Zaterdag 28/05/2022

De stekker is uitgetrokken

De schrijfster toont de moed om het ondenkbare te denken

Onthutsende roman van Marie Darrieussecq over een rouwende moeder

De Franse schrijfster Marie Darrieussecq waagt zich in Tom is dood aan een erg beladen onderwerp: een moeder schrijft over haar nimmer wijkende wanhoop na de dood van haar vierjarige zoontje. Kernachtig en afstandelijk, maar met een ongezien inlevingsvermogen. Door Dirk Leyman

Onvoorspelbaar, veelzijdig en hoogst origineel: sinds haar succesvolle debuut Zeugzoenen uit 1996, waarin een simpele parfumverkoopster in een varken verandert, is Marie Darrieussecq (°1969) voortdurend de literaire conventies blijven tarten. Darrieussecq durft erop los te experimenteren, maar doet dat nooit gratuit. "De lezer moet zijn eigen boek kunnen maken. (...) Er moet een zekere dubbelzinnigheid zijn, een spel tussen de regels door", zo zei ze ooit in een NRC-interview. In het grillige Spookverschijningen lazen we de monoloog van een zojuist door haar man in de steek gelaten vrouw, die haar wereld letterlijk ziet verbrokkelen tot atomaire deeltjes. Voor Bref séjour chez les vivants trad ze rechtstreeks binnen in de hersenen, om vandaaruit een fragmentarisch en hallucinant portret van een familie te schetsen. Telkens weer wil Darrieussecq de grenzen van haar eigen kunnen verleggen. Soms leidt dat tot hoogstandjes als Spookverschijningen, een andere keer tot interessante maar ijle denkoefeningen als White (2005), waarin spoken het heft in handen nemen. En altijd zijn de demonen op het appel, die ons onverwacht teisteren.

In 2002 leek Darrieussecq zich voor het eerst aan wat lichter werk te begeven. Met het autobiografische De baby stelde ze de verwarring te boek van een jonge moeder die af en toe met lede ogen moest aanzien hoe de pasgeborene haar leven volledig inpalmde. Blijdschap en vertwijfeling over dat opdringerige wezentje vochten om voorrang in korte fragmenten over de 'babyblues'.

Het is moeilijk om niet terug te denken aan dat bescheiden geschrift, waarin het geluk toch overwegend de pagina's kleurde, wanneer je Darrieussecqs rouwtelegram Tom is dood openslaat. Hier is het geluk met één houw weggevaagd en verbeeldt de schrijfster - eveneens in een serie compacte, uitgebeende notities - hoe een moeder vertwijfeld reageert op de dood van haar vierjarig zoontje. Een radeloze moeder, die bovendien opgezadeld zit met een immens schuldgevoel, want het kind is door haar eigen onachtzaamheid omgekomen.

Tien jaar na de feiten besluit ze de boekhouding op te stellen van haar nog altijd ongefilterde verdriet, van de mokerslag waarvan ze nooit meer hersteld is. Ze gaat onverschrokken op zoek naar de onooglijkste details, naar alles wat houvast of een verklaring kan bieden voor het drama. Het boek is niet autobiografisch - het weze benadrukt - maar Darrieussecq bereikt een zodanig hoge graad van empathie dat veel lezers meteen dachten dat ze alles zelf had doorgemaakt. Bij verschijning van de roman in Frankrijk brak er trouwens meteen een onverkwikkelijke polemiek los. Collega-schrijfster Camille Laurens beschuldigde Darrieussecq ervan dat ze met Tom est mort "psychisch plagiaat" had gepleegd op haar autobiografische roman Philippe (1995), over de dood van haar zoontje. "Terwijl ik Tom est mort las, had ik het gevoel dat het boek was geschreven in mijn kamer, met de kont op mijn stoel, zich wentelend in mijn bed van verdriet. Marie Darrieussecq heeft zichzelf bij mij uitgenodigd, als een kraker", zo jammerde Laurens in een artikel in Revue Littéraire. En voegde Laurens eraan toe, ik heb wel degelijk de dood van een kind van nabij meegemaakt en Darrieussecq niet. De verbouwereerde Marie Darrieussecq sprak tegenover Le Monde geëmotioneerd van "een hatelijke aanval" maar hield zich resoluut het recht voor te schrijven waarover ze wil in een roman. De literaire wereld trad Darrieussecq bij: waarom zou een romancière de dood van een kind niet mogen verbeelden?

Darrieussecq situeert haar drama in Australië, in Sydney, deze "ongeluksstad met haar onverschillige bewoners". Daar zijn de Franse moeder en de Canadese vader, een ingenieur, terechtgekomen omdat zijn job dat vereiste. Samen mét hun drie kinderen: de zevenjarige Vince, de vierjarige Tom en de achttien maanden oude Stella. Amper drie weken na de verhuizing valt Tom uit dat rijtje weg. Maar waarom kan de moeder pas na tien jaar haar rouw aan het papier toevertrouwen? Omdat ze moet bekennen dat de pijn niet wijkt, dat het gemis zelfs haar ademhaling blokkeert. "Toms dood is een beest dat nu en dan de kop opsteekt, een stuiptrekkende draak, de aarde komt omhoog, zijn kop verheft zich." Ze beseft dat ze haar rouwarbeid verdonkeremaand heeft, steeds opnieuw: "Tom is dood. Ik huil niet en ik heb nooit gehuild als ik die woorden zei. Die zin is het kalme oog van de cycloon, de snikken en het verdriet draaien eromheen."

Wat volgt, zijn brokstukken intens verdriet, zo opgeschreven dat ze zowel tactiel als abstract zijn én tot de kern van de zaak doordringen. Darrieussecq wil immers niet weten van psychologiserend vertoon. Ze zoekt haar heil in uiterst precieze, "bijna natuurkundige, wetenschappelijke metaforen voor gevoelens", consciëntieus aan elkaar geregen. Na de dood van Tom heeft de moeder "het gevoel alsof er sindsdien een stekker is uitgetrokken, dat een van onze elektriciteitsnetten is afgesloten".

Zonder zich te verliezen in één fiorituur bewerkstelligt Darrieussecq zo een onthutsend effect. Want ook wij worden belast met het residu van de herinnering aan Tom: de stapelbedden, een zinnetje van Tom over Nemo, zijn stem op een Assimilbandje, de geur van zijn babyshampoo, zijn speelgoed, het bestellen en het sluiten van zijn kist, het crematorium. De moeder laat haar cahier lezen aan haar man, die het "onverdraaglijk" vindt en het recht heeft om zijn versie toe te voegen. Als een mot rond de lamp cirkelt ze gaandeweg rond de crux van het verhaal: het fatale ongeluk, de oorsprong van haar schuldgevoel. Pas in de laatste pagina's komen we de ware toedracht te weten, nadat de moeder een heleboel noodzakelijke schijnmanoeuvres heeft uitgevoerd.

Als je deze briljante roman dan toch met een ander boek in het rouwgenre wilt vergelijken, dan leunt Tom is dood misschien het meest aan bij Schaduwkind van de Nederlandse auteur P.F. Thomése. Dat was weliswaar geen fictie maar een teer persoonlijk requiem voor zijn gestorven dochtertje, waarin de auteur uit de diepste dalen van de rouw klom. Maar wat Darrieussecq en Thomése wél gemeen hebben, is dat hardnekkige, intense tasten naar een taal, naar woorden die - hoe inadequaat ook - toch een kleine dam opwerpen tegen een onherstelbaar verlies. Darrieussecq heeft als fictieschrijfster de moed om het ondenkbare te denken, om de fantomen recht in het gezicht te kijken. Zo sluit deze tour de force naadloos aan bij haar vorige boeken.

Marie Darrieussecq

Tom is dood

Oorspronkelijke titel: Tom est mort

Vertaald door Mirjam de Veth

Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam, 192 pagina's., 17,90 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234