impuls om mijn iPhone erbij te nemen en Facebook/Whatsapp te openen en mijn privé- en werkmails te checken.

Het slaat in feite helemaal nergens op: mails doornemen in de speeltuin, of om elf uur ’s avonds tijdens een reclameblok. Gisteren liep ik het nieuws te lezen tijdens een ­wandeling door het park. Vorige week had ik een vriendin op bezoek, en bij elke bliep die mijn telefoon, die op een kast lag, liet horen, moest ik de neiging onderdrukken om te gaan kijken wie of wat het was. Bij haar, ook heus geen digital native, zag ik hetzelfde. Maar geef je daar continu aan toe, dan staat dat toch haast gelijk aan zeggen: ‘Ik vind jou leuk, maar niet belangrijk genoeg voor mijn volle, onverdeelde, continue aandacht.’

In plaats van dat wij een gsm in onze broekzak hebben, heeft die snoodaard ons in zijn broekzak, en geraken we geregeld de draad kwijt tijdens gesprekken, onze focus tijdens concerten en onze skill om in het moment te leven tijdens... tja, constant eigenlijk.

Als ik een boek lees, voel ik zeker elke zeven pagina’s de neiging om mijn telefoon te checken, en dat terwijl ik me vroeger helemaal kon verliezen in een goed verhaal. Uren aan een stuk. Hetzelfde bij films: zolang mijn vriend meekijkt, houden we elkaar wel in toom, maar zodra ik alleen voor de televisie zit, voel ik heel geregeld de impuls, ook als het een goeie film is (want dan is er de pauzeknop). Waarom laat ik dat digitale getrek aan mijn aandacht eigenlijk voorgaan? Niemand heeft toch beslist dat je sms’jes en Whatsapp-berichten meteen hoort te beantwoorden, dat telefoontjes per se dienen opgenomen te worden, ook als je iemand bij je hebt?

Oké, dat nog tot daaraan toe. Waarom laat ik die digitale Facebook-compost, waar slechts hier en daar nog een fijne update van een vriend of kennis tussen zit, uitstrooien over mijn dagen en avonden? Waar is mijn focus naartoe?

Youp van ’t Hek had het er al over in zijn eindejaarsconference van 2014. Hij beschreef hoe iedereen op een familiereünie, naast het bestek, de telefoon op tafel had liggen. Eentje hield de voetbaluitslagen bij, een nichtje zat te Whatsapp’en met haar vriendinnen, een neef was zijn ex aan het bashen... Iedereen deed het, niemand benoemde het of stoorde zich eraan, ‘dat ding’ hoorde er gewoon bij.

Pelgrimstocht

Lees je artikels over het onderwerp, dan kom je vaak dezelfde dingen tegen. De zogezegde trend van de phone stack bijvoorbeeld, waarbij iedereen in het gezelschap zijn ­telefoon mee op de stapel legt. De eerste die de neiging niet kan onderdrukken om ’m te checken, betaalt de rekening. Je leest ook telkens opnieuw over die paar gerenommeerde nachtclubs die een telefoonban hebben ­ingeroepen, en over de beroemde chefs die vragen aan hun gasten om geen foto’s meer te posten van hun bord.

null Beeld Eliot Wyatt
Beeld Eliot Wyatt

Vervolgens komt dan de passage over de exclusieve resorts die uitpakken met een dure ‘digitale detox’. Ik hoorde onlangs zelfs over pelgrimstochten naar Compostella waarbij je voor vertrek je smartphone inlevert, die dan opgeborgen wordt in een verzegelde envelop. Je krijgt een oude Nokia in de plaats (want o jee, stel je voor dat je helemaal telefoonloos over die wegeltjes moet), en na je wandelretraite wordt je smartphone weer officieel aan je overhandigd.

Stuk voor stuk verregaande initiatieven, zo extreem en ver van ons bed dat we ons niet aangesproken voelen, integendeel: alleen al de wetenschap dat die zaken bestaan, geeft je de indruk dat je helemaal niks hoeft te veranderen aan je eigen, meer gangbare smartphone-omgang. Je kunt eens lachen om die junkies en hoeft daarom niet stil te staan bij een probleempje dat je misschien zelf hebt.

Volgens mij is de oplossing doodeenvoudig en komt die hierop neer: don’t be an ass. Laat die telefoon gewoon in je broekzak of je handtas zitten terwijl je door de stad wandelt, bij je moeder in de zetel een portootje drinkt, op café gaat met vrienden, ontbijt met je lief, meerijdt met een collega, speelt met je kind, wacht op een portie barbecuevlees, boodschappen afrekent in de supermarkt, luncht met collega’s, onder een boom in het park zit of rustig wakker wordt in het weekend. Echt waar, zo saai of leeg zijn die momenten niet. Neem gerust een paar foto’s tijdens een concert, maar post ze dan tenminste achteraf of tussen twee songs door. Het lijkt mij logisch dat je gezelschap ook minder snel die telefoon zal opvissen als jij de jouwe op zak houdt.

Elk mensenleven bevat meer dan genoeg dull moments die wél geknipt zijn voor het checken van feeds, en als dat bij jou niet zo is, wees dan dankbaar: je mist echt niets wezenlijks tijdens een 4G-loze namiddag en je virtuele omgeving zal zich al helemaal niet afvragen wat je aan het uitsteken bent.

Of omgekeerd: een vriendin bekende ooit dat het haar kwetst als niet al haar dierbaren op het duimpje drukken als ze een foto van haar kinderen post. Destijds knikte ik begripvol, maar nu denk ik: gaan we niet een beetje ver om dat te verwachten?

Bij uitbreiding, ban de telefoon ook ­tijdens kostbare, kwaliteitsvolle momenten met jezelf. Lees door, kijk die film in één keer uit, laat de zon in je gezicht schijnen zonder ze te blokkeren met je telefoon: Instagram gaat echt niet dood zonder jouw one in a ­million zonsondergang.

Ik zet alvast een kleine stap en gooi de Facebook-app van mijn telefoon. De batterij is me dankbaar.

10 tips om niet de gsm-debiel uit te hangen

1. Gebruik de ‘niet storen’-instelling. Zo komen telefoontjes echt in stilte binnen, in tegenstelling tot de ­trilfunctie, die nog altijd hard afleidt.

2. Leg je telefoon niet op tafel. Als hij oplicht, leidt je gsm niet alleen jou af, maar willen de anderen die van hen ook checken. Waardoor het gesprek een klein beetje sterft.

3. Leg de ander uit waarom je bezig bent op je smartphone. Soms is het nodig en dat is oké. Wie niets zegt, geeft de ander misschien het ­gevoel dat hij of zij de moeite niet waard is.

4. Don’t text and drive. En ook: zit niet te tikken terwijl je wandelt, fietst, praat, iets bestelt, eet of drinkt.

5. Documenteer niet je hele leven. Het moment willen vatten, maakt dat je er minder van geniet. En je verknoeit het een beetje voor de mensen rond je tijdens een concert.

6. Zorg dat sms’jes, mails, Facebook- en Whatsapp-berichten niet op je homepage verschijnen. Voor jouw ­privacy en die van degene die ze stuurt.

7. Haal je telefoon niet boven bij elk dood moment. Dan zie je er al snel uit als een zombie. Een klein beetje verveling nu en dan kan geen kwaad: ze wakkert je creativiteit en sponta­niteit aan, en kan een moment van ­reflectie zijn.

8. Toont iemand je een foto op zijn of haar gsm, ga dan niet naar links of rechts zitten swipen. Vraag dat eerst.

9. Loop niet de hele godverdomse dag rond met een koptelefoon op.

10. ‘Unplug’ voor korte periodes. ­Digitale pauzes nemen, is gezond. Laat je gezelschap op voorhand weten dat je telefoonloos vertrekt. Wie weet, doet de ander hetzelfde.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234