Woensdag 10/08/2022

De spreekbuis van de Lemonnierlaan

De Brusselse moslims staan op en gaan slapen met de Afghaanse oorlog. Op de buis regeert de satellietzender Al-Jazeera, op de FM-band slaan vier Arabische radiostations de luisteraar met nieuws en opinies om de oren. Faam of geen faam, in het Arabisch of het Frans, iedereen kan zijn mening spuien over de nasleep van 11 september. Een reportage over de Arabische stem in de hoofdstad.

Erik Raspoet

Foto's Tim Dirven

Maurice Lemonnier heeft niet te klagen over gebrek aan postume erkenning. Een standbeeld waarop duiven hun gevoeg doen, dat zat er net niet in. Maar de naam van deze lang vergeten schepen en volksvertegenwoordiger siert wel een van de bruisendste avenues van Brussel. Hoewel, Brussel? De verstrooide toerist zal zich veeleer in Casablanca wanen als hij van het Zuidstation door de Lemonnierlaan naar de Grote Markt loopt. Voor pensen of koteletten moet je er niet zijn, maar de slagers hebben hier wel de allerbeste schapenbouten aan de haak. Langs deze boulevard vind je ook Arabische boekhandels, bazaars vol kitsch en naar munt geurende theehuizen. Er zitten uitsluitend mannen, sommigen gekleed in kefta, anderen in jeans en trainingsjas, en allemaal roken ze tegen de sterren op. Ook in L'Avenida, een restaurant op de hoek van de Zuidlaan, is het al Arabisch en Berbers wat de klok slaat, hetgeen overigens niet belet dat Suske en Wiske er vrolijk de mosselen met friet aanprijzen. Vierhonderd vijfennegentig frank per portie staat op de affiche, multicultuur begint altijd in de keuken.

Radio Al Manar kon zich geen betere stek dromen. De stem van de Brusselse moslims noemt deze zender zichzelf. En inderdaad, Al Manar is de populairste van de vier Arabischtalige radio's in de hoofdstad. Die vier zenders zijn overigens nooit gelijktijdig in de ether, want Al Manar deelt zijn frequentie met drie kleinere zenders. Wie in Brussel een week aan een stuk op 106.8 megahertz afstemt, krijgt beurtelings Al Manar, Al Watan, Midi 1 en Radio Salame te horen. Er wordt overigens lang niet alleen Arabisch gesproken. Het debat van deze namiddag bij Radio Al Manar verloopt integraal in het Frans. De oorlog in het Verre Oosten en hoe die beëindigd kan worden, dat is de niet geringe kwestie waarover de deelnemers zich buigen. Met zeven zijn ze, jonge allochtonen, nieuwe Belgen van voornamelijk Marokkaanse origine. Ilias heeft een idee. "Wij kinderen kunnen er wat aan doen", zegt de achtjarige jongen uit Schaarbeek fel. "We moeten onze ouders en onze broers en zussen vragen of ze alstublieft willen stoppen met vechten en ruziemaken. Als alle kinderen van de hele wereld meedoen, dan zal er nergens meer oorlog zijn." Of de anderen dat idee zien zitten, wil de presentator weten. Microfoons piepen en kraken, een langgerekt oui galmt door de studio. Het is woensdagmiddag, kinderuurtje bij radio Al Manar. De leeftijd van de studiogasten schommelt tussen zes en negen.

Piepjong, maar niet ongevoelig voor de grote gebeurtenissen van deze tijd. Hemed heeft gehuild op 11 september. Omdat er ook kindjes onder de brokstukken van het WTC zijn bedolven. Ahmed van zijn kant klaagt over nachtmerries: sinds de aanslagen gaat er geen dag voorbij zonder nare dromen over rokende puinhopen en uitslaande branden. Ook de drie minuten stilte voor de slachtoffers hebben bij iedereen grote indruk gemaakt. "De juf vroeg ons voor de Amerikanen te bidden", vertelt Samira. "Maar waarom houdt nooit iemand drie minuten stilte voor Afghanistan? Ook in Afghanistan sterven kinderen en oude mensen." Negen jaar, en al behept met een kritische geest.

Saïd Jibet is directeur van radio Al Manar, een zender die volledig op vrijwilligers draait. "Toch is het pompen of verzuipen", zegt hij. "Zo'n radio kost algauw 3 miljoen per jaar. We krijgen geen frank subsidie, al onze inkomsten komen uit reclamespots. En uit de zak van de directeur natuurlijk, want als het moet, spring ik zelf bij."

Journalist, zakenman, PRL-lid, spraakwaterval, de Marokkaanse Belg Saïd Jibet laat zich niet onder één hoedje vangen. Over de andere Arabische zenders kan hij kort zijn. "Die stellen niets voor", zegt hij. "Eenmansclubjes zijn het. Als je de directeur ziet, zie je ook de presentator, de technicus en de conciërge. In feite is er maar één radio die meetelt: Al Manar, wij verzorgen 70 procent van de uitzendingen op de Arabische frequentie." Tussen de vijftien- en twintigduizend luisteraars claimt Al Manar. Geen slecht gemiddelde, rekening houdend met de moordende concurrentie op de FM-band. Om een idee te geven van het doelpubliek: in Brussel wonen honderdzestigduizend moslims, onder wie honderdtienduizend Marokkanen. Al Manar mag dan geen publieke omroep zijn, de zender doet wel degelijk aan volksverheffing. Het promoten van de Arabisch-islamitische cultuur is de voornaamste doelstelling, alsmede het bevorderen van het wederzijdse begrip tussen migranten en autochtonen. Er zijn niet alleen programma's in het Arabisch en het Frans, ook de berbers en de Turken hebben een plaats in het zendschema.

"We zijn in alle opzichten pluralistisch", zegt directeur Jibet. "Zelf ben ik bij de liberalen, maar onze zender telt ook groenen, socialisten en christen-democraten. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen zijn alle partijen aan bod gekomen. Waarom denk je dat er in Brussel zoveel moslimkandidaten werden verkozen? Omdat Al Manar zijn luisteraars voortdurend heeft opgeroepen zich kandidaat te stellen en te gaan stemmen." Ook bij de verkiezing van de moslimexecutieve in 1999 heeft de vrije radio ijverig campagne gevoerd. Jarenlang fungeerde de door Saoedi-Arabië gecontroleerde centrale moskee van het Jubelpark als officiële spreekbuis voor de alsmaar groeiende moslimgemeenschap in België. Tot grote ergernis van Marokkaanse Belgen zoals Saïd Jibet. "Hoeveel Saoedi's telt België?", vraagt hij. "Drie man en een paardenkop, niets vergeleken met de meer dan tweehonderdduizend Marokkanen in België. Toch waren het de Saoedi's die ons vanuit het Jubelpark kwamen dicteren hoe wij ons als goede moslims hoorden te gedragen. Terwijl wij met die wahabitische pilaarbijters niets te maken hebben. Marokko is een open land, wij belijden een gematigde islam. Gelukkig is er nu de moslimexecutieve. Hoeven we tenminste niet meer te wachten op een signaal uit Ryad om in België met de ramadan van start te gaan."

Progressief, pluralistisch, de integratie genegen, op het imago van Al Manar valt niets aan te merken. Toch is directeur Jibet er zeker van: Al Manar wordt dezer dagen door de Belgische staatsveiligheid nauwlettend in de gaten gehouden. "Ook de Mossad luistert mee", voegt hij er gretig aan toe. "Sinds 11 september volstaat het dat je een woord Arabisch spreekt om als potentiële moslimextremist te worden beschouwd. En jawel, we hebben al het woord verleend aan mensen die de aanslagen toejuichen. Pluralisme, dat betekent toch dat je ook extreme stemmen aan bod laat komen? Maar we geven hen geen vrij podium, extremisten worden altijd met kritische vragen of tegengestelde meningen geconfronteerd." Over 11 september heeft hij overigens zelf een mening, een mening die zowel in de Arabische wereld als in de Arabische diaspora wijdverspreid is. "Natuurlijk is terrorisme verkeerd", zegt hij. "Maar wat met de duizenden Iraakse kinderen die sterven door de gevolgen van het handelsembargo? Overigens, volgens mij heeft Bin Laden er helemaal niets mee te maken. Dit is een interne Amerikaanse aangelegenheid. Want wie heeft er belang bij de oorlog in Afghanistan? Het militair-industrieel complex, dat is toch zo klaar als een klontje."

Hij doet me uitgeleide. In de kale lobby staat de televisie geblokkeerd op Al-Jazeera, de Arabische satellietzender die dezer dagen furore maakt. Saïd Jibet is lang niet de enige fan in deze omgeving. Ook in de theehuizen en winkels op de Lemonnierlaan viert de Arabische nieuwszender hoogtij. De dorst naar informatie in eigen taal is immens. Veel meer nog dan andere Belgen voelen de moslims zich bij de internationale crisis betrokken, ze staan op en gaan slapen met de oorlog in Afghanistan.

Zaterdagavond wordt er op Al Manar alweer gedebatteerd. Over hetzelfde onderwerp, maar wel met een compleet ander panel. Mohammed Aissaoui, presentator van Croisières, heeft een blik allochtone politici opengetrokken. Fouad Lahssaïni zit namens Ecolo in het Brussels parlement, PSC'er Ahmed Bakkali is gemeenteraadslid in Anderlecht. De derde deelnemer laat op zich wachten, al een geluk dat het kenwijsje van Croisières op dergelijke situaties is berekend. 'Like a hurricane', Neil Young had vast een ander publiek voor ogen toen hij de onsterfelijke riff uit zijn gitaar schudde. Lichtjes buiten adem komt Afaf Hemamou de studio binnengestrompeld. In feite werd de ondervoorzitster van de PRL Schaarbeek van de reservebank geplukt, als doublure voor een PS'er die te elfder ure verstek had laten gaan. "Net terwijl ik een siësta aan het doen was", moppert ze, terwijl ze vlug een kam door haar haar haalt.

Misschien ligt het aan de moderator, maar veel tegenspraak valt in het debat niet bespeuren. Ook hier klinkt het dat terrorisme verwerpelijk is, maar dat we vooral niet blind mogen blijven voor de voedingsbodem van datzelfde terrorisme. Op zo'n moment is de Palestijnse kwestie nooit ver uit de buurt. Alledrie veroordelen ze bombardementen op Afghanistan. En eens te meer wordt de hamvraag gesteld: wie zegt dat Osama bin Laden werkelijk achter de aanslagen op het Pentagon en de WTC-torens schuilt? "Waar zijn de bewijzen?", fulmineert Ahmed Bakkali. "Het is toch ongehoord dat de Amerikanen de Afghanen straffen, terwijl de schuldvraag nog niet beantwoord is." Bloemetjes zijn er voor Al-Jazeera, het integere alternatief voor de westerse massamedia, die uiteraard alles door een gekleurde bril bekijken. "De voorbeelden zijn legio", zegt Fouad. "Neem nu de Palestijnen die op 11 september op straat kwamen om hun vreugde uit te schreeuwen. Iedereen weet dat het slechts om een kleine minderheid gaat. Toch heeft CNN die beelden tot vervelens toe herhaald, terwijl er nooit rouwende Arabieren werden getoond."

Een dergelijk debat heeft natuurlijk iets pathetisch: lokale mandatarissen die de wereldpolitiek bespreken als betrof het de aanleg van een verkeersdrempel in hun kieskring. Toch zit ik hier mijn tijd niet te verliezen, want als er zoiets als een islamitische vox populi bestaat, dan is dit panel daarvan de emanatie. Algemeen verspreid is bijvoorbeeld de lof voor Louis Michel, de chef van de Belgische diplomatie die zijn scepsis over de militaire campagne van de Amerikanen nauwelijks verdoezelt en die op gezette tijdstippen lippendienst bewijst aan de Palestijnse zaak.

België maakt hier trouwens een goede beurt als gastvrij onthaalland. Het panel laat niet na de vergelijking te maken met Nederland en Groot-Brittannië, waar na 11 september moskeeën werden aangevallen. Toch moeten we niet te hard van stapel lopen. Afaf baalt langzamerhand van de stereotiepe vragen die haar op het werk worden gesteld. Is de islam echt zo'n oorlogszuchtige godsdienst? En waarom worden vrouwen zo genadeloos onderdrukt? "Dat zijn dan mensen met wie je al jarenlang samenleeft", zegt ze met een diepe zucht. "Op zo'n moment besef je dat je in hun ogen nog altijd niet meer dan een vreemdeling bent." Fouad rondt het programma af met een waarschuwing aan het adres van president Bush. Dat hij beter op zijn woorden moet passen. De strijd van goed tegen kwaad, de kruistocht, het zijn beladen begrippen waarmee hij de tegenstellingen tussen moslims en christenen alleen maar op de spits drijft. "Hopelijk wordt het klimaat hier nooit zo giftig als in Amerika", zegt hij. "Ik weet waarover ik spreek, want een van mijn broers woont in New York. Sterker nog, hij had een winkel aan de voet van het WTC. Na de aanslag heeft hij geholpen bij de evacuatie, maar hij raakte gewond en belandde in het ziekenhuis. Toen hij het ziekenhuis verliet, werd hij op straat aangevallen en bespuwd. 'Vuile moslim!', riepen zijn belagers."

Laten we wel wezen. Al Manar heeft niet het monopolie op de islamitische opinievorming in de Brusselse ether. Ook de andere Arabische zenders brengen debatten, informatie en duiding. Waarom ze niet de handen in elkaar slagen en één professionele zender uit de grond stampen, is een ingewikkelde kwestie die al twintig jaar aansleept. Er zijn om te beginnen de tegenstellingen. Tussen de Marokkanen en andere Maghrebijnen, tussen berbers en Arabieren. Er zijn de persoonlijke belangen en de botsende ego's. Wie mag baas spelen na een fusie? Hoe moet men de reclame-inkomsten verdelen? Daarnaast is er het getouwtrek van politieke partijen die in de vrije radio's een krachtig medium zien om hun allochtone kandidaten te lanceren. Het gevolg is dat de verschillende zenders elkaar met processen bestoken en dat presentatoren van radio veranderen zoals een voetballer van shirt. Voor allochtone politici heeft de etherchaos wel een prettige bijkomstigheid. Tijdens de lokale verkiezingen van 1999 mochten ze op de 106.8 niet één maar vier keer hun programma aanprijzen.

Abdel Hakem van Midi 1 weet er alles van, want hij stond in 1980 aan de wieg van de allereerste Arabische vrije radio in de Belgische ether. Dat Al Manar 70 procent van de uitzendtijd vult, daar moet hij mee lachen. "Ze hebben niet eens de helft", corrigeert hij het cijfer dat voor adverteerders van kapitaal belang is. "Alleen al Midi 1 heeft 27 procent, en dan zwijgen we nog van Al Watan en Radio Salame." Zijn radiostation is gevestigd in Molenbeek, in een woonhuis dat van onder tot boven met opnameapparatuur, cd's en cassettes is volgestouwd. Vijfentwintig jaar geleden nam Abdel de benen naar België. Als berberactivist was de grond in Marokko hem te heet onder de voeten geworden. Misschien verklaart die achtergrond zijn sympathie voor de Vlamingen in Brussel - bedreigde minderheden onder elkaar. De Nederlandsonkundige Abdel heeft een nieuw project op stapel staan: radio Avenir, een multiculturele radio die de Vlaamse taal en zaak moet promoten onder de etnische minderheden van Brussel. De Vlaamse zendvergunning laat nog op zich wachten, maar het project krijgt alvast de steun van minister van Cultuur en Brusselse Aangelegenheden Bert Anciaux.

Abdel loopt niet hoog op met de berichtgeving van Al Manar over de Afghaanse oorlog. "Te veel sensatie", zegt hij. "Ze laten om het even wie aan het woord, zelfs de luisteraars mogen rechtstreeks hun zegje doen. Zo zet je natuurlijk de deur open voor fanatici. Daar doen wij niet aan mee. Bij ons komen alleen politici en geleerden aan bod. Laatst had ik in de studio een Marokkaanse professor filosofie die toevallig in België op bezoek was. Dat zijn mensen van niveau, daar kun je een sereen debat mee voeren."

Sereen of niet, als het over 11 september gaat, ontpopt Abdel Hakem zich als een verwoede aanhanger van wilde complottheorieën. Er is de variant van de provocatie: Amerika zocht een voorwendsel om Afghanistan binnen te vallen en zodoende de hand te leggen op de strategische olievoorraden in de regio. "Kijk maar naar de aanslag op het Pentagon", zegt hij. "Het vliegtuig is precies ingeslagen in de vleugel waar alle grote mannen van de CIA bij elkaar zaten. Dat kan geen toeval zijn, dat is van binnenuit georganiseerd." Zijn persoonlijke voorkeur gaat evenwel uit naar een zionistisch complot. Of vind ik het normaal dat de zowat vierduizend joden die in het WTC werkten op die fatale dinsdagmorgen allemaal veilig thuis voor hun televisie zaten? Dat verhaal werd allang door talloze feiten naar het rijk der fabels verwezen, maar daar laat deze zelfverklaarde journalist zich niet door ontmoedigen. "Ga maar luisteren in de theehuizen en cafés", zegt hij. "Niemand gelooft dat Bin Laden het echt heeft gedaan."

Vreemd genoeg gaat de kwakkel van de afwezige joden terug op Al-Jazeera, een televisiestation dat nochtans door veel waarnemers als een weliswaar geëngageerde maar betrouwbare nieuwszender wordt beschouwd. Het was Faisal Kassem, presentator van het befaamde debatprogramma Opposite direct, die op 18 september de Mossad-piste wereldkundig maakte. In de voorwaardelijke wijze, met als bron een niet bij naam genoemde Arabische krant, en met de bedenking dat het voorlopig slechts om een gerucht ging dat dringend onderzocht moest worden. "Hij heeft al het nodige voorbehoud aan de dag gelegd", zegt Ahmad Kamel, de Syrisch-Palestijnse correspondent van Al-Jazeera in Brussel. "Maar het kwaad was geschied. 's Anderendaags hebben alle media in de Arabische wereld het bericht opgepikt, met verwijzing naar Al-Jazeera. Faisal Kassem is door de directie vier weken van het scherm gebannen. Ten onrechte gestraft, want volgens mij heeft hij geen enkele professionele fout begaan." Ondanks die uitschuiver is Ahmad Kassem de tevreden werknemer van een bloeiend bedrijf. Al-Jazeera werd door de Afghaanse crisis naar het voorplan van de internationale actualiteit gekatapulteerd. De kijkcijfers pieken, gemiddeld stemmen vijfendertig miljoen kijkers uit de hele wereld op de zender uit Qatar af. Terwijl de reclame-inkomsten crescendo gaan, leveren ook de exclusieve beelden uit Afghanistan waanzinnige bedragen op, onder meer dankzij een al even exclusieve deal met de Amerikaanse nieuwszender CNN. "We hebben het niet bepaald gestolen", zegt Ahmad. "Twee jaar lang hielden we als enige zender in Kaboel een kantoor én een peperdure satellietwagen overeind. Zuiver verlies, maar nu begint die investering te renderen."

Al-Jazeera beschikt wereldwijd over een netwerk van vijfendertig kantoren, waarvan Brussel zeker niet het geringste is. Behalve de Europese Unie en de Navo houdt Ahmad vanuit het International Press Center aan het Schumanplein de hele Benelux alsook Duitsland en Scandinavië in de gaten. Ondanks het vele reizen ziet hij nog kans om ook in zijn thuisbasis de vinger aan de pols te houden. Een enquête onder Brusselse scholieren over het imago van de Arabieren na 11 september leverde onthutsende soundbites op. "Geen goed woord kregen ze over hun lippen", zegt Ahmad. "Het leek wel of ze gehersenspoeld waren. In hun ogen zijn alle Arabieren fanatiekelingen of terroristen. En wat dan met Zinedine Zidane, vroeg ik. Dat is geen Arabier maar een berber, antwoordden ze dan. Onlangs draaide ik in Brussel een feature over een Marokkaanse jongen die zwaar getraumatiseerd is: hij wordt gepest omdat hij toevallig Osama heet. Deze toestand mag niet te lang duren, anders vrees ik het ergste voor de multiculturele samenleving in Europa."

Professioneel mag het hem dan voor de wind gaan, echt lekker voelt Ahmad zich niet in zijn vel. "Elf september was een verschrikkelijk signaal", verklaart de fijnbesnaarde Palestijn zijn malaise. "Bin Laden - want tot nader order blijft hij verdachte nummer één - heeft definitief bewezen dat terrorisme loont. Want wat stel ik vast? Dat zowel Bush als Blair roepen dat er nu toch wel dringend een Palestijnse staat moet komen. Met andere woorden: waar wij democraten met al onze onderhandelingen steevast hebben gefaald, daar slaagt Bin Laden met bruut geweld in. We hebben dit al eerder meegemaakt. Waarom hebben de Israëli's destijds met Yasser Arafat het vredesakkoord van Oslo ondertekend? Omdat ze bang waren voor de steile opkomst van Hamas. Wij, Arabische democraten, hebben bij het volk ons laatste greintje geloofwaardigheid verloren. We kunnen wel mooi praten, maar het zijn de extremisten van Hamas of Hezbollah die de resultaten boeken."

Ahmad Kamel prijkt hoog op het invitatielijstje van Mohcine El Mouden, een jonge presentator van Al Manar. Het zou een mooie affiche zijn voor zijn wekelijkse interview, een uitzending tijdens dewelke luisteraars rechtstreeks vragen kunnen afvuren. Helaas, de correspondent van Al-Jazeera heeft nog geen gat gevonden in zijn drukke agenda. Maar daarover niet getreurd, het is bepaald geen meeloper die zich vanavond aan de beproeving onderwerpt. Mustafa Kastit, hij wordt met toeters en bellen aangekondigd als was hij een vermaard illusionist. Professor aan het Islamitisch Centrum in het Jubelpark, theoloog wiens faam zich tot ver buiten de landsgrenzen uitstrekt: de titularis van deze adelbrieven is een Marokkaanse Belg met een donkere baard die hem veel ouder doet lijken dan zijn tweeëndertig jaar. Acht jaar heeft hij gestudeerd aan een van de befaamde koranscholen in Saoedi-Arabië. Hem mag je dus wel geloven als hij uitlegt dat het begrip jihad niets meer betekent dan de plicht voor iedere moslim om zijn geloof te verdiepen en te werken aan een rechtvaardige samenleving. "Er is wel een uitzondering", preciseert de theoloog. "Als moslims van oordeel zijn dat hun geloof wordt bedreigd, dan kan jihad als een heilige oorlog worden uitgelegd. En dat is precies wat er nu in Afghanistan aan de hand is."

Niet dat hij gekomen om de gemoederen op te hitsen. Zelfbeheersing en respect voor andersgelovigen, dat zijn in deze moeilijke omstandigheden de ordewoorden voor de Belgische moslims. De door Samuel Huntington gepredikte clash of civilisations wijst hij trouwens nadrukkelijk van de hand, evenzeer als de analyse van de Frans-joodse filosoof Bernard-Henri Lévy, die de huidige calamiteiten toeschrijft aan de tweespalt binnen de islam. De strijd tussen modernisten en integristen, professor Kastit krijgt het op de heupen van de etiketten die alleen door niet-gelovigen worden opgeplakt. Hij etaleert gretig zijn minachting voor zelfverklaarde islamexperts die al wekenlang onze televisieschermen teisteren. De vragen van de luisteraars wijken steeds verder af van de brandende actualiteit. Waarom zoveel vrouwen zich gefrustreerd voelen over hun positie in de moslimmaatschappij? "Omdat ze de koran niet goed begrijpen", antwoordt de schriftgeleerde onverstoorbaar. "Man en vrouw bekleden in de islam elkeen de plaats die hen toekomt. Alleen heersen in sommige landen pre-islamitische tradities die de vrouw onrecht aandoen. De hele wereld valt zich een buil over burqa's van de Afghaanse vrouwen. De schuld van de islam, wordt overal beweerd. Maar wat wil het geval? De beruchte Taliban-scholen in Pakistan behoren tot de hanifa, een van de vier stromingen in de soennitische rechtsleer. Wel, in de hanifa wordt met geen woord gerept over de kleding van vrouwen. Die burqa's hebben alles met de Taliban maar niets met de islam te maken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234